Wanneer was je voor het laatst echt tevreden over jezelf?
Zonder er meteen aan toe te voegen wat beter had gekund. Zonder je prestatie kleiner te maken. Zonder alweer aan het volgende doel te denken.
Je hebt een moeilijke opdracht afgerond. Je leidinggevende is tevreden. Toch denk jij vooral aan dat ene onderdeel dat beter kon. En morgen begin je opnieuw met dezelfde hoge eisen.

Waarom ben je nooit tevreden met wat je bereikt? Soms raak je snel gewend aan succes. Maar bij perfectionisme speelt vaak iets anders: je laat je eigen prestaties nauwelijks meetellen. Wat mislukt, zie je als bewijs dat je beter je best moet doen. Wat lukt, vind je al snel vanzelfsprekend. Zo blijft de lat verschuiven.
Waarom is het nooit genoeg, hoeveel je ook bereikt?
Wanneer je je eigen prestaties voortdurend kleiner maakt, wordt tevreden zijn moeilijk. Je kunt veel bereiken en toch blijven denken dat je achterloopt. Het probleem zit dan vooral in de manier waarop je beoordeelt wat je hebt gedaan.
Neem een presentatie op het werk.
Je hebt ze grondig voorbereid. Tijdens de vergadering luisteren je collega’s aandachtig. Na afloop krijg je verschillende positieve reacties.
Eén collega merkt op dat je een bepaald onderdeel nog iets duidelijker had kunnen uitleggen.
’s Avonds denk je vooral aan die opmerking.
Je gaat de presentatie opnieuw af in je hoofd. Waarom had je dat niet beter uitgelegd? Had je die vraag niet kunnen voorzien? Wat zullen de anderen gedacht hebben?
De complimenten schuif je opzij. ‘Ze waren gewoon vriendelijk.’ Of: ‘Zo bijzonder was die presentatie nu ook weer niet.’
Die ene opmerking krijgt intussen alle aandacht.
Dit is een patroon dat ik bij perfectionisme belangrijk vind om te onderzoeken. Mensen stellen hoge eisen aan zichzelf en leveren vaak goed werk. Maar wat ze bereiken, krijgt opvallend weinig gewicht in hun eigen beoordeling.
Er gebeurt iets merkwaardigs.
Als het tegenvalt, telt het zwaar. Als het goed gaat, telt het nauwelijks.
Je kunt moeilijk tevreden zijn over je prestaties wanneer je telkens de bewijzen van je eigen succes wegstreept.
Waarom voelt een succes zo snel weer gewoon?
Mensen wennen aan positieve veranderingen. Een nieuwe job of een langverwacht diploma kan eerst veel voldoening geven. Na verloop van tijd wordt het onderdeel van je gewone leven. Dat is normaal en betekent niet dat het succes waardeloos was.
Psychologen noemen dit hedonische adaptatie. Dat is een moeilijk woord voor iets wat je waarschijnlijk al hebt meegemaakt.
Denk aan je eerste weken in een nieuwe woning. Je keek met plezier rond. Je genoot van de ruimte, het licht of de tuin.
Een jaar later zie je vooral dat de ramen dringend gepoetst moeten worden.
Onderzoek van Ed Diener en zijn collega’s laat zien dat mensen zich vaak aanpassen aan veranderingen. Die gewenning verloopt niet voor iedereen gelijk. Sommige gebeurtenissen blijven langdurig invloed hebben op hoe tevreden je bent met je leven.
We overschatten soms ook hoeveel een toekomstige verandering voor ons zal betekenen.
Wanneer je droomt van promotie, denk je aan de erkenning en de nieuwe mogelijkheden. Je stelt je veel minder voor hoe een gewone dinsdag er zes maanden later uitziet. Dan wachten er opnieuw mails, vergaderingen en lastige beslissingen.
Dat verklaart waarom een succes minder lang bijzonder kan aanvoelen dan je vooraf dacht.
Maar bij mensen die nooit tevreden zijn, komt er vaak nog iets bovenop.
Zodra het succes gewoon voelt, besluiten ze dat het blijkbaar niet bijzonder genoeg was.
‘Die promotie? Dat was toch een logische volgende stap.’
‘Dat diploma? Anderen hebben het ook gehaald.’
Wat je vroeger graag wilde, gebruik je nu als bewijs dat je nog ambitieuzer moet zijn.
En zo schuift de lat opnieuw op.
Waarom zie ik vooral wat nog beter kan?
