Vermijd burn-out. Versterk je veerkracht. Bevrijd jezelf van perfectionisme en uitstelgedrag. Ontdek wat je gelukkig maakt. En word de beste versie van jezelf.
Je verslag is bijna af. Er ontbreekt nog één keuze. Een kwartier later heb je drie mails beantwoord en is die ene regel nog leeg.
Waarom wordt een klein klusje zo aantrekkelijk zodra je tegen iets opziet? In dit artikel ontdek je wat er op dat moment gebeurt en wat je in 5 minuten kunt proberen.
Wil je vaker zo’n praktische tip? Schrijf je in voor mijn wekelijkse mail en ontvang het gratis e-book Coach jezelf: https://eepurl.com/cYIuQ
Je verslag is bijna af. Onder ‘Aanbeveling’ moet nog één naam komen. Welke leverancier zou jij kiezen? De goedkoopste of degene die de vorige keer op tijd leverde?
Een kwartier later heb je drie mails beantwoord. Onder ‘Aanbeveling’ staat nog altijd niets.
Waarom stel ik uit terwijl ik de hele dag werk? Als je opziet tegen een taak, bijvoorbeeld omdat je straks een keuze moet uitleggen, kan een kleiner klusje meteen opluchting geven. Probeer vijf minuten aan het stuk te werken dat blijft liggen en schrijf één voorlopige keuze op, met één reden.
Hoe weet ik of ik aan het uitstellen ben?
Je bent waarschijnlijk aan het uitstellen als je aan een taak kunt beginnen en ze toch opschuift, terwijl je verwacht dat je daardoor later tijd tekortkomt. Soms ontbreekt er informatie of krijgt ander werk terecht voorrang. Kijk daarom eerst wat je nodig hebt om verder te kunnen.
Stel dat je de levertijd van de goedkoopste leverancier nog niet kent. Bel dan even. Het antwoord kan je keuze veranderen. Moet er over een uur ook een offerte naar een klant? Spreek af welk werk voorrang krijgt.
Deze keer ken je de levertijden en heb je tijd om te schrijven. Je opent het verslag opnieuw. Je ziet twee bedragen die scheef staan en zet ze recht. Dan merk je dat de kolomtitels ook anders kunnen. Tegen de middag ziet het verslag er beter uit. De keuze is precies even lastig als om negen uur.
Druk zijn is vaak de nette vorm van uitstellen. Vraag je bij het volgende klusje af of het iets oplevert dat je nodig hebt om te kiezen. Twee rechte kolommen doen weinig voor je antwoord.
Waarom lucht een klein klusje zo snel op?
Een klein klusje kan opluchten als je opziet tegen de taak waarmee je bezig was. Zodra je wisselt, hoef je even geen lastige keuze te maken. Die opluchting voel je meteen. Dat maakt het verleidelijk om de volgende keer dat je twijfelt opnieuw iets anders te doen.
Stel dat je de duurdere leverancier wil voorstellen. Je hoort je leidinggevende al vragen waarom je meer wil uitgeven. Misschien trek je je schouders op terwijl je die vraag in je hoofd probeert te beantwoorden. Net dan zie je de mail van een collega die een cijfer nodig heeft. Je weet waar het staat. Twee minuten later is de mail weg.
Onderzoekers Fuschia Sirois en Timothy Pychyl beschrijven hoe taken uitstellen je op korte termijn een beter gevoel kan geven. De mail biedt ook iets wat je op dat moment goed uitkomt. Je weet precies wanneer hij klaar is. Bij de aanbeveling moet je zelf bepalen wanneer je genoeg weet om te kiezen.
Wanneer speelt perfectionisme mee?
Perfectionisme kan meespelen als je tijdens je eerste zin al bezig bent met alle bezwaren die iemand straks kan maken. Je probeert dan een keuze te bedenken en die tegelijk te verdedigen. Zelfs een kladversie moet dan aan de eisen van een definitief advies voldoen.
Als ik het niet meteen goed kan uitleggen, begin ik liever nog niet. In een analyse van meerdere studies hingen perfectionistische zorgen, zoals bang zijn voor fouten, gemiddeld samen met meer uitstel. De onderzoekers keken ook naar de neiging om hoge eisen aan jezelf te stellen. Die hing gemiddeld samen met minder uitstel.
Je kunt kwaliteit belangrijk vinden en je eerste versie voorlopig houden. Kijk naar wat je van die ene zin verwacht. Moet ze al zo sterk zijn dat je leidinggevende geen vragen meer kan stellen? Dan probeer je tijdens het schrijven een gesprek af te ronden dat nog moet beginnen.
Hoe kun je uitstelgedrag aanpakken?
Als je wil stoppen met uitstellen, maak dan het eerste stukje werk klein genoeg om het ook met twijfel te doen. Geef jezelf vijf minuten voor een voorlopige keuze en één reden. Aan het eind heb je een zin die je kunt toetsen of bespreken.
De vijfminutenoefening
Kies één vraag die het werk ophoudt. Welke leverancier zou je voorstellen?
Zet deze halve zin klaar. ‘Voorlopig kies ik … omdat …’
Zet een timer op vijf minuten en maak de zin af.
Misschien schrijf je Voorlopig kies ik leverancier B, omdat die vorige keer op tijd leverde. Nu kun je gericht verder. Hoeveel meer kost B? Wat kost het als de levering vertraging oploopt? Dat zijn vragen waarmee je je aanbeveling kunt aanscherpen.
Kun je nog geen voorkeur opschrijven? Maak dan deze zin af. ‘Ik kan kiezen zodra ik weet …’ Vul één ding in dat je kunt navragen, zoals hoeveel vertraging je team kan opvangen.
Stop gerust wanneer de timer afloopt. Een oefening die telkens in een uur werk verandert, is morgen weer iets waar je tegenop ziet.
Wat doe ik op het moment dat ik wil afhaken?
Kies vóór je begint één signaal waaraan je merkt dat je wil wisselen. Spreek met jezelf af welke kleine stap je dan eerst zet. Onderzoek naar als-danplannen laat zien dat het kan helpen om vooraf een herkenbaar moment aan een concrete handeling te koppelen.
Als ik mijn inbox wil openen terwijl ik bij de aanbeveling zit, schrijf ik eerst één reden op voor de leverancier die ik voorlopig kies.
‘Ik moet me beter concentreren’ laat nog open wat je op zo’n moment doet. Met die ene zin weet je waar je verdergaat.
Drie situaties waarin je dit kunt proberen
Een prijs voorstellen. Als ik voor de derde keer een oude offerte open om mijn bedrag te vergelijken, typ ik eerst het bedrag dat ik vandaag zou voorstellen.
Een collega feedback geven. Als ik opnieuw aan de openingszin begin te sleutelen, noteer ik eerst één moment dat ik wil bespreken. Bijvoorbeeld toen mijn collega in het teamoverleg antwoordde terwijl ik mijn voorstel nog uitlegde.
Een boze klant antwoorden. Als ik de mail weer wil wegklikken, schrijf ik eerst op wat ik vandaag al kan toezeggen. Bijvoorbeeld dat ik tegen vier uur laat weten waar de levering is.
