Waarom lukt veranderen niet? Wat je oude gedrag je oplevert

Je wil eindelijk die beslissing nemen, minder uitstellen of vaker nee zeggen. Toch merk je dat je telkens opnieuw in hetzelfde patroon terechtkomt.

Wat als dat gedrag je iets oplevert waar je liever geen afscheid van neemt?

In dit nieuwe artikel lees je waarom veranderen soms zo moeilijk is en welke verrassende vraag je kan helpen om vooruit te komen.

Wil je daarnaast meer inzicht in jezelf? Download mijn gratis e-book *Coach jezelf* en ontvang mijn wekelijkse coachingtips.
Ja, stuur mij het gratis e-book: https://eepurl.com/cYIuQ

Het cv staat al drie weken open op je laptop. Eén zin moet nog beter. Je vorige functie verdient een sterkere beschrijving. En je LinkedIn-profiel kan ook wel een opfrisbeurt gebruiken.

De vacature waarvoor je zo enthousiast was, is intussen al twee keer verlengd.

‘Dit weekend maak ik er echt werk van’, zeg je tegen jezelf.

Zondagavond. Nog altijd niets verstuurd.

Je begint aan jezelf te twijfelen. Ben ik gewoon lui? Wil ik die andere job eigenlijk wel graag genoeg?

Maar kijk eens naar wat je uitstel je oplevert.

Zolang je niet solliciteert, kun je niet afgewezen worden. Je hoeft je vertrouwde werkplek niet te verlaten. En je kunt blijven geloven dat je die nieuwe job waarschijnlijk wel zou krijgen, mocht je écht je best doen.

Handgetekende illustratie van iemand die aarzelt om een sollicitatie te versturen, als voorbeeld van uitstelgedrag en moeite met veranderen. Met tips van mental coach en loopbaancoach
Je wil stoppen met uitstellen, vaker nee zeggen of eindelijk een belangrijke beslissing nemen. Toch blijf je hetzelfde doen. Daar kan een verrassende reden voor zijn.

Je uitstel beschermt iets wat belangrijk voor je is.

Dat noemen we de verborgen winst van gedrag. En die verklaart waarom veranderen soms zo moeilijk is, zelfs wanneer je precies weet wat je wil.

Wat levert je oude gedrag je op?

We hebben de neiging om ongewenst gedrag uitsluitend als een probleem te zien.

Je piekert te veel. Je blijft dingen controleren. Je neemt te veel hooi op je vork. Je stelt moeilijke gesprekken uit.

Daar wil je vanaf.

Maar stel dat je gedrag ook iets nuttigs voor je doet?

Een mail vijf keer nalezen geeft je het gevoel dat je fouten voorkomt.

Altijd ja zeggen helpt je om spanningen met anderen te vermijden.

Een beslissing uitstellen zorgt ervoor dat je voorlopig geen risico hoeft te nemen.

In de psychologie wordt voor zulke bijkomende voordelen ook de term secundaire winst gebruikt.

Het vreemde is dat we die voordelen lang niet altijd bewust opmerken. We zien vooral de nadelen van ons gedrag en begrijpen niet waarom we er toch mee doorgaan.

Er spelen twee mechanismen.

Het eerste is eenvoudig: bepaald gedrag geeft onmiddellijk opluchting. Onderzoekster Fuschia Sirois beschrijft hoe uitstellen een manier kan zijn om tijdelijk aan onaangename gevoelens te ontsnappen.

De taak blijft liggen, maar de spanning zakt even.

Het tweede mechanisme gaat dieper. Je gedrag kan ook iets beschermen waar je sterk aan gehecht bent: je zekerheid, je zelfstandigheid, je goede naam of de waardering van anderen.

Dat tweede mechanisme vind ik als coach bijzonder interessant.

Want je kunt oprecht naar verandering verlangen en ondertussen alles doen om te voorkomen dat je iets belangrijks verliest.

Je staat met één voet op het gaspedaal en één op de rem

De psychologen Robert Kegan en Lisa Lahey beschreven dit verschijnsel al. Volgens hun model kunnen mensen twee doelen nastreven die elkaar tegenwerken, zonder dat ze zich daarvan bewust zijn.

Neem iemand die zelfstandiger wil worden op het werk, maar voortdurend bevestiging vraagt aan zijn leidinggevende.

Zijn zichtbare doel is zelfstandigheid. Zijn verborgen doel is vermijden dat iemand hem onbekwaam vindt.

Of denk aan iemand die beter zijn grenzen wil bewaken, maar toch elke extra opdracht aanneemt.

Die persoon wil meer rust. Tegelijk wil hij een gewaardeerde, behulpzame collega blijven.

In beide gevallen zijn de verlangens begrijpelijk. Alleen lijken ze moeilijk samen te gaan.

Als coach vind ik het daarom belangrijk om verder te kijken dan de praktische hindernis die iemand benoemt.

Een cv kun je verbeteren. Een sollicitatiegesprek kun je voorbereiden. Maar als iemand diep vanbinnen gelooft dat afwijzing gelijkstaat aan persoonlijk falen, lossen die praktische voorbereidingen lang niet alles op.

Sterker nog, eindeloos voorbereiden kan een keurige manier worden om het spannende moment voor je uit te schuiven.

Welke overtuiging houdt je tegen?

Achter zo’n verborgen doel zit geregeld een overtuiging die we nauwelijks nog in vraag stellen.

‘Als ik een fout maak, verliezen mensen hun vertrouwen in mij.’

‘Als ik nee zeg, vinden anderen mij egoïstisch.’

‘Als ik solliciteer en afgewezen word, ben ik blijkbaar niet goed genoeg.’

Dat zijn stevige conclusies. Toch behandelen we ze alsof het vaststaande feiten zijn.

En precies daar ligt een mogelijkheid om iets te veranderen.

Kegan en Lahey stellen voor om zulke overtuigingen zichtbaar te maken en vervolgens voorzichtig te onderzoeken of ze kloppen.

Dat laatste is belangrijk. Soms is je vrees terecht. Een leidinggevende kan slecht reageren op een grens. Een sollicitatie kan op een afwijzing uitdraaien.

Je hoeft jezelf dus geen positief verhaal aan te praten. Je wil ontdekken wat er werkelijk gebeurt en welke conclusies je daar redelijkerwijs uit kunt trekken.

Een oefening om je eigen verborgen winst te onderzoeken

Hier is een vereenvoudigde oefening, geïnspireerd op het Immunity to Change-model van Kegan en Lahey.

Neem een blad papier en werk de vier stappen door. Ik gebruik telkens het voorbeeld van iemand die zijn sollicitatie blijft uitstellen.

Stap 1. Wat wil je veranderen?

Beschrijf concreet wat je wil doen en wat je nu werkelijk doet.

‘Ik wil solliciteren naar een andere job, maar blijf mijn cv verbeteren in plaats van het te versturen.’

Stap 2. Wat zou je missen als je dat oude gedrag loslaat?

Denk aan de voordelen die je huidige aanpak je geeft.

‘Zolang ik niet solliciteer, hoef ik geen afwijzing te verwerken. Ik behoud het gevoel dat ik zelf bepaal wanneer ik die stap zet.’

Stap 3. Waar ben je bang voor als je verandert?

Maak deze zin af:

‘Als ik … doe, dan vrees ik dat …’

Bijvoorbeeld:

‘Als ik solliciteer en afgewezen word, zal ik me zo onbekwaam voelen dat ik niet meer durf te solliciteren.’

Nu heb je een concrete verwachting die je kunt onderzoeken.

Stap 4. Doe een klein experiment

Stuur vóór zondag om 20 uur een cv dat goed genoeg is naar één vacature waarvoor je geschikt bent en waar de inzet voor jou beperkt is.

Geen nieuwe verbeteringsronde. Geen extra cursus. Gewoon versturen.

Schrijf vooraf op wat je verwacht. Hoeveel spanning zul je voelen? Wat verwacht je van de reactie van de werkgever? Hoe denk je met een eventuele afwijzing om te gaan?

Kijk achteraf wat er werkelijk gebeurde. Ook als je nog geen antwoord hebt gekregen, kun je al iets leren over de spanning die je vooraf verwachtte en hoe het was om toch te handelen.

Komt er een afwijzing, onderzoek dan hoe je ermee omgaat. Blijf je inderdaad vastzitten, zoals je voorspelde? Of lukt het om na de teleurstelling opnieuw een stap te zetten?

Eén experiment kan niet al je overtuigingen weerleggen. Het geeft je wel ervaringen waarmee je ze nauwkeuriger kunt beoordelen.

En zo maak je verandering minder afhankelijk van eindeloos nadenken.

Veelgestelde vragen

Waarom lukt het me niet om mijn gedrag te veranderen?

Je huidige gedrag levert je mogelijk iets op dat je wil behouden, zoals zekerheid, controle of waardering. Daarnaast kunnen gewoontes, stress en je omgeving verandering bemoeilijken. Onderzoek welk voordeel je oude gedrag heeft voordat je een nieuwe aanpak kiest.

Wat is secundaire winst bij gedrag?

Secundaire winst is een bijkomend voordeel dat je uit een situatie of bepaald gedrag haalt. Bijvoorbeeld: door een moeilijk gesprek uit te stellen, vermijd je voorlopig een conflict. Het voordeel is tijdelijk, terwijl het probleem blijft bestaan.

Waarom stel ik dingen uit terwijl ik weet dat het beter is om te beginnen?

Uitstellen kan je onmiddellijk opluchting geven. Als een taak angst, onzekerheid of verveling oproept, voelt vermijden tijdelijk prettiger. Daardoor kun je steeds opnieuw in hetzelfde patroon terechtkomen.

En nu jij

Denk aan een gedrag dat je al een tijd wil veranderen.

Iets waarvoor je jezelf regelmatig op de kop geeft. Omdat je weer te lang hebt gewacht, te veel hebt gecontroleerd of opnieuw over je eigen grenzen bent gegaan.

Stel dat je er morgen mee zou stoppen.

Wat zou je dan het meeste missen?

Schrijf je antwoord op. Daar kan een belangrijk aanknopingspunt liggen voor je volgende stap.


Elke week deel ik een praktisch coachinginzicht of een oefening die je helpt om jezelf beter te begrijpen en bewuster keuzes te maken. Je kunt je hier gratis inschrijven voor mijn wekelijkse coachingtip.

Blijf je ondanks je goede voornemens telkens in dezelfde patronen hangen?

Soms helpt het om samen te onderzoeken wat je tegenhoudt en waarom veranderen zo lastig voelt. Als mental coach en perfectionismecoach help ik je om meer zicht te krijgen op die patronen en stappen te zetten die bij jou passen.

Ontdek hoe ik je kan helpen

Waarom je goede voornemens niet volhoudt (en hoe perfectionisme meespeelt)

Waarom lukt het vaak even om een goed voornemen vol te houden, tot het één keer misgaat? En waarom maken zoveel mensen het zichzelf daarna nog moeilijker?

In dit artikel lees je hoe perfectionisme ervoor kan zorgen dat één gemiste dag meteen aanvoelt als een mislukking. Je ontdekt ook wat wél helpt als je minder streng en tegelijk consequenter met jezelf wilt omgaan.

Wil je vaker dit soort inzichten ontvangen? Download hier ook mijn gratis e-book:
https://eepurl.com/cYIuQ

Je wil ’s avonds vroeger stoppen met werken. Minder uitstellen. Meer bewegen. Je neemt het je serieus voor en de eerste dagen lukt het.

Tot het een keer misgaat.

Op dat moment gebeurt er iets opvallends. In plaats van de volgende dag verder te doen, besluit je dat je het voortaan strenger moet aanpakken. Je maakt een nieuw plan, met betere afspraken en minder ruimte voor uitzonderingen.

Dat geeft even een goed gevoel. Je hebt weer controle.

Alleen verandert er aan je oude gewoonte nauwelijks iets. En voor je het weet, zit je opnieuw in hetzelfde patroon.

In mijn coaching zie ik dat vooral bij mensen die hoge eisen aan zichzelf stellen. Ze hebben doorgaans geen gebrek aan goede voornemens. Ze maken er alleen bijzonder strenge regels van.

En zodra ze zo’n regel overtreden, lijkt alles wat ze eerder hebben bereikt plots niet meer mee te tellen.

Misschien heb je geen strenger plan nodig. Misschien moet je vooral leren wat je doet wanneer je plan niet lukt.

Handgetekende illustratie van iemand die ’s avonds nog aan het werk is en worstelt met perfectionisme en het volhouden van goede voornemens

De fout die van één slechte dag een slechte week maakt

Stel dat je hebt besloten om voortaan elke werkdag om half zes te stoppen.