Wie bang is om fouten te maken, kan zichzelf aanleren om voortdurend naar tekortkomingen te zoeken. Dat lijkt nuttig, want je ontdekt wat beter kan. Maar als je die kritische blik ook op jezelf blijft richten, krijgt je zelfvertrouwen weinig ruimte.
Roz Shafran, Zafra Cooper en Christopher Fairburn beschreven een vorm van perfectionisme waarbij mensen hun eigenwaarde sterk laten afhangen van hun prestaties.
Wat hun beschrijving bijzonder interessant maakt, is dat zowel mislukking als succes hetzelfde patroon kunnen versterken.
Stel dat je een belangrijk rapport schrijft.
Je werkt er uren aan. Je leest het verschillende keren na en past telkens nog iets aan.
Wanneer je leidinggevende opmerkingen heeft, denk je: ‘Zie je wel, ik had grondiger moeten werken.’
Maar wanneer je leidinggevende tevreden is, denk je: ‘Het was blijkbaar niet zo moeilijk. De volgende keer kan ik beter nog iets extra doen.’
In beide gevallen blijft de conclusie dezelfde: je moet meer je best doen.
Dat is een vermoeiende manier van leven.
Je leert steeds beter waar de fouten kunnen zitten, maar nauwelijks wanneer iets voldoende is.
En als je na iedere geslaagde opdracht de eisen verhoogt, wordt het almaar moeilijker om dat punt te bereiken.
Er is natuurlijk niets mis met zorgvuldig werken. Hoge eisen kunnen je helpen om goed werk te leveren.
De vraag is hoeveel vrijheid je nog hebt.
Kun je een taak afronden terwijl je weet dat iemand er nog een opmerking over zou kunnen maken? Kun je tevreden zijn over een prestatie waarin ook een fout zat? Kun je een compliment aannemen zonder het onmiddellijk te relativeren?
Als dat moeilijk is, loont het om te onderzoeken hoeveel je eigenwaarde van je prestaties is gaan afhangen.
Wie zich hierin herkent, kan ook mijn artikel Waarom één opmerking je hele dag kan verpesten lezen.
Waarom voel ik me soms leeg nadat ik een doel heb bereikt?
Een leeg gevoel na een succes kan verschillende redenen hebben. De spanning van het streven valt weg, je mist plots een duidelijk doel of het resultaat geeft minder voldoening dan verwacht. Soms ontdek je ook dat je vooral iets wilde bereiken om waardering te krijgen.
Je hebt bijvoorbeeld jarenlang gewerkt om leidinggevende te worden.
Na de promotie voel je vooral opluchting. Je hebt bewezen dat je het kunt.
Maar enkele maanden later merk je dat je je vroegere werk mist. Je hield ervan om moeilijke problemen op te lossen en je vakkennis te gebruiken. Nu besteed je een groot deel van je tijd aan vergaderingen en personeelszaken.
Je hebt bereikt wat je wilde. Alleen blijkt het dagelijkse werk minder goed bij je te passen dan verwacht.
Onderzoek van Kennon Sheldon en Andrew Elliot laat zien dat doelen meer voldoening kunnen geven wanneer ze passen bij je eigen interesses en waarden.
Daarom is er bij loopbaancoaching een vraag die veel duidelijk kan maken:
‘Voor wie wil ik dit eigenlijk?’
Wil je die functie omdat het werk je aanspreekt? Omdat je graag verantwoordelijkheid neemt? Of omdat je vindt dat je op jouw leeftijd al verder zou moeten staan?
Dat zijn verschillende redenen om hetzelfde doel na te streven.
En ze kunnen verklaren waarom de ene promotie veel voldoening geeft en de andere vooral opluchting.
Een tijdelijk leeg gevoel na een groot project hoeft geen probleem te zijn. Heb je daarentegen al maanden weinig plezier in dingen die je vroeger graag deed, of voel je je voortdurend uitgeput? Bespreek dat dan met je huisarts. Er kan meer aan de hand zijn dan hoge verwachtingen.
Word ik niet lui als ik tevreden ben met mezelf?
Tevreden zijn over jezelf betekent niet dat je stopt met groeien. Je kunt erkennen wat goed ging en tegelijk zien wat je nog wil verbeteren. Onderzoek naar zelfcompassie laat zelfs zien dat vriendelijker omgaan met jezelf na een fout de motivatie om bij te leren kan versterken.
Dit is een belangrijk punt. Want sommige mensen durven nauwelijks tevreden te zijn.
Ze hebben zichzelf jarenlang vooruitgeholpen met strenge gedachten.
‘Komaan, je kunt beter.’
‘Niet te vroeg tevreden zijn.’
‘Je mag nu niet verslappen.’