Veelgestelde vragen over uitstelgedrag op het werk
Noteer een paar dagen welke taak je opschuift en wat je vlak daarvoor deed. Dan kun je zien of je vooral afhaakt bij een onduidelijke eerste stap, of meestal wacht tot de deadline dichtbij is. Dat verschil helpt je bepalen wat je de volgende keer kunt proberen.
Waarom stel ik ook taken uit die ik graag wil doen?
Je kunt uitkijken naar een andere job en tegelijk opzien tegen het sollicitatieformulier. De job trekt je aan. In het formulier moet je zeggen waarom jij geschikt bent en juist daar kun je onzeker over zijn. Kijk welk onderdeel je steeds overslaat. Vaak kun je aan dat ene onderdeel werken zonder de hele sollicitatie in één keer af te maken.
Waarom begin ik pas als de deadline dichtbij komt?
Als de deadline dichterbij komt, wordt het gevolg van wachten concreter. Vrijdag lijkt op maandag nog ver weg. Op donderdag zie je dat je nog maar één vrij uur hebt. Dan kan het werk ineens voorrang krijgen. Probeer eerder een klein tussenresultaat af te spreken, zoals woensdag een voorlopige keuze delen met een collega.
Hoe pak ik een taak weer op na een dag uitstellen?
Open je laatste versie en lees tot waar je gisteren bent geraakt. Schrijf daar één vraag bij die je vandaag kunt beantwoorden. Is je deadline intussen in gevaar? Laat het op tijd weten en zeg welk deel je wél kunt bezorgen. Dan kan de ander daar rekening mee houden.
Schrijf morgen vóór je je mail opent één voorlopige zin over de beslissing die je vandaag voor je uit schoof.
Blijft werk liggen zodra je weet dat iemand erop zal reageren? In een kennismakingsgesprek kunnen we samen één zo’n werkmoment uitpluizen.
Wil je beter herkennen waarom je soms blijft twijfelen of iets voor je uit schuift? In mijn wekelijkse mail krijg je een vraag of oefening om daar zelf mee aan de slag te gaan. Schrijf je in en ontvang gratis mijn e-book Coach jezelf.
Je wil eindelijk die beslissing nemen, minder uitstellen of vaker nee zeggen. Toch merk je dat je telkens opnieuw in hetzelfde patroon terechtkomt.
Wat als dat gedrag je iets oplevert waar je liever geen afscheid van neemt?
In dit nieuwe artikel lees je waarom veranderen soms zo moeilijk is en welke verrassende vraag je kan helpen om vooruit te komen.
Wil je daarnaast meer inzicht in jezelf? Download mijn gratis e-book *Coach jezelf* en ontvang mijn wekelijkse coachingtips.
Ja, stuur mij het gratis e-book: https://eepurl.com/cYIuQ
Het cv staat al drie weken open op je laptop. Eén zin moet nog beter. Je vorige functie verdient een sterkere beschrijving. En je LinkedIn-profiel kan ook wel een opfrisbeurt gebruiken.
De vacature waarvoor je zo enthousiast was, is intussen al twee keer verlengd.
‘Dit weekend maak ik er echt werk van’, zeg je tegen jezelf.
Zondagavond. Nog altijd niets verstuurd.
Je begint aan jezelf te twijfelen. Ben ik gewoon lui? Wil ik die andere job eigenlijk wel graag genoeg?
Maar kijk eens naar wat je uitstel je oplevert.
Zolang je niet solliciteert, kun je niet afgewezen worden. Je hoeft je vertrouwde werkplek niet te verlaten. En je kunt blijven geloven dat je die nieuwe job waarschijnlijk wel zou krijgen, mocht je écht je best doen.
Je wil stoppen met uitstellen, vaker nee zeggen of eindelijk een belangrijke beslissing nemen. Toch blijf je hetzelfde doen. Daar kan een verrassende reden voor zijn.
Je uitstel beschermt iets wat belangrijk voor je is.
Dat noemen we de verborgen winst van gedrag. En die verklaart waarom veranderen soms zo moeilijk is, zelfs wanneer je precies weet wat je wil.
Wat levert je oude gedrag je op?
We hebben de neiging om ongewenst gedrag uitsluitend als een probleem te zien.
Je piekert te veel. Je blijft dingen controleren. Je neemt te veel hooi op je vork. Je stelt moeilijke gesprekken uit.
Daar wil je vanaf.
Maar stel dat je gedrag ook iets nuttigs voor je doet?
Een mail vijf keer nalezen geeft je het gevoel dat je fouten voorkomt.
Altijd ja zeggen helpt je om spanningen met anderen te vermijden.
Een beslissing uitstellen zorgt ervoor dat je voorlopig geen risico hoeft te nemen.
In de psychologie wordt voor zulke bijkomende voordelen ook de term secundaire winst gebruikt.
Het vreemde is dat we die voordelen lang niet altijd bewust opmerken. We zien vooral de nadelen van ons gedrag en begrijpen niet waarom we er toch mee doorgaan.
Er spelen twee mechanismen.
Het eerste is eenvoudig: bepaald gedrag geeft onmiddellijk opluchting. Onderzoekster Fuschia Sirois beschrijft hoe uitstellen een manier kan zijn om tijdelijk aan onaangename gevoelens te ontsnappen.
De taak blijft liggen, maar de spanning zakt even.
Het tweede mechanisme gaat dieper. Je gedrag kan ook iets beschermen waar je sterk aan gehecht bent: je zekerheid, je zelfstandigheid, je goede naam of de waardering van anderen.
Dat tweede mechanisme vind ik als coach bijzonder interessant.
Want je kunt oprecht naar verandering verlangen en ondertussen alles doen om te voorkomen dat je iets belangrijks verliest.
Je staat met één voet op het gaspedaal en één op de rem
De psychologen Robert Kegan en Lisa Lahey beschreven dit verschijnsel al. Volgens hun model kunnen mensen twee doelen nastreven die elkaar tegenwerken, zonder dat ze zich daarvan bewust zijn.
Neem iemand die zelfstandiger wil worden op het werk, maar voortdurend bevestiging vraagt aan zijn leidinggevende.
Zijn zichtbare doel is zelfstandigheid. Zijn verborgen doel is vermijden dat iemand hem onbekwaam vindt.
Of denk aan iemand die beter zijn grenzen wil bewaken, maar toch elke extra opdracht aanneemt.
Die persoon wil meer rust. Tegelijk wil hij een gewaardeerde, behulpzame collega blijven.
In beide gevallen zijn de verlangens begrijpelijk. Alleen lijken ze moeilijk samen te gaan.
Als coach vind ik het daarom belangrijk om verder te kijken dan de praktische hindernis die iemand benoemt.
Een cv kun je verbeteren. Een sollicitatiegesprek kun je voorbereiden. Maar als iemand diep vanbinnen gelooft dat afwijzing gelijkstaat aan persoonlijk falen, lossen die praktische voorbereidingen lang niet alles op.
Sterker nog, eindeloos voorbereiden kan een keurige manier worden om het spannende moment voor je uit te schuiven.
Welke overtuiging houdt je tegen?
Achter zo’n verborgen doel zit geregeld een overtuiging die we nauwelijks nog in vraag stellen.
‘Als ik een fout maak, verliezen mensen hun vertrouwen in mij.’
‘Als ik nee zeg, vinden anderen mij egoïstisch.’