Maandag lukt het. Dinsdag ook. Woensdag loopt een vergadering uit en zit je om zeven uur nog achter je laptop.

Je bent teleurgesteld in jezelf. Donderdag gebeurt ongeveer hetzelfde. Vrijdag denk je: Deze week is toch al mislukt. Vanaf maandag pak ik het opnieuw serieus aan.

Er is iets merkwaardigs gebeurd. Je had twee dagen je doel bereikt, maar je kijkt vooral naar de dagen waarop het niet lukte.

Bovendien heb je besloten dat die ene afwijking betekent dat je plan niet deugt.

In onderzoek naar eetgedrag werd een vergelijkbare reactie beschreven bij mensen die bstrenge dieetregels volgen. Nadat ze een regel hadden overtreden, lieten sommige deelnemers hun dieet verder varen. Onderzoekers spreken van het what-the-hell-effect: nu het toch al misgelopen is, maakt de rest blijkbaar ook niet meer uit.

Dat onderzoek ging over eten, maar de gedachte is ook herkenbaar bij andere goede voornemens.

Je mist één sportsessie en slaat de rest van de week over. Je stelt een moeilijke taak uit en besluit dat je morgen met een volledig nieuwe planning begint. Je bent één avond langer aan het werk en laat je afspraak om vroeger te stoppen voorlopig varen.

Vooral als je perfectionistisch bent, kan die reactie sterk zijn. Je ziet een afwijking niet alleen als iets wat niet lukte, maar ook als bewijs dat je onvoldoende discipline hebt.

En dus moet het de volgende keer nóg beter.

Ik zou je iets anders willen voorstellen.

Als je een dag mist, hervat je je afspraak bij de volgende gelegenheid. Je probeert niets in te halen en maakt geen strenger schema om het goed te maken.

Dat klinkt bijna te eenvoudig. Toch is het de moeite waard om ermee te oefenen, juist wanneer je gewend bent veel van jezelf te eisen.

Wat je oude gedrag je oplevert

Waarom blijf je eigenlijk doorwerken als je vroeger wil stoppen?

Het voor de hand liggende antwoord is dat je nog werk hebt. Maar dat verklaart niet altijd waarom je zo moeilijk kunt afronden.

Misschien wil je een collega niet teleurstellen.
Misschien vind je het lastig om een taak onafgewerkt achter te laten.
Of je wil nog één keer controleren of die mail wel duidelijk genoeg is.

Om half zes stoppen betekent dan dat je iets moet verdragen wat je liever vermijdt.

Een onafgewerkt dossier.
De mogelijkheid dat iemand moet wachten.
Of die vervelende gedachte dat je vandaag niet genoeg hebt gedaan.

Dus werk je nog even door.

Je verstuurt de mail, werkt de laatste opmerkingen weg en schrapt nog een taak van je lijst. Dat geeft opluchting.

Die opluchting is belangrijk. Je hebt even minder last van het gevoel dat je iets onafgewerkt achterlaat. Daardoor wordt langer doorwerken aantrekkelijk, ook al weet je dat je er later moe en gefrustreerd van wordt.

Bij uitstelgedrag zie je iets vergelijkbaars. Je ziet op tegen een moeilijke opdracht. Misschien omdat je bang bent om fouten te maken of omdat je niet weet hoe je moet beginnen. Door iets anders te doen, verdwijnt die spanning even.

Je leert dus onbedoeld dat vermijden helpt om je op korte termijn beter te voelen.

Zo kunnen gewoontes zichzelf in stand houden.

Daarom stel ik bij het begeleiden van perfectionisme en uitstelgedrag graag een vraag die verder gaat dan ‘Waarom doe je dit toch altijd?’:

Wat levert dit gedrag je op, ook al heb je er achteraf last van?

Dat kan een ongemakkelijke vraag zijn. Want het gedrag waar je vanaf wil, heeft vaak ook een functie. Het beschermt je bijvoorbeeld tegen kritiek, teleurstelling of onzekerheid.

Als je die functie niet begrijpt, blijf je oplossingen zoeken op het verkeerde niveau.

Een extra alarm om half zes kan handig zijn. Maar wanneer je vooral bang bent dat collega’s je minder betrokken vinden als je vroeger stopt, zal dat alarm weinig veranderen.

Dan moet je leren omgaan met die angst en onderzoeken welke verwachtingen er werkelijk zijn.

En als je werkpakket structureel niet binnen je uren past, vraagt dat ook een gesprek over prioriteiten en werkdruk. Niet nog meer zelfdiscipline.

Je maakt een planning voor je ideale week. Maar leef je die ook?

Een cliënt legde me onlangs een planning voor waarin hij tijd had voorzien voor sport, bijleren, administratie en een creatief project.

Hij had goed nagedacht over wat hij allemaal wilde doen. Het probleem was dat hij zoveel uren had ingepland dat er nauwelijks ruimte overbleef voor onverwachte gebeurtenissen.

Toen hij zijn planning opnieuw bekeek, besefte hij zelf dat het vooral zijn ideale week was. Niet de week die hij in de praktijk gemakkelijk kon volhouden.

We werkten verder met een haalbaardere versie.

Ik vind dat een belangrijke vaststelling. Mensen maken soms een planning voor de persoon die ze graag willen zijn, en rekenen zichzelf vervolgens af op het verschil met hun echte leven.

Dat is een vermoeiende manier om aan jezelf te werken.

Je wil beter worden in plannen, maar verwacht dat je meteen een planning kunt volgen waarin nauwelijks iets fout mag lopen.

Terwijl plannen net betekent dat je rekening houdt met wat er fout kan lopen.

Ook bij het ontwikkelen van gewoontes is dat van belang.

In een onderzoek uit 2010 volgden wetenschappers mensen die een nieuwe dagelijkse gewoonte wilden aanleren, zoals fruit eten, water drinken of bewegen.

Bij de deelnemers voor wie de ontwikkeling goed te meten was, bedroeg de middelste geschatte tijd ongeveer 66 dagen voordat het gedrag grotendeels automatisch werd. Bij sommigen ging dat sneller, bij anderen duurde het maanden.

Er bestaat dus geen magische termijn waarbinnen je een nieuwe gewoonte moet beheersen.

Nog belangrijker voor ons verhaal: één keer overslaan had in die studie geen merkbare invloed op het proces van gewoontevorming.

Je eerdere inspanningen verdwijnen dus niet zomaar omdat je een keer van je plan afwijkt.

Een kleine gewoonte die bij je gewone leven past, geeft je meer kansen om te oefenen dan een groot plan waarvoor alles moet meezitten.

En juist dat oefenen heb je nodig.

Maak twee afspraken met jezelf in plaats van één

De meeste mensen maken alleen een afspraak voor wanneer het goed gaat.

Ik stop elke dag om half zes.

Ik ga drie keer per week sporten.

Ik begin elke ochtend meteen aan mijn belangrijkste taak.

Dat zijn duidelijke voornemens. Maar wat doe je als het tegenzit?

Daarover wordt vaak niet nagedacht.

Een bruikbare techniek uit de gedragspsychologie is het als-dan-plan. Je bepaalt vooraf wat je in een bepaalde situatie gaat doen.

Onderzoek laat zien dat zulke concrete afspraken mensen helpen om hun voornemens vaker uit te voeren.

Voor ons voorbeeld zou dat kunnen zijn:

Als het 17.15 uur is, begin ik mijn werk af te ronden. Ik noteer wat nog moet gebeuren en om 17.30 uur sluit ik mijn laptop.

Daarmee maak je je voornemen concreet.

Maar ik zou nog een tweede afspraak toevoegen. Eentje voor de dagen waarop het niet lukt.

Als ik toch langer werk, probeer ik bij de volgende werkdag opnieuw op tijd te stoppen. Ik hoef niets in te halen of te bewijzen.

Dat tweede plan is minstens zo belangrijk als het eerste.

Want op een drukke woensdag zul je vroeg of laat voor een keuze staan. Je kunt besluiten dat je tekortgeschoten bent en vanaf maandag een nieuw regime invoeren. Of je kunt kijken wat er misliep en bij de volgende gelegenheid je afspraak hervatten.

Je hoeft niet op een nieuwe week te wachten om ander gedrag te oefenen.

Durf te stoppen terwijl het werk nog niet af is

Voor iemand die erg perfectionistisch is, blijft vroeger stoppen moeilijk, zelfs met een goed plan.

Daarom zou ik de oefening nog een stap verder brengen.

Stel dat het half zes is. Je hebt je werk afgerond, op één mail na. Je weet dat die mail best tot morgen kan wachten. Toch voel je de neiging om hem nog te versturen.

Blijf eens bij dat moment stilstaan.

Wat gaat er door je hoofd?

Misschien denk je dat je collega anders teleurgesteld zal zijn.
Of dat je morgen achterstand zult hebben.
Misschien voel je je gewoon ongemakkelijk bij het idee dat iets niet afgewerkt is.

Probeer dat gevoel niet meteen weg te krijgen door toch nog verder te werken.

Sluit je laptop en kijk wat er gebeurt.

Dat is een kleine gedragsoefening die ik vanuit mijn werk als coach waardevol vind. Je ontdekt dat je iets onafgewerkt kunt laten, ook wanneer je hoofd daartegen protesteert.

Als meer tijd voor je gezin belangrijk is, kun je ervoor kiezen om op tijd te stoppen terwijl je nog onzekerheid of schuldgevoel voelt.

Dat gevoel hoeft niet eerst opgelost te zijn.

Voor veel mensen met perfectionisme is dat lastiger dan nóg een planning maken.

Ze proberen hun gedrag pas te veranderen wanneer ze zich voldoende zeker voelen. Maar door voortdurend te wachten op die zekerheid, blijven ze hetzelfde doen.

Soms leer je pas dat je iets kunt loslaten door het daadwerkelijk los te laten.

Begin met iets kleins. Laat één niet-dringende taak bewust liggen. Kijk de volgende dag wat er werkelijk is gebeurd.

Misschien blijkt je bezorgdheid overdreven. Misschien moet je iets beter afspreken met je collega. In beide gevallen leer je iets wat je met nog langer nadenken waarschijnlijk niet had ontdekt.

Zelfkritiek helpt je minder dan je denkt

Er is nog een reden waarom mensen met perfectionisme zo gemakkelijk opnieuw beginnen.

Ze zijn streng voor zichzelf wanneer iets niet lukt.

Ze denken dat die strengheid nodig is om gemotiveerd te blijven. Zonder die innerlijke druk zouden ze gemakzuchtig worden of minder goed presteren.

Ik betwijfel of dat voor veel mensen de beste manier is om vooruit te komen.

Neem deze twee gedachten:

Ik ben vandaag niet op tijd gestopt met werken.

Ik heb blijkbaar geen discipline.

De eerste beschrijft iets wat gebeurd is. De tweede maakt er een oordeel over jezelf van.

Met de eerste kun je aan de slag. Je kunt onderzoeken waarom het niet lukte, of je te veel werk had aangenomen en wat je morgen anders wil doen.

De tweede gedachte levert weinig bruikbare informatie op. Ze zorgt er vooral voor dat je jezelf nog meer onder druk zet.

Onderzoek naar zelfcompassie ondersteunt het idee dat mildheid tegenover jezelf niet hetzelfde is als je fouten negeren.

In een reeks experimenten kregen mensen bijvoorbeeld de kans om zich voor te bereiden op een nieuwe test nadat ze eerder slecht hadden gepresteerd. De deelnemers die werden aangemoedigd om met meer begrip naar hun mislukking te kijken, besteedden meer tijd aan de voorbereiding.

Mildheid stond verbetering dus niet in de weg. In dat experiment ging ze juist samen met meer inzet.

Dat vind ik een nuttige boodschap voor mensen die denken dat ze zichzelf voortdurend streng moeten toespreken.

Zelfcompassie betekent niet dat alles goed is zoals het is. Je mag best teleurgesteld zijn wanneer je een afspraak niet nakomt.

De vraag is wat je met die teleurstelling doet.

Gebruik je ze om jezelf opnieuw te veroordelen?

Of probeer je te begrijpen wat er gebeurde en wat je ervan kunt leren?

Zelfkritiek is geen plan van aanpak.

Verantwoordelijkheid nemen betekent dat je kijkt naar wat je kunt beïnvloeden. Je gedrag, je keuzes, je voorbereiding en de afspraken die je met anderen maakt.

Of alles precies verloopt zoals je wilt, heb je nooit volledig in handen.

Wat je morgen anders kunt doen

Wanneer je jezelf herkent in dat telkens opnieuw beginnen, wil ik je uitnodigen tot een kleine oefening.

