Artikels

Waarom ben ik nooit tevreden met wat ik bereik?

Je hebt een moeilijke opdracht afgerond. Je krijgt complimenten. Iedereen is tevreden.

Behalve jij.

Want jij denkt alweer aan wat beter had gekund.

Waarom doen we dat toch? En hoe komt het dat sommige mensen hun fouten blijven onthouden, maar hun successen bijna onmiddellijk vergeten?

In mijn nieuwe artikel ontdek je wat hierachter zit en hoe je kunt leren om tevreden te zijn met wat je bereikt, zonder je ambitie te verliezen.

Wil je ook vaker zulke inzichten over perfectionisme, zelfvertrouwen en mentale rust?

Download mijn gratis e-book en ontvang mijn wekelijkse tips: https://eepurl.com/cYIuQ

Wanneer was je voor het laatst echt tevreden over jezelf?

Zonder er meteen aan toe te voegen wat beter had gekund. Zonder je prestatie kleiner te maken. Zonder alweer aan het volgende doel te denken.

Je hebt een moeilijke opdracht afgerond. Je leidinggevende is tevreden. Toch denk jij vooral aan dat ene onderdeel dat beter kon. En morgen begin je opnieuw met dezelfde hoge eisen.

Handgetekende illustratie van een vrouw die door perfectionisme vooral kijkt naar één onafgewerkte taak, terwijl de rest van haar takenlijst afgevinkt is. Perfectionismecoach

Waarom ben je nooit tevreden met wat je bereikt? Soms raak je snel gewend aan succes. Maar bij perfectionisme speelt vaak iets anders: je laat je eigen prestaties nauwelijks meetellen. Wat mislukt, zie je als bewijs dat je beter je best moet doen. Wat lukt, vind je al snel vanzelfsprekend. Zo blijft de lat verschuiven.

Waarom is het nooit genoeg, hoeveel je ook bereikt?

Wanneer je je eigen prestaties voortdurend kleiner maakt, wordt tevreden zijn moeilijk. Je kunt veel bereiken en toch blijven denken dat je achterloopt. Het probleem zit dan vooral in de manier waarop je beoordeelt wat je hebt gedaan.

Neem een presentatie op het werk.

Je hebt ze grondig voorbereid. Tijdens de vergadering luisteren je collega’s aandachtig. Na afloop krijg je verschillende positieve reacties.

Eén collega merkt op dat je een bepaald onderdeel nog iets duidelijker had kunnen uitleggen.

’s Avonds denk je vooral aan die opmerking.

Je gaat de presentatie opnieuw af in je hoofd. Waarom had je dat niet beter uitgelegd? Had je die vraag niet kunnen voorzien? Wat zullen de anderen gedacht hebben?

De complimenten schuif je opzij. ‘Ze waren gewoon vriendelijk.’ Of: ‘Zo bijzonder was die presentatie nu ook weer niet.’

Die ene opmerking krijgt intussen alle aandacht.

Dit is een patroon dat ik bij perfectionisme belangrijk vind om te onderzoeken. Mensen stellen hoge eisen aan zichzelf en leveren vaak goed werk. Maar wat ze bereiken, krijgt opvallend weinig gewicht in hun eigen beoordeling.

Er gebeurt iets merkwaardigs.

Als het tegenvalt, telt het zwaar. Als het goed gaat, telt het nauwelijks.

Je kunt moeilijk tevreden zijn over je prestaties wanneer je telkens de bewijzen van je eigen succes wegstreept.

Waarom voelt een succes zo snel weer gewoon?

Mensen wennen aan positieve veranderingen. Een nieuwe job of een langverwacht diploma kan eerst veel voldoening geven. Na verloop van tijd wordt het onderdeel van je gewone leven. Dat is normaal en betekent niet dat het succes waardeloos was.

Psychologen noemen dit hedonische adaptatie. Dat is een moeilijk woord voor iets wat je waarschijnlijk al hebt meegemaakt.

Denk aan je eerste weken in een nieuwe woning. Je keek met plezier rond. Je genoot van de ruimte, het licht of de tuin.

Een jaar later zie je vooral dat de ramen dringend gepoetst moeten worden.

Onderzoek van Ed Diener en zijn collega’s laat zien dat mensen zich vaak aanpassen aan veranderingen. Die gewenning verloopt niet voor iedereen gelijk. Sommige gebeurtenissen blijven langdurig invloed hebben op hoe tevreden je bent met je leven.

We overschatten soms ook hoeveel een toekomstige verandering voor ons zal betekenen.

Wanneer je droomt van promotie, denk je aan de erkenning en de nieuwe mogelijkheden. Je stelt je veel minder voor hoe een gewone dinsdag er zes maanden later uitziet. Dan wachten er opnieuw mails, vergaderingen en lastige beslissingen.

Dat verklaart waarom een succes minder lang bijzonder kan aanvoelen dan je vooraf dacht.

Maar bij mensen die nooit tevreden zijn, komt er vaak nog iets bovenop.

Zodra het succes gewoon voelt, besluiten ze dat het blijkbaar niet bijzonder genoeg was.

‘Die promotie? Dat was toch een logische volgende stap.’

‘Dat diploma? Anderen hebben het ook gehaald.’

Wat je vroeger graag wilde, gebruik je nu als bewijs dat je nog ambitieuzer moet zijn.

En zo schuift de lat opnieuw op.

Waarom zie ik vooral wat nog beter kan?

Wie bang is om fouten te maken, kan zichzelf aanleren om voortdurend naar tekortkomingen te zoeken. Dat lijkt nuttig, want je ontdekt wat beter kan. Maar als je die kritische blik ook op jezelf blijft richten, krijgt je zelfvertrouwen weinig ruimte.

Roz Shafran, Zafra Cooper en Christopher Fairburn beschreven een vorm van perfectionisme waarbij mensen hun eigenwaarde sterk laten afhangen van hun prestaties.

Wat hun beschrijving bijzonder interessant maakt, is dat zowel mislukking als succes hetzelfde patroon kunnen versterken.

Stel dat je een belangrijk rapport schrijft.

Je werkt er uren aan. Je leest het verschillende keren na en past telkens nog iets aan.

Wanneer je leidinggevende opmerkingen heeft, denk je: ‘Zie je wel, ik had grondiger moeten werken.’

Maar wanneer je leidinggevende tevreden is, denk je: ‘Het was blijkbaar niet zo moeilijk. De volgende keer kan ik beter nog iets extra doen.’

In beide gevallen blijft de conclusie dezelfde: je moet meer je best doen.

Dat is een vermoeiende manier van leven.

Je leert steeds beter waar de fouten kunnen zitten, maar nauwelijks wanneer iets voldoende is.

En als je na iedere geslaagde opdracht de eisen verhoogt, wordt het almaar moeilijker om dat punt te bereiken.

Er is natuurlijk niets mis met zorgvuldig werken. Hoge eisen kunnen je helpen om goed werk te leveren.

De vraag is hoeveel vrijheid je nog hebt.

Kun je een taak afronden terwijl je weet dat iemand er nog een opmerking over zou kunnen maken? Kun je tevreden zijn over een prestatie waarin ook een fout zat? Kun je een compliment aannemen zonder het onmiddellijk te relativeren?

Als dat moeilijk is, loont het om te onderzoeken hoeveel je eigenwaarde van je prestaties is gaan afhangen.

Wie zich hierin herkent, kan ook mijn artikel Waarom één opmerking je hele dag kan verpesten lezen.

Waarom voel ik me soms leeg nadat ik een doel heb bereikt?

Een leeg gevoel na een succes kan verschillende redenen hebben. De spanning van het streven valt weg, je mist plots een duidelijk doel of het resultaat geeft minder voldoening dan verwacht. Soms ontdek je ook dat je vooral iets wilde bereiken om waardering te krijgen.

Je hebt bijvoorbeeld jarenlang gewerkt om leidinggevende te worden.

Na de promotie voel je vooral opluchting. Je hebt bewezen dat je het kunt.

Maar enkele maanden later merk je dat je je vroegere werk mist. Je hield ervan om moeilijke problemen op te lossen en je vakkennis te gebruiken. Nu besteed je een groot deel van je tijd aan vergaderingen en personeelszaken.

Je hebt bereikt wat je wilde. Alleen blijkt het dagelijkse werk minder goed bij je te passen dan verwacht.

Onderzoek van Kennon Sheldon en Andrew Elliot laat zien dat doelen meer voldoening kunnen geven wanneer ze passen bij je eigen interesses en waarden.

Daarom is er bij loopbaancoaching een vraag die veel duidelijk kan maken:

‘Voor wie wil ik dit eigenlijk?’

Wil je die functie omdat het werk je aanspreekt? Omdat je graag verantwoordelijkheid neemt? Of omdat je vindt dat je op jouw leeftijd al verder zou moeten staan?

Dat zijn verschillende redenen om hetzelfde doel na te streven.

En ze kunnen verklaren waarom de ene promotie veel voldoening geeft en de andere vooral opluchting.

Een tijdelijk leeg gevoel na een groot project hoeft geen probleem te zijn. Heb je daarentegen al maanden weinig plezier in dingen die je vroeger graag deed, of voel je je voortdurend uitgeput? Bespreek dat dan met je huisarts. Er kan meer aan de hand zijn dan hoge verwachtingen.

Word ik niet lui als ik tevreden ben met mezelf?

Tevreden zijn over jezelf betekent niet dat je stopt met groeien. Je kunt erkennen wat goed ging en tegelijk zien wat je nog wil verbeteren. Onderzoek naar zelfcompassie laat zelfs zien dat vriendelijker omgaan met jezelf na een fout de motivatie om bij te leren kan versterken.

Dit is een belangrijk punt. Want sommige mensen durven nauwelijks tevreden te zijn.

Ze hebben zichzelf jarenlang vooruitgeholpen met strenge gedachten.

‘Komaan, je kunt beter.’

‘Niet te vroeg tevreden zijn.’

‘Je mag nu niet verslappen.’

En die aanpak heeft vaak iets opgeleverd. Ze hebben diploma’s gehaald, carrière gemaakt of moeilijke projecten tot een goed einde gebracht.

Dan voelt het riskant om minder streng te worden.

Wat als je daardoor minder presteert?

Die bezorgdheid begrijp ik. Zelfkritiek kan je op korte termijn aan het werk zetten. Alleen is het de vraag welke prijs je ervoor betaalt.

Misschien blijf je veel te lang aan taken werken. Of stel je nieuwe uitdagingen uit omdat je bang bent om niet meteen goed te zijn. Misschien lukt het je zelfs tijdens je vakantie nauwelijks om te ontspannen.

Onderzoekers Juliana Breines en Serena Chen onderzochten in vier experimenten wat er gebeurt wanneer mensen na een fout met meer begrip naar zichzelf kijken.

In een van die experimenten besteedden deelnemers na een tegenvallende test meer tijd aan studeren wanneer ze waren aangemoedigd om vriendelijker met zichzelf om te gaan.

Dat bewijst niet dat zelfcompassie altijd tot betere prestaties leidt. Het laat wel zien dat jezelf hard aanpakken geen noodzakelijke voorwaarde is om gemotiveerd te blijven.

Ik zou de vraag daarom omdraaien.

Niet: ‘Hoe zorg ik dat ik mezelf nooit te gemakkelijk behandel?’

Wel: ‘Kan ik even goed werk leveren met minder druk op mezelf?’

Dat kun je onderzoeken. Je hoeft het niet zomaar te geloven.

Hoe leer ik herkennen wanneer iets goed genoeg is?

Je leert tevreden zijn door je prestaties eerlijker te beoordelen. Dat betekent ook aandacht geven aan wat gelukt is en vooraf bepalen wanneer een taak voldoende afgewerkt is. De volgende drie oefeningen helpen om dat in het dagelijks leven uit te proberen.

1. De eerlijke balans: laat je successen meetellen

Wanneer: na een opdracht waarover je blijft twijfelen.

Tijd: vijf minuten.

Neem een blad papier en maak twee kolommen.

Schrijf links wat niet goed ging of beter kon. Rechts schrijf je wat wél gelukt is.

Bijvoorbeeld:

Links: ‘Ik kon die ene vraag tijdens de presentatie niet meteen beantwoorden.’

Rechts: ‘Ik had mijn verhaal goed voorbereid, hield de aandacht vast en kon de belangrijkste vragen beantwoorden.’

Kijk vervolgens of je beide kanten even eerlijk beoordeelt.

Tel je één fout als bewijs dat de hele presentatie niet goed was? Vind je positieve reacties minder waard omdat ze van vriendelijke collega’s komen?

De bedoeling is niet om jezelf wijs te maken dat alles fantastisch was.

Je wilt een eerlijk oordeel vormen, waarin een fout een fout mag zijn en een goed resultaat ook gewoon meetelt.

Wat als je niets positiefs kunt bedenken?

Begin dan met de feiten. Wat heb je concreet afgewerkt? Wat is gelukt, ook al kostte het moeite? Welk deel voldeed aan de verwachtingen?

Je hoeft er niet onmiddellijk trots op te zijn. Het is al een stap vooruit wanneer je stopt met alles wat goed ging als vanzelfsprekend weg te zetten.

2. De gewone-dinsdagtest: kijk voorbij het grote succes

Wanneer: wanneer je denkt dat een volgend doel eindelijk alles zal veranderen.

Tijd: drie minuten.

Stel je voor dat je je doel zes maanden geleden hebt bereikt.

Je hebt die promotie. Je woont in dat nieuwe huis. Of je hebt je opleiding afgerond.

Het is nu dinsdag. Een gewone werkdag.

Wat doe je? Waar ben je tevreden over? En waar erger je je nog altijd aan?

Schrijf twee veranderingen op die het nieuwe doel waarschijnlijk zal brengen. Noteer daarnaast één probleem dat waarschijnlijk zal blijven bestaan.

Dat helpt om realistischer te kijken naar wat je van een doel verwacht.

En stel jezelf nog één vraag: ‘Wat hoop ik dankzij dit doel eindelijk over mezelf te kunnen denken?’

Als je antwoord luidt ‘dat ik goed genoeg ben’, verdient die gedachte extra aandacht.

3. Het goed-genoeg-experiment: test je angst om te verslappen

Wanneer: bij een taak waarin je gemakkelijk blijft verbeteren en controleren.

Tijd: één gewone werktaak, bijvoorbeeld een mail of een kort verslag.

Bepaal vooraf wat de taak moet opleveren.

Bij een mail kan dat eenvoudig zijn: de informatie is juist, de vraag is duidelijk en de toon is vriendelijk.

Spreek met jezelf af dat je één keer naleest en daarna verstuurt.

Merk je dat je toch een vierde keer wil controleren? Vraag dan wat die extra controle nog zou opleveren.

Vind je werkelijk nieuwe fouten? Of probeer je vooral het vervelende gevoel kwijt te raken dat iemand kritiek zou kunnen geven?

Rond de taak af wanneer ze aan je vooraf bepaalde eisen voldoet.

Kijk achteraf naar het resultaat. Was de kwaliteit werkelijk minder? Hoeveel tijd heb je uitgespaard? En hoe voelde het om eerder te stoppen?

Gebruik dit experiment bij een taak met weinig risico. Niet bij werk waar een kleine fout ernstige gevolgen kan hebben.

Het doel is te ontdekken of je hoge kwaliteit kunt leveren zonder jezelf telkens uit te putten.

Veelgestelde vragen over nooit tevreden zijn

Waarom vind ik wat ik doe nooit goed genoeg?

Omdat je mogelijk meer aandacht geeft aan fouten dan aan wat gelukt is. Bij perfectionisme kan je eigenwaarde sterk verbonden raken met prestaties. Daardoor vind je een goed resultaat al snel vanzelfsprekend en blijft een kleine fout lang hangen. Het helpt om beide kanten van je prestatie eerlijk te beoordelen.

Waarom voel ik me na een succes niet zo blij als verwacht?

Mensen wennen vaak aan positieve veranderingen. Bovendien stellen we ons het moment van succes levendiger voor dan het gewone leven dat erop volgt. Een leeg gevoel kan ook ontstaan doordat een lang nagestreefd doel plots wegvalt. Dat betekent niet automatisch dat je het verkeerde doel gekozen hebt.

Kan ik ambitieus blijven zonder perfectionistisch te zijn?

Ja. Je kunt hoge doelen nastreven zonder je eigenwaarde ervan afhankelijk te maken. Gezonde ambitie laat ruimte om te leren, fouten te maken en tevreden te zijn over vooruitgang. Perfectionisme wordt lastig wanneer je alleen tevreden kunt zijn met een resultaat dat steeds weer beter moet.

Hoe weet ik of mijn ontevredenheid door perfectionisme komt?

Let op wat er gebeurt wanneer je iets bereikt. Kun je van je resultaat genieten? Of zie je meteen nieuwe fouten en eisen? Word je onrustig als je een taak niet perfect kunt afronden? Zulke patronen kunnen wijzen op perfectionisme. Ontevredenheid kan ook andere oorzaken hebben, zoals stress, een job die niet bij je past of aanhoudende somberheid.

Wanneer was het voor jou genoeg?

Kijk vandaag eens naar iets wat je goed hebt gedaan.

Een taak die af is. Een moeilijk gesprek dat je hebt gevoerd. Een beslissing die je eindelijk genomen hebt.

En let op wat je er meteen achteraan denkt.

Komt er een ‘ja, maar …’? Dan heb je je patroon gevonden.

Je mag zien wat beter kan. Geef wat gelukt is ondertussen ook een eerlijke plaats in je beoordeling.

Want als je elk succes onmiddellijk wegstreept, blijf je werken voor een tevredenheid die je jezelf nooit gunt.

Merk je dat je al jaren streng voor jezelf bent en moeilijk kunt stoppen met verbeteren? In mijn perfectionismecoaching onderzoeken we waarom je jezelf zo onder druk zet. Je leert zorgvuldiger omgaan met die innerlijke kritiek en ontdekken wanneer iets werkelijk goed genoeg is. Zo kun je je ambities blijven nastreven zonder jezelf voortdurend te moeten bewijzen.