‘Als ik solliciteer en afgewezen word, ben ik blijkbaar niet goed genoeg.’
Dat zijn stevige conclusies. Toch behandelen we ze alsof het vaststaande feiten zijn.
En precies daar ligt een mogelijkheid om iets te veranderen.
Kegan en Lahey stellen voor om zulke overtuigingen zichtbaar te maken en vervolgens voorzichtig te onderzoeken of ze kloppen.
Dat laatste is belangrijk. Soms is je vrees terecht. Een leidinggevende kan slecht reageren op een grens. Een sollicitatie kan op een afwijzing uitdraaien.
Je hoeft jezelf dus geen positief verhaal aan te praten. Je wil ontdekken wat er werkelijk gebeurt en welke conclusies je daar redelijkerwijs uit kunt trekken.
Een oefening om je eigen verborgen winst te onderzoeken
Hier is een vereenvoudigde oefening, geïnspireerd op het Immunity to Change-model van Kegan en Lahey.
Neem een blad papier en werk de vier stappen door. Ik gebruik telkens het voorbeeld van iemand die zijn sollicitatie blijft uitstellen.
Stap 1. Wat wil je veranderen?
Beschrijf concreet wat je wil doen en wat je nu werkelijk doet.
‘Ik wil solliciteren naar een andere job, maar blijf mijn cv verbeteren in plaats van het te versturen.’
Stap 2. Wat zou je missen als je dat oude gedrag loslaat?
Denk aan de voordelen die je huidige aanpak je geeft.
‘Zolang ik niet solliciteer, hoef ik geen afwijzing te verwerken. Ik behoud het gevoel dat ik zelf bepaal wanneer ik die stap zet.’
Stap 3. Waar ben je bang voor als je verandert?
Maak deze zin af:
‘Als ik … doe, dan vrees ik dat …’
Bijvoorbeeld:
‘Als ik solliciteer en afgewezen word, zal ik me zo onbekwaam voelen dat ik niet meer durf te solliciteren.’
Nu heb je een concrete verwachting die je kunt onderzoeken.
Stap 4. Doe een klein experiment
Stuur vóór zondag om 20 uur een cv dat goed genoeg is naar één vacature waarvoor je geschikt bent en waar de inzet voor jou beperkt is.
Geen nieuwe verbeteringsronde. Geen extra cursus. Gewoon versturen.
Schrijf vooraf op wat je verwacht. Hoeveel spanning zul je voelen? Wat verwacht je van de reactie van de werkgever? Hoe denk je met een eventuele afwijzing om te gaan?
Kijk achteraf wat er werkelijk gebeurde. Ook als je nog geen antwoord hebt gekregen, kun je al iets leren over de spanning die je vooraf verwachtte en hoe het was om toch te handelen.
Komt er een afwijzing, onderzoek dan hoe je ermee omgaat. Blijf je inderdaad vastzitten, zoals je voorspelde? Of lukt het om na de teleurstelling opnieuw een stap te zetten?
Eén experiment kan niet al je overtuigingen weerleggen. Het geeft je wel ervaringen waarmee je ze nauwkeuriger kunt beoordelen.
En zo maak je verandering minder afhankelijk van eindeloos nadenken.
Veelgestelde vragen
Waarom lukt het me niet om mijn gedrag te veranderen?
Je huidige gedrag levert je mogelijk iets op dat je wil behouden, zoals zekerheid, controle of waardering. Daarnaast kunnen gewoontes, stress en je omgeving verandering bemoeilijken. Onderzoek welk voordeel je oude gedrag heeft voordat je een nieuwe aanpak kiest.
Wat is secundaire winst bij gedrag?
Secundaire winst is een bijkomend voordeel dat je uit een situatie of bepaald gedrag haalt. Bijvoorbeeld: door een moeilijk gesprek uit te stellen, vermijd je voorlopig een conflict. Het voordeel is tijdelijk, terwijl het probleem blijft bestaan.
Waarom stel ik dingen uit terwijl ik weet dat het beter is om te beginnen?
Uitstellen kan je onmiddellijk opluchting geven. Als een taak angst, onzekerheid of verveling oproept, voelt vermijden tijdelijk prettiger. Daardoor kun je steeds opnieuw in hetzelfde patroon terechtkomen.
En nu jij
Denk aan een gedrag dat je al een tijd wil veranderen.
Iets waarvoor je jezelf regelmatig op de kop geeft. Omdat je weer te lang hebt gewacht, te veel hebt gecontroleerd of opnieuw over je eigen grenzen bent gegaan.
Stel dat je er morgen mee zou stoppen.
Wat zou je dan het meeste missen?
Schrijf je antwoord op. Daar kan een belangrijk aanknopingspunt liggen voor je volgende stap.
Blijf je ondanks je goede voornemens telkens in dezelfde patronen hangen?
Soms helpt het om samen te onderzoeken wat je tegenhoudt en waarom veranderen zo lastig voelt. Als mental coach en perfectionismecoach help ik je om meer zicht te krijgen op die patronen en stappen te zetten die bij jou passen.
Je kunt de hele dag hard werken en toch niet toekomen aan wat je belangrijk vindt. Dat komt soms door een te volle agenda of voortdurende onderbrekingen. Maar er kan ook iets anders spelen: je houdt jezelf bezig met kleinere, veilige taken omdat een belangrijke opdracht onzekerheid of spanning oproept. Dat patroon herkennen is de eerste stap om het te veranderen.
Het is 17.12 uur. Je hebt twaalf mails beantwoord, drie collega’s geholpen en een verslag afgewerkt. Je bent de hele dag druk bezig geweest.
Toch staat dat ene belangrijke voorstel nog altijd onaangeroerd op je computer.
Morgen begin je eraan. Dat had je vorige week ook al besloten.
Misschien heb je werkelijk te weinig tijd. Maar misschien speelt er iets anders. Want waarom lukt het zo gemakkelijk om allerlei verzoeken van anderen af te werken, terwijl je bepaalde taken voor jezelf blijft uitstellen?
Het antwoord heeft niet altijd met timemanagement te maken.
Soms helpt al dat nuttige werk je om iets te vermijden waar je tegenop ziet.
Waarom ben je de hele dag bezig, maar blijft het belangrijkste liggen?
Kleine taken geven snel het gevoel dat je iets bereikt. Je beantwoordt een mail, lost een probleem op of helpt een collega. Het resultaat is meteen zichtbaar. Belangrijke opdrachten vragen meestal meer tijd en brengen soms onzekerheid met zich mee. Daardoor krijgen ze gemakkelijk minder aandacht dan ze verdienen.
Neem dat gesprek met je leidinggevende over je toekomst in het bedrijf. Je wil het al maanden voeren. Je bent niet meer gelukkig in je functie, maar twijfelt over wat je dan wel wil.
Ondertussen blijf je uitstekend functioneren. Je neemt extra opdrachten aan, helpt nieuwe collega’s en bereidt vergaderingen grondig voor.
Niemand merkt dat je met iets worstelt.
Sterker nog, misschien denk je zelf dat het voorlopig wel meevalt. Je hebt het tenslotte voortdurend druk.
Er bestaat een begrip voor een patroon waarbij veel activiteit verhult dat belangrijke doelen nauwelijks dichterbij komen: schijnproductiviteit.