Kies één voornemen dat je al verschillende keren hebt gemaakt. Iets wat je belangrijk vindt, maar moeilijk kunt volhouden.

Bijvoorbeeld op tijd stoppen met werken.

Doe vervolgens drie dingen.

1. Maak je voornemen kleiner en concreter.

Spreek af dat je de komende twee weken op twee vaste dagen om half zes stopt. Bepaal wanneer je begint af te ronden en wat je doet met onafgewerkt werk.

Het doel is niet om die twee dagen perfect te laten verlopen. Het doel is om bewust te oefenen met stoppen.

2. Onderzoek wat het moeilijk maakt.

Wanneer je merkt dat je toch wil doorgaan, stel jezelf dan de vraag:

Wat vind ik zo moeilijk aan stoppen terwijl dit nog niet af is?

Misschien merk je dat je vooral bezig bent met wat anderen zullen denken. Misschien wil je koste wat het kost het gevoel vermijden dat je iets niet goed hebt gedaan.

Dat inzicht vertelt je waar je werkelijk mee moet oefenen.

3. Bereid je reactie op een misser voor.

Schrijf deze afspraak ergens op waar je ze gemakkelijk terugvindt:

Als mijn voornemen vandaag niet lukt, hervat ik het bij de volgende gelegenheid. Ik hoef mijn eerdere inspanningen niet goed te maken.

Bekijk na twee weken wat je hebt ervaren. Niet alleen hoe vaak het gelukt is, maar ook wanneer het moeilijk werd en hoe je daarmee omging.

Heb je twee keer kunnen stoppen terwijl er nog werk lag? Dan heb je iets geoefend wat je voordien moeilijk vond.

Is het nauwelijks gelukt? Onderzoek dan of je afspraak haalbaar was, welke gedachten je tegenhielden en welke omstandigheden je moet veranderen.

Die informatie helpt je verder dan jezelf vertellen dat je nu eindelijk meer discipline moet hebben.

Je hoeft niet telkens opnieuw te beginnen

Het is vrijdagavond. Je had je voorgenomen om om half zes te stoppen, maar het is bijna zeven uur.

Vroeger zou je nu misschien denken: Volgende week moet ik echt strenger zijn voor mezelf.

Probeer het eens anders.

Kijk wat je vandaag heeft tegengehouden. Noteer wat je maandag wilt aanpassen en sluit je laptop.

Je bent niet geslaagd in je voornemen van vandaag. Dat kun je gewoon erkennen.

Maar waarom zou je daardoor ook de volgende kans laten voorbijgaan?

Misschien begint volhouden wel op het moment dat je ophoudt om van elke misstap een nieuwe start te maken.


Blijf je vastzitten in dezelfde patronen?

Merk je dat je voortdurend hoge eisen aan jezelf stelt, moeilijk kunt stoppen, blijft piekeren of je eigen goede voornemens telkens onderuit haalt?

Bij perfectionismecoaching kijken we verder dan je planning of je discipline. We onderzoeken wat je gedrag in stand houdt, welke gedachten en gevoelens je moeilijk kunt loslaten en hoe je daar anders mee kunt omgaan.

Dat doen we met concrete oefeningen, afgestemd op jouw situatie.

Wil je bekijken of coaching je kan helpen? Neem vrijblijvend contact met me op en vertel me waar je telkens opnieuw op vastloopt.

Wordt elk goed voornemen een nieuwe strenge regel? In perfectionismecoaching onderzoeken we de druk achter je gewoontes en oefenen we met haalbare keuzes.

Bekijk perfectionismecoaching

In mijn wekelijkse tip deel ik concrete inzichten over perfectionisme, zelfvertrouwen, piekeren en mentale rust.

Je ontvangt meteen ook mijn gratis e-book:

Stuur me tips

Wil je vaker doen wat je je voorneemt, zonder jezelf op te jagen? Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief met herkenbare inzichten en praktische coachingtips. Je krijgt het gratis e-book Coach jezelf als welkom.

Stuur mij het gratis e-book

Je ontvangt mijn nieuwsbrief. Uitschrijven kan onderaan elke mail.

Lees ook:
Onbeperkte relaxatietherapie bij je thuis
Perfectionisme maakt je net minder perfect
Gun jij jezelf een loopbaancoach?

P.S. Vond je dit waardevol? Deel het gerust.

Slechte gewoontes doorbreken: wat je gedrag je probeert te besparen

Je hebt de hele dag hard gewerkt. Toch staat die ene belangrijke taak nog altijd onaangeroerd op je scherm.

Is dat gebrek aan discipline? Of geven al die kleinere taken je iets wat de moeilijke taak niet geeft?

In mijn nieuwe artikel lees je waarom oude gewoontes juist onder stress zo aantrekkelijk worden en welke vraag je helpt om het patroon eerder te herkennen.

Lees het artikel over slechte gewoontes doorbreken:.

Wil je vaker zulke mentale patronen herkennen? Download dan ook mijn gratis e-book: https://eepurl.com/cYIuQ

Je hebt de hele dag gewerkt. Zelfs hard.

Je inbox is leeg, twee collega’s zijn geholpen en enkele kleine problemen zijn opgelost. Alleen het voorstel waaraan je wilde beginnen, staat nog altijd onaangeroerd op je scherm.

Het is verleidelijk om dat luiheid of gebrek aan discipline te noemen. Maar de andere taken hadden één belangrijk voordeel: ze vroegen niet of jouw idee goed genoeg was.

De mailbox gaf je geen vooruitgang. Ze gaf je even rust van de twijfel.

Daarom is het zo moeilijk om slechte gewoontes te doorbreken. Gedrag dat je later tijd, rust of zelfvertrouwen kost, kan je op het moment zelf iets nuttigs geven. Je voelt minder spanning. Je hoeft nog niet te kiezen. Je vermijdt even de kans op kritiek.

Handgetekende professional die zich met kleine afgewerkte taken afschermt van een belangrijke lege pagina. Tips van perfectionismecoach
Je valt terug in oude gewoontes omdat ze snel verlichting, zekerheid of afleiding bieden. Doorbreken begint bij het moment vlak vóór het gedrag. Onderzoek wat je probeert te krijgen of te vermijden en kies een kleine andere reactie die ook op een moeilijke dag haalbaar blijft.

Waarom val ik steeds terug in oude gewoontes?

Een oude gewoonte wordt vaak door een vaste situatie opgeroepen. Je hoeft er steeds minder bewust voor te kiezen. Als het gedrag ook nog snel spanning vermindert, krijgt het twee keer voordeel: het is vertrouwd én het voelt op korte termijn nuttig.

Een lege pagina kan de neiging oproepen om je mail te openen. Een kritische blik van je manager kan ervoor zorgen dat je een presentatie voor de zesde keer nakijkt. Een verzoek van een collega kan automatisch een ja uitlokken, nog voor je aan je eigen planning denkt.

Die patronen lijken op elkaar, maar zijn niet identiek. Een gewoonte is gedrag dat door herhaling steeds automatischer wordt. Piekeren is een manier van denken die tijdelijk een gevoel van controle kan geven. Perfectionisme kan een strategie zijn om fouten, kritiek of onzekerheid te beperken. Altijd proberen anderen tevreden te houden kan helpen om spanning of afwijzing te vermijden.

Dit zijn geen bewuste trucs. Vaak merk je pas achteraf wat er gebeurde.

De nuttigste vraag is daarom zelden: Wat is er mis met mijn discipline?

Vraag liever: Wat probeert dit gedrag mij nu te geven of te besparen?

Waarom wordt het patroon sterker onder stress?

Onder stress grijpen mensen vaak sneller terug naar bekende reacties. Je aandacht wordt smaller en snelle verlichting krijgt meer gewicht. Daardoor kan oud gedrag het winnen van een keuze die verstandiger is, maar pas later iets oplevert.

In laboratoriumonderzoek van Schwabe en Wolf vertrouwden deelnemers onder acute stress vaker op eerder aangeleerd gedrag. Dat onderzoek verklaart niet elke dagelijkse gewoonte. Het past wel bij wat veel mensen ervaren: wanneer de druk stijgt, wordt het lastiger om rustig af te wegen.

Uitstelgedrag laat dat goed zien. Onderzoekers Sirois en Pychyl beschrijven uitstellen als een manier om een onaangenaam gevoel op korte termijn te regelen. De taak roept twijfel, verveling of spanning op. Door iets anders te doen, daalt dat gevoel even.

Daarom lost een betere planning het probleem niet altijd op. Je moet ook leren omgaan met wat er gebeurt zodra de taak ongemakkelijk wordt.

Voel je op zo’n moment veel spanning? Vertraag eerst. Adem enkele keren wat langer uit, kom recht of wandel kort rond. Daarmee verdwijnt de taak niet. Je creëert wel een korte pauze tussen de neiging en je reactie.

Je hoeft de neiging niet kwijt te zijn om anders te handelen.

Hoe ontdek je wat jouw gedrag in stand houdt?

Kijk drie dagen naar één concreet patroon. Noteer wat eraan voorafging, wat je voelde, wat je deed en wat dat onmiddellijk opleverde. Voeg ook de latere prijs toe. Zo wordt zichtbaar waarom het gedrag aantrekkelijk blijft en waar je kunt ingrijpen.

Gebruik deze zes vragen:

  1. Wat gebeurde er vlak voordien?
  2. Welke gedachte schoot door mijn hoofd?
  3. Wat voelde ik in mijn lichaam?
  4. Wat deed ik vervolgens?
  5. Wat gaf of bespaarde mij dat onmiddellijk?
  6. Welke prijs betaalde ik later?

Bij het uitgestelde voorstel kan dat er zo uitzien:

  • Aanleiding: het lege document.
  • Gedachte: “Ik moet meteen met iets sterks komen.”
  • Spanning: onrust en opgetrokken schouders.
  • Reactie: de mailbox openen.
  • Snelle winst: duidelijke taken en minder twijfel.
  • Latere prijs: tijdsdruk, frustratie en minder vertrouwen in jezelf.

Je verzamelt informatie, geen bewijzen tegen jezelf. Het doel is niet jezelf betrappen. Je zoekt het kantelpunt waarop een andere reactie mogelijk wordt.

Voeg daarna één vraag toe die vooruitkijkt:

Hoe wil ik in zo’n situatie handelen?

Misschien wil je betrouwbaar werken, eerlijk grenzen stellen of ’s avonds nog energie overhouden. Een nieuwe reactie houdt beter stand wanneer ze past bij iets wat je belangrijk vindt.

Hoe doorbreek je een slechte gewoonte in de praktijk?

Kies één zichtbaar moment en verbind daar vooraf een kleine reactie aan. Zo’n als-danplan voorkomt dat je onder stress nog een volledige beslissing moet nemen. Maak vervolgens je omgeving zo dat het nieuwe gedrag eenvoudiger wordt en de oude route iets meer moeite vraagt.

Voor het voorstel kan het plan zo klinken:

Als ik tijdens het schrijven mijn mailbox wil openen, adem ik eerst drie keer rustig uit en schrijf ik drie ruwe zinnen.

Een groot overzicht van onderzoek door Gollwitzer en Sheeran laat zien dat zulke concrete plannen mensen kunnen helpen om hun voornemen uit te voeren.

Kies een alternatief dat past bij wat je nodig hebt:

PatroonWat het je snel geeftKleine andere reactie
Een moeilijke taak uitstellenMinder spanningDrie minuten ruw beginnen en daarna bewust kiezen of je doorgaat
Blijven nakijkenMeer zekerheidVooraf drie kwaliteitscriteria en een eindmoment bepalen
Meteen ja zeggenGoedkeuring en minder spanning“Ik bekijk mijn planning en geef je morgen antwoord”

Pas ook je omgeving aan. Sluit je mailbox tijdens geconcentreerd werk. Leg je telefoon buiten bereik. Zet je standaardantwoord in je notities. Zulke ingrepen lijken klein, maar ze zorgen ervoor dat je op het moeilijke moment minder zelfbeheersing nodig hebt.

Wat doe je wanneer je toch terugvalt?

Een terugval laat zien waar je plan nog te veel inspanning vroeg. Misschien zag je de aanleiding te laat, was je uitgeput of koos je een te grote vervangende stap. Onderzoek dat ene moment, pas één onderdeel aan en hervat bij de volgende kans.

Onderzoek van Lally en haar collega’s laat vooral zien dat de vorming van nieuwe gewoontes sterk verschilt per persoon, gedrag en omgeving. Eén gemiste herhaling maakte het proces niet meteen ongedaan.