Bekijk perfectionismecoaching →

In mijn wekelijkse tip deel ik concrete inzichten over perfectionisme, zelfvertrouwen, piekeren en mentale rust.

Je ontvangt meteen ook mijn gratis e-book:

Stuur me tips

Wil je leren om met minder zelfkritiek naar jezelf te kijken? Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief met herkenbare inzichten en praktische coachingtips. Je krijgt het gratis e-book Coach jezelf als welkom.

Stuur mij het gratis e-book

Je ontvangt mijn nieuwsbrief. Uitschrijven kan onderaan elke mail.

Lees ook:
Onbeperkte relaxatietherapie bij je thuis
Perfectionisme maakt je net minder perfect
Gun jij jezelf een loopbaancoach?

P.S. Vond je dit waardevol? Deel het gerust.

Waarom je goede voornemens niet volhoudt (en hoe perfectionisme meespeelt)

Waarom lukt het vaak even om een goed voornemen vol te houden, tot het één keer misgaat? En waarom maken zoveel mensen het zichzelf daarna nog moeilijker?

In dit artikel lees je hoe perfectionisme ervoor kan zorgen dat één gemiste dag meteen aanvoelt als een mislukking. Je ontdekt ook wat wél helpt als je minder streng en tegelijk consequenter met jezelf wilt omgaan.

Wil je vaker dit soort inzichten ontvangen? Download hier ook mijn gratis e-book:
https://eepurl.com/cYIuQ

Je wil ’s avonds vroeger stoppen met werken. Minder uitstellen. Meer bewegen. Je neemt het je serieus voor en de eerste dagen lukt het.

Tot het een keer misgaat.

Op dat moment gebeurt er iets opvallends. In plaats van de volgende dag verder te doen, besluit je dat je het voortaan strenger moet aanpakken. Je maakt een nieuw plan, met betere afspraken en minder ruimte voor uitzonderingen.

Dat geeft even een goed gevoel. Je hebt weer controle.

Alleen verandert er aan je oude gewoonte nauwelijks iets. En voor je het weet, zit je opnieuw in hetzelfde patroon.

In mijn coaching zie ik dat vooral bij mensen die hoge eisen aan zichzelf stellen. Ze hebben doorgaans geen gebrek aan goede voornemens. Ze maken er alleen bijzonder strenge regels van.

En zodra ze zo’n regel overtreden, lijkt alles wat ze eerder hebben bereikt plots niet meer mee te tellen.

Misschien heb je geen strenger plan nodig. Misschien moet je vooral leren wat je doet wanneer je plan niet lukt.

Handgetekende illustratie van iemand die ’s avonds nog aan het werk is en worstelt met perfectionisme en het volhouden van goede voornemens

De fout die van één slechte dag een slechte week maakt

Stel dat je hebt besloten om voortaan elke werkdag om half zes te stoppen.

Maandag lukt het. Dinsdag ook. Woensdag loopt een vergadering uit en zit je om zeven uur nog achter je laptop.

Je bent teleurgesteld in jezelf. Donderdag gebeurt ongeveer hetzelfde. Vrijdag denk je: Deze week is toch al mislukt. Vanaf maandag pak ik het opnieuw serieus aan.

Er is iets merkwaardigs gebeurd. Je had twee dagen je doel bereikt, maar je kijkt vooral naar de dagen waarop het niet lukte.

Bovendien heb je besloten dat die ene afwijking betekent dat je plan niet deugt.

In onderzoek naar eetgedrag werd een vergelijkbare reactie beschreven bij mensen die bstrenge dieetregels volgen. Nadat ze een regel hadden overtreden, lieten sommige deelnemers hun dieet verder varen. Onderzoekers spreken van het what-the-hell-effect: nu het toch al misgelopen is, maakt de rest blijkbaar ook niet meer uit.

Dat onderzoek ging over eten, maar de gedachte is ook herkenbaar bij andere goede voornemens.

Je mist één sportsessie en slaat de rest van de week over. Je stelt een moeilijke taak uit en besluit dat je morgen met een volledig nieuwe planning begint. Je bent één avond langer aan het werk en laat je afspraak om vroeger te stoppen voorlopig varen.

Vooral als je perfectionistisch bent, kan die reactie sterk zijn. Je ziet een afwijking niet alleen als iets wat niet lukte, maar ook als bewijs dat je onvoldoende discipline hebt.

En dus moet het de volgende keer nóg beter.

Ik zou je iets anders willen voorstellen.

Als je een dag mist, hervat je je afspraak bij de volgende gelegenheid. Je probeert niets in te halen en maakt geen strenger schema om het goed te maken.

Dat klinkt bijna te eenvoudig. Toch is het de moeite waard om ermee te oefenen, juist wanneer je gewend bent veel van jezelf te eisen.

Wat je oude gedrag je oplevert

Waarom blijf je eigenlijk doorwerken als je vroeger wil stoppen?

Het voor de hand liggende antwoord is dat je nog werk hebt. Maar dat verklaart niet altijd waarom je zo moeilijk kunt afronden.

Misschien wil je een collega niet teleurstellen.
Misschien vind je het lastig om een taak onafgewerkt achter te laten.
Of je wil nog één keer controleren of die mail wel duidelijk genoeg is.

Om half zes stoppen betekent dan dat je iets moet verdragen wat je liever vermijdt.

Een onafgewerkt dossier.
De mogelijkheid dat iemand moet wachten.
Of die vervelende gedachte dat je vandaag niet genoeg hebt gedaan.

Dus werk je nog even door.

Je verstuurt de mail, werkt de laatste opmerkingen weg en schrapt nog een taak van je lijst. Dat geeft opluchting.

Die opluchting is belangrijk. Je hebt even minder last van het gevoel dat je iets onafgewerkt achterlaat. Daardoor wordt langer doorwerken aantrekkelijk, ook al weet je dat je er later moe en gefrustreerd van wordt.

Bij uitstelgedrag zie je iets vergelijkbaars. Je ziet op tegen een moeilijke opdracht. Misschien omdat je bang bent om fouten te maken of omdat je niet weet hoe je moet beginnen. Door iets anders te doen, verdwijnt die spanning even.

Je leert dus onbedoeld dat vermijden helpt om je op korte termijn beter te voelen.

Zo kunnen gewoontes zichzelf in stand houden.

Daarom stel ik bij het begeleiden van perfectionisme en uitstelgedrag graag een vraag die verder gaat dan ‘Waarom doe je dit toch altijd?’:

Wat levert dit gedrag je op, ook al heb je er achteraf last van?

Dat kan een ongemakkelijke vraag zijn. Want het gedrag waar je vanaf wil, heeft vaak ook een functie. Het beschermt je bijvoorbeeld tegen kritiek, teleurstelling of onzekerheid.

Als je die functie niet begrijpt, blijf je oplossingen zoeken op het verkeerde niveau.

Een extra alarm om half zes kan handig zijn. Maar wanneer je vooral bang bent dat collega’s je minder betrokken vinden als je vroeger stopt, zal dat alarm weinig veranderen.

Dan moet je leren omgaan met die angst en onderzoeken welke verwachtingen er werkelijk zijn.

En als je werkpakket structureel niet binnen je uren past, vraagt dat ook een gesprek over prioriteiten en werkdruk. Niet nog meer zelfdiscipline.

Je maakt een planning voor je ideale week. Maar leef je die ook?

Een cliënt legde me onlangs een planning voor waarin hij tijd had voorzien voor sport, bijleren, administratie en een creatief project.

Hij had goed nagedacht over wat hij allemaal wilde doen. Het probleem was dat hij zoveel uren had ingepland dat er nauwelijks ruimte overbleef voor onverwachte gebeurtenissen.

Toen hij zijn planning opnieuw bekeek, besefte hij zelf dat het vooral zijn ideale week was. Niet de week die hij in de praktijk gemakkelijk kon volhouden.

We werkten verder met een haalbaardere versie.

Ik vind dat een belangrijke vaststelling. Mensen maken soms een planning voor de persoon die ze graag willen zijn, en rekenen zichzelf vervolgens af op het verschil met hun echte leven.

Dat is een vermoeiende manier om aan jezelf te werken.

Je wil beter worden in plannen, maar verwacht dat je meteen een planning kunt volgen waarin nauwelijks iets fout mag lopen.

Terwijl plannen net betekent dat je rekening houdt met wat er fout kan lopen.

Ook bij het ontwikkelen van gewoontes is dat van belang.

In een onderzoek uit 2010 volgden wetenschappers mensen die een nieuwe dagelijkse gewoonte wilden aanleren, zoals fruit eten, water drinken of bewegen.

Bij de deelnemers voor wie de ontwikkeling goed te meten was, bedroeg de middelste geschatte tijd ongeveer 66 dagen voordat het gedrag grotendeels automatisch werd. Bij sommigen ging dat sneller, bij anderen duurde het maanden.

Er bestaat dus geen magische termijn waarbinnen je een nieuwe gewoonte moet beheersen.

Nog belangrijker voor ons verhaal: één keer overslaan had in die studie geen merkbare invloed op het proces van gewoontevorming.

Je eerdere inspanningen verdwijnen dus niet zomaar omdat je een keer van je plan afwijkt.

Een kleine gewoonte die bij je gewone leven past, geeft je meer kansen om te oefenen dan een groot plan waarvoor alles moet meezitten.

En juist dat oefenen heb je nodig.

Maak twee afspraken met jezelf in plaats van één

De meeste mensen maken alleen een afspraak voor wanneer het goed gaat.

Ik stop elke dag om half zes.

Ik ga drie keer per week sporten.

Ik begin elke ochtend meteen aan mijn belangrijkste taak.

Dat zijn duidelijke voornemens. Maar wat doe je als het tegenzit?

Daarover wordt vaak niet nagedacht.

Een bruikbare techniek uit de gedragspsychologie is het als-dan-plan. Je bepaalt vooraf wat je in een bepaalde situatie gaat doen.

Onderzoek laat zien dat zulke concrete afspraken mensen helpen om hun voornemens vaker uit te voeren.

Voor ons voorbeeld zou dat kunnen zijn:

Als het 17.15 uur is, begin ik mijn werk af te ronden. Ik noteer wat nog moet gebeuren en om 17.30 uur sluit ik mijn laptop.

Daarmee maak je je voornemen concreet.

Maar ik zou nog een tweede afspraak toevoegen. Eentje voor de dagen waarop het niet lukt.

Als ik toch langer werk, probeer ik bij de volgende werkdag opnieuw op tijd te stoppen. Ik hoef niets in te halen of te bewijzen.

Dat tweede plan is minstens zo belangrijk als het eerste.

Want op een drukke woensdag zul je vroeg of laat voor een keuze staan. Je kunt besluiten dat je tekortgeschoten bent en vanaf maandag een nieuw regime invoeren. Of je kunt kijken wat er misliep en bij de volgende gelegenheid je afspraak hervatten.

Je hoeft niet op een nieuwe week te wachten om ander gedrag te oefenen.

Durf te stoppen terwijl het werk nog niet af is

Voor iemand die erg perfectionistisch is, blijft vroeger stoppen moeilijk, zelfs met een goed plan.

Daarom zou ik de oefening nog een stap verder brengen.

Stel dat het half zes is. Je hebt je werk afgerond, op één mail na. Je weet dat die mail best tot morgen kan wachten. Toch voel je de neiging om hem nog te versturen.

Blijf eens bij dat moment stilstaan.

Wat gaat er door je hoofd?

Misschien denk je dat je collega anders teleurgesteld zal zijn.
Of dat je morgen achterstand zult hebben.
Misschien voel je je gewoon ongemakkelijk bij het idee dat iets niet afgewerkt is.

Probeer dat gevoel niet meteen weg te krijgen door toch nog verder te werken.

Sluit je laptop en kijk wat er gebeurt.

Dat is een kleine gedragsoefening die ik vanuit mijn werk als coach waardevol vind. Je ontdekt dat je iets onafgewerkt kunt laten, ook wanneer je hoofd daartegen protesteert.

Als meer tijd voor je gezin belangrijk is, kun je ervoor kiezen om op tijd te stoppen terwijl je nog onzekerheid of schuldgevoel voelt.

Dat gevoel hoeft niet eerst opgelost te zijn.

Voor veel mensen met perfectionisme is dat lastiger dan nóg een planning maken.

Ze proberen hun gedrag pas te veranderen wanneer ze zich voldoende zeker voelen. Maar door voortdurend te wachten op die zekerheid, blijven ze hetzelfde doen.

Soms leer je pas dat je iets kunt loslaten door het daadwerkelijk los te laten.

Begin met iets kleins. Laat één niet-dringende taak bewust liggen. Kijk de volgende dag wat er werkelijk is gebeurd.

Misschien blijkt je bezorgdheid overdreven. Misschien moet je iets beter afspreken met je collega. In beide gevallen leer je iets wat je met nog langer nadenken waarschijnlijk niet had ontdekt.

Zelfkritiek helpt je minder dan je denkt

Er is nog een reden waarom mensen met perfectionisme zo gemakkelijk opnieuw beginnen.

Ze zijn streng voor zichzelf wanneer iets niet lukt.

Ze denken dat die strengheid nodig is om gemotiveerd te blijven. Zonder die innerlijke druk zouden ze gemakzuchtig worden of minder goed presteren.

Ik betwijfel of dat voor veel mensen de beste manier is om vooruit te komen.

Neem deze twee gedachten:

Ik ben vandaag niet op tijd gestopt met werken.

Ik heb blijkbaar geen discipline.

De eerste beschrijft iets wat gebeurd is. De tweede maakt er een oordeel over jezelf van.

Met de eerste kun je aan de slag. Je kunt onderzoeken waarom het niet lukte, of je te veel werk had aangenomen en wat je morgen anders wil doen.

De tweede gedachte levert weinig bruikbare informatie op. Ze zorgt er vooral voor dat je jezelf nog meer onder druk zet.

Onderzoek naar zelfcompassie ondersteunt het idee dat mildheid tegenover jezelf niet hetzelfde is als je fouten negeren.

In een reeks experimenten kregen mensen bijvoorbeeld de kans om zich voor te bereiden op een nieuwe test nadat ze eerder slecht hadden gepresteerd. De deelnemers die werden aangemoedigd om met meer begrip naar hun mislukking te kijken, besteedden meer tijd aan de voorbereiding.

Mildheid stond verbetering dus niet in de weg. In dat experiment ging ze juist samen met meer inzet.

Dat vind ik een nuttige boodschap voor mensen die denken dat ze zichzelf voortdurend streng moeten toespreken.

Zelfcompassie betekent niet dat alles goed is zoals het is. Je mag best teleurgesteld zijn wanneer je een afspraak niet nakomt.

De vraag is wat je met die teleurstelling doet.

Gebruik je ze om jezelf opnieuw te veroordelen?

Of probeer je te begrijpen wat er gebeurde en wat je ervan kunt leren?

Zelfkritiek is geen plan van aanpak.

Verantwoordelijkheid nemen betekent dat je kijkt naar wat je kunt beïnvloeden. Je gedrag, je keuzes, je voorbereiding en de afspraken die je met anderen maakt.

Of alles precies verloopt zoals je wilt, heb je nooit volledig in handen.

Wat je morgen anders kunt doen

Wanneer je jezelf herkent in dat telkens opnieuw beginnen, wil ik je uitnodigen tot een kleine oefening.

Kies één voornemen dat je al verschillende keren hebt gemaakt. Iets wat je belangrijk vindt, maar moeilijk kunt volhouden.

Bijvoorbeeld op tijd stoppen met werken.

Doe vervolgens drie dingen.

1. Maak je voornemen kleiner en concreter.

Spreek af dat je de komende twee weken op twee vaste dagen om half zes stopt. Bepaal wanneer je begint af te ronden en wat je doet met onafgewerkt werk.

Het doel is niet om die twee dagen perfect te laten verlopen. Het doel is om bewust te oefenen met stoppen.

2. Onderzoek wat het moeilijk maakt.

Wanneer je merkt dat je toch wil doorgaan, stel jezelf dan de vraag:

Wat vind ik zo moeilijk aan stoppen terwijl dit nog niet af is?

Misschien merk je dat je vooral bezig bent met wat anderen zullen denken. Misschien wil je koste wat het kost het gevoel vermijden dat je iets niet goed hebt gedaan.

Dat inzicht vertelt je waar je werkelijk mee moet oefenen.

3. Bereid je reactie op een misser voor.

Schrijf deze afspraak ergens op waar je ze gemakkelijk terugvindt:

Als mijn voornemen vandaag niet lukt, hervat ik het bij de volgende gelegenheid. Ik hoef mijn eerdere inspanningen niet goed te maken.

Bekijk na twee weken wat je hebt ervaren. Niet alleen hoe vaak het gelukt is, maar ook wanneer het moeilijk werd en hoe je daarmee omging.

Heb je twee keer kunnen stoppen terwijl er nog werk lag? Dan heb je iets geoefend wat je voordien moeilijk vond.

Is het nauwelijks gelukt? Onderzoek dan of je afspraak haalbaar was, welke gedachten je tegenhielden en welke omstandigheden je moet veranderen.

Die informatie helpt je verder dan jezelf vertellen dat je nu eindelijk meer discipline moet hebben.

Je hoeft niet telkens opnieuw te beginnen

Het is vrijdagavond. Je had je voorgenomen om om half zes te stoppen, maar het is bijna zeven uur.

Vroeger zou je nu misschien denken: Volgende week moet ik echt strenger zijn voor mezelf.

Probeer het eens anders.

Kijk wat je vandaag heeft tegengehouden. Noteer wat je maandag wilt aanpassen en sluit je laptop.

Je bent niet geslaagd in je voornemen van vandaag. Dat kun je gewoon erkennen.

Maar waarom zou je daardoor ook de volgende kans laten voorbijgaan?

Misschien begint volhouden wel op het moment dat je ophoudt om van elke misstap een nieuwe start te maken.


Blijf je vastzitten in dezelfde patronen?

Merk je dat je voortdurend hoge eisen aan jezelf stelt, moeilijk kunt stoppen, blijft piekeren of je eigen goede voornemens telkens onderuit haalt?