Dat betekent overigens niet dat al die andere taken nutteloos zijn. Je collega’s helpen kan waardevol zijn. Administratie moet gebeuren. En sommige jobs bestaan nu eenmaal grotendeels uit reageren op vragen.
Het wordt interessant wanneer je merkt dat bepaalde opdrachten telkens opnieuw blijven liggen, zelfs op dagen waarop je er wél tijd voor had.
In coaching vind ik daarom één vraag bijzonder waardevol:
Welke taak zou je waarschijnlijk nog steeds uitstellen als je morgen een volledig vrije voormiddag kreeg?
Het antwoord kan iets zichtbaar maken wat in een gesprek over agenda’s en prioriteiten verborgen blijft.
Wanneer wordt hard werken een manier om iets te vermijden?
Een moeilijke opdracht roept soms een onaangenaam gevoel op. Je twijfelt of je het goed zult doen, vreest kritiek of weet niet welke keuze je moet maken. Door iets anders te doen, verdwijnt dat ongemak tijdelijk. Die opluchting maakt het verleidelijk om de moeilijke taak opnieuw uit te stellen.
Stel dat je een voorstel wil doen om de samenwerking binnen je team te verbeteren.
Je hebt een idee waar je al een tijdje over nadenkt. Toch blijf je zoeken naar extra informatie. Je bekijkt voorbeelden van andere organisaties, past je presentatie aan en formuleert je argumenten nog wat scherper.
Voorbereiding is natuurlijk nuttig. Maar na drie weken heb je nog altijd niemand je voorstel laten lezen.
Misschien omdat je vreest dat je leidinggevende het niet goed genoeg zal vinden. Of omdat je niet weet hoe je zult reageren wanneer iemand je idee afwijst.
Zolang je blijft voorbereiden, hoef je dat moment niet mee te maken.
Psychologisch onderzoek laat zien dat uitstelgedrag geregeld samenhangt met het vermijden van onaangename gevoelens. Je probeert je op korte termijn beter te voelen.
Dat patroon versterkt zichzelf:
Je denkt aan de moeilijke opdracht en voelt spanning. Je kiest een gemakkelijkere taak en merkt dat de spanning afneemt. Daardoor wordt het aantrekkelijk om de volgende keer opnieuw uit te wijken.
Ondertussen verdwijnt de oorspronkelijke opdracht niet. De deadline nadert, je begint je schuldig te voelen en de taak lijkt steeds zwaarder.
Een taak wordt niet altijd moeilijker omdat ze groeit. Soms groeit vooral de spanning eromheen.
Dat verklaart waarom iemand uren kan werken en toch het gevoel heeft dat hij nergens geraakt.
De vraag is dan niet hoeveel tijd je nodig hebt, maar wat je probeert te voorkomen door nog niet te beginnen.
Welke rol spelen perfectionisme en de behoefte om anderen tevreden te houden?
Bij mensen met perfectionisme kan de angst om fouten te maken of controle te verliezen ervoor zorgen dat belangrijke taken blijven liggen. Wie moeilijk grenzen stelt, kan dan weer eigen plannen opzijschuiven om anderen tevreden te houden. Beide patronen kunnen samengaan met hard werken, waardoor het uitstelgedrag niet meteen opvalt.
Als goed werk nooit goed genoeg voelt
Mensen met perfectionisme willen hun werk vaak zorgvuldig aanpakken. Daar is op zichzelf niets mis mee.
Het wordt lastig wanneer een fout veel meer betekent dan een fout.
Misschien denk je dat een onvolmaakt voorstel bewijst dat je onvoldoende bekwaam bent. Of voel je je persoonlijk verantwoordelijk voor alles wat verkeerd zou kunnen lopen.
Je blijft daarom controleren, verbeteren of extra informatie verzamelen.
Het probleem is dat je vooraf nooit volledig kunt uitsluiten dat iemand kritiek zal hebben.
Op een bepaald moment vraagt vooruitgang dat je iets doet waarvan je de uitkomst nog niet kent.
Een vraag die dan kan helpen:
Wat zou ik nu doen als ik niet eerst zeker hoefde te zijn dat het goed ontvangen wordt?
Misschien zou je een eerste versie delen. Een vraag stellen. Of eindelijk die beslissing nemen waarover je al weken nadenkt.
Als je anderen niet wil teleurstellen
Er bestaat nog een andere manier om je eigen prioriteiten uit het oog te verliezen.
Je bent iemand op wie collega’s kunnen rekenen. Wanneer iemand hulp vraagt, maak je tijd. Ook als je eigenlijk met iets anders bezig bent.
Het voelt goed om behulpzaam te zijn. Maar misschien ervaar je ook schuldgevoel wanneer je niet meteen reageert.
Een collega vraagt bijvoorbeeld of je een document wil nakijken. Je eigen verslag moet nog af, maar je zegt onmiddellijk ja.
Niet omdat dat document noodzakelijk dringender is. Misschien wil je vooral vermijden dat je collega teleurgesteld raakt.
Voor iemand die moeite heeft met grenzen stellen, kan een kwartier ongestoord werken daardoor verrassend lastig zijn.
Want die vijftien minuten beschermen betekent dat je iemand anders soms zult moeten laten wachten.
Waarom krijgen dringende vragen zo gemakkelijk voorrang?
Iets wat dringend lijkt, trekt snel onze aandacht. Onderzoek laat zien dat mensen zelfs een minder waardevolle taak kunnen verkiezen wanneer die een kunstmatig gevoel van urgentie krijgt. Op het werk kan dat effect meespelen wanneer nieuwe verzoeken voortdurend de aandacht wegtrekken van belangrijker opdrachten.
Daar komt nog iets bij: onderbrekingen maken het moeilijker om je aandacht bij één taak te houden.
Onderzoekers ontdekten dat gedachten over onafgewerkt werk kunnen blijven hangen wanneer we naar een andere opdracht overschakelen. Daardoor presteren we soms minder goed op die volgende taak.
Stel dat je eindelijk aan een belangrijk document begonnen bent.
Een collega verschijnt aan je bureau.
‘Heb je twee minuutjes?’
Je wil niet onbeleefd overkomen. Normaal zou je meteen stoppen.
Maar deze keer vraag je: ‘Is het dringend? Anders kom ik over een kwartier bij je langs.’
‘Dat is prima’, antwoordt je collega.
Je werkt verder en gaat daarna naar hem toe.
Er is niets dramatisch gebeurd. Je collega werd geholpen en jij hebt kunnen doorwerken.
Moet je toch onmiddellijk stoppen? Dan kun je vooraf kort noteren wat je nog moet doen wanneer je je werk hervat.
In onderzoek bleek dat zo’n korte voorbereiding mensen hielp om minder met hun gedachten bij het onderbroken werk te blijven hangen. Daardoor konden ze zich beter concentreren op de nieuwe taak die aandacht vroeg.
Die aanpak lost niet alle onderbrekingen op, maar maakt bewust overschakelen gemakkelijker.
Hoe doorbreek je de gewoonte om belangrijke taken uit te stellen?
Begin niet meteen met een nieuwe planning. Onderzoek eerst waarom je een bepaalde taak voor je uitschuift. Zodra je begrijpt welk ongemak je probeert te vermijden, kun je een kleine handeling kiezen waarmee je toch vooruitgaat. Zo werk je aan het gedrag én aan wat het gedrag in stand houdt.