Vraag na een terugval:

  • Wat maakte het oude gedrag vandaag zo aantrekkelijk?
  • Welke stap was te groot of te vaag?
  • Wat kan ik de volgende keer eenvoudiger maken?

Maak van een moeilijke dag geen oordeel over je karakter. Hervatten is belangrijker dan een foutloze reeks.

Veelgestelde vragen over slechte gewoontes doorbreken

Kun je een slechte gewoonte volledig afleren?

Een oude reactie kan lang beschikbaar blijven en onder stress opnieuw opduiken. Je maakt vooral een andere reactie sterker en makkelijker bereikbaar. Door die nieuwe reactie vaak in dezelfde situatie toe te passen, wordt het oude gedrag minder vanzelfsprekend.

Waarom weet ik wat ik moet doen, maar doe ik het toch niet?

Inzicht alleen verandert je automatische reactie niet. Het oude gedrag is bekend, snel en geeft vaak eerder verlichting. Vertaal je inzicht daarom naar één zichtbare aanleiding, één kleine reactie en een omgeving die die reactie ondersteunt.

Is perfectionisme een slechte gewoonte?

Perfectionisme is ruimer dan een gewoonte. Het kan bestaan uit hoge eisen, angst voor fouten en gedrag zoals blijven controleren of uitstellen. Die gedragingen kunnen wel gewoonten worden. Bepaal daarom vooraf wat een taak moet bereiken en welke fouten werkelijk belangrijk zijn.

Wanneer is coaching niet voldoende?

Coaching kan helpen bij dagelijkse gedragspatronen, perfectionisme en werkvragen. Wanneer angst, somberheid, dwang, trauma, verslaving of aandachtsproblemen je leven sterk ontregelen, is begeleiding door een psycholoog of arts aangewezen.

De volgende keer dat je terugvalt, hoef je jezelf niet strenger toe te spreken. Stel één vraag:

Wat probeert dit gedrag mij nu te geven of te besparen?

Daar begint verandering: bij het moment waarop je het oude patroon herkent en een kleine andere keuze mogelijk wordt. Blijf je telkens op datzelfde kantelpunt vastlopen, dan kan coaching helpen om precies daar een haalbaar alternatief te oefenen.

Blijven controleren, uitstellen of pleasen kan hardnekkig zijn. In perfectionismecoaching onderzoeken we wat dat gedrag je oplevert en oefenen we met andere reacties.

Bekijk perfectionismecoaching

Wil je je mentale patronen sneller herkennen?

Je hoeft niet te wachten tot je opnieuw vastloopt. In mijn wekelijkse tip deel ik concrete inzichten over perfectionisme, zelfvertrouwen, piekeren en mentale rust.

Je ontvangt meteen ook mijn gratis e-book.

Stuur me tips

Wil je stap voor stap anders omgaan met hardnekkige gewoontes? Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief met herkenbare inzichten en praktische coachingtips. Je krijgt het gratis e-book Coach jezelf als welkom.

Stuur mij het gratis e-book

Je ontvangt mijn nieuwsbrief. Uitschrijven kan onderaan elke mail.

Lees ook:
Onbeperkte relaxatietherapie bij je thuis
Perfectionisme maakt je net minder perfect
Gun jij jezelf een loopbaancoach?

P.S. Vond je dit waardevol? Deel het gerust.

Waarom verwateren vriendschappen als je ouder wordt – zelfs zonder ruzie?

Je hebt waarschijnlijk iemand in je telefoon staan die ooit een van je beste vrienden was.

Geen ruzie. Geen breuk. Jullie begonnen elkaar gewoon minder te zien.

Waarom gebeurt dat zo vaak als we ouder worden? En wanneer is het de moeite waard om zelf opnieuw contact te zoeken?

In dit artikel ontdek je waarom vriendschap het zo makkelijk verliest van alles wat dringend lijkt – en een eenvoudige regel die je vandaag al kunt toepassen.

Wil je daarnaast vaker praktische inzichten over perfectionisme, zelftwijfel en mentale patronen? Download mijn gratis e-book en ontvang mijn wekelijkse inzichten:
https://eepurl.com/cYIuQ

Je hebt waarschijnlijk iemand in je telefoon staan die ooit een van je beste vrienden was.

Geen ruzie. Geen breuk.

Jullie begonnen elkaar gewoon minder te zien.

Eerst een paar weken. Daarna een paar maanden. Tot je plots via sociale media ontdekt dat hij een nieuwe job heeft. Of je elkaar na lange tijd weer eens ziet en merkt dat je een halfuur nodig hebt om bij te praten over alles wat intussen gebeurd is.

Dat is het vreemde aan volwassen vriendschappen: ze kunnen verdwijnen zonder dat iemand beslist ermee te stoppen.

Een deadline protesteert wanneer je haar negeert. Een vriend meestal niet.

En precies daarom verliest vriendschap zo makkelijk terrein.

Handgetekende illustratie van een volle agenda en een vergeten bericht aan een vriend over een verwaterende vriendschap. Voor artikel met tips over volwassen vriendschappen van life coach.

Waarom verwateren vriendschappen als je ouder wordt?

Als kind, student of jonge collega hoefde je vriendschappen nauwelijks te organiseren. Je zag elkaar op school, op het werk, tijdens het sporten of in dezelfde vriendengroep.

Het leven regelde het contact voor jou.

Later verandert dat.

Andere jobs. Een gezin. Mantelzorg. Een verbouwing. Vermoeidheid. Een agenda waarin een vrije avond plots zeldzamer wordt dan een parkeerplaats in het centrum van Gent.

En dan verschijnt die beroemde zin:

“We moeten echt nog eens afspreken.”

Iedereen meent het.

Niemand opent zijn agenda.

Onderzoek van Jeffrey Hall naar het ontstaan van vriendschappen laat iets bijna beledigend eenvoudigs zien: tijd samen doet ertoe. Hoe meer tijd mensen met elkaar doorbrachten, hoe groter de kans dat hun band hechter werd.

Dat lijkt vanzelfsprekend. Toch gedragen we ons er vaak niet naar.

We denken dat een goede vriendschap tegen een stootje kan. En dat is meestal ook zo.

Maar “we kunnen elkaar zes maanden niet zien en het voelt meteen weer goed” betekent niet automatisch dat zes maanden geen verschil maken.

Je kunt iemand al twintig jaar kennen en toch nauwelijks nog weten waar hij vandaag van wakker ligt.

Belangrijk, maar nooit dringend

Daar zit volgens mij de echte val.

De meeste dingen die onze agenda vullen, laten van zich horen.

Een klant stuurt een reminder.

Je mailbox toont 38 ongelezen berichten.

De school verwacht een antwoord.

De tandarts stuurt een sms.

Een vriend bij wie je al drie maanden denkt “ik moet hem dringend eens bellen” doet meestal niets.

Vriendschap fluistert.

Daarom moet je haar soms bewust beschermen tegen zaken die harder roepen.

Voor sommige mensen met perfectionisme wordt dat nog sterker. Eerst moet het werk klaar zijn. Eerst die achterstand weg. Eerst de administratie. Daarna mag er tijd zijn voor ontspanning en vrienden.

Alleen is werk zelden klaar.

Als sociaal contact altijd pas aan bod komt wanneer al het andere afgewerkt is, komt het uiteindelijk weinig aan bod.

Wanneer wordt een goede vriend stilaan een oude vriend?

Meestal merk je het niet aan één groot moment.

Het zit in kleine dingen.

Jullie sturen vooral nog verjaardagswensen.

Je ontdekt belangrijk nieuws via Instagram of iemand anders.

Als jullie elkaar zien, is het nog steeds gezellig, maar bijna het hele gesprek gaat naar updates: werk, kinderen, vakantie, huis.

Je kent de feiten uit elkaars leven nog. Minder de binnenkant.

En misschien denk je geregeld aan die persoon zonder iets te sturen.

Dat betekent niet dat de vriendschap voorbij is.

Wel dat warme gevoelens alleen een relatie niet onderhouden.

Daar zit ook een ongemakkelijk onderscheid.

Sommige vrienden missen we echt.

Bij andere mensen missen we vooral hoe de vriendschap vroeger was.

Dat is niet hetzelfde.

Niet elke vriendschap hoeft gered te worden

Volwassen worden betekent ook dat relaties veranderen.

Soms groeien mensen uit elkaar. Soms merk je dat jij bijna altijd degene bent die vraagt, luistert, plant en belangstelling toont. Soms voelt een ontmoeting vooral als het onderhouden van een geschiedenis.

Dan hoef je niet elke oude vriendschap te redden.

Een betere vraag is:

Met wie zou ik het oprecht jammer vinden als ik over vijf jaar nauwelijks nog contact heb?

Niet: wie ken ik al het langst?

Niet: met wie hoor ik eigenlijk bevriend te blijven?

Wie wil je echt nog kennen?

Denk daar even over na. Waarschijnlijk verschijnen er niet twintig namen.

Dat hoeft ook niet.

Veel praten is nog geen echte nabijheid

Tijd samen is nodig. Tijd alleen is niet genoeg.

Je kunt twee uur met iemand op restaurant zitten en achteraf amper dichter bij elkaar staan.

Je hebt gepraat over de verbouwing, die nieuwe collega, vakantieplannen en de prijs van elektriciteit.

Gezellig? Zeker.

Persoonlijk? Nauwelijks.

Onderzoek naar intimiteit wijst erop dat mensen zich dichter bij elkaar voelen wanneer ze iets persoonlijks delen en merken dat de ander daar echt op ingaat.

Dat hoeft geen zwaar gesprek te worden.

Het verschil zit soms in één extra zin.

“Eigenlijk twijfel ik veel meer over die nieuwe job dan ik laat zien.”

“Ik merk dat ik de laatste tijd weinig zin heb om mensen te zien.”

“Ik vind het moeilijker dan verwacht dat de kinderen mij minder nodig hebben.”

En vervolgens gebeurt iets belangrijks.

De ander kan luisteren.

Of meteen repareren.

“Je moet gewoon…”

“Waarom doe je niet…”

“Als ik jou was…”

Wie graag helpt, springt makkelijk te snel naar oplossingen.

Terwijl een vraag als:

“Wat maakt dat vooral moeilijk voor je?”

soms veel meer nabijheid creëert.

Goed luisteren herken je niet aan hoeveel advies je hebt gegeven. Je merkt het aan de ander: die voelt zich beter begrepen.

Waarom stuurt niemand dat bericht?

Er speelt nog iets.

We nemen weinig contact op en geven daar vervolgens betekenis aan.

“Als zij mij wilde zien, zou ze wel iets laten horen.”

Misschien denkt zij exact hetzelfde.

Zo kunnen twee mensen elkaar missen terwijl allebei hun telefoon zwijgt.

Daar hoeft geen hechtingsprobleem, trauma of ingewikkeld psychologisch patroon achter te zitten.

Soms is het gewoon woensdagavond, ben je moe en denk je: ik stuur morgen wel.

En drie weken later denk je opnieuw hetzelfde.

Daarom werkt concreet gedrag beter dan goede bedoelingen.

Niet:

“We moeten eens iets gaan drinken.”

Wel:

“Heb je donderdag 24 september of vrijdag 2 oktober tijd voor een koffie?”

Maak van ‘ooit’ een datum.

De één-persoonsregel

Maak hier geen nieuw zelfverbeteringsproject van.

Denk aan één persoon.

Aan wie dacht je tijdens dit artikel?

Vraag jezelf drie dingen:

  1. Zou ik het jammer vinden als wij over vijf jaar nauwelijks nog contact hebben?
  2. Wil ik deze persoon kennen zoals hij vandaag is, en niet alleen zoals ik hem vroeger kende?
  3. Ben ik bereid zelf de eerste beweging te maken?

Drie keer ja?

Stuur dan vandaag één bericht met twee concrete momenten.

Dat is alles.

Geen analyse van wie de vorige keer initiatief nam.

Geen perfecte formulering.

Geen voornemen om voortaan “beter mijn sociale contacten te onderhouden”.

Eén persoon. Eén bericht. Eén afspraak.

Hoe herstel je een verwaterde vriendschap?

Begin kleiner dan je denkt.

Je hoeft niet te openen met:

“We moeten eens praten over wat er met onze vriendschap gebeurd is.”

Dat kan de afstand zelfs groter maken.

Probeer:

“Het is echt lang geleden. Ik zou je graag nog eens zien. Ik kan donderdag of zaterdag. Past een van beide?”

Als er vroeger veel nabijheid was, mag het persoonlijker:

“Ik merk dat ik onze gesprekken mis.”

Daarmee leg je iets op tafel zonder meteen een schuldige te zoeken.

Daarna is vooral herhaling nodig.

Eén etentje maakt van een verwaterde vriendschap niet opnieuw een hechte band.