Bij perfectionismecoaching kijken we verder dan je planning of je discipline. We onderzoeken wat je gedrag in stand houdt, welke gedachten en gevoelens je moeilijk kunt loslaten en hoe je daar anders mee kunt omgaan.

Dat doen we met concrete oefeningen, afgestemd op jouw situatie.

Wil je bekijken of coaching je kan helpen? Neem vrijblijvend contact met me op en vertel me waar je telkens opnieuw op vastloopt.

Wordt elk goed voornemen een nieuwe strenge regel? In perfectionismecoaching onderzoeken we de druk achter je gewoontes en oefenen we met haalbare keuzes.

Bekijk perfectionismecoaching

In mijn wekelijkse tip deel ik concrete inzichten over perfectionisme, zelfvertrouwen, piekeren en mentale rust.

Je ontvangt meteen ook mijn gratis e-book:

Stuur me tips

Wil je vaker doen wat je je voorneemt, zonder jezelf op te jagen? Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief met herkenbare inzichten en praktische coachingtips. Je krijgt het gratis e-book Coach jezelf als welkom.

Stuur mij het gratis e-book

Je ontvangt mijn nieuwsbrief. Uitschrijven kan onderaan elke mail.

Lees ook:
Onbeperkte relaxatietherapie bij je thuis
Perfectionisme maakt je net minder perfect
Gun jij jezelf een loopbaancoach?

P.S. Vond je dit waardevol? Deel het gerust.

Waarom je niet doet wat je eigenlijk wél wil doen

Je weet wat je moet doen. Toch stel je het gesprek uit, lees je die mail nog een keer na of vraag je nóg iemand om advies.

Waarom?

Soms vermijden we niet de taak zelf, maar het ongemak dat erbij hoort: twijfel, spanning, schuldgevoel of de kans dat iemand teleurgesteld is.

In dit artikel ontdek je waarom dat patroon zo hardnekkig kan zijn én welke vijf vragen je kunnen helpen om er anders mee om te gaan.

Wil je daarnaast meer inzicht in hoe je jezelf minder laat afremmen door perfectionisme?

Download hier gratis mijn e-book:
https://eepurl.com/cYIuQ

Je mail is klaar.

Toch lees je hem nog eens.

Niet omdat er nog een fout in zit, maar omdat versturen betekent dat je daarna geen controle meer hebt.

Misschien herken je dat ook op andere momenten.

Je wil nee zeggen, maar zegt toch ja.

Je hebt genoeg informatie om te beslissen, maar vraagt nog één mening.

Je weet dat een lastig gesprek nodig is, maar morgen lijkt plots een beter moment.

Op het eerste gezicht gaat het over uitstelgedrag, perfectionisme, piekeren of pleasen.

Maar vaak zit daar iets anders onder.

Je probeert niet alleen de taak of de keuze te vermijden. Je probeert vooral te vermijden wat je erbij zou voelen.

Spanning. Twijfel. Schuldgevoel. De kans op kritiek. De mogelijkheid dat iemand teleurgesteld is.

En dat verklaart waarom weten wat je zou moeten doen soms verrassend weinig helpt.

Handgetekende illustratie van iemand die twijfelt om een mail te versturen door perfectionisme, piekeren en onzekerheid
Screenshot

Waarom vermijden zo verleidelijk is

Stel dat je een lastig gesprek moet voeren.

Je denkt:

Straks reageert hij geïrriteerd.

Je voelt spanning.

Dus stel je het gesprek uit.

En de spanning zakt.

Dat is precies wat vermijden zo aantrekkelijk maakt. Het probleem is niet opgelost, maar jij voelt je even beter.

Onderzoek naar uitstelgedrag laat zien dat dit een belangrijk deel van het mechanisme kan zijn. We stellen niet alleen uit omdat we slecht plannen. Soms stellen we uit om onaangename gevoelens op korte termijn te verminderen.

Morgen ligt hetzelfde gesprek er nog.

Misschien zelfs wat zwaarder, omdat je er ondertussen al uren over hebt nagedacht.

Uitstellen geeft dus vaak iets waardevols: onmiddellijke opluchting.

Precies daardoor kan het een gewoonte worden.

Wanneer nadenken uitstel wordt

“Ik moet er nog even over nadenken.”

Dat kan heel verstandig zijn.

Soms ontbreekt er informatie. Soms heeft een beslissing tijd nodig.

Maar soms betekent die zin eigenlijk:

Ik hoop dat ik me morgen zekerder voel.

Dus lees je nog iets.

Je vergelijkt nog eens.

Je vraagt iemand wat die ervan denkt.

Je maakt opnieuw een lijstje met voor- en nadelen.

Dat voelt grondig. En soms is het dat ook.

Maar nadenken kan ook een slimme manier worden om nog niet te hoeven kiezen.

Je ziet dat vaak bij perfectionisme.

Een mail was na twee controles al goed genoeg. Toch lees je hem opnieuw.

Niet omdat hij wezenlijk beter wordt.

Wel omdat versturen betekent dat jij de controle loslaat.

De vraag is daarom niet alleen:

Heb ik hier voldoende over nagedacht?

Maar ook:

Levert extra nadenken mij nog nieuwe informatie op, of stel ik vooral het ongemak van kiezen uit?

Je hoeft je niet eerst zeker te voelen

We maken gemakkelijk een afspraak met onszelf:

Ik doe het zodra ik me er beter bij voel.

Zodra ik zeker genoeg ben.

Rustig genoeg.

Moedig genoeg.

Gemotiveerd genoeg.

Alleen komt dat moment niet altijd.

Ongemak betekent namelijk niet automatisch dat iets verkeerd is.

Je kunt zenuwachtig zijn én goed voorbereid.

Je kunt twijfelen én voldoende weten om te beslissen.

Je kunt schuldgevoel voelen wanneer je nee zegt, zonder dat je iets verkeerd doet.

Je kunt bang zijn voor kritiek én toch iets waardevols zeggen.

Dat betekent niet dat je elk gevoel moet negeren. Gevoelens kunnen belangrijke informatie bevatten.

Maar ze hoeven niet automatisch te bepalen wat je doet.

Je gevoel mag mee aan tafel. Het hoeft niet achter het stuur.

Een bruikbare vraag is daarom:

Wat wil ik doen als dit gevoel voorlopig niet verdwijnt?

Wat perfectionisme probeert te voorkomen

Perfectionisme gaat niet alleen over hoge standaarden.

Soms probeert perfectionistisch gedrag iets anders te voorkomen:

een fout maken, kritiek krijgen, iemand teleurstellen, controle verliezen of het gevoel hebben dat je niet voldoet.

Daarom kun je blijven voorbereiden terwijl je eigenlijk klaar bent.

Daarom kan een beslissing zoveel energie kosten.

En daarom wordt beginnen soms moeilijker naarmate iets belangrijker voor je wordt.

Er staat meer op het spel.

Dus probeer je zekerheid te krijgen die niet bestaat.

Nog iets nalezen.

Nog iets aanpassen.

Nog iemand raadplegen.

Voorbereiding is dan niet langer alleen voorbereiding.

Ze wordt een schuilplaats.

Waarom nee zeggen zo veel ongemak kan geven

Hetzelfde mechanisme speelt vaak bij people-pleasing.

Iemand vraagt:

“Kan jij dit nog even doen?”

Je agenda zit vol.

Je eerste reactie is:

Nee, eigenlijk niet.

Maar dan denk je:

Wat als hij teleurgesteld is?

En je zegt:

“Geen probleem.”

Vijf seconden ongemak vermeden.

Twee uur extra werk gekocht.

Daarom helpt alleen leren hoe je beleefd nee kunt zeggen niet altijd.

De woorden zijn vaak niet het moeilijkste deel.

De echte oefening komt daarna.

Kan je verdragen dat iemand teleurgesteld reageert?

Dat er even stilte valt?

Dat iemand nog eens probeert?

Dat jij je een beetje schuldig voelt zonder je beslissing meteen terug te draaien?

Grenzen stellen gaat dus niet alleen over communicatie.

Ook over wat je bereid bent te voelen nadat je die grens hebt uitgesproken.

Zelfvertrouwen komt vaak achteraf

We denken gemakkelijk:

Als ik wat meer zelfvertrouwen had, zou ik dit wel doen.

Maar zelfvertrouwen groeit vaak juist uit ervaringen waarin je merkt dat je iets aankunt.

Je stelt tijdens een vergadering toch die vraag.

Je stuurt die sollicitatie.

Je zegt tegen een klant:

“Dat lukt, maar niet binnen deze afspraak.”

Je neemt een beslissing zonder nog drie mensen om bevestiging te vragen.

Je voelde je vooraf misschien helemaal niet zeker.

Maar achteraf heb je iets geleerd:

Ik vond dit moeilijk en ik kon het aan.

Dat is concreter dan jezelf proberen overtuigen dat je zelfverzekerder zou moeten zijn.

Je hoeft je niet eerst anders te voelen om anders te handelen.

Soms volgt het vertrouwen pas daarna.

Maak de stap kleiner

Dit betekent niet dat je morgen meteen je grootste angst moet aanpakken.

Maak de stap kleiner.

Niet:

Vanaf nu zeg ik altijd wat ik denk.

Wel:

Vandaag geef ik één keer mijn mening voordat iemand ernaar vraagt.

Niet:

Ik stop met perfectionisme.

Wel:

Deze mail verstuur ik na twee controles.

Niet:

Ik moet eindelijk weten wat ik met mijn loopbaan wil.

Wel:

Ik plan één gesprek met iemand die werk doet waar ik nieuwsgierig naar ben.

Niet:

Vanaf nu zeg ik vaker nee.

Wel:

Ik antwoord niet meteen, maar zeg: “Ik kijk even of dat lukt.”

Zo merk je iets belangrijks:

dit is ongemakkelijk, maar ik kan het wel.

Vijf vragen als je vastloopt

Merk je dat je opnieuw begint te piekeren, controleren, uitstellen of pleasen?

Stel jezelf dan deze vijf vragen:

  1. Wat voel ik nu?
  2. Wat wil ik vermijden?
  3. Welke opluchting krijg ik als ik dat vermijd?
  4. Wat kost die opluchting mij later?
  5. Welke kleine stap kan ik toch zetten?

Die laatste vraag verschuift de aandacht.

Niet:

Hoe krijg ik dit vervelende gevoel weg?

Wel:

Wat kan ik doen terwijl het er nog is?

Je gaat jezelf ook anders zien

Als je jarenlang conflicten vermijdt, kan gemakkelijk het verhaal ontstaan:

Ik ben nu eenmaal niet assertief.

Logisch.

Je hebt jezelf vaak zien zwijgen, toegeven of terugkrabbelen.

Maar nieuw gedrag geeft ook nieuwe informatie.

Je stelt één grens.

Je voert één lastig gesprek.

Je neemt één beslissing zonder eindeloos bevestiging te zoeken.

Eén keer verandert niet veel.

Maar als je jezelf vaker anders ziet handelen, kan ook je beeld van jezelf verschuiven.

Blijkbaar kan ik dit.

Je hoeft je dus niet eerst een ander mens te voelen om anders te handelen.

Soms ga je jezelf pas anders zien nadat je jezelf anders hebt zien handelen.

Waarom blijf ik bevestiging zoeken?

Omdat bevestiging onzekerheid tijdelijk kan verminderen.

Iemand zegt dat je keuze verstandig is en je voelt opluchting.

Maar als je bij elke twijfel opnieuw iemand nodig hebt om je gerust te stellen, wordt het moeilijk om vertrouwen op te bouwen in je eigen beslissingen.

Vraag jezelf daarom vóór je advies vraagt:

Heb ik echt nieuwe informatie nodig, of hoop ik dat iemand mijn onzekerheid wegneemt?

Advies vragen is niet verkeerd.

Maar niet elke twijfel heeft een extra mening nodig.

Hoe weet ik of ik pieker of echt nadenk?

Kijk of je denken nog iets oplevert.

Krijg je nieuwe informatie?

Zie je nieuwe mogelijkheden?

Wordt je beslissing duidelijker?

Dan ben je waarschijnlijk nog aan het nadenken.

Herhaal je vooral dezelfde scenario’s en argumenten?

Dan ben je mogelijk aan het piekeren.

Een eenvoudige test:

Denk ik anders dan een halfuur geleden, of alleen nog meer?

Wanneer wordt perfectionisme ongezond?

Hoge standaarden zijn op zichzelf geen probleem.

Het wordt lastiger wanneer je nauwelijks nog kunt stoppen, fouten buiten verhouding zwaar opneemt, voortdurend bevestiging nodig hebt of zoveel tijd en energie in iets stopt dat andere delen van je leven eronder lijden.

De betere vraag is daarom niet:

Ben ik perfectionistisch?

Maar:

Hoeveel vrijheid hou ik wanneer iets niet perfect kan zijn?

Kan perfectionisme bijdragen aan burn-out?

Perfectionisme veroorzaakt niet automatisch een burn-out.

Maar bepaalde patronen kunnen langdurig veel energie vragen: voortdurend controleren, moeilijk delegeren, geen fouten willen maken, weinig grenzen stellen en nooit echt tevreden zijn met het resultaat.

Zeker wanneer rust nemen voelt als tijdverlies en “goed genoeg” telkens opschuift, kan de belasting hoog worden.

Misschien is dit de betere vraag

Denk aan iets wat je al een tijdje uitstelt.

Een gesprek.

Een beslissing.

Een grens.

Vraag jezelf niet alleen:

Waarom doe ik dit niet?

Vraag:

Wat zou ik moeten voelen als ik dit wél doe?

Misschien spanning.

Misschien onzekerheid.

Misschien schuldgevoel.

Misschien de kans dat iemand teleurgesteld is.

Dan zit het echte obstakel mogelijk niet in de taak zelf.

En dat gevoel hoeft niet eerst weg.

Je kunt leren:

ik kan dit voelen en toch kiezen wat ik wil doen.



Blijf je uitstellen, piekeren of aanpassen terwijl je eigenlijk weet wat je wilt?

Dan zit het probleem misschien niet in wat je moet doen, maar in wat je probeert niet te voelen.

In coaching onderzoeken we precies dat patroon: wat houdt je tegen, welke automatische reactie neemt het over en hoe kun je weer meer keuze krijgen in wat je doet?

Weet je wat je wilt doen, maar blijven twijfel, schuldgevoel of angst voor kritiek je tegenhouden? Bekijk hoe perfectionismecoaching je kan helpen dat patroon te onderzoeken.

Bekijk perfectionismecoaching

In mijn wekelijkse tip deel ik concrete inzichten over perfectionisme, zelfvertrouwen, piekeren en mentale rust.

Je ontvangt meteen ook mijn gratis e-book.

Stuur me tips

Wil je beter begrijpen waarom je blijft uitstellen, piekeren of pleasen? Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief met herkenbare inzichten en praktische coachingtips. Je krijgt het gratis e-book Coach jezelf als welkom.

Stuur mij het gratis e-book

Je ontvangt mijn nieuwsbrief. Uitschrijven kan onderaan elke mail.

Lees ook:
Onbeperkte relaxatietherapie bij je thuis
Perfectionisme maakt je net minder perfect
Gun jij jezelf een loopbaancoach?

P.S. Vond je dit waardevol? Deel het gerust.

Bang voor spijt? Zo neem je een besluit zonder volledige zekerheid

Een nieuwe functie lonkt. Het werk lijkt boeiender, maar thuis wordt de week lastiger.

Je hebt de feiten bijna op een rij en toch wil je nog één keer advies vragen.

Waar zoek je dan eigenlijk nog naar? In mijn nieuwe artikel volg je die keuze tot het moment waarop er een antwoord moet komen.

Wil je vaker zulke inzichten? Download mijn gratis e-book via https://eepurl.com/cYIuQ en ontvang mijn wekelijkse tip.

Donderdag moet je antwoorden op een jobaanbod.

Het loon blijft gelijk. Het werk lijkt je boeiender dan wat je nu doet.

Alleen: je zou veel vaker naar kantoor moeten. Vandaag werk je drie dagen thuis.

Je leest de functiebeschrijving weer. Wat je zoekt, staat er niet: of je over zes maanden blij zult zijn dat je ja zei.

“Je hebt het hier toch goed?”, zei een collega. Thuis speelt iets anders: wie haalt jullie kind op wanneer je minder kunt thuiswerken?

Dat is het lastige aan keuzestress. Beide mogelijkheden hebben iets wat je wilt houden. En welke keuze je ook maakt, de andere verdwijnt voorlopig uit beeld.

Handgetekende illustratie van iemand die aan de keukentafel twijfelt over een jobaanbod, met een schooltas naast de stoel. Bij artikel van loopbaancoach die loopbaanbegeleiding met loopbaankrediet aanbiedt.
Bang om spijt te krijgen? Zoek uit welke feiten je keuze nog kunnen veranderen. Kijk ook naar wat er gebeurt als je blijft waar je bent. Daarna beslis je met de kennis van vandaag. Je hoeft niet te wachten tot de twijfel verdwijnt; ook na een zorgvuldige keuze kun je die nog voelen.

Waarom blijf je twijfelen als je de feiten al kent?

Soms blijf je twijfelen omdat je nog iets belangrijks moet weten. Soms ken je de feiten en doet het kiezen zelf pijn. Je wilt interessanter werk, maar ook een week die thuis haalbaar blijft. Geen functiebeschrijving kan bepalen wat voor jou op dit moment zwaarder weegt.

Toch lees je ze opnieuw. Even voel je rust. Daarna: wat als ik spijt krijg?

“Hoeveel dagen moet ik op kantoor zijn?” kan iemand beantwoorden. “Ga ik graag in dat team werken?” weet niemand vooraf.

Als je merkt dat je opnieuw aan het zoeken bent, vraag dan: “Wat wil ik nog weten? En van wie kan ik het horen?” Heb je daar een concreet antwoord op, ga het na. Zo niet, dan is meer zoeken misschien een manier om het besluit nog even uit te stellen.

Waar ben je bang voor als je verkeerd kiest?