Een oefening voor vanavond
Neem aan het einde van je werkdag vijf minuten en denk aan één belangrijke taak die opnieuw bleef liggen.
Beantwoord deze drie vragen:
Wat stel ik precies uit? Beschrijf een concrete handeling, bijvoorbeeld je leidinggevende bellen of een voorstel versturen.
Wat vind ik daar lastig aan? Ben je bang voor kritiek? Twijfel je over je keuze? Wil je niemand teleurstellen? Of weet je gewoon niet hoe je moet beginnen?
Wat zou een eerste haalbare stap zijn als dat ongemak er morgen nog steeds is?
Die derde vraag is belangrijk.
Veel mensen wachten op het moment waarop ze voldoende zelfvertrouwen hebben, precies weten wat ze willen of geen spanning meer voelen.
Maar dat moment komt niet noodzakelijk.
Je kunt een belangrijk gesprek voorbereiden terwijl je nog onzeker bent. Je kunt een eerste versie delen zonder te weten wat anderen ervan vinden.
Dat betekent niet dat je alle risico’s moet negeren. Wel dat je onderscheid leert maken tussen risico’s die werkelijk om voorbereiding vragen en onzekerheid die nu eenmaal bij een nieuwe stap hoort.
Maak je voornemen concreet
Wanneer je weet wat je eerste stap wordt, helpt het om die aan een duidelijk moment te koppelen.
In de psychologie heet dat een als-danplan.
Bijvoorbeeld:
‘Als ik morgen om 9 uur mijn computer open, dan schrijf ik vijftien minuten aan de eerste versie van mijn voorstel.’
Onderzoek naar als-danplannen laat gemiddeld een middelgroot tot groot positief effect zien op het bereiken van doelen. Een concreet moment koppelen aan een bepaalde handeling maakt het gemakkelijker om daadwerkelijk te beginnen.
Maar maak je eerste stap niet groter dan nodig.
Voor iemand met perfectionisme kan dat betekenen dat een eerste versie voorlopig onvolmaakt mag zijn.
Wie moeite heeft met grenzen stellen, kan vooraf één zin voorbereiden: ‘Ik help je graag, maar ik wil dit eerst afwerken. Kan het om tien uur?’
En wanneer je al lang nadenkt over een andere job, hoeft je eerste stap geen sollicitatie te zijn. Een verkennend gesprek met iemand die ander werk doet, kan al nieuwe informatie opleveren.
Het gaat erom dat je een stap kiest die je werkelijk dichter bij je doel brengt, in plaats van opnieuw iets te doen dat vooral veilig aanvoelt.
Wat als je echt te weinig tijd hebt?
Niet elke uitgestelde taak wijst op vermijding. Sommige mensen hebben eenvoudigweg meer werk dan binnen hun beschikbare tijd haalbaar is. Anderen krijgen voortdurend opdrachten bij zonder invloed op hun prioriteiten. In die situaties is een betere persoonlijke planning onvoldoende en moeten ook de werkomstandigheden veranderen.
Je kunt dat onderscheid onderzoeken met een eenvoudige vraag:
Als mijn werkdruk morgen zou verminderen, zou ik deze taak dan waarschijnlijk aanpakken?
Als het antwoord ja is, spelen tijd en omstandigheden vermoedelijk een belangrijke rol.
Blijf je twijfelen, zelfs bij voldoende tijd, dan is het de moeite om te onderzoeken wat de taak moeilijk maakt.
Beide problemen kunnen natuurlijk tegelijk voorkomen.
Misschien heb je veel te veel werk én vind je het moeilijk om nee te zeggen. Of ervaar je zoveel druk dat zelfs een kleine beslissing veel energie vraagt.
Wanneer je werkdag structureel te vol zit, is een gesprek over prioriteiten nodig. Wat moet eerst? Welke opdracht kan wachten? Wat is haalbaar met de mensen en tijd die beschikbaar zijn?
Dat zijn geen vragen die je alleen met meer discipline kunt oplossen.
Veelgestelde vragen
Waarom word ik pas productief wanneer de deadline dichtbij komt?
Een naderende deadline maakt duidelijk dat je niet langer kunt blijven uitstellen. Daardoor krijgt de taak meer voorrang en is er minder ruimte om te blijven twijfelen of voorbereiden. Voor sommige mensen helpt die tijdsdruk om te beginnen. Maar wachten tot het laatste moment brengt ook stress mee en laat minder ruimte voor onverwachte problemen.
Hoe herken ik uitstelgedrag door perfectionisme?
Let erop of je blijft voorbereiden, controleren of verbeteren omdat je bang bent voor fouten of kritiek. Misschien begin je niet voordat je precies weet hoe je iets moet aanpakken. Of vind je het bijzonder moeilijk om een opdracht af te ronden. Dan kan perfectionisme een rol spelen, zeker wanneer de eisen die je jezelf stelt je vooruitgang belemmeren.
Waarom voel ik me schuldig als ik niet meteen iemand help?
Mogelijk heb je geleerd dat behulpzaam zijn belangrijk is om gewaardeerd te worden of conflicten te vermijden. Een verzoek uitstellen voelt dan al snel alsof je iemand in de steek laat. Onderzoek welke verwachtingen je jezelf oplegt. Iemand helpen en zelf grenzen aangeven kunnen perfect samengaan.
Hoe weet ik of ik overbelast ben of belangrijke taken vermijd?
Kijk of je voldoende tijd, energie en invloed hebt om je werk uit te voeren. Blijven veel verschillende taken liggen en lukt herstellen nauwelijks, dan kan overbelasting een belangrijke rol spelen. Schuif je vooral specifieke opdrachten vooruit die onzekerheid of spanning oproepen, dan kan vermijding meespelen. Beide kunnen ook samen voorkomen.
Misschien herken je jezelf in het voortdurend bezig zijn. Je neemt je werk ernstig, wil anderen helpen en vindt het belangrijk om goed werk te leveren.
Maar merk je dat bepaalde gesprekken, beslissingen of plannen telkens naar morgen verschuiven? Dan kan het waardevol zijn om daar wat langer bij stil te staan.
Wat zou er gebeuren als je dat voorstel werkelijk verstuurt? Als je eindelijk dat gesprek aangaat? Of als je één keer aangeeft dat je iets vandaag niet kunt opnemen?
Misschien ontdek je dat je minder tijd nodig hebt dan je dacht.
En misschien ontdek je iets belangrijkers: dat je al een hele tijd probeert te vermijden hoe onzeker die eerste stap voelt.
Je hoeft die onzekerheid niet eerst helemaal kwijt te raken om te kunnen beginnen.
In mijn perfectionismecoaching en loopbaanbegeleiding onderzoeken we welke verwachtingen, twijfels of gewoontes je tegenhouden. Niet om nog een beter gevulde agenda te maken, maar om je te helpen de keuzes en stappen te zetten die voor jou belangrijk zijn.
Ben je vaak druk, maar blijven belangrijke gesprekken, keuzes of plannen toch liggen? Dan kan het helpen om samen te onderzoeken wat je precies tegenhoudt. In mijn coaching en loopbaanbegeleiding kijken we naar perfectionisme, uitstelgedrag, zelftwijfel en moeite met grenzen stellen – op een concrete, nuchtere en mensgerichte manier.