En die aanpak heeft vaak iets opgeleverd. Ze hebben diploma’s gehaald, carrière gemaakt of moeilijke projecten tot een goed einde gebracht.
Dan voelt het riskant om minder streng te worden.
Wat als je daardoor minder presteert?
Die bezorgdheid begrijp ik. Zelfkritiek kan je op korte termijn aan het werk zetten. Alleen is het de vraag welke prijs je ervoor betaalt.
Misschien blijf je veel te lang aan taken werken. Of stel je nieuwe uitdagingen uit omdat je bang bent om niet meteen goed te zijn. Misschien lukt het je zelfs tijdens je vakantie nauwelijks om te ontspannen.
Onderzoekers Juliana Breines en Serena Chen onderzochten in vier experimenten wat er gebeurt wanneer mensen na een fout met meer begrip naar zichzelf kijken.
In een van die experimenten besteedden deelnemers na een tegenvallende test meer tijd aan studeren wanneer ze waren aangemoedigd om vriendelijker met zichzelf om te gaan.
Dat bewijst niet dat zelfcompassie altijd tot betere prestaties leidt. Het laat wel zien dat jezelf hard aanpakken geen noodzakelijke voorwaarde is om gemotiveerd te blijven.
Ik zou de vraag daarom omdraaien.
Niet: ‘Hoe zorg ik dat ik mezelf nooit te gemakkelijk behandel?’
Wel: ‘Kan ik even goed werk leveren met minder druk op mezelf?’
Dat kun je onderzoeken. Je hoeft het niet zomaar te geloven.
Hoe leer ik herkennen wanneer iets goed genoeg is?
Je leert tevreden zijn door je prestaties eerlijker te beoordelen. Dat betekent ook aandacht geven aan wat gelukt is en vooraf bepalen wanneer een taak voldoende afgewerkt is. De volgende drie oefeningen helpen om dat in het dagelijks leven uit te proberen.
1. De eerlijke balans: laat je successen meetellen
Wanneer: na een opdracht waarover je blijft twijfelen.
Tijd: vijf minuten.
Neem een blad papier en maak twee kolommen.
Schrijf links wat niet goed ging of beter kon. Rechts schrijf je wat wél gelukt is.
Bijvoorbeeld:
Links: ‘Ik kon die ene vraag tijdens de presentatie niet meteen beantwoorden.’
Rechts: ‘Ik had mijn verhaal goed voorbereid, hield de aandacht vast en kon de belangrijkste vragen beantwoorden.’
Kijk vervolgens of je beide kanten even eerlijk beoordeelt.
Tel je één fout als bewijs dat de hele presentatie niet goed was? Vind je positieve reacties minder waard omdat ze van vriendelijke collega’s komen?
De bedoeling is niet om jezelf wijs te maken dat alles fantastisch was.
Je wilt een eerlijk oordeel vormen, waarin een fout een fout mag zijn en een goed resultaat ook gewoon meetelt.
Wat als je niets positiefs kunt bedenken?
Begin dan met de feiten. Wat heb je concreet afgewerkt? Wat is gelukt, ook al kostte het moeite? Welk deel voldeed aan de verwachtingen?
Je hoeft er niet onmiddellijk trots op te zijn. Het is al een stap vooruit wanneer je stopt met alles wat goed ging als vanzelfsprekend weg te zetten.
2. De gewone-dinsdagtest: kijk voorbij het grote succes
Wanneer: wanneer je denkt dat een volgend doel eindelijk alles zal veranderen.
Tijd: drie minuten.
Stel je voor dat je je doel zes maanden geleden hebt bereikt.
Je hebt die promotie. Je woont in dat nieuwe huis. Of je hebt je opleiding afgerond.
Het is nu dinsdag. Een gewone werkdag.
Wat doe je? Waar ben je tevreden over? En waar erger je je nog altijd aan?
Schrijf twee veranderingen op die het nieuwe doel waarschijnlijk zal brengen. Noteer daarnaast één probleem dat waarschijnlijk zal blijven bestaan.
Dat helpt om realistischer te kijken naar wat je van een doel verwacht.
En stel jezelf nog één vraag: ‘Wat hoop ik dankzij dit doel eindelijk over mezelf te kunnen denken?’
Als je antwoord luidt ‘dat ik goed genoeg ben’, verdient die gedachte extra aandacht.
3. Het goed-genoeg-experiment: test je angst om te verslappen
Wanneer: bij een taak waarin je gemakkelijk blijft verbeteren en controleren.
Tijd: één gewone werktaak, bijvoorbeeld een mail of een kort verslag.