Maar zonder dat eerste etentje gebeurt er meestal helemaal niets.

Veelgestelde vragen over verwaterende vriendschappen

Waarom verwateren vriendschappen als je ouder wordt?

Omdat je elkaar minder vanzelfsprekend ontmoet. Werk, gezin, afstand en andere verplichtingen nemen ruimte in. Als niemand bewust contact organiseert, kan een goede band langzaam dunner worden zonder dat er ruzie of een bewuste breuk is.

Is het normaal dat je minder vrienden hebt als je ouder wordt?

Dat kan heel normaal zijn. Je beschikbare tijd verandert en sommige relaties verdwijnen terwijl andere hechter worden. Het aantal vrienden zegt bovendien weinig over hoeveel verbondenheid je ervaart. Een kleine kring kan sociaal rijker zijn dan een grote groep oppervlakkige contacten.

Hoe weet je of een vriendschap voorbij is?

Kijk minder naar hoe vaak jullie elkaar zien en meer naar wederzijdse belangstelling. Wil je elkaar nog kennen? Is er warmte? Doet de ander ook moeite wanneer jij contact zoekt? Een relatie die lange tijd vrijwel volledig van één kant komt, hoef je niet eindeloos gaande te houden.

Hoe herstel je een verwaterde vriendschap?

Neem zelf contact op en maak het concreet. Benoem eventueel dat je het jammer vindt dat jullie elkaar weinig zien, zonder meteen de hele relatie te analyseren. Stel een eenvoudige afspraak voor en kijk daarna of de belangstelling wederzijds is.

Hoe vaak moet je vrienden zien om bevriend te blijven?

Er bestaat geen ideale frequentie. Sommige vrienden hebben weinig contact en blijven erg hecht. Belangrijker is of je genoeg contact hebt om te weten wat er werkelijk in elkaars leven speelt en of beide mensen de relatie blijven voeden.

Misschien dacht je al aan iemand

Iemand tegen wie je al maanden zegt:

“We moeten echt nog eens afspreken.”

Maak het niet groter dan het is.

Open je agenda.

Kies twee momenten.

Stuur het bericht.

Eén bericht herstelt geen vriendschap.

Maar zonder dat eerste bericht gebeurt er meestal helemaal niets.

Krijgt wat belangrijk is bij jou ook pas aandacht als het dringend wordt?

Misschien herken je dit patroon niet alleen in je vriendschappen. Werk afmaken, niemand teleurstellen, alles onder controle houden: het krijgt makkelijk voorrang op wat je eigenlijk belangrijk vindt.

In coaching onderzoeken we welke automatische patronen jouw keuzes sturen en hoe je daar concreet meer ruimte in krijgt.

Ontdek hoe coaching je daarbij kan helpen.

Of lees meer over loopbaanbegeleiding.

Stuur me tips

Ja, stuur me wekelijks tips

Lees ook:
Onbeperkte relaxatietherapie bij je thuis
Perfectionisme maakt je net minder perfect
Gun jij jezelf een loopbaancoach?

P.S. Vond je dit waardevol? Deel het gerust met een vriend(in).

Waarom kan ik niet gewoon genieten? Wat perfectionisme ermee te maken heeft

Je hebt eindelijk vrij. Niets moet.

En toch denk je binnen tien minuten alweer aan wat je nog zou kunnen doen. Of je zit op vakantie en betrapt jezelf op de gedachte: “Ik zou hier toch meer van moeten genieten.”

Soms zit daar een verrassende vorm van perfectionisme achter.

Niet alleen wat je doet moet goed zijn. Ook hoe je je voelt moet blijkbaar lukken.

In dit nieuwe artikel leg ik uit waarom dat ontspannen juist moeilijker kan maken – en wat je kunt doen zodra je merkt dat je weer aan het controleren bent.

Download ook mijn gratis e-book: https://eepurl.com/cYIuQ

Als je moeilijk kunt ontspannen of genieten, kan perfectionisme daar een rol in spelen. Je legt dan niet alleen hoge eisen op aan wat je doet, maar ook aan hoe je je hoort te voelen. Je wilt rustig, tevreden of gelukkig zijn – en gaat controleren of dat al lukt. Precies dat kan extra onrust geven.

Je hebt eindelijk niets te doen.

En binnen tien minuten denk je alweer aan wat je nog zou kunnen afwerken.

Of je zit op vakantie en hoort jezelf denken:

Ik zou hier toch meer van moeten genieten.

Dat lijkt op gewone onrust. Maar soms zit er iets anders onder.

Je vindt niet alleen dat je dingen goed moet doen. Je vindt ook dat je je op de juiste manier moet voelen.

Rustig.
Dankbaar.
Tevreden.
Zeker.
Gelukkig.

En zodra zelfs je gevoel aan eisen moet voldoen, kan ontspannen verrassend hard werken worden.

Handgetekende illustratie van iemand die probeert te ontspannen maar zich door perfectionisme afvraagt of hij wel genoeg geniet. Perfectionismecoach

Waarom kan ik niet gewoon genieten?

Genieten wordt moeilijker wanneer je voortdurend controleert of je wel genoeg geniet. Je aandacht zit dan niet meer alleen bij wat je doet, maar ook bij de vraag of het wel het juiste gevoel oplevert. Daardoor merk je sneller wat er ontbreekt.

Stel dat je op zondagmiddag eindelijk in de tuin zit.

Er hoeft niets.

Na een paar minuten merk je dat je gedachten nog bij het werk zijn.

Ik ben nog altijd niet rustig.

Even later:

Waarom kan ik dit niet loslaten?

En daarna:

Als ik zelfs nu niet kan ontspannen, is er misschien echt iets mis.

Wat begon als een beetje onrust, heeft ondertussen veel meer betekenis gekregen.

Je herkent het misschien ook hieraan:

Je gaat wandelen om je hoofd leeg te maken en vraagt jezelf onderweg drie keer af of je al rustiger bent.

Je mediteert en raakt geïrriteerd omdat je gedachten blijven komen.

Je hebt een vrije avond, maar vindt dat je hem niet “goed gebruikt”.

Je hebt een fijne vakantie en maakt je zorgen omdat je niet zo gelukkig bent als je had verwacht.

Je krijgt een compliment en denkt vooral aan wat nog beter kan.

Je bent ongemerkt gestopt met ervaren en begonnen met beoordelen.

Wanneer wordt een gevoel iets wat moet lukken?

Er is niets mis met graag gelukkig, rustig of tevreden willen zijn. Het wordt lastiger wanneer een wens verandert in een eis: “Ik moet mij nu zo voelen.” Vanaf dat moment kan elk ander gevoel aanvoelen als een mislukking.

Iris Mauss en haar collega’s onderzochten iets wat op het eerste gezicht vreemd lijkt:

Mensen die heel veel belang hechtten aan gelukkig zijn, voelden zich in gunstige omstandigheden soms juist minder goed.

Een mogelijke verklaring is eenvoudig.

Je verwacht dat een situatie je gelukkig zal maken.

Daarna kijk je naar binnen:

Voel ik het?

Niet genoeg.

Dus volgt een nieuwe gedachte:

Dit zou toch beter moeten voelen.

Daarmee heb je niet langer alleen je oorspronkelijke gevoel.

Je hebt er ook een oordeel over.

En dat oordeel kan nieuwe spanning geven.

Zo ontstaat een lus:

Je verwacht een bepaald gevoel → je controleert → je merkt dat het niet sterk genoeg aanwezig is → je beoordeelt jezelf → je voelt meer spanning → je controleert opnieuw.

Je ziet hetzelfde mechanisme soms bij slapen.

Ik moet nu echt slapen.

Je kijkt op de klok.

Nog wakker.

Je rekent hoeveel uur slaap er nog overblijft.

En plots is slapen een opdracht geworden die dringend moet lukken.

Ontspannen kan op precies dezelfde manier veranderen in iets waarop je jezelf beoordeelt.

Wat heeft perfectionisme met je gevoelens te maken?

Perfectionisme gaat niet alleen over hoge standaarden, fouten vermijden of hard werken. Bij sommige mensen richten die hoge eisen zich ook op hun binnenwereld. Ze vinden dat ze rustiger, zekerder, dankbaarder of gelukkiger zouden moeten zijn dan ze op dat moment zijn.

Ik noem dat hier emotioneel perfectionisme.

Geen diagnose. Wel een herkenbaar patroon.

Je wil niet alleen het juiste doen.

Je wil je ook op de juiste manier voelen.

Dat klinkt bijvoorbeeld zo:

Ik zou dankbaarder moeten zijn.

Ik zou meer van mijn kinderen moeten genieten.

Ik heb alles wat ik nodig heb. Waarom ben ik dan niet gelukkiger?

Na een week vakantie zou ik toch ontspannen moeten zijn.

Ik heb de beslissing genomen. Waarom blijf ik dan twijfelen?

Ik weet dat dit geen ramp is. Waarom voel ik mij dan toch gespannen?

Vooral mensen die gewend zijn veel verantwoordelijkheid te nemen, kunnen hierin terechtkomen.

Op het werk helpt het om vooruit te denken, risico’s te zien en problemen op te lossen.

Maar diezelfde manier van denken kan zich ook naar binnen richten.

Dan wordt je eigen gevoel het volgende probleem dat je probeert op te lossen.

Waarom voel ik dit?

Waar komt het vandaan?

Hoe krijg ik het weg?

Wat moet ik anders doen?

Nadenken kan nuttig zijn.

Maar als overdenken deel van het probleem is, is méér nadenken zelden de oplossing.

Waarom maakt controleren je juist onrustiger?

Hoe vaker je controleert of een ongewenst gevoel al verdwenen is, hoe meer aandacht je eraan geeft. Daardoor blijft het aanwezig op je radar. De poging om van de onrust af te komen, kan zo zelf nieuwe onrust veroorzaken.

Stel dat je gespannen bent.

Je wil ontspannen.

Dus vraag je jezelf:

Ben ik al rustiger?

Je aandacht gaat meteen naar je lichaam.

Nog spanning in je schouders.

Nog wat druk op je borst.

Je gedachten zijn ook nog niet stil.

Conclusie:

Nee. Nog altijd niet.

Vijf minuten later controleer je opnieuw.

Dat is begrijpelijk.

Alleen: elke controle brengt je aandacht opnieuw naar precies datgene waar je vanaf wilt.

Er is daarom een groot verschil tussen:

Ik voel spanning.

en:

Ik voel spanning en dat zou nu niet mogen.

De spanning is in beide gevallen aanwezig.

In het tweede geval komt er een extra probleem bij: je vindt dat je ervaring anders moet zijn.

Sommige gevoelens worden hardnekkiger wanneer je ze voortdurend probeert weg te krijgen.

Dat betekent niet dat je alles maar moet accepteren of nooit iets aan stress moet doen.

Wel dat niet elk gevoel onmiddellijk gerepareerd hoeft te worden.

Wat helpt beter dan proberen je goed te voelen?

Vraag niet alleen: “Hoe voel ik mij?” Vraag ook: “Wat wil ik nu doen?” Je hoeft niet eerst rustig, zeker of gemotiveerd te zijn om iets te doen dat goed voor je is. Gedrag kan doorgaan terwijl een lastig gevoel nog aanwezig is.

Stel dat je op je werk eindelijk een grens wil aangeven.

Je zegt:

“Deze week lukt dat niet.”

Daarna voel je spanning.

Je denkt misschien:

Was dat niet te direct?

Had ik het anders moeten zeggen?

Wat zullen ze nu denken?

Je hoeft die spanning niet eerst weg te krijgen om achter je beslissing te blijven staan.

Hetzelfde geldt bij een moeilijke taak.

Je hoeft niet eerst gemotiveerd te zijn om tien minuten te beginnen.

En bij een vrije avond hoef je je niet eerst ontspannen te voelen om je telefoon weg te leggen en rustig een boek te lezen.

Je goed voelen en goed leven zijn niet altijd hetzelfde.

Soms voelt een goede keuze eerst ongemakkelijk.

Een grens stellen.

Een gesprek voeren.

Stoppen met werken.

Nee zeggen.

Een beslissing niet opnieuw openbreken.

Rust nemen terwijl er nog dingen zouden kunnen gebeuren.

Dat ongemak bewijst niet automatisch dat je verkeerd bezig bent.

Wat kun je vandaag anders doen?

Maak van je gevoel geen nieuw project. Als je merkt dat je opnieuw aan het controleren bent, gebruik dan drie eenvoudige stappen: merk op wat je doet, stop even met oplossen en kies één kleine handeling.

1. Merk op

Zeg in gedachten:

Ik ben weer aan het controleren hoe ik mij voel.