Wil je daar eens over praten? Neem gerust contact op voor een kennismakingsgesprek.
In mijn wekelijkse tip deel ik concrete inzichten over perfectionisme, zelfvertrouwen, piekeren en mentale rust.
Je ontvangt meteen ook mijn gratis e-book:
Wil je leren om met minder zelfkritiek naar jezelf te kijken? Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief met herkenbare inzichten en praktische coachingtips. Je krijgt het gratis e-book Coach jezelf als welkom.
Wanneer was je voor het laatst echt tevreden over jezelf?
Zonder er meteen aan toe te voegen wat beter had gekund. Zonder je prestatie kleiner te maken. Zonder alweer aan het volgende doel te denken.
Je hebt een moeilijke opdracht afgerond. Je leidinggevende is tevreden. Toch denk jij vooral aan dat ene onderdeel dat beter kon. En morgen begin je opnieuw met dezelfde hoge eisen.
Waarom ben je nooit tevreden met wat je bereikt? Soms raak je snel gewend aan succes. Maar bij perfectionisme speelt vaak iets anders: je laat je eigen prestaties nauwelijks meetellen. Wat mislukt, zie je als bewijs dat je beter je best moet doen. Wat lukt, vind je al snel vanzelfsprekend. Zo blijft de lat verschuiven.
Waarom is het nooit genoeg, hoeveel je ook bereikt?
Wanneer je je eigen prestaties voortdurend kleiner maakt, wordt tevreden zijn moeilijk. Je kunt veel bereiken en toch blijven denken dat je achterloopt. Het probleem zit dan vooral in de manier waarop je beoordeelt wat je hebt gedaan.
Neem een presentatie op het werk.
Je hebt ze grondig voorbereid. Tijdens de vergadering luisteren je collega’s aandachtig. Na afloop krijg je verschillende positieve reacties.
Eén collega merkt op dat je een bepaald onderdeel nog iets duidelijker had kunnen uitleggen.
’s Avonds denk je vooral aan die opmerking.
Je gaat de presentatie opnieuw af in je hoofd. Waarom had je dat niet beter uitgelegd? Had je die vraag niet kunnen voorzien? Wat zullen de anderen gedacht hebben?
De complimenten schuif je opzij. ‘Ze waren gewoon vriendelijk.’ Of: ‘Zo bijzonder was die presentatie nu ook weer niet.’
Die ene opmerking krijgt intussen alle aandacht.
Dit is een patroon dat ik bij perfectionisme belangrijk vind om te onderzoeken. Mensen stellen hoge eisen aan zichzelf en leveren vaak goed werk. Maar wat ze bereiken, krijgt opvallend weinig gewicht in hun eigen beoordeling.
Er gebeurt iets merkwaardigs.
Als het tegenvalt, telt het zwaar. Als het goed gaat, telt het nauwelijks.
Je kunt moeilijk tevreden zijn over je prestaties wanneer je telkens de bewijzen van je eigen succes wegstreept.
Waarom voelt een succes zo snel weer gewoon?
Mensen wennen aan positieve veranderingen. Een nieuwe job of een langverwacht diploma kan eerst veel voldoening geven. Na verloop van tijd wordt het onderdeel van je gewone leven. Dat is normaal en betekent niet dat het succes waardeloos was.
Psychologen noemen dit hedonische adaptatie. Dat is een moeilijk woord voor iets wat je waarschijnlijk al hebt meegemaakt.
Denk aan je eerste weken in een nieuwe woning. Je keek met plezier rond. Je genoot van de ruimte, het licht of de tuin.
Een jaar later zie je vooral dat de ramen dringend gepoetst moeten worden.
Onderzoek van Ed Diener en zijn collega’s laat zien dat mensen zich vaak aanpassen aan veranderingen. Die gewenning verloopt niet voor iedereen gelijk. Sommige gebeurtenissen blijven langdurig invloed hebben op hoe tevreden je bent met je leven.
We overschatten soms ook hoeveel een toekomstige verandering voor ons zal betekenen.
Wanneer je droomt van promotie, denk je aan de erkenning en de nieuwe mogelijkheden. Je stelt je veel minder voor hoe een gewone dinsdag er zes maanden later uitziet. Dan wachten er opnieuw mails, vergaderingen en lastige beslissingen.
Dat verklaart waarom een succes minder lang bijzonder kan aanvoelen dan je vooraf dacht.
Maar bij mensen die nooit tevreden zijn, komt er vaak nog iets bovenop.
Zodra het succes gewoon voelt, besluiten ze dat het blijkbaar niet bijzonder genoeg was.
‘Die promotie? Dat was toch een logische volgende stap.’
‘Dat diploma? Anderen hebben het ook gehaald.’
Wat je vroeger graag wilde, gebruik je nu als bewijs dat je nog ambitieuzer moet zijn.
En zo schuift de lat opnieuw op.
Waarom zie ik vooral wat nog beter kan?
Wie bang is om fouten te maken, kan zichzelf aanleren om voortdurend naar tekortkomingen te zoeken. Dat lijkt nuttig, want je ontdekt wat beter kan. Maar als je die kritische blik ook op jezelf blijft richten, krijgt je zelfvertrouwen weinig ruimte.
Roz Shafran, Zafra Cooper en Christopher Fairburn beschreven een vorm van perfectionisme waarbij mensen hun eigenwaarde sterk laten afhangen van hun prestaties.
Wat hun beschrijving bijzonder interessant maakt, is dat zowel mislukking als succes hetzelfde patroon kunnen versterken.
Stel dat je een belangrijk rapport schrijft.
Je werkt er uren aan. Je leest het verschillende keren na en past telkens nog iets aan.
Wanneer je leidinggevende opmerkingen heeft, denk je: ‘Zie je wel, ik had grondiger moeten werken.’
Maar wanneer je leidinggevende tevreden is, denk je: ‘Het was blijkbaar niet zo moeilijk. De volgende keer kan ik beter nog iets extra doen.’
In beide gevallen blijft de conclusie dezelfde: je moet meer je best doen.
Dat is een vermoeiende manier van leven.
Je leert steeds beter waar de fouten kunnen zitten, maar nauwelijks wanneer iets voldoende is.
En als je na iedere geslaagde opdracht de eisen verhoogt, wordt het almaar moeilijker om dat punt te bereiken.
Er is natuurlijk niets mis met zorgvuldig werken. Hoge eisen kunnen je helpen om goed werk te leveren.
De vraag is hoeveel vrijheid je nog hebt.
Kun je een taak afronden terwijl je weet dat iemand er nog een opmerking over zou kunnen maken? Kun je tevreden zijn over een prestatie waarin ook een fout zat? Kun je een compliment aannemen zonder het onmiddellijk te relativeren?
Als dat moeilijk is, loont het om te onderzoeken hoeveel je eigenwaarde van je prestaties is gaan afhangen.
Waarom voel ik me soms leeg nadat ik een doel heb bereikt?
Een leeg gevoel na een succes kan verschillende redenen hebben. De spanning van het streven valt weg, je mist plots een duidelijk doel of het resultaat geeft minder voldoening dan verwacht. Soms ontdek je ook dat je vooral iets wilde bereiken om waardering te krijgen.
Je hebt bijvoorbeeld jarenlang gewerkt om leidinggevende te worden.