“Spijt” is een groot woord. Er kunnen heel verschillende zorgen onder zitten. Misschien wordt de week thuis te zwaar. Misschien baal je van extra opvangkosten. Of misschien zie je vooral het gezicht van die collega voor je als je na enkele maanden wilt terugkeren. Elke zorg vraagt een ander gesprek.

Probeer dit eens op papier. Maak één zin af: “Als ik verkeerd kies, ben ik vooral bang dat…” Schrijf op wat er als eerste komt.

“Ons kind moet te vaak naar de opvang” kun je thuis bespreken. Bij “mijn collega zal me dom vinden” helpt nóg een gesprek over de functie niet. Dan gaat het over het gewicht dat zijn oordeel krijgt.

Mogelijke spijt kan je helpen risico’s te onderzoeken, maar je ook aan het vergelijken houden.

Onderzoek laat zien dat mensen die steeds de beste optie zoeken vaker vergelijken en over sommige keuzes minder tevreden zijn. Dat beslist niets over jouw job. Het verklaart wel waarom nóg een mening weinig rust kan brengen.

Wanneer weet je genoeg om te kiezen?

Je weet genoeg zodra de antwoorden die je keuze kunnen veranderen op tafel liggen. Helemaal zeker word je daarmee niet. Je kunt navragen wat het loon en de uren zijn, en hoe thuiswerk geregeld is. Hoe het op een drukke dinsdag in het nieuwe team voelt, ontdek je pas als je er werkt.

Dus vraag je of twee vaste thuiswerkdagen mogelijk zijn. Het antwoord valt tegen. Eén dag kan; een tweede hangt af van het werk. Ook enkele overlegmomenten liggen vast.

Je partner kan één extra keer jullie kind ophalen. Voor de andere dag is opvang nodig. De week wordt voller en je loon stijgt niet.

Je had liever een ander antwoord gekregen. Nu weet je wat ja zeggen thuis betekent.

Voor je nog iemand belt, stel jezelf deze toetsvraag: “Welk antwoord zou mijn keuze veranderen?” Soms wil je gewoon hardop denken. Prima. Verwacht dan alleen niet dat dat gesprek de ontbrekende zekerheid zal leveren.

En als je gewoon blijft?

Blijven heeft voordelen. Je kent je collega’s, kunt je kind ophalen en weet hoe je werkweek loopt. Neem die voordelen serieus. Kijk tegelijk eerlijk naar wat blijven je kost. Anders vergelijk je de nieuwe functie met een huidige job waarvan je alleen de goede kanten meetelt.

Je doet al een jaar ongeveer hetzelfde werk. Je neemt minder initiatief. Op zondag zie je niet op tegen maandag, maar je kijkt er ook niet naar uit.

Vraag: “Wat ga ik veranderen als ik hier nog zes maanden werk?” Je kunt andere taken vragen. Je kunt ook je huidige ritme verkiezen. Met “ik zie wel” schiet je weinig op.

Onderzoek naar spijt toont een patroon: van een stap die slecht afloopt kun je eerst sterk balen, terwijl een gemiste kans langer kan blijven knagen. Dat is geen voorspelling voor jouw loopbaan. Het is een reden om ook de gevolgen van blijven mee te wegen.

Hoe neem je donderdag een besluit?

Je zult twee dingen tegelijk moeten erkennen. De andere functie spreekt je meer aan. En de regeling thuis wordt er moeilijker door. Een zorgvuldige keuze maakt die spanning niet weg. Ze laat zien wat voor jou nu het zwaarst weegt en welke prijs je daarmee aanvaardt.

Schrijf drie zinnen op. Kort, alsof je ze aan een vriend uitlegt:

  1. Wat weegt zwaar? Ik wil inhoudelijk groeien én de zorg thuis eerlijk verdelen.
  2. Wat weet ik? Het loon blijft gelijk, één thuiswerkdag is zeker en we hebben meer opvang nodig.
  3. Wat weet ik nog niet? Hoe ik me in dat team zal voelen en of ik in mijn huidige job nieuwe kansen kan krijgen.

Maak er dan een vierde zin van: “Ik kies voor … en aanvaard daarmee …”

Donderdag mail je dat je het aanbod niet aanneemt. Je wilt die functie graag, maar twee extra kantoordagen vragen thuis nu te veel. Of blijven beter uitpakt, weet je niet. Dit is de grens die je nu trekt.

Je vraagt je leidinggevende om een gesprek over ander werk. Over drie maanden kijk je opnieuw. Zo blijf je zonder je neer te leggen bij hetzelfde werk.

Op vrijdag denk je misschien: Had ik toch maar ja gezegd. Je kunt een kans missen en toch zorgvuldig hebben gekozen.

Wat doe je als de spijt later terugkomt?

Vraag eerst waar je precies spijt van hebt. Mis je iets wat je bewust hebt opgegeven? Is er nieuwe informatie? Of wil je werkelijk op je besluit terugkomen? Dat zijn verschillende situaties. Ze vragen ook verschillende stappen. Een naar gevoel alleen bewijst nog niet dat je verkeerd koos.

Een week later hoor je over een boeiend project op die afdeling. Dat steekt. De opvang blijft even moeilijk te regelen.

Vertel je leidinggevende welk werk je zoekt. Verandert de situatie thuis, dan kun je een volgend aanbod opnieuw bekijken.

Een vraag die helpt: “Wat wist ik toen ik koos, wat weet ik nu en wat kan ik nog doen?” Zo houd je rekening met de informatie die je pas achteraf kreeg.

Blijft het besluit je dagen bezighouden zonder nieuw inzicht, neem dat serieus. Onderzoek vindt een verband tussen herhaald piekeren over spijt en psychische klachten, zonder de oorzaak bij één persoon te verklaren. Als je bij loopbaankeuzes steeds anderen om geruststelling vraagt, kunnen we in loopbaancoaching onderzoeken wat kiezen voor jou zo zwaar maakt.

Veelgestelde vragen over keuzestress en spijt

Na een besluit kan de andere mogelijkheid aantrekkelijk blijven. Kijk eerst of er iets veranderd is waarop je kunt handelen. Deze vragen komen op wanneer je gekozen hebt, maar nog blijft vergelijken.

Hoe kies ik tussen twee banen die allebei voordelen hebben?

Schrijf op welke gevolgen voor jou zwaar wegen, zoals tijd thuis, loon of inhoudelijk werk. Vraag de ontbrekende feiten na. Kies dan welke voordelen én kosten je op dit moment kunt dragen. Iemand anders kan met dezelfde opties anders kiezen.

Wat als mijn partner mijn loopbaankeuze niet ziet zitten?

Vraag waar je partner zich zorgen over maakt. Gaat het om inkomen, tijd samen of de zorg thuis? Bespreek eerst die gevolgen en mogelijke afspraken. Dan voeren jullie een gesprek over wat de keuze in jullie leven verandert, in plaats van alleen over ja of nee.

Hoe stop ik met twijfelen nadat ik besloten heb?

Kijk of er een nieuw feit is dat om actie vraagt. Zo niet, laat de vergelijking dan even rusten. De andere mogelijkheid mag aantrekkelijk blijven; je hoeft niet telkens opnieuw te kiezen wanneer je eraan denkt.

Kan ik spijt voorkomen door langer na te denken?

Je kunt belangrijke feiten controleren en gevolgen bespreken. Dat verkleint de kans dat je iets wezenlijks over het hoofd ziet. Het garandeert niet dat je nooit spijt voelt. Bij bijna elke keuze geef je ook iets op.

Blijf je bij een loopbaankeuze telkens terugkomen op dezelfde twijfel?

In loopbaanbegeleiding bekijken we welke feiten nog ontbreken, wat voor jou zwaar weegt en waar je bang voor bent als het tegenvalt. Lees hoe ik je kan begeleiden.

Blijf je bij een loopbaankeuze dezelfde opties afwegen? In loopbaanbegeleiding maken we concreet wat voor jou telt en welke volgende stap je kunt zetten.

Bekijk loopbaanbegeleiding

In mijn wekelijkse tip deel ik concrete inzichten over perfectionisme, zelfvertrouwen, piekeren en mentale rust.

Je ontvangt meteen ook mijn gratis e-book.

Stuur me tips

Wil je met meer rust keuzes leren maken? Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief met herkenbare inzichten en praktische coachingtips. Je krijgt het gratis e-book Coach jezelf als welkom.

Stuur mij het gratis e-book

Je ontvangt mijn nieuwsbrief. Uitschrijven kan onderaan elke mail.

Lees ook:
Onbeperkte relaxatietherapie bij je thuis
Perfectionisme maakt je net minder perfect
Gun jij jezelf een loopbaancoach?

P.S. Vond je dit waardevol? Deel het gerust.

Slechte gewoontes doorbreken: wat je gedrag je probeert te besparen

Je hebt de hele dag hard gewerkt. Toch staat die ene belangrijke taak nog altijd onaangeroerd op je scherm.

Is dat gebrek aan discipline? Of geven al die kleinere taken je iets wat de moeilijke taak niet geeft?

In mijn nieuwe artikel lees je waarom oude gewoontes juist onder stress zo aantrekkelijk worden en welke vraag je helpt om het patroon eerder te herkennen.

Lees het artikel over slechte gewoontes doorbreken:.

Wil je vaker zulke mentale patronen herkennen? Download dan ook mijn gratis e-book: https://eepurl.com/cYIuQ

Je hebt de hele dag gewerkt. Zelfs hard.

Je inbox is leeg, twee collega’s zijn geholpen en enkele kleine problemen zijn opgelost. Alleen het voorstel waaraan je wilde beginnen, staat nog altijd onaangeroerd op je scherm.

Het is verleidelijk om dat luiheid of gebrek aan discipline te noemen. Maar de andere taken hadden één belangrijk voordeel: ze vroegen niet of jouw idee goed genoeg was.

De mailbox gaf je geen vooruitgang. Ze gaf je even rust van de twijfel.

Daarom is het zo moeilijk om slechte gewoontes te doorbreken. Gedrag dat je later tijd, rust of zelfvertrouwen kost, kan je op het moment zelf iets nuttigs geven. Je voelt minder spanning. Je hoeft nog niet te kiezen. Je vermijdt even de kans op kritiek.

Handgetekende professional die zich met kleine afgewerkte taken afschermt van een belangrijke lege pagina. Tips van perfectionismecoach
Je valt terug in oude gewoontes omdat ze snel verlichting, zekerheid of afleiding bieden. Doorbreken begint bij het moment vlak vóór het gedrag. Onderzoek wat je probeert te krijgen of te vermijden en kies een kleine andere reactie die ook op een moeilijke dag haalbaar blijft.

Waarom val ik steeds terug in oude gewoontes?

Een oude gewoonte wordt vaak door een vaste situatie opgeroepen. Je hoeft er steeds minder bewust voor te kiezen. Als het gedrag ook nog snel spanning vermindert, krijgt het twee keer voordeel: het is vertrouwd én het voelt op korte termijn nuttig.

Een lege pagina kan de neiging oproepen om je mail te openen. Een kritische blik van je manager kan ervoor zorgen dat je een presentatie voor de zesde keer nakijkt. Een verzoek van een collega kan automatisch een ja uitlokken, nog voor je aan je eigen planning denkt.

Die patronen lijken op elkaar, maar zijn niet identiek. Een gewoonte is gedrag dat door herhaling steeds automatischer wordt. Piekeren is een manier van denken die tijdelijk een gevoel van controle kan geven. Perfectionisme kan een strategie zijn om fouten, kritiek of onzekerheid te beperken. Altijd proberen anderen tevreden te houden kan helpen om spanning of afwijzing te vermijden.

Dit zijn geen bewuste trucs. Vaak merk je pas achteraf wat er gebeurde.

De nuttigste vraag is daarom zelden: Wat is er mis met mijn discipline?

Vraag liever: Wat probeert dit gedrag mij nu te geven of te besparen?

Waarom wordt het patroon sterker onder stress?

Onder stress grijpen mensen vaak sneller terug naar bekende reacties. Je aandacht wordt smaller en snelle verlichting krijgt meer gewicht. Daardoor kan oud gedrag het winnen van een keuze die verstandiger is, maar pas later iets oplevert.

In laboratoriumonderzoek van Schwabe en Wolf vertrouwden deelnemers onder acute stress vaker op eerder aangeleerd gedrag. Dat onderzoek verklaart niet elke dagelijkse gewoonte. Het past wel bij wat veel mensen ervaren: wanneer de druk stijgt, wordt het lastiger om rustig af te wegen.

Uitstelgedrag laat dat goed zien. Onderzoekers Sirois en Pychyl beschrijven uitstellen als een manier om een onaangenaam gevoel op korte termijn te regelen. De taak roept twijfel, verveling of spanning op. Door iets anders te doen, daalt dat gevoel even.

Daarom lost een betere planning het probleem niet altijd op. Je moet ook leren omgaan met wat er gebeurt zodra de taak ongemakkelijk wordt.

Voel je op zo’n moment veel spanning? Vertraag eerst. Adem enkele keren wat langer uit, kom recht of wandel kort rond. Daarmee verdwijnt de taak niet. Je creëert wel een korte pauze tussen de neiging en je reactie.

Je hoeft de neiging niet kwijt te zijn om anders te handelen.

Hoe ontdek je wat jouw gedrag in stand houdt?

Kijk drie dagen naar één concreet patroon. Noteer wat eraan voorafging, wat je voelde, wat je deed en wat dat onmiddellijk opleverde. Voeg ook de latere prijs toe. Zo wordt zichtbaar waarom het gedrag aantrekkelijk blijft en waar je kunt ingrijpen.

Gebruik deze zes vragen:

  1. Wat gebeurde er vlak voordien?
  2. Welke gedachte schoot door mijn hoofd?
  3. Wat voelde ik in mijn lichaam?
  4. Wat deed ik vervolgens?
  5. Wat gaf of bespaarde mij dat onmiddellijk?
  6. Welke prijs betaalde ik later?

Bij het uitgestelde voorstel kan dat er zo uitzien:

  • Aanleiding: het lege document.
  • Gedachte: “Ik moet meteen met iets sterks komen.”
  • Spanning: onrust en opgetrokken schouders.
  • Reactie: de mailbox openen.
  • Snelle winst: duidelijke taken en minder twijfel.
  • Latere prijs: tijdsdruk, frustratie en minder vertrouwen in jezelf.

Je verzamelt informatie, geen bewijzen tegen jezelf. Het doel is niet jezelf betrappen. Je zoekt het kantelpunt waarop een andere reactie mogelijk wordt.

Voeg daarna één vraag toe die vooruitkijkt:

Hoe wil ik in zo’n situatie handelen?

Misschien wil je betrouwbaar werken, eerlijk grenzen stellen of ’s avonds nog energie overhouden. Een nieuwe reactie houdt beter stand wanneer ze past bij iets wat je belangrijk vindt.

Hoe doorbreek je een slechte gewoonte in de praktijk?

Kies één zichtbaar moment en verbind daar vooraf een kleine reactie aan. Zo’n als-danplan voorkomt dat je onder stress nog een volledige beslissing moet nemen. Maak vervolgens je omgeving zo dat het nieuwe gedrag eenvoudiger wordt en de oude route iets meer moeite vraagt.

Voor het voorstel kan het plan zo klinken:

Als ik tijdens het schrijven mijn mailbox wil openen, adem ik eerst drie keer rustig uit en schrijf ik drie ruwe zinnen.

Een groot overzicht van onderzoek door Gollwitzer en Sheeran laat zien dat zulke concrete plannen mensen kunnen helpen om hun voornemen uit te voeren.

Kies een alternatief dat past bij wat je nodig hebt:

PatroonWat het je snel geeftKleine andere reactie
Een moeilijke taak uitstellenMinder spanningDrie minuten ruw beginnen en daarna bewust kiezen of je doorgaat
Blijven nakijkenMeer zekerheidVooraf drie kwaliteitscriteria en een eindmoment bepalen
Meteen ja zeggenGoedkeuring en minder spanning“Ik bekijk mijn planning en geef je morgen antwoord”

Pas ook je omgeving aan. Sluit je mailbox tijdens geconcentreerd werk. Leg je telefoon buiten bereik. Zet je standaardantwoord in je notities. Zulke ingrepen lijken klein, maar ze zorgen ervoor dat je op het moeilijke moment minder zelfbeheersing nodig hebt.

Wat doe je wanneer je toch terugvalt?

Een terugval laat zien waar je plan nog te veel inspanning vroeg. Misschien zag je de aanleiding te laat, was je uitgeput of koos je een te grote vervangende stap. Onderzoek dat ene moment, pas één onderdeel aan en hervat bij de volgende kans.

Onderzoek van Lally en haar collega’s laat vooral zien dat de vorming van nieuwe gewoontes sterk verschilt per persoon, gedrag en omgeving. Eén gemiste herhaling maakte het proces niet meteen ongedaan.

Vraag na een terugval:

  • Wat maakte het oude gedrag vandaag zo aantrekkelijk?
  • Welke stap was te groot of te vaag?
  • Wat kan ik de volgende keer eenvoudiger maken?

Maak van een moeilijke dag geen oordeel over je karakter. Hervatten is belangrijker dan een foutloze reeks.

Veelgestelde vragen over slechte gewoontes doorbreken

Kun je een slechte gewoonte volledig afleren?

Een oude reactie kan lang beschikbaar blijven en onder stress opnieuw opduiken. Je maakt vooral een andere reactie sterker en makkelijker bereikbaar. Door die nieuwe reactie vaak in dezelfde situatie toe te passen, wordt het oude gedrag minder vanzelfsprekend.

Waarom weet ik wat ik moet doen, maar doe ik het toch niet?

Inzicht alleen verandert je automatische reactie niet. Het oude gedrag is bekend, snel en geeft vaak eerder verlichting. Vertaal je inzicht daarom naar één zichtbare aanleiding, één kleine reactie en een omgeving die die reactie ondersteunt.

Is perfectionisme een slechte gewoonte?

Perfectionisme is ruimer dan een gewoonte. Het kan bestaan uit hoge eisen, angst voor fouten en gedrag zoals blijven controleren of uitstellen. Die gedragingen kunnen wel gewoonten worden. Bepaal daarom vooraf wat een taak moet bereiken en welke fouten werkelijk belangrijk zijn.