Meer hoeft niet.

Je hoeft niet meteen te weten waarom.

2. Stop even met oplossen

Zeg:

Dit gevoel hoeft nu niet weg.

Dat betekent niet dat je het fijn vindt.

Je stopt alleen even met de strijd om het onmiddellijk te veranderen.

3. Kies iets kleins

Vraag:

Wat wil ik de komende tien minuten doen?

Niet:

Hoe zorg ik ervoor dat ik eindelijk gelukkig word?

Wel:

Ik leg mijn telefoon weg.

Ik wandel een blokje om.

Ik stuur die ene mail.

Ik drink rustig mijn koffie.

Ik ga naast mijn partner zitten.

Ik stop met opnieuw dezelfde beslissing af te wegen.

Ik begin tien minuten aan die taak.

Je hoeft daarna niet te controleren of het gewerkt heeft.

Dat zou namelijk opnieuw dezelfde lus starten.

Doe het gewoon.

En ga verder met je dag.

Hoe ziet dat er in het gewone leven uit?

Je bent op vakantie en denkt:

Ik geniet niet genoeg.

Probeer dan niet harder te genieten.

Vraag:

Wat wil ik nu eigenlijk doen?

Misschien zwemmen.

Misschien lezen.

Misschien niets.

Doe dat.

Zonder er na twintig minuten een evaluatieformulier naast te leggen.

Of je zit zondagavond thuis en denkt:

Ik heb mijn weekend alweer verspild.

Merk op hoe snel vrije tijd ook een prestatie kan worden.

Vraag vervolgens:

Wat zou nu goed voor mij zijn?

Misschien vroeg naar bed.

Misschien een wandeling.

Misschien nog één aflevering kijken omdat je daar gewoon zin in hebt.

Of je hebt een beslissing genomen en blijft nadenken.

Vraag jezelf:

Is er nog belangrijke informatie die ik niet heb?

Als het antwoord nee is, hoef je niet nog twintig keer dezelfde argumenten rond te draaien.

Dan is het misschien niet langer informatie zoeken.

Dan zoek je zekerheid.

En volledige zekerheid is bij belangrijke keuzes zelden beschikbaar.

Veelgestelde vragen

Waarom kan ik niet ontspannen als ik vrij ben?

Stoppen met werken betekent niet dat je aandacht en spanning meteen verdwijnen. Als je vervolgens voortdurend controleert of je al ontspannen bent, blijf je juist op de onrust letten. Dat kan het moeilijker maken om tot rust te komen. Kies liever één rustige activiteit zonder voortdurend te meten wat die met je gevoel doet.

Kan perfectionisme ontspanning moeilijk maken?

Ja. Perfectionistische patronen kunnen zich ook richten op rust en vrije tijd. Je vindt dan bijvoorbeeld dat je weekend nuttig moet zijn, dat je vakantie perfect moet verlopen of dat je sneller zou moeten ontspannen. Daardoor kan zelfs vrije tijd iets worden waarop je jezelf beoordeelt.

Waarom blijf ik nadenken terwijl ik wil ontspannen?

Nadenken geeft vaak het gevoel dat je bezig bent een probleem op te lossen. Daardoor is het aantrekkelijk om ermee door te gaan. Maar als er geen nieuwe informatie meer bijkomt, kan nadenken veranderen in piekeren. Dan helpt het vaak meer om je aandacht bewust op een concrete activiteit te richten.

Waarom geniet ik nergens echt van?

Dat kan verschillende oorzaken hebben. Eén mogelijke factor is dat je tijdens aangename momenten voortdurend beoordeelt of je wel genoeg geniet. Daardoor zit je aandacht minder bij de ervaring zelf. Probeer eens iets aangenaams te doen zonder tijdens of onmiddellijk daarna te beoordelen hoeveel effect het heeft.

Hoe stop ik met alles te analyseren?

Je hoeft niet te proberen alle analyse uit je hoofd te krijgen. Merk eerst op dat je opnieuw hetzelfde probleem aan het onderzoeken bent. Vraag daarna: “Heb ik nog nieuwe informatie nodig?” Zo niet, kies dan één concrete volgende stap en richt je aandacht daarop.

Misschien hoeft het even niet te lukken

De volgende keer dat je denkt:

Ik zou hier meer van moeten genieten.

hoef je die gedachte niet weg te krijgen.

Merk alleen op wat er gebeurt.

Je maakt van een gevoel opnieuw iets wat moet lukken.

Vraag dan:

Wat wil ik de komende tien minuten doen, zonder eerst te eisen dat ik mij anders voel?

Misschien verandert je gevoel.

Misschien niet meteen.

Dat hoeft ook niet.

Soms begint ontspanning precies daar: wanneer je stopt met controleren of ze al lukt.

Wil je ontdekken hoe perfectionisme bij jou werkt en hoe je er losser mee kunt omgaan? Bekijk dan mijn aanbod rond perfectionisme en coaching.

Wordt zelfs ontspannen iets wat goed moet lukken? In perfectionismecoaching onderzoeken we hoe je jezelf minder onder druk kunt zetten.

Bekijk perfectionismecoaching

Stuur me tips

Wil je meer ruimte maken om te genieten? Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief met herkenbare inzichten en praktische coachingtips. Je krijgt het gratis e-book Coach jezelf als welkom.

Stuur mij het gratis e-book

Je ontvangt mijn nieuwsbrief. Uitschrijven kan onderaan elke mail.

Lees ook:
Onbeperkte relaxatietherapie bij je thuis
Perfectionisme maakt je net minder perfect
Gun jij jezelf een loopbaancoach?

P.S. Vond je dit waardevol? Deel het gerust.

Waarom ben ik niet tevreden met mijn leven, terwijl het eigenlijk goed gaat?

Je leven is eigenlijk best oké. En toch blijft er soms iets knagen.

Dat voelt verwarrend. Misschien zelfs een beetje ondankbaar. Maar vaak zegt dat gevoel iets belangrijks. In dit artikel lees je waarom je je best goed kunt voelen en toch niet echt tevreden bent met je leven – en hoe je dat verschil beter leert zien.

Lees het artikel en ontdek waar je ontevredenheid precies over gaat.

Wil je daarnaast vaker zulke inzichten ontvangen? Download hier ook mijn gratis e-book:
https://eepurl.com/cYIuQ

Je kunt veel redenen hebben om tevreden te zijn en toch voelen dat iets wringt. Dat komt doordat een fijne dag en tevredenheid over de richting van je leven niet hetzelfde zijn.

Soms heb je vooral rust nodig. Soms vertelt terugkerende ontevredenheid dat iets in je werk, relaties, keuzes of manier van leven aandacht vraagt.

Handgetekende illustratie van een professional die nadenkt over waarom het leven goed lijkt te gaan maar toch niet echt goed voelt bij blog van mental coach en loopbaancoach
Waarom kan mijn leven goed zijn en toch niet goed voelen?

Je hebt werk. Mensen om je heen. Misschien een huis, vakantieplannen en genoeg momenten waarop je echt geniet.

Toch duikt geregeld dezelfde gedachte op:

Is dit het leven dat ik wil?

En bijna meteen volgt een tweede:

Doe niet zo moeilijk. Je hebt het toch goed?

Precies daar ontstaat de verwarring.

Want je kunt oprecht genieten van je leven en tegelijk merken dat iets niet meer past. Je werk bijvoorbeeld. De manier waarop je weken gevuld zijn. Een relatie. De hoeveelheid vrijheid die je hebt. Of gewoon de richting waarin je leven beweegt.

Dat maakt je niet ondankbaar.

Het betekent vooral dat je goed voelen en tevreden zijn met je leven twee verschillende vragen zijn.

Waarom kan mijn leven goed zijn en toch niet goed voelen?

Wanneer je zegt dat je leven “goed” is, kijk je vaak naar wat je hebt: werk, relaties, inkomen, gezondheid of zekerheid.

Maar wanneer iets niet goed vóélt, beoordeel je ook hoe je dat leven dagelijks ervaart en of de richting ervan nog bij je past. Die beoordelingen kunnen behoorlijk uit elkaar liggen.

Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman en econoom Angus Deaton maakten in hun onderzoek een nuttig onderscheid tussen je dagelijkse emotionele ervaringen en de manier waarop je je leven als geheel beoordeelt. Die twee hangen samen, maar gedragen zich niet hetzelfde.

Tijdens je dag merk je of een gesprek prettig is, een vergadering je leegzuigt of een wandeling deugd doet.

Wanneer je afstand neemt, stel je andere vragen.

Wil ik dit werk nog jaren doen?

Heb ik genoeg vrijheid?

Besteed ik mijn tijd aan wat ik belangrijk vind?

Dat verklaart iets wat veel mensen verwarrend vinden: je kunt fijne dagen hebben en toch voelen dat er iets moet veranderen.

Het omgekeerde bestaat ook.

Je kunt een moeilijke periode doormaken en toch tevreden zijn over de richting die je kiest. Een grens stellen kan spanning geven. Een opleiding beginnen kan onzeker maken. Van functie veranderen kan je nachtrust tijdelijk verstoren.

Dat ongemak bewijst niet dat je verkeerd bezig bent.

Een goede keuze kan een tijdje slecht voelen.

Waarom voel ik me schuldig omdat ik ontevreden ben?

Veel mensen hebben niet alleen last van hun ontevredenheid, maar ook van hun oordeel erover. Je vindt dat je tevreden zou móéten zijn omdat je objectief gezien veel hebt. Daardoor ga je het signaal wegredeneren in plaats van te onderzoeken waar het vandaan komt.

Je merkt bijvoorbeeld dat je werk je weinig energie geeft en begint jezelf meteen te corrigeren:

Je hebt toch een goede job? Fijne collega’s. Een degelijk loon. Waarom zou je dan iets anders willen?

Vooral bij perfectionisme zie je gemakkelijk zo’n patroon.

Er ontstaat twijfel. Twijfel voelt onaangenaam. Dus probeer je zekerheid te krijgen door harder na te denken.

Je maakt lijstjes. Je vergelijkt mogelijkheden. Je vraagt drie mensen om hun mening. Daarna denk je opnieuw na over hun antwoorden.

Of je probeert jezelf ervan te overtuigen dat je huidige situatie eigenlijk goed genoeg is.

Dat geeft soms even rust.

Maar de oorspronkelijke vraag blijft liggen.

Soms is niet je ontevredenheid het grootste probleem, maar de overtuiging dat je geen recht hebt om ontevreden te zijn.

Ontevredenheid is daarom ook geen bevel.

Ze zegt niet dat je ontslag moet nemen, verhuizen of je relatie moet beëindigen.

Zie haar eerst als informatie.

Iets vraagt aandacht. Meer hoef je op dat moment nog niet te besluiten.

Waarom zegt een fijne vakantie zo weinig over je gewone leven?

Een vakantie of geweldig weekend kan je veel plezier geven, maar vertelt niet automatisch hoe goed je gewone leven bij je past. Wie wil begrijpen waarom hij niet tevreden is, doet er daarom goed aan minder naar hoogtepunten te kijken en meer naar zijn doorsneeweek. Daar breng je uiteindelijk veel meer tijd door.

Kijk eens naar een gewone dinsdag.

Hoe voel je je wanneer de wekker gaat?

Hoe vaak heb je haast zonder dat iemand je echt opjaagt?

Heb je ’s avonds nog energie over?

Hoe vaak doe je iets omdat je het wilt, en hoe vaak omdat je vindt dat het moet?

Die dinsdag is misschien minder fotogeniek dan twee weken Portugal, maar hij vertelt veel meer over de manier waarop je leven meestal voelt.

Ook ons geheugen is geen perfecte boekhouding.

Onderzoek van Barbara Fredrickson en Daniel Kahneman laat zien dat bepaalde momenten relatief veel gewicht kunnen krijgen wanneer we een ervaring achteraf beoordelen. Vooral sterke momenten en het einde kunnen onze herinnering kleuren.

Daarom zijn deze twee vragen niet helemaal hetzelfde:

Was mijn vakantie fijn?

en

Hoe was het om die dagen werkelijk te leven?

Een herinnering aan je leven is niet hetzelfde als het leven zelf.

Kijk dus niet alleen naar bijzondere momenten. Kijk naar het patroon.

Hoe ontdek je wat er werkelijk wringt?

“Ik ben niet tevreden met mijn leven” is zo groot dat je er moeilijk mee kunt werken. Maak het kleiner. Onderzoek bijvoorbeeld hoeveel keuzevrijheid je ervaart, of je je kwaliteiten voldoende kunt gebruiken en of je echte verbinding voelt met de mensen om je heen. Dan krijgt een vaag gevoel meer vorm.