Na de promotie voel je vooral opluchting. Je hebt bewezen dat je het kunt.
Maar enkele maanden later merk je dat je je vroegere werk mist. Je hield ervan om moeilijke problemen op te lossen en je vakkennis te gebruiken. Nu besteed je een groot deel van je tijd aan vergaderingen en personeelszaken.
Je hebt bereikt wat je wilde. Alleen blijkt het dagelijkse werk minder goed bij je te passen dan verwacht.
Onderzoek van Kennon Sheldon en Andrew Elliot laat zien dat doelen meer voldoening kunnen geven wanneer ze passen bij je eigen interesses en waarden.
Daarom is er bij loopbaancoaching een vraag die veel duidelijk kan maken:
‘Voor wie wil ik dit eigenlijk?’
Wil je die functie omdat het werk je aanspreekt? Omdat je graag verantwoordelijkheid neemt? Of omdat je vindt dat je op jouw leeftijd al verder zou moeten staan?
Dat zijn verschillende redenen om hetzelfde doel na te streven.
En ze kunnen verklaren waarom de ene promotie veel voldoening geeft en de andere vooral opluchting.
Een tijdelijk leeg gevoel na een groot project hoeft geen probleem te zijn. Heb je daarentegen al maanden weinig plezier in dingen die je vroeger graag deed, of voel je je voortdurend uitgeput? Bespreek dat dan met je huisarts. Er kan meer aan de hand zijn dan hoge verwachtingen.
Word ik niet lui als ik tevreden ben met mezelf?
Tevreden zijn over jezelf betekent niet dat je stopt met groeien. Je kunt erkennen wat goed ging en tegelijk zien wat je nog wil verbeteren. Onderzoek naar zelfcompassie laat zelfs zien dat vriendelijker omgaan met jezelf na een fout de motivatie om bij te leren kan versterken.
Dit is een belangrijk punt. Want sommige mensen durven nauwelijks tevreden te zijn.
Ze hebben zichzelf jarenlang vooruitgeholpen met strenge gedachten.
‘Komaan, je kunt beter.’
‘Niet te vroeg tevreden zijn.’
‘Je mag nu niet verslappen.’
En die aanpak heeft vaak iets opgeleverd. Ze hebben diploma’s gehaald, carrière gemaakt of moeilijke projecten tot een goed einde gebracht.
Dan voelt het riskant om minder streng te worden.
Wat als je daardoor minder presteert?
Die bezorgdheid begrijp ik. Zelfkritiek kan je op korte termijn aan het werk zetten. Alleen is het de vraag welke prijs je ervoor betaalt.
Misschien blijf je veel te lang aan taken werken. Of stel je nieuwe uitdagingen uit omdat je bang bent om niet meteen goed te zijn. Misschien lukt het je zelfs tijdens je vakantie nauwelijks om te ontspannen.
Onderzoekers Juliana Breines en Serena Chen onderzochten in vier experimenten wat er gebeurt wanneer mensen na een fout met meer begrip naar zichzelf kijken.
In een van die experimenten besteedden deelnemers na een tegenvallende test meer tijd aan studeren wanneer ze waren aangemoedigd om vriendelijker met zichzelf om te gaan.
Dat bewijst niet dat zelfcompassie altijd tot betere prestaties leidt. Het laat wel zien dat jezelf hard aanpakken geen noodzakelijke voorwaarde is om gemotiveerd te blijven.
Ik zou de vraag daarom omdraaien.
Niet: ‘Hoe zorg ik dat ik mezelf nooit te gemakkelijk behandel?’
Wel: ‘Kan ik even goed werk leveren met minder druk op mezelf?’
Dat kun je onderzoeken. Je hoeft het niet zomaar te geloven.
Hoe leer ik herkennen wanneer iets goed genoeg is?
Je leert tevreden zijn door je prestaties eerlijker te beoordelen. Dat betekent ook aandacht geven aan wat gelukt is en vooraf bepalen wanneer een taak voldoende afgewerkt is. De volgende drie oefeningen helpen om dat in het dagelijks leven uit te proberen.
1. De eerlijke balans: laat je successen meetellen
Wanneer: na een opdracht waarover je blijft twijfelen.
Tijd: vijf minuten.
Neem een blad papier en maak twee kolommen.
Schrijf links wat niet goed ging of beter kon. Rechts schrijf je wat wél gelukt is.
Bijvoorbeeld:
Links: ‘Ik kon die ene vraag tijdens de presentatie niet meteen beantwoorden.’
Rechts: ‘Ik had mijn verhaal goed voorbereid, hield de aandacht vast en kon de belangrijkste vragen beantwoorden.’
Kijk vervolgens of je beide kanten even eerlijk beoordeelt.
Tel je één fout als bewijs dat de hele presentatie niet goed was? Vind je positieve reacties minder waard omdat ze van vriendelijke collega’s komen?
De bedoeling is niet om jezelf wijs te maken dat alles fantastisch was.
Je wilt een eerlijk oordeel vormen, waarin een fout een fout mag zijn en een goed resultaat ook gewoon meetelt.
Wat als je niets positiefs kunt bedenken?
Begin dan met de feiten. Wat heb je concreet afgewerkt? Wat is gelukt, ook al kostte het moeite? Welk deel voldeed aan de verwachtingen?
Je hoeft er niet onmiddellijk trots op te zijn. Het is al een stap vooruit wanneer je stopt met alles wat goed ging als vanzelfsprekend weg te zetten.
2. De gewone-dinsdagtest: kijk voorbij het grote succes
Wanneer: wanneer je denkt dat een volgend doel eindelijk alles zal veranderen.
Tijd: drie minuten.
Stel je voor dat je je doel zes maanden geleden hebt bereikt.
Je hebt die promotie. Je woont in dat nieuwe huis. Of je hebt je opleiding afgerond.
Het is nu dinsdag. Een gewone werkdag.
Wat doe je? Waar ben je tevreden over? En waar erger je je nog altijd aan?
Schrijf twee veranderingen op die het nieuwe doel waarschijnlijk zal brengen. Noteer daarnaast één probleem dat waarschijnlijk zal blijven bestaan.
Dat helpt om realistischer te kijken naar wat je van een doel verwacht.
En stel jezelf nog één vraag: ‘Wat hoop ik dankzij dit doel eindelijk over mezelf te kunnen denken?’
Als je antwoord luidt ‘dat ik goed genoeg ben’, verdient die gedachte extra aandacht.
3. Het goed-genoeg-experiment: test je angst om te verslappen
Wanneer: bij een taak waarin je gemakkelijk blijft verbeteren en controleren.
Tijd: één gewone werktaak, bijvoorbeeld een mail of een kort verslag.
Bepaal vooraf wat de taak moet opleveren.
Bij een mail kan dat eenvoudig zijn: de informatie is juist, de vraag is duidelijk en de toon is vriendelijk.
Spreek met jezelf af dat je één keer naleest en daarna verstuurt.
Merk je dat je toch een vierde keer wil controleren? Vraag dan wat die extra controle nog zou opleveren.
Vind je werkelijk nieuwe fouten? Of probeer je vooral het vervelende gevoel kwijt te raken dat iemand kritiek zou kunnen geven?
Rond de taak af wanneer ze aan je vooraf bepaalde eisen voldoet.