Wanneer is coaching niet voldoende?

Coaching kan helpen bij dagelijkse gedragspatronen, perfectionisme en werkvragen. Wanneer angst, somberheid, dwang, trauma, verslaving of aandachtsproblemen je leven sterk ontregelen, is begeleiding door een psycholoog of arts aangewezen.

De volgende keer dat je terugvalt, hoef je jezelf niet strenger toe te spreken. Stel één vraag:

Wat probeert dit gedrag mij nu te geven of te besparen?

Daar begint verandering: bij het moment waarop je het oude patroon herkent en een kleine andere keuze mogelijk wordt. Blijf je telkens op datzelfde kantelpunt vastlopen, dan kan coaching helpen om precies daar een haalbaar alternatief te oefenen.

Blijven controleren, uitstellen of pleasen kan hardnekkig zijn. In perfectionismecoaching onderzoeken we wat dat gedrag je oplevert en oefenen we met andere reacties.

Bekijk perfectionismecoaching

Wil je je mentale patronen sneller herkennen?

Je hoeft niet te wachten tot je opnieuw vastloopt. In mijn wekelijkse tip deel ik concrete inzichten over perfectionisme, zelfvertrouwen, piekeren en mentale rust.

Je ontvangt meteen ook mijn gratis e-book.

Stuur me tips

Wil je stap voor stap anders omgaan met hardnekkige gewoontes? Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief met herkenbare inzichten en praktische coachingtips. Je krijgt het gratis e-book Coach jezelf als welkom.

Stuur mij het gratis e-book

Je ontvangt mijn nieuwsbrief. Uitschrijven kan onderaan elke mail.

Lees ook:
Onbeperkte relaxatietherapie bij je thuis
Perfectionisme maakt je net minder perfect
Gun jij jezelf een loopbaancoach?

P.S. Vond je dit waardevol? Deel het gerust.

Waarom verwateren vriendschappen als je ouder wordt – zelfs zonder ruzie?

Je hebt waarschijnlijk iemand in je telefoon staan die ooit een van je beste vrienden was.

Geen ruzie. Geen breuk. Jullie begonnen elkaar gewoon minder te zien.

Waarom gebeurt dat zo vaak als we ouder worden? En wanneer is het de moeite waard om zelf opnieuw contact te zoeken?

In dit artikel ontdek je waarom vriendschap het zo makkelijk verliest van alles wat dringend lijkt – en een eenvoudige regel die je vandaag al kunt toepassen.

Wil je daarnaast vaker praktische inzichten over perfectionisme, zelftwijfel en mentale patronen? Download mijn gratis e-book en ontvang mijn wekelijkse inzichten:
https://eepurl.com/cYIuQ

Je hebt waarschijnlijk iemand in je telefoon staan die ooit een van je beste vrienden was.

Geen ruzie. Geen breuk.

Jullie begonnen elkaar gewoon minder te zien.

Eerst een paar weken. Daarna een paar maanden. Tot je plots via sociale media ontdekt dat hij een nieuwe job heeft. Of je elkaar na lange tijd weer eens ziet en merkt dat je een halfuur nodig hebt om bij te praten over alles wat intussen gebeurd is.

Dat is het vreemde aan volwassen vriendschappen: ze kunnen verdwijnen zonder dat iemand beslist ermee te stoppen.

Een deadline protesteert wanneer je haar negeert. Een vriend meestal niet.

En precies daarom verliest vriendschap zo makkelijk terrein.

Handgetekende illustratie van een volle agenda en een vergeten bericht aan een vriend over een verwaterende vriendschap. Voor artikel met tips over volwassen vriendschappen van life coach.

Waarom verwateren vriendschappen als je ouder wordt?

Als kind, student of jonge collega hoefde je vriendschappen nauwelijks te organiseren. Je zag elkaar op school, op het werk, tijdens het sporten of in dezelfde vriendengroep.

Het leven regelde het contact voor jou.

Later verandert dat.

Andere jobs. Een gezin. Mantelzorg. Een verbouwing. Vermoeidheid. Een agenda waarin een vrije avond plots zeldzamer wordt dan een parkeerplaats in het centrum van Gent.

En dan verschijnt die beroemde zin:

“We moeten echt nog eens afspreken.”

Iedereen meent het.

Niemand opent zijn agenda.

Onderzoek van Jeffrey Hall naar het ontstaan van vriendschappen laat iets bijna beledigend eenvoudigs zien: tijd samen doet ertoe. Hoe meer tijd mensen met elkaar doorbrachten, hoe groter de kans dat hun band hechter werd.

Dat lijkt vanzelfsprekend. Toch gedragen we ons er vaak niet naar.

We denken dat een goede vriendschap tegen een stootje kan. En dat is meestal ook zo.

Maar “we kunnen elkaar zes maanden niet zien en het voelt meteen weer goed” betekent niet automatisch dat zes maanden geen verschil maken.

Je kunt iemand al twintig jaar kennen en toch nauwelijks nog weten waar hij vandaag van wakker ligt.

Belangrijk, maar nooit dringend

Daar zit volgens mij de echte val.

De meeste dingen die onze agenda vullen, laten van zich horen.

Een klant stuurt een reminder.

Je mailbox toont 38 ongelezen berichten.

De school verwacht een antwoord.

De tandarts stuurt een sms.

Een vriend bij wie je al drie maanden denkt “ik moet hem dringend eens bellen” doet meestal niets.

Vriendschap fluistert.

Daarom moet je haar soms bewust beschermen tegen zaken die harder roepen.

Voor sommige mensen met perfectionisme wordt dat nog sterker. Eerst moet het werk klaar zijn. Eerst die achterstand weg. Eerst de administratie. Daarna mag er tijd zijn voor ontspanning en vrienden.

Alleen is werk zelden klaar.

Als sociaal contact altijd pas aan bod komt wanneer al het andere afgewerkt is, komt het uiteindelijk weinig aan bod.

Wanneer wordt een goede vriend stilaan een oude vriend?

Meestal merk je het niet aan één groot moment.

Het zit in kleine dingen.

Jullie sturen vooral nog verjaardagswensen.

Je ontdekt belangrijk nieuws via Instagram of iemand anders.

Als jullie elkaar zien, is het nog steeds gezellig, maar bijna het hele gesprek gaat naar updates: werk, kinderen, vakantie, huis.

Je kent de feiten uit elkaars leven nog. Minder de binnenkant.

En misschien denk je geregeld aan die persoon zonder iets te sturen.

Dat betekent niet dat de vriendschap voorbij is.

Wel dat warme gevoelens alleen een relatie niet onderhouden.

Daar zit ook een ongemakkelijk onderscheid.

Sommige vrienden missen we echt.

Bij andere mensen missen we vooral hoe de vriendschap vroeger was.

Dat is niet hetzelfde.

Niet elke vriendschap hoeft gered te worden

Volwassen worden betekent ook dat relaties veranderen.

Soms groeien mensen uit elkaar. Soms merk je dat jij bijna altijd degene bent die vraagt, luistert, plant en belangstelling toont. Soms voelt een ontmoeting vooral als het onderhouden van een geschiedenis.

Dan hoef je niet elke oude vriendschap te redden.

Een betere vraag is:

Met wie zou ik het oprecht jammer vinden als ik over vijf jaar nauwelijks nog contact heb?

Niet: wie ken ik al het langst?

Niet: met wie hoor ik eigenlijk bevriend te blijven?

Wie wil je echt nog kennen?

Denk daar even over na. Waarschijnlijk verschijnen er niet twintig namen.

Dat hoeft ook niet.

Veel praten is nog geen echte nabijheid

Tijd samen is nodig. Tijd alleen is niet genoeg.

Je kunt twee uur met iemand op restaurant zitten en achteraf amper dichter bij elkaar staan.

Je hebt gepraat over de verbouwing, die nieuwe collega, vakantieplannen en de prijs van elektriciteit.

Gezellig? Zeker.

Persoonlijk? Nauwelijks.

Onderzoek naar intimiteit wijst erop dat mensen zich dichter bij elkaar voelen wanneer ze iets persoonlijks delen en merken dat de ander daar echt op ingaat.

Dat hoeft geen zwaar gesprek te worden.

Het verschil zit soms in één extra zin.

“Eigenlijk twijfel ik veel meer over die nieuwe job dan ik laat zien.”

“Ik merk dat ik de laatste tijd weinig zin heb om mensen te zien.”

“Ik vind het moeilijker dan verwacht dat de kinderen mij minder nodig hebben.”

En vervolgens gebeurt iets belangrijks.

De ander kan luisteren.

Of meteen repareren.

“Je moet gewoon…”

“Waarom doe je niet…”

“Als ik jou was…”

Wie graag helpt, springt makkelijk te snel naar oplossingen.

Terwijl een vraag als:

“Wat maakt dat vooral moeilijk voor je?”

soms veel meer nabijheid creëert.

Goed luisteren herken je niet aan hoeveel advies je hebt gegeven. Je merkt het aan de ander: die voelt zich beter begrepen.

Waarom stuurt niemand dat bericht?

Er speelt nog iets.

We nemen weinig contact op en geven daar vervolgens betekenis aan.

“Als zij mij wilde zien, zou ze wel iets laten horen.”

Misschien denkt zij exact hetzelfde.

Zo kunnen twee mensen elkaar missen terwijl allebei hun telefoon zwijgt.

Daar hoeft geen hechtingsprobleem, trauma of ingewikkeld psychologisch patroon achter te zitten.

Soms is het gewoon woensdagavond, ben je moe en denk je: ik stuur morgen wel.

En drie weken later denk je opnieuw hetzelfde.

Daarom werkt concreet gedrag beter dan goede bedoelingen.

Niet:

“We moeten eens iets gaan drinken.”

Wel:

“Heb je donderdag 24 september of vrijdag 2 oktober tijd voor een koffie?”

Maak van ‘ooit’ een datum.

De één-persoonsregel

Maak hier geen nieuw zelfverbeteringsproject van.

Denk aan één persoon.

Aan wie dacht je tijdens dit artikel?

Vraag jezelf drie dingen:

  1. Zou ik het jammer vinden als wij over vijf jaar nauwelijks nog contact hebben?
  2. Wil ik deze persoon kennen zoals hij vandaag is, en niet alleen zoals ik hem vroeger kende?
  3. Ben ik bereid zelf de eerste beweging te maken?

Drie keer ja?

Stuur dan vandaag één bericht met twee concrete momenten.

Dat is alles.

Geen analyse van wie de vorige keer initiatief nam.

Geen perfecte formulering.

Geen voornemen om voortaan “beter mijn sociale contacten te onderhouden”.

Eén persoon. Eén bericht. Eén afspraak.

Hoe herstel je een verwaterde vriendschap?

Begin kleiner dan je denkt.

Je hoeft niet te openen met:

“We moeten eens praten over wat er met onze vriendschap gebeurd is.”

Dat kan de afstand zelfs groter maken.

Probeer:

“Het is echt lang geleden. Ik zou je graag nog eens zien. Ik kan donderdag of zaterdag. Past een van beide?”

Als er vroeger veel nabijheid was, mag het persoonlijker:

“Ik merk dat ik onze gesprekken mis.”

Daarmee leg je iets op tafel zonder meteen een schuldige te zoeken.

Daarna is vooral herhaling nodig.

Eén etentje maakt van een verwaterde vriendschap niet opnieuw een hechte band.

Maar zonder dat eerste etentje gebeurt er meestal helemaal niets.

Veelgestelde vragen over verwaterende vriendschappen

Waarom verwateren vriendschappen als je ouder wordt?

Omdat je elkaar minder vanzelfsprekend ontmoet. Werk, gezin, afstand en andere verplichtingen nemen ruimte in. Als niemand bewust contact organiseert, kan een goede band langzaam dunner worden zonder dat er ruzie of een bewuste breuk is.

Is het normaal dat je minder vrienden hebt als je ouder wordt?

Dat kan heel normaal zijn. Je beschikbare tijd verandert en sommige relaties verdwijnen terwijl andere hechter worden. Het aantal vrienden zegt bovendien weinig over hoeveel verbondenheid je ervaart. Een kleine kring kan sociaal rijker zijn dan een grote groep oppervlakkige contacten.

Hoe weet je of een vriendschap voorbij is?

Kijk minder naar hoe vaak jullie elkaar zien en meer naar wederzijdse belangstelling. Wil je elkaar nog kennen? Is er warmte? Doet de ander ook moeite wanneer jij contact zoekt? Een relatie die lange tijd vrijwel volledig van één kant komt, hoef je niet eindeloos gaande te houden.

Hoe herstel je een verwaterde vriendschap?

Neem zelf contact op en maak het concreet. Benoem eventueel dat je het jammer vindt dat jullie elkaar weinig zien, zonder meteen de hele relatie te analyseren. Stel een eenvoudige afspraak voor en kijk daarna of de belangstelling wederzijds is.

Hoe vaak moet je vrienden zien om bevriend te blijven?

Er bestaat geen ideale frequentie. Sommige vrienden hebben weinig contact en blijven erg hecht. Belangrijker is of je genoeg contact hebt om te weten wat er werkelijk in elkaars leven speelt en of beide mensen de relatie blijven voeden.

Misschien dacht je al aan iemand

Iemand tegen wie je al maanden zegt:

“We moeten echt nog eens afspreken.”

Maak het niet groter dan het is.

Open je agenda.

Kies twee momenten.

Stuur het bericht.

Eén bericht herstelt geen vriendschap.

Maar zonder dat eerste bericht gebeurt er meestal helemaal niets.

Krijgt wat belangrijk is bij jou ook pas aandacht als het dringend wordt?

Misschien herken je dit patroon niet alleen in je vriendschappen. Werk afmaken, niemand teleurstellen, alles onder controle houden: het krijgt makkelijk voorrang op wat je eigenlijk belangrijk vindt.

In coaching onderzoeken we welke automatische patronen jouw keuzes sturen en hoe je daar concreet meer ruimte in krijgt.

Ontdek hoe coaching je daarbij kan helpen.

Of lees meer over loopbaanbegeleiding.

Stuur me tips

Ja, stuur me wekelijks tips

Lees ook:
Onbeperkte relaxatietherapie bij je thuis
Perfectionisme maakt je net minder perfect
Gun jij jezelf een loopbaancoach?

P.S. Vond je dit waardevol? Deel het gerust met een vriend(in).

Waarom blijf ik piekeren? Omdat je hoofd zekerheid zoekt

Je hebt alles al bekeken. De voor- en nadelen afgewogen. Misschien zelfs advies gevraagd.

En toch blijft je hoofd verder zoeken.

Dat komt niet altijd doordat je nog informatie mist. Soms probeer je vooral zekerheid te krijgen over iets wat nog niet zeker kán zijn.

In mijn nieuwe artikel laat ik zien hoe je dat verschil herkent – en welke vragen helpen wanneer je merkt dat je opnieuw dezelfde denkronde begint.

Lees het artikel en ontdek wanneer nadenken stopt met helpen.

Wil je daarnaast meer praktische inzichten om minder te piekeren en met meer rust keuzes te maken? Download dan hier mijn gratis e-book: https://eepurl.com/cYIuQ

Wil je piekeren stoppen, dan helpt nóg meer nadenken niet altijd. Soms ontbreekt er inderdaad informatie. Maar soms weet je eigenlijk al genoeg en blijf je denken omdat je zekerheid wilt over iets wat nog onzeker is. Dat verschil herkennen kan veel veranderen.

Je hebt gisteren beslist dat je gaat solliciteren.

Vanavond controleer je alles opnieuw. De vacature. De reistijd. Je lijstje met voor- en nadelen. Even LinkedIn bekijken wie er werkt.

Twintig minuten later weet je niets nieuws.

Toch voelt stoppen onverantwoord.

Misschien heb je iets gemist. Misschien moet je er gewoon nog één nacht over slapen. Misschien komt morgen eindelijk dat gevoel:

Nu weet ik het zeker.

Dat gevoel komt vaak niet.

En dus begin je opnieuw.

Bij veel piekeren gebeurt precies dat: je hoofd behandelt onzekerheid alsof er ergens nog informatie ontbreekt.

Soms is dat ook zo.

Maar soms is er gewoon iets wat je vandaag nog niet kunt weten.

Handgetekende illustratie van iemand die blijft zoeken naar informatie terwijl het echte probleem onzekerheid is, bij een artikel over piekeren en perfectionisme van perfectionismecoach Wim
Heb je nog informatie nodig, of wil je zekerheid?

Hoe weet je dat je niet meer aan het oplossen bent?

Een lastig gesprek op het werk.

Je leidinggevende reageerde kort op een voorstel van jou. Op weg naar huis denk je:

Had ik dat anders moeten formuleren?

Daar kun je iets mee. Misschien besef je dat je te snel ging. Of te veel uitleg gaf.

Een paar uur later ziet het er anders uit.

Waarom reageerde hij zo?

Vindt hij mijn voorstel slecht?

Had ik beter gezwegen?

Waarom trek ik mij dit nu weer zo aan?

Je ligt in bed. Schouders gespannen. Het gesprek speelt voor de zoveelste keer opnieuw.

Intussen gaat het nauwelijks nog over dat voorstel.

Eén korte reactie is een verhaal geworden over wat je leidinggevende van jou denkt, hoe goed je bent in je werk en of je misschien “te gevoelig” bent.

Daar zit voor mij een bruikbaar verschil.

Als nadenken helpt, wordt het probleem meestal preciezer.

Bij piekeren gebeurt vaak het omgekeerde. Eén concrete gebeurtenis trekt steeds meer vragen mee.

Psycholoog Edward Watkins deed onderzoek naar dat verschil. Heel algemene vragen als “Waarom gebeurt dit altijd met mij?” houden mensen makkelijker in hetzelfde denkspoor dan concrete vragen als:

Wat gebeurde er precies?

Wat kan ik daaruit meenemen?

Moet ik nu iets doen?

Minder diepzinnig misschien.

Wel bruikbaarder.

Heb je nog informatie nodig, of wil je zekerheid?

Stel dat je overweegt van job te veranderen.

Er zijn dingen die je nog niet weet.