Richard Ryan en Edward Deci noemen binnen de zelfdeterminatietheorie drie belangrijke psychologische behoeften: autonomie, competentie en verbondenheid. Het vervullen van die behoeften hangt samen met welzijn en goed functioneren.

Je hoeft de termen niet te onthouden. De vragen erachter zijn belangrijker.

Kan ik voldoende kiezen?

Misschien heb je een interessante baan, maar wordt bijna elke minuut voor jou ingevuld.

Kan ik mijn kwaliteiten gebruiken en nog groeien?

Misschien heb je veel vrijheid en zekerheid, maar heb je al jaren het gevoel dat je stilstaat.

Voel ik me echt verbonden met anderen?

Misschien zit je agenda vol gesprekken, terwijl je je toch alleen voelt.

Zo wordt “mijn leven voelt niet goed” plots minder mysterieus.

Je hoeft niet meteen je hele leven te beoordelen. Je probeert eerst te ontdekken waar het wringt.

Ben ik echt ontevreden of ben ik gewoon moe?

Kijk niet naar één slechte dag of één zware week. Onderzoek of hetzelfde gevoel terugkomt nadat je hebt geslapen, hersteld of vakantie hebt genomen. Vermoeidheid kan bijna alles zwaarder laten lijken. Een terugkerende twijfel die na herstel telkens terugkomt, verdient een ander soort aandacht.

Als je uitgeput bent, worden levensvragen groter.

Je werk lijkt zwaarder. Je geduld wordt kleiner. Beslissingen kosten meer moeite.

Dan kan herstel eerst nodig zijn.

Maar soms proberen we een structureel probleem op te lossen met rust.

Nog een weekend weg.

Nog een vrije dag.

Nog een vakantie.

Als je daarna telkens snel opnieuw tegen precies hetzelfde aanloopt, vertelt dat ook iets.

Rust kan vermoeidheid herstellen. Rust kan niet beslissen of je nog op de juiste plek zit.

Dat onderscheid is belangrijk.

Je hoeft niet op een vermoeide donderdagavond te besluiten dat je carrière verkeerd zit.

Maar je hoeft een vraag die na drie vakanties nog altijd terugkomt ook niet eindeloos te verdoven met een vierde.

Hoe onderzoek je je ontevredenheid zonder meteen je leven om te gooien?

Gebruik gedurende één week twee aparte meetlatten: hoe goed je dagen voelen en hoe tevreden je bent met de richting van je leven. Het verschil tussen beide geeft vaak meer informatie dan één algemeen cijfer voor geluk. Daarna kun je iets kleins testen voordat je een grote beslissing neemt.

Elke avond stel je één vraag:

Hoe goed voelde mijn dag vandaag?

Geef een cijfer van 0 tot 10.

Denk aan je energie, spanning, plezier, rust en contact met anderen.

Aan het einde van de week stel je een andere vraag:

Hoe tevreden ben ik met de richting waarin mijn leven nu gaat?

Ook van 0 tot 10.

Kijk vooral naar het verschil.

Een 8 voor je dagen en een 4 voor je richting vertelt iets anders dan een 4 voor je dagen en een 8 voor je richting.

In het eerste geval leef je misschien best prettig, maar schuif je een grotere vraag voor je uit.

In het tweede geval geloof je misschien sterk in wat je doet, maar is de manier waarop je het doet niet vol te houden.

Stel jezelf daarna drie vragen:

  • Wat wil ik in mijn gewone week vaker ervaren?
  • Wat kost mij structureel meer energie dan het oplevert?
  • Welke kleine verandering kan ik testen zonder meteen een definitieve beslissing te nemen?

Dat laatste is belangrijk wanneer je veel nadenkt.

Je hoeft niet eerst honderd procent zeker te zijn.

Praat met iemand die een functie doet die je overweegt. Trek één week een duidelijkere grens. Neem een taak op die je al lang interessant vindt. Verander één onderdeel van je agenda en kijk wat het effect is.

Een kleine proef levert vaak betere informatie op dan nog twintig rondjes denken.

Veelgestelde vragen

Waarom ben ik niet tevreden terwijl ik alles heb?

Omdat tevredenheid niet alleen afhangt van wat je bezit of bereikt hebt. Ook vrijheid, relaties, gezondheid, ontwikkeling en de richting van je leven spelen mee. De gedachte “ik heb toch alles?” kan er zelfs voor zorgen dat je een terugkerend gevoel te snel wegredeneert.

Kun je gelukkig zijn en toch iets in je leven willen veranderen?

Ja. Je kunt veel prettige momenten hebben en tegelijk ontevreden zijn over bijvoorbeeld je werk of levensrichting. Dagelijkse gevoelens en tevredenheid over je leven als geheel zijn verwant, maar niet hetzelfde.

Hoe weet ik of ik echt ontevreden ben of gewoon moe?

Kijk of het gevoel blijft terugkomen nadat je voldoende hebt geslapen en een drukke periode voorbij is. Als bijna alles beter lijkt na herstel, speelde vermoeidheid waarschijnlijk een grote rol. Komt dezelfde levensvraag na rust telkens terug, onderzoek dan wat er structureel wringt.

Waarom voel ik me schuldig omdat ik meer wil?

Omdat je “meer willen” kunt verwarren met ondankbaar zijn. Zeker wanneer je hoge eisen aan jezelf stelt, kan de gedachte ontstaan dat je tevreden hóórt te zijn. Dankbaar zijn voor wat goed is en tegelijk iets willen veranderen, kunnen prima naast elkaar bestaan.

Moet ik van werk veranderen als ik niet tevreden ben?

Niet noodzakelijk. Maak eerst concreet wat je mist: vrijheid, uitdaging, verbinding, rust of iets anders. Soms kan er binnen je huidige werk genoeg veranderen. Soms ontdek je dat een andere omgeving beter past. Je hoeft die conclusie niet te trekken voordat je het probleem helder hebt. Hier lees je meer over ‘Andere job of blijven?’

Waar begin je?

Ontevredenheid betekent niet automatisch dat je je leven moet omgooien.

Maar als hetzelfde gevoel terugkomt nadat je bent uitgerust, vakantie hebt genomen en jezelf opnieuw hebt verteld dat je eigenlijk niets te klagen hebt, verdient het aandacht.

Misschien is de eerste vraag daarom niet:

Ben ik gelukkig genoeg?

Maar:

Waar ben ik precies ontevreden over: hoe mijn dagen voelen, of de richting waarin mijn leven gaat?

Dat onderscheid maakt een groot, vaag probleem vaak klein genoeg om er iets mee te doen.

En soms is dat precies waar een goed coachinggesprek begint.

Merk je dat deze vraag bij jou blijft terugkomen? Je hoeft niet meteen grote beslissingen te nemen. Soms begint helderheid met het juiste gesprek. Als je wilt onderzoeken waar je ontevredenheid precies zit – in je werk, je richting, je perfectionisme of je manier van leven – dan ben je welkom voor een coachingsgesprek of een eerste verkennende kennismaking.

Blijft vooral de vraag over je werk terugkomen? In loopbaanbegeleiding onderzoeken we wat je mist, wat je wilt behouden en welke kleine verandering je kunt uitproberen.

Bekijk loopbaanbegeleiding

Stuur me tips

Wil je stilstaan bij wat jou voldoening geeft? Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief met herkenbare inzichten en praktische coachingtips. Je krijgt het gratis e-book Coach jezelf als welkom.

Stuur mij het gratis e-book

Je ontvangt mijn nieuwsbrief. Uitschrijven kan onderaan elke mail.

Ja, stuur me wekelijks tips

Lees ook:

Onbeperkte relaxatietherapie bij je thuis
Perfectionisme maakt je net minder perfect
Gun jij jezelf een loopbaancoach?

P.S. Vond je dit waardevol? Deel het gerust.

Waarom we vreemden durven vertellen wat we verzwijgen aan de mensen die we graag zien

We durven onze diepste waarheden vaker delen met vreemden dan met de mensen die we het liefst zien.

In dit artikel ontdek je waarom nabijheid zoveel spanning oproept, hoe ons brein sociale pijn registreert, en waarom kleine bewegingen vaak meer herstellen dan grote gesprekken.

Een warm, wetenschappelijk onderbouwd stuk over kwetsbaarheid, vertrouwen en de moed om jezelf te tonen.

Tijdens een workshop zat een man tegenover me.

Hij had de houding van iemand die telkens eerst de temperatuur van een ruimte checkt voor hij spreekt.

Maar die dag legde hij zijn verhaal op tafel alsof hij eindelijk een steen neerzette die hij al te lang had meegedragen.

We stelden hem vragen die je meestal alleen aan jezelf stelt in een slapeloze nacht.

Wanneer heb je voor het laatst geweend?
Voelde je je geliefd de afgelopen week?
Heb je ooit gedacht: ik kan niet meer?
Verstop je fouten voor iemand die op jou rekent?

Hij antwoordde. Zonder omwegen. Alsof er niets op het spel stond.

Tot iemand vroeg: “Zou je dit ook delen met iemand die je heel goed kent?”

Hij verstijfde.

“Nooit.”

Eén woord, maar het sneed door de kamer.

In die stilte lag een herkenbare paradox: we laten ons hart makkelijker zien aan vreemden die ons niet kunnen raken, dan aan de mensen die het dichtst bij ons staan.

Twee mensen in een eerlijk gesprek over vertrouwen en verbinding

Waarom nabijheid zoveel spanning oproept

Het lijkt tegenstrijdig, maar psychologisch klopt het volledig.
Nabijheid activeert systemen die veel dieper gaan: hechtingspatronen, angst voor verlies, oude littekens, je innerlijke criticus.

Wie je nauwelijks kent, kan dat allemaal niet losmaken.

Bij een vreemde staat er niets op het spel.
Bij iemand die je graag ziet: alles.

We vrezen geen oordeel. We vrezen bevestiging

Volgens de self-discrepancy theory (Higgins, 1987) worden we vooral geraakt wanneer iemand de kloof raakt tussen wie we écht zijn en wie we denken te moeten zijn.

Een vreemde kent die kloof niet.
Iemand die dichtbij staat wél, en kan ze per ongeluk aanraken.

Daarom voelt kwetsbaarheid in intieme relaties plots levensgroot:
je bent niet bang voor ontdekking, je bent bang voor herkenning.

Waarom eerlijkheid riskanter voelt bij mensen die belangrijk zijn

Onderzoek toont dat sociale afwijzing dezelfde hersengebieden activeert als fysieke pijn (Eisenberger & Lieberman, 2004).

Met andere woorden: afwijzing doet pijn.

Bij een vreemde is die pijn klein.
Bij iemand die dichtbij staat, schiet die meteen de hoogte in.

Niet omdat de situatie erger is, maar omdat je brein denkt dat jouw identiteit op het spel staat.

Twee mensen in een eerlijk gesprek over vertrouwen en verbinding

Hechting: oude patronen die vandaag nog meespelen

Onze reactie op nabijheid verschilt sterk per levensverhaal.

Hechtingstheorie (Bowlby, 1988) toont dat wie vroeg veiligheid kreeg, makkelijker deelt.
Wie vroeg geleerd heeft dat emoties spanning of afwijzing brengen, sluit eerst af.

Daarom kunnen lieve mensen soms onveilig aanvoelen.
Niet omdat zij gevaarlijk zijn, maar omdat oude alarmknoppen worden ingedrukt.

Vertrouwen dat niet mag wankelen, wordt net brozer

Veel mensen zien vertrouwen als beton: stevig, vast, onveranderlijk.

Maar relationeel onderzoek toont het tegendeel: sterke relaties leven van micro-ruptures en micro-repairs (Gottman, 2011).

Niet de afwezigheid van fouten maakt een band sterk.
Maar het vermogen om opnieuw te verbinden.

Wie niet mag wankelen, breekt sneller.
Wie buigt, blijft.

Waarom kwetsbaarheid begint bij regulatie, niet bij grote bekentenissen

Emoties kalmeren wanneer je ze benoemt: “name it to tame it” (Siegel, 2010).

Daarom is de eerste stap naar herstel zelden een grote bekentenis.
Het begint met: “Er ligt iets op mijn hart.”

Je hoeft niet alles ineens te zeggen.
Je moet alleen laten weten dat er iets leeft.

Een kier is genoeg.

Kleine bewegingen herstellen meer dan grote gesprekken

We wachten vaak op de ander, maar de wetenschap is duidelijk: micro-interacties herstellen relaties méér dan grote gesprekken (Gottman, 2011).

Een zin.
Een blik.
Een zachte beweging.

Verbinding groeit in kruimels, niet in monumenten.