Bepaal vooraf wat de taak moet opleveren.
Bij een mail kan dat eenvoudig zijn: de informatie is juist, de vraag is duidelijk en de toon is vriendelijk.
Spreek met jezelf af dat je één keer naleest en daarna verstuurt.
Merk je dat je toch een vierde keer wil controleren? Vraag dan wat die extra controle nog zou opleveren.
Vind je werkelijk nieuwe fouten? Of probeer je vooral het vervelende gevoel kwijt te raken dat iemand kritiek zou kunnen geven?
Rond de taak af wanneer ze aan je vooraf bepaalde eisen voldoet.
Kijk achteraf naar het resultaat. Was de kwaliteit werkelijk minder? Hoeveel tijd heb je uitgespaard? En hoe voelde het om eerder te stoppen?
Gebruik dit experiment bij een taak met weinig risico. Niet bij werk waar een kleine fout ernstige gevolgen kan hebben.
Het doel is te ontdekken of je hoge kwaliteit kunt leveren zonder jezelf telkens uit te putten.
Veelgestelde vragen over nooit tevreden zijn
Waarom vind ik wat ik doe nooit goed genoeg?
Omdat je mogelijk meer aandacht geeft aan fouten dan aan wat gelukt is. Bij perfectionisme kan je eigenwaarde sterk verbonden raken met prestaties. Daardoor vind je een goed resultaat al snel vanzelfsprekend en blijft een kleine fout lang hangen. Het helpt om beide kanten van je prestatie eerlijk te beoordelen.
Waarom voel ik me na een succes niet zo blij als verwacht?
Mensen wennen vaak aan positieve veranderingen. Bovendien stellen we ons het moment van succes levendiger voor dan het gewone leven dat erop volgt. Een leeg gevoel kan ook ontstaan doordat een lang nagestreefd doel plots wegvalt. Dat betekent niet automatisch dat je het verkeerde doel gekozen hebt.
Kan ik ambitieus blijven zonder perfectionistisch te zijn?
Ja. Je kunt hoge doelen nastreven zonder je eigenwaarde ervan afhankelijk te maken. Gezonde ambitie laat ruimte om te leren, fouten te maken en tevreden te zijn over vooruitgang. Perfectionisme wordt lastig wanneer je alleen tevreden kunt zijn met een resultaat dat steeds weer beter moet.
Hoe weet ik of mijn ontevredenheid door perfectionisme komt?
Let op wat er gebeurt wanneer je iets bereikt. Kun je van je resultaat genieten? Of zie je meteen nieuwe fouten en eisen? Word je onrustig als je een taak niet perfect kunt afronden? Zulke patronen kunnen wijzen op perfectionisme. Ontevredenheid kan ook andere oorzaken hebben, zoals stress, een job die niet bij je past of aanhoudende somberheid.
Wanneer was het voor jou genoeg?
Kijk vandaag eens naar iets wat je goed hebt gedaan.
Een taak die af is. Een moeilijk gesprek dat je hebt gevoerd. Een beslissing die je eindelijk genomen hebt.
En let op wat je er meteen achteraan denkt.
Komt er een ‘ja, maar …’? Dan heb je je patroon gevonden.
Je mag zien wat beter kan. Geef wat gelukt is ondertussen ook een eerlijke plaats in je beoordeling.
Want als je elk succes onmiddellijk wegstreept, blijf je werken voor een tevredenheid die je jezelf nooit gunt.
Merk je dat je al jaren streng voor jezelf bent en moeilijk kunt stoppen met verbeteren? In mijn perfectionismecoaching onderzoeken we waarom je jezelf zo onder druk zet. Je leert zorgvuldiger omgaan met die innerlijke kritiek en ontdekken wanneer iets werkelijk goed genoeg is. Zo kun je je ambities blijven nastreven zonder jezelf voortdurend te moeten bewijzen.
Bekijk perfectionismecoaching →
In mijn wekelijkse tip deel ik concrete inzichten over perfectionisme, zelfvertrouwen, piekeren en mentale rust.
Je ontvangt meteen ook mijn gratis e-book:

Wil je leren om met minder zelfkritiek naar jezelf te kijken? Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief met herkenbare inzichten en praktische coachingtips. Je krijgt het gratis e-book Coach jezelf als welkom.
Je ontvangt mijn nieuwsbrief. Uitschrijven kan onderaan elke mail.
Lees ook:
Onbeperkte relaxatietherapie bij je thuis
Perfectionisme maakt je net minder perfect
Gun jij jezelf een loopbaancoach?
P.S. Vond je dit waardevol? Deel het gerust.