Hoe stuurt de leidinggevende het team aan? Waarom is de vacature vrijgekomen? Hoeveel ruimte krijg je om zelf beslissingen te nemen?

Dat kun je uitzoeken.

Maar dan zijn er vragen als:

Ga ik mij daar binnen zes maanden beter voelen?

Zal ik geen spijt krijgen?

Wat als ik de verkeerde keuze maak?

Daar bestaat vooraf geen sluitend antwoord op.

Toch kan je hoofd er uren aan werken.

Nog een review lezen. Nog iemand om advies vragen. Nog eens beide opties vergelijken.

Niet omdat je niets weet.

Je probeert zekerheid te krijgen over een toekomst die nog niet bestaat.

En dat is een slechte opdracht voor je denkvermogen.

Waarom voelt nóg eens nadenken zo verstandig?

Omdat piekeren niet noodzakelijk voelt als piekeren.

Het kan heel verantwoordelijk aanvoelen.

Je wilt niets over het hoofd zien. Geen domme fout maken. Later niet denken: ik had beter moeten weten.

Bij perfectionisme zie je dat heel duidelijk.

Neem een mail die eigenlijk klaar is.

Je leest hem opnieuw.

Je verandert “ik denk” in “volgens mij”.

Twijfelt.

Zet het terug.

Nog eens lezen.

De mail wordt nauwelijks beter. Maar verzenden voelt nog te vroeg.

Misschien komt hij bot over.

Misschien begrijpt de ander je verkeerd.

Misschien zie jij binnen een uur plots die ene ongelukkige formulering.

Voor een perfectionist kan nadenken zo een verzekering tegen zelfverwijt worden:

Als ik maar grondig genoeg ben, kan ik mezelf achteraf niets kwalijk nemen.

Dat werkt helaas niet zo.

Je kunt zorgvuldig kiezen en toch spijt krijgen. Een prima mail kan verkeerd vallen. Je kunt je goed voorbereiden en toch kritiek krijgen.

Dat is lastig als je gewend bent problemen op te lossen door harder je best te doen.

Sommige risico’s worden kleiner als je beter voorbereid bent.

Andere krijg je nooit op nul.

Soms zoeken we geen betere oplossing meer. We zoeken vooral de garantie dat we onszelf achteraf niets hoeven te verwijten.

Vier vragen voor het moment waarop je blijft malen

Stel dat je nog altijd naar die vacature zit te kijken.

Probeer dan vier vragen.

1. Wat weet ik echt?

Bijvoorbeeld:

De functie spreekt mij aan.
Mijn huidige werk kost mij al maanden veel energie.
De reistijd is haalbaar.
Ik weet nog weinig over de leidinggevende.

Dat zijn feiten.

Misschien is de sfeer daar verschrikkelijk is geen feit.

Het is een mogelijkheid. En mogelijkheden beginnen in een piekerend hoofd opvallend snel op voorspellingen te lijken.

2. Wat kan ik nog werkelijk uitzoeken?

Misschien kun je iemand spreken die er werkt.

Je kunt in het sollicitatiegesprek vragen waarom de vorige medewerker vertrok.

Of hoe beslissingen in het team worden genomen.

Daar kun je echt nieuwe informatie krijgen.

3. Wat probeer ik zeker te weten?

Hier wordt het interessant.

Misschien is je antwoord:

Ik wil weten dat ik geen spijt zal krijgen.

Dan weet je meteen waarom Google, LinkedIn en je lijstje je niet verder helpen.

Je zoekt iets wat informatie je niet kan geven.

4. Wanneer weet ik genoeg?

Deze vraag vergeten we vaak.

Je kunt bijvoorbeeld afspreken:

Na het sollicitatiegesprek beslis ik vrijdag. Alleen nieuwe informatie is daarna nog een reden om opnieuw te kijken.

Anders kun je zaterdag weer beginnen.

Zelfde vacature. Zelfde argumenten. Zelfde twijfel.

Sommige vragen zijn eigenlijk beschuldigingen

Waarom ben ik toch zo onzeker?

Dat klinkt als een vraag.

Maar je hebt jezelf ondertussen wel al “onzeker” genoemd.

Vergelijk dat met:

Wat maakt mij in deze situatie onzeker?

Of:

Waarom doe ik altijd zo moeilijk?

tegenover:

Waarover twijfel ik precies?

En deze hoor ik ook vaak:

Waarom kan ik dit niet loslaten?

Misschien is een betere vraag:

Wat probeer ik nog op te lossen?

Het verschil lijkt klein. Toch verandert er iets.

Je onderzoekt geen karaktertrek meer. Je kijkt naar wat er hier, in deze situatie, aan de hand is.

Warren Berger schrijft veel over de kwaliteit van vragen. Een idee uit zijn werk vind ik bijzonder bruikbaar: een echte vraag vertrekt vanuit nieuwsgierigheid. Het antwoord ligt nog open.

Veel vragen die we aan onszelf stellen zijn minder open dan ze lijken.

Waarom doe ik het altijd fout?

Waarom ben ik nooit tevreden?

Waarom kan ik dit nu nog altijd niet?

Er staat een vraagteken achter.

Maar de beschuldiging is al binnen.

Wat doe je om 23.17 uur als je opnieuw begint?

Een artikel begrijpen is één ding.

Om 23.17 uur voor de derde keer dezelfde WhatsApp-conversatie openen is iets anders.

Daarom kan een simpele afspraak helpen.

Bijvoorbeeld:

Als ik merk dat ik dezelfde beslissing opnieuw analyseer, schrijf ik eerst op welke nieuwe informatie ik nog zoek.

Kun je niets noemen?

Dan valt er waarschijnlijk weinig meer uit te zoeken.

Of:

Als ik een mail opnieuw lees zonder nog iets inhoudelijks te veranderen, vraag ik: wat moet hier nog echt beter?

Geen concreet antwoord?

Versturen.

Psycholoog Peter Gollwitzer onderzocht zulke als-dan-afspraken. Het idee is eenvoudig: je bepaalt vooraf wat je doet wanneer je in een bekend patroon terechtkomt.

Dat scheelt één onderhandeling met jezelf op het moment dat je hoofd al op volle toeren draait.

Moet je dan minder nadenken?

Nee.

Sommige beslissingen verdienen tijd.

Een jobaanbod met meer loon, andere verantwoordelijkheden en een leidinggevende die je nog niet kent, zou ik zelf ook liever niet in zeven minuten afhandelen.

De vraag is wat je denken nog oplevert.

Komt er nieuwe informatie bij? Prima.

Moet je nog iets navragen? Doe dat.

Maar als je voor de vierde keer dezelfde argumenten verschuift en vooral hoopt dat de twijfel eindelijk verdwijnt, zit je waarschijnlijk op een ander spoor.

Sommige onzekerheid verdwijnt pas ná de keuze.

En soms zelfs dan niet helemaal.

Dat hoort ook bij beslissen.

Probeer dit eens met één piekergedachte

Neem iets waar je de voorbije dagen telkens op terugkwam.

Schrijf de vraag letterlijk op.

Bijvoorbeeld:

Wat als ik de verkeerde beslissing neem?

Vraag dan:

Kan ik vandaag iets te weten komen dat deze vraag echt beantwoordt?

Zo ja: zoek dat uit.

Zo nee: probeer een vraag waarop wél iets te antwoorden valt.

Bijvoorbeeld:

Welke informatie heb ik nog nodig om verantwoord te beslissen?

Of:

Wat zou ik doen als mijn keuze achteraf minder goed blijkt dan gehoopt?

Die laatste vraag voorspelt de toekomst niet.

Ze helpt je wel zien dat een minder goede afloop niet automatisch een ramp is.

Misschien is dat een onderschat deel van besluitvaardigheid.

Je hoeft niet eerst alle twijfel kwijt te zijn.

Je kunt twijfelen en toch kiezen.

Veelgestelde vragen over piekeren

Waarom blijf ik steeds over hetzelfde piekeren?

Omdat opnieuw nadenken tijdelijk het gevoel kan geven dat je iets aan het probleem doet. Zolang je hoopt dat de volgende gedachte eindelijk zekerheid geeft, blijft je hoofd zoeken. Vraag jezelf af: ontdek ik nog iets nieuws? Als het antwoord nee is, helpt een nieuwe denkronde waarschijnlijk weinig.

Hoe stop ik met overdenken?

Maak concreet wat je probeert op te lossen. Wat weet je al? Welke informatie ontbreekt echt? En waar probeer je zekerheid over te krijgen die niemand je kan geven? Kies daarna één volgende stap of spreek een moment af waarop je beslist.

Waarom pieker ik vooral ’s avonds?

Overdag krijgt je aandacht weinig rust. Werk, gesprekken, verkeer en praktische zaken houden je bezig. Wanneer het stil wordt, komen onafgewerkte vragen makkelijker boven. Vermoeidheid maakt afstand nemen bovendien lastiger. Het kan helpen om eerder op de avond kort op te schrijven wat nog actie vraagt en wat vandaag niet meer oplosbaar is.

Waarom maakt perfectionisme kiezen zo moeilijk?

Omdat “een goede keuze” ongemerkt kan veranderen in “een keuze waar ik later geen spijt van mag krijgen”. Dan blijf je controleren, vergelijken en advies zoeken. Op een bepaald moment levert dat geen betere beslissing meer op. Je probeert vooral het risico op zelfverwijt weg te krijgen.

Hoe stop ik met piekeren over iets waar ik niets aan kan doen?

Vraag jezelf heel concreet wat je nog kunt beïnvloeden. Is er een actie mogelijk, doe die dan. Is die er niet, dan verandert verder nadenken de situatie niet. De gedachte hoeft daarom niet meteen te verdwijnen. Je hoeft alleen niet elke keer opnieuw op haar uitnodiging in te gaan.

Misschien weet je al genoeg

De volgende keer dat je opnieuw dezelfde beslissing uitpluist, vraag jezelf:

Ontbreekt er nog informatie, of wil ik vooral zekerheid die niemand mij kan geven?

In het eerste geval valt er nog iets uit te zoeken.

In het tweede helpt een vijfde ronde denken waarschijnlijk niet.

Soms weet je al genoeg.

Dan moet je kiezen terwijl er nog twijfel is.

Blijf je ondanks al dat nadenken telkens in dezelfde twijfel belanden? Dan is het interessanter om te onderzoeken wat je met dat denken probeert te voorkomen. Dat is precies het soort patroon waar ik in coaching mee werk.

Wil je ontdekken hoe perfectionisme bij jou werkt en hoe je er losser mee kunt omgaan? Bekijk dan mijn aanbod rond perfectionisme en coaching.

Blijf je zekerheid zoeken terwijl je steeds dezelfde gedachten herhaalt? Bekijk hoe we in perfectionismecoaching werken met twijfel, controle en de druk die je jezelf oplegt.

Bekijk perfectionismecoaching

Stuur me tips

Wil je meer rust in je hoofd? Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief met herkenbare inzichten en praktische coachingtips. Je krijgt het gratis e-book Coach jezelf als welkom.

Stuur mij het gratis e-book

Je ontvangt mijn nieuwsbrief. Uitschrijven kan onderaan elke mail.

Lees ook:
Onbeperkte relaxatietherapie bij je thuis
Perfectionisme maakt je net minder perfect
Gun jij jezelf een loopbaancoach?

P.S. Vond je dit waardevol? Deel het gerust.

Waarom kan ik niet gewoon genieten? Wat perfectionisme ermee te maken heeft

Je hebt eindelijk vrij. Niets moet.

En toch denk je binnen tien minuten alweer aan wat je nog zou kunnen doen. Of je zit op vakantie en betrapt jezelf op de gedachte: “Ik zou hier toch meer van moeten genieten.”

Soms zit daar een verrassende vorm van perfectionisme achter.

Niet alleen wat je doet moet goed zijn. Ook hoe je je voelt moet blijkbaar lukken.

In dit nieuwe artikel leg ik uit waarom dat ontspannen juist moeilijker kan maken – en wat je kunt doen zodra je merkt dat je weer aan het controleren bent.

Download ook mijn gratis e-book: https://eepurl.com/cYIuQ

Als je moeilijk kunt ontspannen of genieten, kan perfectionisme daar een rol in spelen. Je legt dan niet alleen hoge eisen op aan wat je doet, maar ook aan hoe je je hoort te voelen. Je wilt rustig, tevreden of gelukkig zijn – en gaat controleren of dat al lukt. Precies dat kan extra onrust geven.

Je hebt eindelijk niets te doen.

En binnen tien minuten denk je alweer aan wat je nog zou kunnen afwerken.

Of je zit op vakantie en hoort jezelf denken:

Ik zou hier toch meer van moeten genieten.

Dat lijkt op gewone onrust. Maar soms zit er iets anders onder.

Je vindt niet alleen dat je dingen goed moet doen. Je vindt ook dat je je op de juiste manier moet voelen.

Rustig.
Dankbaar.
Tevreden.
Zeker.
Gelukkig.

En zodra zelfs je gevoel aan eisen moet voldoen, kan ontspannen verrassend hard werken worden.

Handgetekende illustratie van iemand die probeert te ontspannen maar zich door perfectionisme afvraagt of hij wel genoeg geniet. Perfectionismecoach

Waarom kan ik niet gewoon genieten?

Genieten wordt moeilijker wanneer je voortdurend controleert of je wel genoeg geniet. Je aandacht zit dan niet meer alleen bij wat je doet, maar ook bij de vraag of het wel het juiste gevoel oplevert. Daardoor merk je sneller wat er ontbreekt.

Stel dat je op zondagmiddag eindelijk in de tuin zit.

Er hoeft niets.

Na een paar minuten merk je dat je gedachten nog bij het werk zijn.

Ik ben nog altijd niet rustig.

Even later:

Waarom kan ik dit niet loslaten?

En daarna:

Als ik zelfs nu niet kan ontspannen, is er misschien echt iets mis.

Wat begon als een beetje onrust, heeft ondertussen veel meer betekenis gekregen.

Je herkent het misschien ook hieraan:

Je gaat wandelen om je hoofd leeg te maken en vraagt jezelf onderweg drie keer af of je al rustiger bent.

Je mediteert en raakt geïrriteerd omdat je gedachten blijven komen.

Je hebt een vrije avond, maar vindt dat je hem niet “goed gebruikt”.

Je hebt een fijne vakantie en maakt je zorgen omdat je niet zo gelukkig bent als je had verwacht.

Je krijgt een compliment en denkt vooral aan wat nog beter kan.

Je bent ongemerkt gestopt met ervaren en begonnen met beoordelen.

Wanneer wordt een gevoel iets wat moet lukken?

Er is niets mis met graag gelukkig, rustig of tevreden willen zijn. Het wordt lastiger wanneer een wens verandert in een eis: “Ik moet mij nu zo voelen.” Vanaf dat moment kan elk ander gevoel aanvoelen als een mislukking.

Iris Mauss en haar collega’s onderzochten iets wat op het eerste gezicht vreemd lijkt:

Mensen die heel veel belang hechtten aan gelukkig zijn, voelden zich in gunstige omstandigheden soms juist minder goed.

Een mogelijke verklaring is eenvoudig.

Je verwacht dat een situatie je gelukkig zal maken.

Daarna kijk je naar binnen:

Voel ik het?

Niet genoeg.

Dus volgt een nieuwe gedachte:

Dit zou toch beter moeten voelen.

Daarmee heb je niet langer alleen je oorspronkelijke gevoel.

Je hebt er ook een oordeel over.

En dat oordeel kan nieuwe spanning geven.

Zo ontstaat een lus:

Je verwacht een bepaald gevoel → je controleert → je merkt dat het niet sterk genoeg aanwezig is → je beoordeelt jezelf → je voelt meer spanning → je controleert opnieuw.

Je ziet hetzelfde mechanisme soms bij slapen.

Ik moet nu echt slapen.

Je kijkt op de klok.

Nog wakker.

Je rekent hoeveel uur slaap er nog overblijft.

En plots is slapen een opdracht geworden die dringend moet lukken.

Ontspannen kan op precies dezelfde manier veranderen in iets waarop je jezelf beoordeelt.

Wat heeft perfectionisme met je gevoelens te maken?

Perfectionisme gaat niet alleen over hoge standaarden, fouten vermijden of hard werken. Bij sommige mensen richten die hoge eisen zich ook op hun binnenwereld. Ze vinden dat ze rustiger, zekerder, dankbaarder of gelukkiger zouden moeten zijn dan ze op dat moment zijn.

Ik noem dat hier emotioneel perfectionisme.

Geen diagnose. Wel een herkenbaar patroon.

Je wil niet alleen het juiste doen.

Je wil je ook op de juiste manier voelen.

Dat klinkt bijvoorbeeld zo:

Ik zou dankbaarder moeten zijn.

Ik zou meer van mijn kinderen moeten genieten.

Ik heb alles wat ik nodig heb. Waarom ben ik dan niet gelukkiger?

Na een week vakantie zou ik toch ontspannen moeten zijn.

Ik heb de beslissing genomen. Waarom blijf ik dan twijfelen?

Ik weet dat dit geen ramp is. Waarom voel ik mij dan toch gespannen?

Vooral mensen die gewend zijn veel verantwoordelijkheid te nemen, kunnen hierin terechtkomen.

Op het werk helpt het om vooruit te denken, risico’s te zien en problemen op te lossen.

Maar diezelfde manier van denken kan zich ook naar binnen richten.

Dan wordt je eigen gevoel het volgende probleem dat je probeert op te lossen.

Waarom voel ik dit?

Waar komt het vandaan?

Hoe krijg ik het weg?

Wat moet ik anders doen?

Nadenken kan nuttig zijn.

Maar als overdenken deel van het probleem is, is méér nadenken zelden de oplossing.

Waarom maakt controleren je juist onrustiger?

Hoe vaker je controleert of een ongewenst gevoel al verdwenen is, hoe meer aandacht je eraan geeft. Daardoor blijft het aanwezig op je radar. De poging om van de onrust af te komen, kan zo zelf nieuwe onrust veroorzaken.

Stel dat je gespannen bent.

Je wil ontspannen.