Herstel is geen terugkeer naar vroeger

Herstel betekent niet dat alles moet worden zoals het was.
Het is geen rewind-knop, maar een hertekening.

Soms wordt de band sterker.
Soms wordt ze rustiger.
Soms verandert ze van vorm.

Het belangrijkste inzicht:


herstel van vertrouwen is bijna nooit symmetrisch.
Iemand moet bewegen.
En meestal ben jij dat.
Niet als opoffering, maar als vorm van zorg voor jezelf.

De paradox die ons mens maakt

We denken dat de mensen die we graag zien de eersten zouden moeten zijn aan wie we ons openen.
Maar vaak zijn zij net degenen tegenover wie we zwijgen.

Niet uit angst voor hen.
Maar uit angst voor wat hun nabijheid in ons wakker maakt.

Vertrouwen is geen perfecte toestand.
Het is een ademende beweging tussen twee onvolmaakte mensen.

En misschien begint jouw beweging vandaag niet met een groot gebaar.
Misschien begint ze met één zin:

“Ik vind dit spannend om te zeggen, maar ik wil het toch delen.”

Meer hoeft het niet te zijn.
Maar het kan wel de start zijn van iets nieuws.


Denk aan één relatie waar je al langer iets uitstelt.
Schrijf de eerste vijf woorden neer van wat je eigenlijk wil delen.
Lees ze luidop.
En merk wat er in je lichaam verschuift.


Als loopbaancoach, perfectionismecoach en personal breintrainer help ik mensen zoals jij om hun mindset en zelfvertrouwen te ontwikkelen en via kleine stappen naar een groots en gelukkig leven te gaan.

Met bewezen mentale technieken creëren we de gewoontes die jij wil en leer je goede beslissingen te nemen en los te breken van een belemmerend verleden.

Dus neem contact op wanneer je meer wil weten over hoe ik je kan helpen je problemen op te lossen en je doelen te bereiken.

Meer inzichten en tips deel ik graag met jou in een wekelijkse mail. Dus wanneer je je realiseert dat je meer uit het leven wil halen, meld je dan nu aan in via deze link omdat je dan elke week een tip krijgt toegestuurd:

Stuur me tips

Ja, stuur me wekelijks tips

Lees verder:
Onbeperkte relaxatietherapie bij je thuis
Perfectionisme maakt je net minder perfect
Gun jij jezelf een loopbaancoach

P.S. Wanneer je dit artikel waardevol vindt, klik dan nu op een van de knoppen hieronder omdat je zo ook anderen inspireert met deze tips en inzichten. Of stuur het door naar één iemand die deze inzichten kan gebruiken. Want zo draag je bij aan een betere wereld. Dankjewel!

Referenties

Bowlby, J. (1988). A secure base: Parent-child attachment and healthy human development. Basic Books.

Eisenberger, N. I., & Lieberman, M. D. (2004). Why rejection hurts: A common neural alarm system for physical and social pain. Trends in Cognitive Sciences, 8(7), 294–300.

Gottman, J. M. (2011). The science of trust: Emotional attunement for couples. W. W. Norton.

Higgins, E. T. (1987). Self-discrepancy: A theory relating self and affect. Psychological Review, 94(3), 319–340.

Rubin, Z. (1975). Disclosure and loneliness among strangers. Journal of Social and Personal Relationships. (Oudere bron, maar relevant voor het stranger-on-the-train effect.)

Siegel, D. J. (2010). The mindful therapist: A clinician’s guide to mindsight and neural integration. W. W. Norton.

Waarom we denken dat we kiezen (maar eigenlijk gekozen worden)

We denken dat we bewuste keuzes maken, maar vaak zijn het onze gewoontes, emoties en vermoeidheid die beslissen. In deze blog ontdek je waarom je brein liever verhalen verzint dan fouten toegeeft, hoe je valkuilen van keuzestress herkent, en welke kleine ingrepen ervoor zorgen dat je met meer rust en vertrouwen kunt beslissen. Warm, herkenbaar en wetenschappelijk onderbouwd: voor iedereen die minder wil piekeren en bewuster wil kiezen.

Er zijn van die dagen waarop je brein voelt als een browser met twintig tabbladen open.

Je probeert één beslissing te nemen – over werk, een relatie, een project – en ondertussen draait ergens op de achtergrond een stemmetje dat zegt: “Wat als dit de verkeerde keuze is?”

Misschien herken je het: je maakt lijstjes, weegt argumenten af, vraagt advies, en toch blijf je met dat zeurende gevoel achter.

Niet omdat je niets weet, maar omdat je te véél weet.

En diep vanbinnen vermoed je iets wat moeilijk te erkennen is: dat je niet altijd de stuurman bent van je keuzes.

Het verhaal dat je brein erbij verzint

Er was ooit een experiment waarin mensen twee foto’s te zien kregen. De vraag was simpel: wie van de twee vind je aantrekkelijker?

Na hun keuze werden de foto’s omgewisseld. De onderzoekers gaven sommigen dus de foto die ze níét gekozen hadden.

En wat gebeurde er? De meeste deelnemers merkten het niet eens.

Ze keken naar het verkeerde gezicht… en begonnen uit te leggen waarom ze precies die persoon gekozen hadden.

Dat is de kracht – of beter gezegd: de list – van ons brein. Het verzint logische verhalen voor beslissingen die vaak onbewust vallen.

Niet uit kwade wil, maar uit zelfbescherming. We willen onszelf kunnen uitleggen.
Dus creëert je brein redeneringen die kloppen op papier, ook al kloppen ze niet in de werkelijkheid.

Vrouw kijkt met een glimlach naar haar spiegelbeeld in een etalage, metafoor voor zelfreflectie en bewuste keuzes – coaching bij twijfels en beslissingen door Wim Annerel

Waarom dat geruststellend én beangstigend is

Als je dit leest, kan het even schuren. Want het betekent dat veel van wat jij ‘bewuste keuzes’ noemt, eigenlijk het resultaat is van automatische processen.

Je brein is geen rationele rechter, maar eerder een advocaat die achteraf probeert een overtuigend pleidooi te houden.

En dat verklaart waarom je soms spijt hebt van beslissingen die toen “volkomen logisch” leken. Je koos niet fout. Je koos zonder het te beseffen vanuit patronen die stiller zijn dan je gedachten.

Twee soorten beslissers: de eeuwige wikker en de rustzoeker

Er zijn grofweg twee types besluitnemers:

De eerste is de maximizer: iemand die blijft wikken tot de allerbeste optie gevonden is.
De tweede is de satisficer: iemand die kiest wat goed genoeg is en daarna weer vrijuit kan ademhalen.

Maximizers lijken doordachter, maar onderzoek toont iets grappigs: ze zijn vaker ontevreden met hun keuzes.
Niet omdat die keuzes slechter zijn, maar omdat ze blijven denken aan wat er misschien nóg beter was.

Satisficers voelen sneller rust, niet omdat ze minder nadenken, maar omdat ze weten wanneer het genoeg is.

Herken je jezelf in één van de twee?

De eerste stap naar kiezen zonder spijt is niet om je stijl te veranderen, maar om ze te herkennen.
Pas als je weet waar je brein zijn energie aan verspilt, kun je het zachter bijsturen.

Een truc die werkt: leg alles tegelijk op tafel

Een kleine gewoonte die veel verandert: leg je opties letterlijk naast elkaar.

Niet in je hoofd, niet in losse tabbladen, maar op één blad, fysiek of digitaal.

Studies tonen dat je dan bijna een kwart betere keuzes maakt. Waarom? Omdat je brein eindelijk kan vergelijken in plaats van eindeloos heen en weer springen tussen indrukken.

Dat geldt niet enkel voor aankopen of projecten.

Ook bij relationele of professionele dilemma’s. Zodra alles zichtbaar wordt, zie je patronen. Wat eerst complex leek, krijgt contouren.

Je hoeft niet alles te begrijpen. Je moet het alleen durven zien.

Vrouw schrijft op papier terwijl ze op haar laptop werkt, symbool voor het balanceren tussen denken en voelen bij het nemen van beslissingen – mental coach Wim Annerel.

Denk met je toekomstige ik

Stel dat je jezelf een jaar vooruit zou kunnen zien. Zou je nog dezelfde keuzes maken?

Veel mensen beleven hun toekomstige zelf als een vreemde: iemand van wie ze wel weten dat hij bestaat, maar niet voelen dat hij zijzelf is.

In hersenonderzoek blijkt dat we zelfs andere hersengebieden gebruiken wanneer we over onze toekomstige ik nadenken; dezelfde zones als wanneer we aan een beroemdheid denken.
Geen wonder dat we hem zo vaak beloftes laten nakomen waar we zelf geen zin in hebben.

Maar zodra je die band versterkt, verschuift iets.
Mensen die zichzelf ouder voorstellen of een brief schrijven aan hun toekomstige ik, blijken rationelere en mildere beslissingen te nemen.
Ze denken niet alleen aan wat vandaag prettig voelt, maar ook aan wat morgen zinvol zal blijken.

Probeer het:
Schrijf één alinea van je toekomstige ik aan je huidige zelf.
Wat zou die persoon zeggen over de keuze waar je nu mee worstelt?
Soms hoor je dan geen oordeel, maar een glimlach. “Je bent al dichter bij de juiste keuze dan je denkt.”

Het juiste moment bestaat wél

We doen graag alsof tijd van de dag er niet toe doet, maar dat klopt niet.

Ons brein heeft zijn eigen getijden.

’s Morgens nemen we bedachtzamere beslissingen, later op de dag meer impulsieve. Zelfs bij topschakers bleek dat hun keuzes tegen de avond merkbaar slechter werden – los van talent of concentratie.

Dus als er iets op het spel staat, beslis dan niet wanneer je uitgeput bent.

Kies een moment waarop je helder bent, en geef je brein een schone lei.

Niet omdat er magie in de ochtend zit, maar omdat vermoeidheid stiekem als twijfel verkleed komt.

De stilte na de keuze

Kiezen zonder spijt betekent niet dat je altijd het perfecte pad vindt.

Het betekent dat je kunt stoppen met herkauwen.

Dat je de stilte ná de beslissing durft toe te laten.

Want soms is die stilte geen leegte, maar opluchting.
De ruimte waarin vertrouwen groeit, niet in de uitkomst, maar in jezelf.

Kleine oefeningen die helpen

  • Beperk je vergelijkingstijd. Spreek met jezelf af: drie opties, dan beslissen.
  • Maak zichtbaar wat je voelt. Schrijf niet alleen pro’s en contra’s, maar ook wat elke optie met je doet.
  • Vraag feedback vóór je beslist, niet erna. En enkel aan mensen die je rust brengen, niet aan twijfelaars.
  • Plan beslissingen vóór de middag. Je brein zal je dankbaar zijn.
  • Schrijf een korte brief van je toekomstige ik aan jezelf. Eén alinea volstaat.

Wie kiest er?

Je brein wil zekerheid. Maar groei vraagt soms om het tegenovergestelde: het ongemak toelaten dat bij echte keuzes hoort.
De kunst is niet om de perfecte beslissing te nemen, maar om te leren vertrouwen op het deel van jou dat kiest met intentie in plaats van angst.

Want misschien gaat het daar wél om: niet wát je kiest, maar wie er in jou kiest.

Reflectievraag:
Als je even stopt met alles af te wegen… welk deel van jou weet dan het antwoord al?

Als loopbaancoach, perfectionismecoach en personal breintrainer help ik mensen zoals jij om hun mindset en zelfvertrouwen te ontwikkelen en via kleine stappen naar een groots en gelukkig leven te gaan.

Met bewezen mentale technieken creëren we de gewoontes die jij wil en leer je goede beslissingen te nemen en los te breken van een belemmerend verleden.

Dus neem contact op wanneer je meer wil weten over hoe ik je kan helpen je problemen op te lossen en je doelen te bereiken.

Meer inzichten en tips deel ik graag met jou in een wekelijkse mail. Dus wanneer je je realiseert dat je meer uit het leven wil halen, meld je dan nu aan in via deze link omdat je dan elke week een tip krijgt toegestuurd:

Stuur me tips

Ja, stuur me wekelijks tips

Lees verder:
Onbeperkte relaxatietherapie bij je thuis
Perfectionisme maakt je net minder perfect
Gun jij jezelf een loopbaancoach

P.S. Wanneer je dit artikel waardevol vindt, klik dan nu op een van de knoppen hieronder omdat je zo ook anderen inspireert met deze tips en inzichten. Of stuur het door naar één iemand die deze inzichten kan gebruiken. Want zo draag je bij aan een betere wereld. Dankjewel!