Dus vraag je jezelf:

Ben ik al rustiger?

Je aandacht gaat meteen naar je lichaam.

Nog spanning in je schouders.

Nog wat druk op je borst.

Je gedachten zijn ook nog niet stil.

Conclusie:

Nee. Nog altijd niet.

Vijf minuten later controleer je opnieuw.

Dat is begrijpelijk.

Alleen: elke controle brengt je aandacht opnieuw naar precies datgene waar je vanaf wilt.

Er is daarom een groot verschil tussen:

Ik voel spanning.

en:

Ik voel spanning en dat zou nu niet mogen.

De spanning is in beide gevallen aanwezig.

In het tweede geval komt er een extra probleem bij: je vindt dat je ervaring anders moet zijn.

Sommige gevoelens worden hardnekkiger wanneer je ze voortdurend probeert weg te krijgen.

Dat betekent niet dat je alles maar moet accepteren of nooit iets aan stress moet doen.

Wel dat niet elk gevoel onmiddellijk gerepareerd hoeft te worden.

Wat helpt beter dan proberen je goed te voelen?

Vraag niet alleen: “Hoe voel ik mij?” Vraag ook: “Wat wil ik nu doen?” Je hoeft niet eerst rustig, zeker of gemotiveerd te zijn om iets te doen dat goed voor je is. Gedrag kan doorgaan terwijl een lastig gevoel nog aanwezig is.

Stel dat je op je werk eindelijk een grens wil aangeven.

Je zegt:

“Deze week lukt dat niet.”

Daarna voel je spanning.

Je denkt misschien:

Was dat niet te direct?

Had ik het anders moeten zeggen?

Wat zullen ze nu denken?

Je hoeft die spanning niet eerst weg te krijgen om achter je beslissing te blijven staan.

Hetzelfde geldt bij een moeilijke taak.

Je hoeft niet eerst gemotiveerd te zijn om tien minuten te beginnen.

En bij een vrije avond hoef je je niet eerst ontspannen te voelen om je telefoon weg te leggen en rustig een boek te lezen.

Je goed voelen en goed leven zijn niet altijd hetzelfde.

Soms voelt een goede keuze eerst ongemakkelijk.

Een grens stellen.

Een gesprek voeren.

Stoppen met werken.

Nee zeggen.

Een beslissing niet opnieuw openbreken.

Rust nemen terwijl er nog dingen zouden kunnen gebeuren.

Dat ongemak bewijst niet automatisch dat je verkeerd bezig bent.

Wat kun je vandaag anders doen?

Maak van je gevoel geen nieuw project. Als je merkt dat je opnieuw aan het controleren bent, gebruik dan drie eenvoudige stappen: merk op wat je doet, stop even met oplossen en kies één kleine handeling.

1. Merk op

Zeg in gedachten:

Ik ben weer aan het controleren hoe ik mij voel.

Meer hoeft niet.

Je hoeft niet meteen te weten waarom.

2. Stop even met oplossen

Zeg:

Dit gevoel hoeft nu niet weg.

Dat betekent niet dat je het fijn vindt.

Je stopt alleen even met de strijd om het onmiddellijk te veranderen.

3. Kies iets kleins

Vraag:

Wat wil ik de komende tien minuten doen?

Niet:

Hoe zorg ik ervoor dat ik eindelijk gelukkig word?

Wel:

Ik leg mijn telefoon weg.

Ik wandel een blokje om.

Ik stuur die ene mail.

Ik drink rustig mijn koffie.

Ik ga naast mijn partner zitten.

Ik stop met opnieuw dezelfde beslissing af te wegen.

Ik begin tien minuten aan die taak.

Je hoeft daarna niet te controleren of het gewerkt heeft.

Dat zou namelijk opnieuw dezelfde lus starten.

Doe het gewoon.

En ga verder met je dag.

Hoe ziet dat er in het gewone leven uit?

Je bent op vakantie en denkt:

Ik geniet niet genoeg.

Probeer dan niet harder te genieten.

Vraag:

Wat wil ik nu eigenlijk doen?

Misschien zwemmen.

Misschien lezen.

Misschien niets.

Doe dat.

Zonder er na twintig minuten een evaluatieformulier naast te leggen.

Of je zit zondagavond thuis en denkt:

Ik heb mijn weekend alweer verspild.

Merk op hoe snel vrije tijd ook een prestatie kan worden.

Vraag vervolgens:

Wat zou nu goed voor mij zijn?

Misschien vroeg naar bed.

Misschien een wandeling.

Misschien nog één aflevering kijken omdat je daar gewoon zin in hebt.

Of je hebt een beslissing genomen en blijft nadenken.

Vraag jezelf:

Is er nog belangrijke informatie die ik niet heb?

Als het antwoord nee is, hoef je niet nog twintig keer dezelfde argumenten rond te draaien.

Dan is het misschien niet langer informatie zoeken.

Dan zoek je zekerheid.

En volledige zekerheid is bij belangrijke keuzes zelden beschikbaar.

Veelgestelde vragen

Waarom kan ik niet ontspannen als ik vrij ben?

Stoppen met werken betekent niet dat je aandacht en spanning meteen verdwijnen. Als je vervolgens voortdurend controleert of je al ontspannen bent, blijf je juist op de onrust letten. Dat kan het moeilijker maken om tot rust te komen. Kies liever één rustige activiteit zonder voortdurend te meten wat die met je gevoel doet.

Kan perfectionisme ontspanning moeilijk maken?

Ja. Perfectionistische patronen kunnen zich ook richten op rust en vrije tijd. Je vindt dan bijvoorbeeld dat je weekend nuttig moet zijn, dat je vakantie perfect moet verlopen of dat je sneller zou moeten ontspannen. Daardoor kan zelfs vrije tijd iets worden waarop je jezelf beoordeelt.

Waarom blijf ik nadenken terwijl ik wil ontspannen?

Nadenken geeft vaak het gevoel dat je bezig bent een probleem op te lossen. Daardoor is het aantrekkelijk om ermee door te gaan. Maar als er geen nieuwe informatie meer bijkomt, kan nadenken veranderen in piekeren. Dan helpt het vaak meer om je aandacht bewust op een concrete activiteit te richten.

Waarom geniet ik nergens echt van?

Dat kan verschillende oorzaken hebben. Eén mogelijke factor is dat je tijdens aangename momenten voortdurend beoordeelt of je wel genoeg geniet. Daardoor zit je aandacht minder bij de ervaring zelf. Probeer eens iets aangenaams te doen zonder tijdens of onmiddellijk daarna te beoordelen hoeveel effect het heeft.

Hoe stop ik met alles te analyseren?

Je hoeft niet te proberen alle analyse uit je hoofd te krijgen. Merk eerst op dat je opnieuw hetzelfde probleem aan het onderzoeken bent. Vraag daarna: “Heb ik nog nieuwe informatie nodig?” Zo niet, kies dan één concrete volgende stap en richt je aandacht daarop.

Misschien hoeft het even niet te lukken

De volgende keer dat je denkt:

Ik zou hier meer van moeten genieten.

hoef je die gedachte niet weg te krijgen.

Merk alleen op wat er gebeurt.

Je maakt van een gevoel opnieuw iets wat moet lukken.

Vraag dan:

Wat wil ik de komende tien minuten doen, zonder eerst te eisen dat ik mij anders voel?

Misschien verandert je gevoel.

Misschien niet meteen.

Dat hoeft ook niet.

Soms begint ontspanning precies daar: wanneer je stopt met controleren of ze al lukt.

Wil je ontdekken hoe perfectionisme bij jou werkt en hoe je er losser mee kunt omgaan? Bekijk dan mijn aanbod rond perfectionisme en coaching.

Wordt zelfs ontspannen iets wat goed moet lukken? In perfectionismecoaching onderzoeken we hoe je jezelf minder onder druk kunt zetten.

Bekijk perfectionismecoaching

Stuur me tips

Wil je meer ruimte maken om te genieten? Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief met herkenbare inzichten en praktische coachingtips. Je krijgt het gratis e-book Coach jezelf als welkom.

Stuur mij het gratis e-book

Je ontvangt mijn nieuwsbrief. Uitschrijven kan onderaan elke mail.

Lees ook:
Onbeperkte relaxatietherapie bij je thuis
Perfectionisme maakt je net minder perfect
Gun jij jezelf een loopbaancoach?

P.S. Vond je dit waardevol? Deel het gerust.

Waarom durf ik geen vragen te stellen op het werk?

Je zit in een vergadering en begrijpt iets niet helemaal. Je wil een vraag stellen, maar denkt: laat maar, blijkbaar snapt iedereen het behalve ik.

We slikken verrassend vaak nuttige vragen in omdat we niet dom, lastig of onvoorbereid willen overkomen. Alleen kan dat daarna juist zorgen voor meer twijfel, extra werk en piekeren.

In mijn nieuwe artikel lees je waarom dit gebeurt, wat het met perfectionisme te maken kan hebben en welke eenvoudige vraag je helpt om het patroon te doorbreken.

En wil je vaker zulke praktische inzichten rond perfectionisme, piekeren en mentale rust? Download dan ook mijn gratis e-book: https://eepurl.com/gz1y-H

Je durft soms geen vragen te stellen op het werk omdat een vraag zichtbaar maakt dat je iets nog niet weet. Vooral als je bang bent om dom of onvoorbereid over te komen, slik je een nuttige vraag sneller in. Dat lijkt veilig, maar kan juist zorgen voor meer twijfel, extra werk en onnodig piekeren.

Je begrijpt iets niet in een vergadering.

Je wilt vragen: “Wacht even, wat bedoelen we precies?”

Maar iedereen knikt en het gesprek gaat verder.

Laat maar. Blijkbaar is het voor iedereen duidelijk behalve voor mij.

Je hebt dus wel een vraag.

Alleen verschijnt er meteen een tweede:

Wat zegt het over mij als ik dit nu vraag?

En precies daar houden veel mensen hun mond.

Medewerker die in een vergadering twijfelt om een vraag te stellen uit angst om dom over te komen, met tips van perfectionismecoach
Waarom durf ik geen vragen te stellen op het werk?

Waarom slik je een vraag in?

Een vraag stellen betekent dat je even zichtbaar maakt wat je nog niet weet. Als je het belangrijk vindt om deskundig, zelfstandig en goed voorbereid over te komen, kan dat ongemakkelijk voelen. Je bent dan niet alleen bezig met de inhoud. Je denkt ook na over hoe anderen jou zullen beoordelen.

Je krijgt bijvoorbeeld een opdracht waarvan je ongeveer begrijpt wat er verwacht wordt.

Eén ding blijft vaag.

Je zou kunnen vragen:

“Wanneer is dit voor jou goed genoeg?”

Maar je denkt:

Dat zou ik toch zelf moeten kunnen inschatten.

Dus begin je.

Een uur later twijfel je nog steeds of je wel in de juiste richting werkt.

Of iemand gebruikt tijdens een overleg een term die je niet kent. Je wil vragen wat die betekent, maar je hebt al jaren ervaring.

Op mijn niveau hoor ik dit toch te weten.

Dus zoek je het later zelf op.

Dat lijkt efficiënt. Soms is het dat ook.

Maar soms ben je vooral bezig te voorkomen dat iemand merkt dat je iets niet weet.

Als je hoge eisen aan jezelf stelt, kan zelfs een vraag iets worden dat eerst “goed genoeg” moet zijn.

Eerst zelf nadenken.

Eerst controleren.

Eerst beter formuleren.

Eerst zeker zijn dat de vraag niet dom klinkt.

En dan is het gesprek alweer verder.

Kom je echt minder competent over als je iets vraagt?

We voorspellen vaak dat anderen ons minder deskundig zullen vinden wanneer we advies of uitleg vragen. Onderzoek wijst erop dat die voorspelling lang niet altijd juist is. In sommige situaties worden mensen die gericht advies vragen juist als competenter gezien.

Dat is minder vreemd dan het lijkt.

Jij denkt:

Als ik dit vraag, ontdekt de ander wat ik niet weet.

De ander kan iets heel anders zien:

Die persoon merkt dat er informatie ontbreekt en weet wanneer het verstandig is om iets na te vragen.

Competentie is niet alles weten.

Competentie is ook tijdig merken welke informatie je mist.

Natuurlijk helpt het als je werkelijk hebt geluisterd en niet iets vraagt wat vijf seconden geleden al duidelijk werd uitgelegd.

Maar een relevante vraag stellen is iets anders dan onbekwaam zijn.

Sterker nog: doen alsof je iets begrijpt terwijl je het niet begrijpt, kan uiteindelijk veel duurder uitvallen.

Waarom maakt niet vragen je soms onzekerder?

Een vraag inslikken neemt de onduidelijkheid niet weg. Je moet het ontbrekende stuk dan zelf invullen. Daardoor kun je langer zoeken, verkeerde aannames maken of blijven nadenken over iets wat je eigenlijk gewoon had kunnen navragen.

Je leidinggevende zegt:

“Hier moeten we volgende keer toch iets kritischer naar kijken.”

Je knikt.

Later begint je hoofd.

Was mijn werk niet goed genoeg?

Was hij teleurgesteld?

Bedoelde hij dat ik te oppervlakkig gewerkt heb?

Waarom zei hij dat op die manier?

Je probeert het ontbrekende antwoord uit je eigen gedachten te halen.

Maar misschien zat het in één vraag:

“Wat zou je de volgende keer concreet anders willen zien?”

Sommige mensen vinden “ik weet het nog niet” moeilijk te verdragen. Dan blijft het hoofd zoeken naar zekerheid, ook wanneer er niets meer te bedenken valt. Onderzoek naar piekeren laat zien dat moeite met onzekerheid daar een rol in kan spelen.

Daarom is deze vraag nuttig wanneer je merkt dat je blijft malen:

Probeer ik iets op te lossen waarvoor ik eigenlijk eerst meer informatie nodig heb?

Want soms probeer je in je hoofd informatie te vinden die buiten je hoofd zit.

Een onduidelijke mail.

Een vreemde reactie van een collega.

Een opmerking van je leidinggevende.

Een afspraak waarvan je achteraf niet meer zeker weet wat precies bedoeld werd.

Meer denken levert dan niet noodzakelijk meer duidelijkheid op.

Een vraag soms wel.

Hoe stel je een vraag zonder jezelf kleiner te maken?

Een goede vraag hoeft niet indrukwekkend te klinken. Meestal werkt kort en concreet beter. Lange verontschuldigingen maken je vraag zelden sterker en kunnen juist laten horen dat je zelf al twijfelt of je ze wel mag stellen.

Vergelijk:

“Sorry, misschien is dit een domme vraag en wellicht is het al gezegd, maar ik vroeg me af…”

met:

“Wat bedoel je precies met ‘meer kwaliteit’?”

De tweede vraag heeft geen verdediging nodig.

Andere bruikbare vragen zijn:

  • “Wat verwacht je hier concreet?”
  • “Wanneer is dit voor jou goed genoeg?”
  • “Waarom kiezen we hier eigenlijk voor?”
  • “Wat bedoelen we precies met…?”
  • “Welke aanname maken we hier?”
  • “Wat mis ik?”

Een vraag kan natuurlijk kritisch klinken. “Waarom heb je dat zo gedaan?” kan oprechte nieuwsgierigheid zijn, maar ook aanvoelen als: Verdedig jezelf eens.

Dan helpt het om je bedoeling kort zichtbaar te maken:

“Wat maakte dit volgens jou de beste keuze?”

Of:

“Ik wil de redenering begrijpen. Waarom kiezen we voor A?”

Meer uitleg is meestal niet nodig.

Ook sociaal onderschatten we vragen vaak. Onderzoek naar gesprekken laat zien dat mensen die goede vervolgvragen stellen doorgaans als aandachtiger en geïnteresseerder worden ervaren.

Je hoeft dus niet voortdurend iets slims toe te voegen.

Soms is verder vragen precies wat een goed gesprek nodig heeft.

Welke vraag had je eigenlijk moeten stellen?

Als je vaak vragen inslikt, hoef je jezelf niet voor te nemen om vanaf morgen veel meer vragen te stellen. Let liever op het moment waarop je achteraf merkt dat je iets had willen vragen. Dat geeft je veel concretere informatie over je eigen patroon.

Probeer dit een week.

Na een gesprek waarin je blijft twijfelen, schrijf je één vraag op:

Wat had ik eigenlijk moeten vragen?

Bijvoorbeeld:

“Wat bedoelde je precies met die feedback?”

“Welke deadline bedoelen we?”

“Wie beslist hierover?”

“Wanneer is dit goed genoeg?”

“Verwacht je dat ik dit zelf doe of samen met iemand?”

Vraag daarna:

Kan ik het nog steeds vragen?

Vaak wel.

En kijk ook even naar de prijs van het niet vragen.

Heb je twintig minuten gezocht?

Ben je aan het verkeerde begonnen?

Heb je een avond zitten piekeren?

Heb je werk opnieuw moeten doen?

Dat maakt zichtbaar dat zwijgen niet gratis is.

Als de vraag nog relevant is, stel ze alsnog.

Niet om jezelf te bewijzen.

Om de informatie te krijgen die je nodig hebt.

Wat als je de goede vraag pas achteraf bedenkt?

Dat is heel normaal. Tijdens een gesprek luister je, denk je na, reageer je en let je tegelijk op wat er sociaal gebeurt. Achteraf valt een deel van die druk weg en merk je soms pas wat je nog wilde weten.

Een goede vraag hoeft niet in de vergadering geboren én gesteld te worden.

Je kunt later gewoon zeggen:

“Na ons gesprek bleef ik nog met één vraag zitten…”

Of:

“Ik dacht achteraf nog aan iets. Wat bedoelde je precies met…?”

Dat is vaak veel efficiënter dan drie dagen proberen te reconstrueren wat iemand misschien bedoeld heeft.

Er is nog een bijkomend voordeel.

Hoe vaker je merkt dat een gewone vraag geen ramp veroorzaakt, hoe minder spannend het wordt om de volgende keer sneller iets te zeggen.

Je leert dan niet alleen betere vragen stellen.

Je leert ook verdragen dat je soms iets nog niet weet.

Veelgestelde vragen over vragen stellen op het werk

Waarom ben ik bang om domme vragen te stellen?

Omdat een vraag zichtbaar maakt dat je iets niet weet. Als je graag competent en goed voorbereid overkomt, kan dat ongemakkelijk voelen. Je kunt daardoor te sterk inschatten dat anderen je vraag negatief zullen beoordelen. Die voorspelling is lang niet altijd juist.

Hoe krijg ik meer zelfvertrouwen om vragen te stellen?

Begin met kleine, concrete vragen waarvan je weet dat het antwoord nuttig is. Wacht niet tot je je volledig zeker voelt. Zelfvertrouwen groeit hier vooral doordat je ervaart wat er werkelijk gebeurt wanneer je wél om verduidelijking vraagt.

Hoe stel ik een goede vraag in een vergadering?

Vraag naar iets dat nog onvoldoende duidelijk is: een verwachting, begrip, criterium, beslissing of aanname. Bijvoorbeeld: “Wat bedoelen we precies met ‘dringend’?” of “Welke uitkomst verwachten we?” Korte vragen werken meestal beter dan een lange inleiding.

Hoe vraag ik verduidelijking aan mijn leidinggevende?

Maak de vraag concreet en koppel ze aan de opdracht. Bijvoorbeeld: “Wat zou je hier graag anders zien?” of “Wanneer vind jij dit voldoende afgewerkt?” Zo vraag je naar bruikbare informatie in plaats van te raden naar wat je leidinggevende bedoelt.

Waarom pieker ik na gesprekken over wat iemand bedoelde?

Omdat je soms probeert onzekerheid weg te denken terwijl je informatie mist. Je hoofd maakt dan interpretaties en scenario’s. Vraag jezelf af: “Kan ik dit zelf weten, of moet ik het eigenlijk aan die persoon vragen?” Dat onderscheid kan veel onnodig piekeren voorkomen.

En de volgende keer dat je denkt: laat maar?

De volgende keer dat je in een gesprek denkt laat maar, wacht dan één seconde.

Is je vraag echt overbodig?

Of wil je vooral voorkomen dat iemand merkt dat je iets nog niet weet?

Herken je dat je jezelf inhoudt omdat je eerst zeker wilt zijn dat je vraag, keuze of reactie “goed genoeg” is?

Dat patroon zie je vaak terug bij perfectionisme: veel nadenken, weinig ruimte laten om iets nog niet te weten en jezelf voortdurend controleren.

Wil je ontdekken hoe perfectionisme bij jou werkt en hoe je er losser mee kunt omgaan? Bekijk dan mijn aanbod rond perfectionisme en coaching.

Houd je je vragen of mening vaak in uit angst om niet goed genoeg over te komen? In perfectionismecoaching onderzoeken we die zelfkritiek en oefenen we met meer ruimte om jezelf te laten horen.

Bekijk perfectionismecoaching

Stuur me tips

Wil je met meer zelfvertrouwen reageren op je werk? Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief met herkenbare inzichten en praktische coachingtips. Je krijgt het gratis e-book Coach jezelf als welkom.

Stuur mij het gratis e-book

Je ontvangt mijn nieuwsbrief. Uitschrijven kan onderaan elke mail.

Lees ook:
Onbeperkte relaxatietherapie bij je thuis
Perfectionisme maakt je net minder perfect
Gun jij jezelf een loopbaancoach?

P.S. Vond je dit waardevol? Deel het gerust.

Waarom ben ik niet tevreden met mijn leven, terwijl het eigenlijk goed gaat?

Je leven is eigenlijk best oké. En toch blijft er soms iets knagen.

Dat voelt verwarrend. Misschien zelfs een beetje ondankbaar. Maar vaak zegt dat gevoel iets belangrijks. In dit artikel lees je waarom je je best goed kunt voelen en toch niet echt tevreden bent met je leven – en hoe je dat verschil beter leert zien.

Lees het artikel en ontdek waar je ontevredenheid precies over gaat.

Wil je daarnaast vaker zulke inzichten ontvangen? Download hier ook mijn gratis e-book:
https://eepurl.com/cYIuQ

Je kunt veel redenen hebben om tevreden te zijn en toch voelen dat iets wringt. Dat komt doordat een fijne dag en tevredenheid over de richting van je leven niet hetzelfde zijn.

Soms heb je vooral rust nodig. Soms vertelt terugkerende ontevredenheid dat iets in je werk, relaties, keuzes of manier van leven aandacht vraagt.

Handgetekende illustratie van een professional die nadenkt over waarom het leven goed lijkt te gaan maar toch niet echt goed voelt bij blog van mental coach en loopbaancoach
Waarom kan mijn leven goed zijn en toch niet goed voelen?

Je hebt werk. Mensen om je heen. Misschien een huis, vakantieplannen en genoeg momenten waarop je echt geniet.

Toch duikt geregeld dezelfde gedachte op:

Is dit het leven dat ik wil?

En bijna meteen volgt een tweede:

Doe niet zo moeilijk. Je hebt het toch goed?

Precies daar ontstaat de verwarring.

Want je kunt oprecht genieten van je leven en tegelijk merken dat iets niet meer past. Je werk bijvoorbeeld. De manier waarop je weken gevuld zijn. Een relatie. De hoeveelheid vrijheid die je hebt. Of gewoon de richting waarin je leven beweegt.

Dat maakt je niet ondankbaar.

Het betekent vooral dat je goed voelen en tevreden zijn met je leven twee verschillende vragen zijn.

Waarom kan mijn leven goed zijn en toch niet goed voelen?

Wanneer je zegt dat je leven “goed” is, kijk je vaak naar wat je hebt: werk, relaties, inkomen, gezondheid of zekerheid.

Maar wanneer iets niet goed vóélt, beoordeel je ook hoe je dat leven dagelijks ervaart en of de richting ervan nog bij je past. Die beoordelingen kunnen behoorlijk uit elkaar liggen.

Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman en econoom Angus Deaton maakten in hun onderzoek een nuttig onderscheid tussen je dagelijkse emotionele ervaringen en de manier waarop je je leven als geheel beoordeelt. Die twee hangen samen, maar gedragen zich niet hetzelfde.

Tijdens je dag merk je of een gesprek prettig is, een vergadering je leegzuigt of een wandeling deugd doet.

Wanneer je afstand neemt, stel je andere vragen.

Wil ik dit werk nog jaren doen?

Heb ik genoeg vrijheid?

Besteed ik mijn tijd aan wat ik belangrijk vind?

Dat verklaart iets wat veel mensen verwarrend vinden: je kunt fijne dagen hebben en toch voelen dat er iets moet veranderen.

Het omgekeerde bestaat ook.

Je kunt een moeilijke periode doormaken en toch tevreden zijn over de richting die je kiest. Een grens stellen kan spanning geven. Een opleiding beginnen kan onzeker maken. Van functie veranderen kan je nachtrust tijdelijk verstoren.

Dat ongemak bewijst niet dat je verkeerd bezig bent.

Een goede keuze kan een tijdje slecht voelen.

Waarom voel ik me schuldig omdat ik ontevreden ben?

Veel mensen hebben niet alleen last van hun ontevredenheid, maar ook van hun oordeel erover. Je vindt dat je tevreden zou móéten zijn omdat je objectief gezien veel hebt. Daardoor ga je het signaal wegredeneren in plaats van te onderzoeken waar het vandaan komt.

Je merkt bijvoorbeeld dat je werk je weinig energie geeft en begint jezelf meteen te corrigeren:

Je hebt toch een goede job? Fijne collega’s. Een degelijk loon. Waarom zou je dan iets anders willen?

Vooral bij perfectionisme zie je gemakkelijk zo’n patroon.

Er ontstaat twijfel. Twijfel voelt onaangenaam. Dus probeer je zekerheid te krijgen door harder na te denken.

Je maakt lijstjes. Je vergelijkt mogelijkheden. Je vraagt drie mensen om hun mening. Daarna denk je opnieuw na over hun antwoorden.

Of je probeert jezelf ervan te overtuigen dat je huidige situatie eigenlijk goed genoeg is.

Dat geeft soms even rust.

Maar de oorspronkelijke vraag blijft liggen.

Soms is niet je ontevredenheid het grootste probleem, maar de overtuiging dat je geen recht hebt om ontevreden te zijn.

Ontevredenheid is daarom ook geen bevel.

Ze zegt niet dat je ontslag moet nemen, verhuizen of je relatie moet beëindigen.

Zie haar eerst als informatie.

Iets vraagt aandacht. Meer hoef je op dat moment nog niet te besluiten.

Waarom zegt een fijne vakantie zo weinig over je gewone leven?

Een vakantie of geweldig weekend kan je veel plezier geven, maar vertelt niet automatisch hoe goed je gewone leven bij je past. Wie wil begrijpen waarom hij niet tevreden is, doet er daarom goed aan minder naar hoogtepunten te kijken en meer naar zijn doorsneeweek. Daar breng je uiteindelijk veel meer tijd door.

Kijk eens naar een gewone dinsdag.

Hoe voel je je wanneer de wekker gaat?

Hoe vaak heb je haast zonder dat iemand je echt opjaagt?

Heb je ’s avonds nog energie over?

Hoe vaak doe je iets omdat je het wilt, en hoe vaak omdat je vindt dat het moet?

Die dinsdag is misschien minder fotogeniek dan twee weken Portugal, maar hij vertelt veel meer over de manier waarop je leven meestal voelt.

Ook ons geheugen is geen perfecte boekhouding.

Onderzoek van Barbara Fredrickson en Daniel Kahneman laat zien dat bepaalde momenten relatief veel gewicht kunnen krijgen wanneer we een ervaring achteraf beoordelen. Vooral sterke momenten en het einde kunnen onze herinnering kleuren.

Daarom zijn deze twee vragen niet helemaal hetzelfde:

Was mijn vakantie fijn?

en

Hoe was het om die dagen werkelijk te leven?

Een herinnering aan je leven is niet hetzelfde als het leven zelf.

Kijk dus niet alleen naar bijzondere momenten. Kijk naar het patroon.

Hoe ontdek je wat er werkelijk wringt?

“Ik ben niet tevreden met mijn leven” is zo groot dat je er moeilijk mee kunt werken. Maak het kleiner. Onderzoek bijvoorbeeld hoeveel keuzevrijheid je ervaart, of je je kwaliteiten voldoende kunt gebruiken en of je echte verbinding voelt met de mensen om je heen. Dan krijgt een vaag gevoel meer vorm.

Richard Ryan en Edward Deci noemen binnen de zelfdeterminatietheorie drie belangrijke psychologische behoeften: autonomie, competentie en verbondenheid. Het vervullen van die behoeften hangt samen met welzijn en goed functioneren.

Je hoeft de termen niet te onthouden. De vragen erachter zijn belangrijker.

Kan ik voldoende kiezen?

Misschien heb je een interessante baan, maar wordt bijna elke minuut voor jou ingevuld.

Kan ik mijn kwaliteiten gebruiken en nog groeien?

Misschien heb je veel vrijheid en zekerheid, maar heb je al jaren het gevoel dat je stilstaat.

Voel ik me echt verbonden met anderen?

Misschien zit je agenda vol gesprekken, terwijl je je toch alleen voelt.

Zo wordt “mijn leven voelt niet goed” plots minder mysterieus.

Je hoeft niet meteen je hele leven te beoordelen. Je probeert eerst te ontdekken waar het wringt.

Ben ik echt ontevreden of ben ik gewoon moe?

Kijk niet naar één slechte dag of één zware week. Onderzoek of hetzelfde gevoel terugkomt nadat je hebt geslapen, hersteld of vakantie hebt genomen. Vermoeidheid kan bijna alles zwaarder laten lijken. Een terugkerende twijfel die na herstel telkens terugkomt, verdient een ander soort aandacht.

Als je uitgeput bent, worden levensvragen groter.

Je werk lijkt zwaarder. Je geduld wordt kleiner. Beslissingen kosten meer moeite.

Dan kan herstel eerst nodig zijn.

Maar soms proberen we een structureel probleem op te lossen met rust.

Nog een weekend weg.

Nog een vrije dag.

Nog een vakantie.

Als je daarna telkens snel opnieuw tegen precies hetzelfde aanloopt, vertelt dat ook iets.

Rust kan vermoeidheid herstellen. Rust kan niet beslissen of je nog op de juiste plek zit.

Dat onderscheid is belangrijk.

Je hoeft niet op een vermoeide donderdagavond te besluiten dat je carrière verkeerd zit.

Maar je hoeft een vraag die na drie vakanties nog altijd terugkomt ook niet eindeloos te verdoven met een vierde.

Hoe onderzoek je je ontevredenheid zonder meteen je leven om te gooien?

Gebruik gedurende één week twee aparte meetlatten: hoe goed je dagen voelen en hoe tevreden je bent met de richting van je leven. Het verschil tussen beide geeft vaak meer informatie dan één algemeen cijfer voor geluk. Daarna kun je iets kleins testen voordat je een grote beslissing neemt.

Elke avond stel je één vraag:

Hoe goed voelde mijn dag vandaag?

Geef een cijfer van 0 tot 10.

Denk aan je energie, spanning, plezier, rust en contact met anderen.

Aan het einde van de week stel je een andere vraag:

Hoe tevreden ben ik met de richting waarin mijn leven nu gaat?

Ook van 0 tot 10.

Kijk vooral naar het verschil.

Een 8 voor je dagen en een 4 voor je richting vertelt iets anders dan een 4 voor je dagen en een 8 voor je richting.

In het eerste geval leef je misschien best prettig, maar schuif je een grotere vraag voor je uit.

In het tweede geval geloof je misschien sterk in wat je doet, maar is de manier waarop je het doet niet vol te houden.

Stel jezelf daarna drie vragen:

  • Wat wil ik in mijn gewone week vaker ervaren?
  • Wat kost mij structureel meer energie dan het oplevert?
  • Welke kleine verandering kan ik testen zonder meteen een definitieve beslissing te nemen?

Dat laatste is belangrijk wanneer je veel nadenkt.

Je hoeft niet eerst honderd procent zeker te zijn.

Praat met iemand die een functie doet die je overweegt. Trek één week een duidelijkere grens. Neem een taak op die je al lang interessant vindt. Verander één onderdeel van je agenda en kijk wat het effect is.

Een kleine proef levert vaak betere informatie op dan nog twintig rondjes denken.

Veelgestelde vragen

Waarom ben ik niet tevreden terwijl ik alles heb?

Omdat tevredenheid niet alleen afhangt van wat je bezit of bereikt hebt. Ook vrijheid, relaties, gezondheid, ontwikkeling en de richting van je leven spelen mee. De gedachte “ik heb toch alles?” kan er zelfs voor zorgen dat je een terugkerend gevoel te snel wegredeneert.

Kun je gelukkig zijn en toch iets in je leven willen veranderen?

Ja. Je kunt veel prettige momenten hebben en tegelijk ontevreden zijn over bijvoorbeeld je werk of levensrichting. Dagelijkse gevoelens en tevredenheid over je leven als geheel zijn verwant, maar niet hetzelfde.

Hoe weet ik of ik echt ontevreden ben of gewoon moe?

Kijk of het gevoel blijft terugkomen nadat je voldoende hebt geslapen en een drukke periode voorbij is. Als bijna alles beter lijkt na herstel, speelde vermoeidheid waarschijnlijk een grote rol. Komt dezelfde levensvraag na rust telkens terug, onderzoek dan wat er structureel wringt.

Waarom voel ik me schuldig omdat ik meer wil?

Omdat je “meer willen” kunt verwarren met ondankbaar zijn. Zeker wanneer je hoge eisen aan jezelf stelt, kan de gedachte ontstaan dat je tevreden hóórt te zijn. Dankbaar zijn voor wat goed is en tegelijk iets willen veranderen, kunnen prima naast elkaar bestaan.

Moet ik van werk veranderen als ik niet tevreden ben?

Niet noodzakelijk. Maak eerst concreet wat je mist: vrijheid, uitdaging, verbinding, rust of iets anders. Soms kan er binnen je huidige werk genoeg veranderen. Soms ontdek je dat een andere omgeving beter past. Je hoeft die conclusie niet te trekken voordat je het probleem helder hebt. Hier lees je meer over ‘Andere job of blijven?’

Waar begin je?

Ontevredenheid betekent niet automatisch dat je je leven moet omgooien.

Maar als hetzelfde gevoel terugkomt nadat je bent uitgerust, vakantie hebt genomen en jezelf opnieuw hebt verteld dat je eigenlijk niets te klagen hebt, verdient het aandacht.

Misschien is de eerste vraag daarom niet:

Ben ik gelukkig genoeg?

Maar:

Waar ben ik precies ontevreden over: hoe mijn dagen voelen, of de richting waarin mijn leven gaat?

Dat onderscheid maakt een groot, vaag probleem vaak klein genoeg om er iets mee te doen.

En soms is dat precies waar een goed coachinggesprek begint.

Merk je dat deze vraag bij jou blijft terugkomen? Je hoeft niet meteen grote beslissingen te nemen. Soms begint helderheid met het juiste gesprek. Als je wilt onderzoeken waar je ontevredenheid precies zit – in je werk, je richting, je perfectionisme of je manier van leven – dan ben je welkom voor een coachingsgesprek of een eerste verkennende kennismaking.

Blijft vooral de vraag over je werk terugkomen? In loopbaanbegeleiding onderzoeken we wat je mist, wat je wilt behouden en welke kleine verandering je kunt uitproberen.

Bekijk loopbaanbegeleiding

Stuur me tips

Wil je stilstaan bij wat jou voldoening geeft? Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief met herkenbare inzichten en praktische coachingtips. Je krijgt het gratis e-book Coach jezelf als welkom.

Stuur mij het gratis e-book

Je ontvangt mijn nieuwsbrief. Uitschrijven kan onderaan elke mail.

Ja, stuur me wekelijks tips

Lees ook:

Onbeperkte relaxatietherapie bij je thuis
Perfectionisme maakt je net minder perfect
Gun jij jezelf een loopbaancoach?

P.S. Vond je dit waardevol? Deel het gerust.