Kijk achteraf naar het resultaat. Was de kwaliteit werkelijk minder? Hoeveel tijd heb je uitgespaard? En hoe voelde het om eerder te stoppen?
Gebruik dit experiment bij een taak met weinig risico. Niet bij werk waar een kleine fout ernstige gevolgen kan hebben.
Het doel is te ontdekken of je hoge kwaliteit kunt leveren zonder jezelf telkens uit te putten.
Veelgestelde vragen over nooit tevreden zijn
Waarom vind ik wat ik doe nooit goed genoeg?
Omdat je mogelijk meer aandacht geeft aan fouten dan aan wat gelukt is. Bij perfectionisme kan je eigenwaarde sterk verbonden raken met prestaties. Daardoor vind je een goed resultaat al snel vanzelfsprekend en blijft een kleine fout lang hangen. Het helpt om beide kanten van je prestatie eerlijk te beoordelen.
Waarom voel ik me na een succes niet zo blij als verwacht?
Mensen wennen vaak aan positieve veranderingen. Bovendien stellen we ons het moment van succes levendiger voor dan het gewone leven dat erop volgt. Een leeg gevoel kan ook ontstaan doordat een lang nagestreefd doel plots wegvalt. Dat betekent niet automatisch dat je het verkeerde doel gekozen hebt.
Kan ik ambitieus blijven zonder perfectionistisch te zijn?
Ja. Je kunt hoge doelen nastreven zonder je eigenwaarde ervan afhankelijk te maken. Gezonde ambitie laat ruimte om te leren, fouten te maken en tevreden te zijn over vooruitgang. Perfectionisme wordt lastig wanneer je alleen tevreden kunt zijn met een resultaat dat steeds weer beter moet.
Hoe weet ik of mijn ontevredenheid door perfectionisme komt?
Let op wat er gebeurt wanneer je iets bereikt. Kun je van je resultaat genieten? Of zie je meteen nieuwe fouten en eisen? Word je onrustig als je een taak niet perfect kunt afronden? Zulke patronen kunnen wijzen op perfectionisme. Ontevredenheid kan ook andere oorzaken hebben, zoals stress, een job die niet bij je past of aanhoudende somberheid.
Wanneer was het voor jou genoeg?
Kijk vandaag eens naar iets wat je goed hebt gedaan.
Een taak die af is. Een moeilijk gesprek dat je hebt gevoerd. Een beslissing die je eindelijk genomen hebt.
En let op wat je er meteen achteraan denkt.
Komt er een ‘ja, maar …’? Dan heb je je patroon gevonden.
Je mag zien wat beter kan. Geef wat gelukt is ondertussen ook een eerlijke plaats in je beoordeling.
Want als je elk succes onmiddellijk wegstreept, blijf je werken voor een tevredenheid die je jezelf nooit gunt.
Merk je dat je al jaren streng voor jezelf bent en moeilijk kunt stoppen met verbeteren? In mijn perfectionismecoaching onderzoeken we waarom je jezelf zo onder druk zet. Je leert zorgvuldiger omgaan met die innerlijke kritiek en ontdekken wanneer iets werkelijk goed genoeg is. Zo kun je je ambities blijven nastreven zonder jezelf voortdurend te moeten bewijzen.
In mijn wekelijkse tip deel ik concrete inzichten over perfectionisme, zelfvertrouwen, piekeren en mentale rust.
Je ontvangt meteen ook mijn gratis e-book:
Wil je leren om met minder zelfkritiek naar jezelf te kijken? Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief met herkenbare inzichten en praktische coachingtips. Je krijgt het gratis e-book Coach jezelf als welkom.
Waarom lukt het vaak even om een goed voornemen vol te houden, tot het één keer misgaat? En waarom maken zoveel mensen het zichzelf daarna nog moeilijker?
In dit artikel lees je hoe perfectionisme ervoor kan zorgen dat één gemiste dag meteen aanvoelt als een mislukking. Je ontdekt ook wat wél helpt als je minder streng en tegelijk consequenter met jezelf wilt omgaan.
Wil je vaker dit soort inzichten ontvangen? Download hier ook mijn gratis e-book: https://eepurl.com/cYIuQ
Je wil ’s avonds vroeger stoppen met werken. Minder uitstellen. Meer bewegen. Je neemt het je serieus voor en de eerste dagen lukt het.
Tot het een keer misgaat.
Op dat moment gebeurt er iets opvallends. In plaats van de volgende dag verder te doen, besluit je dat je het voortaan strenger moet aanpakken. Je maakt een nieuw plan, met betere afspraken en minder ruimte voor uitzonderingen.
Dat geeft even een goed gevoel. Je hebt weer controle.
Alleen verandert er aan je oude gewoonte nauwelijks iets. En voor je het weet, zit je opnieuw in hetzelfde patroon.
In mijn coaching zie ik dat vooral bij mensen die hoge eisen aan zichzelf stellen. Ze hebben doorgaans geen gebrek aan goede voornemens. Ze maken er alleen bijzonder strenge regels van.
En zodra ze zo’n regel overtreden, lijkt alles wat ze eerder hebben bereikt plots niet meer mee te tellen.
Misschien heb je geen strenger plan nodig. Misschien moet je vooral leren wat je doet wanneer je plan niet lukt.
De fout die van één slechte dag een slechte week maakt
Stel dat je hebt besloten om voortaan elke werkdag om half zes te stoppen.
Maandag lukt het. Dinsdag ook. Woensdag loopt een vergadering uit en zit je om zeven uur nog achter je laptop.
Je bent teleurgesteld in jezelf. Donderdag gebeurt ongeveer hetzelfde. Vrijdag denk je: Deze week is toch al mislukt. Vanaf maandag pak ik het opnieuw serieus aan.
Er is iets merkwaardigs gebeurd. Je had twee dagen je doel bereikt, maar je kijkt vooral naar de dagen waarop het niet lukte.
Bovendien heb je besloten dat die ene afwijking betekent dat je plan niet deugt.
In onderzoek naar eetgedrag werd een vergelijkbare reactie beschreven bij mensen die bstrenge dieetregels volgen. Nadat ze een regel hadden overtreden, lieten sommige deelnemers hun dieet verder varen. Onderzoekers spreken van het what-the-hell-effect: nu het toch al misgelopen is, maakt de rest blijkbaar ook niet meer uit.
Dat onderzoek ging over eten, maar de gedachte is ook herkenbaar bij andere goede voornemens.
Je mist één sportsessie en slaat de rest van de week over. Je stelt een moeilijke taak uit en besluit dat je morgen met een volledig nieuwe planning begint. Je bent één avond langer aan het werk en laat je afspraak om vroeger te stoppen voorlopig varen.
Vooral als je perfectionistisch bent, kan die reactie sterk zijn. Je ziet een afwijking niet alleen als iets wat niet lukte, maar ook als bewijs dat je onvoldoende discipline hebt.
En dus moet het de volgende keer nóg beter.
Ik zou je iets anders willen voorstellen.
Als je een dag mist, hervat je je afspraak bij de volgende gelegenheid. Je probeert niets in te halen en maakt geen strenger schema om het goed te maken.
Dat klinkt bijna te eenvoudig. Toch is het de moeite waard om ermee te oefenen, juist wanneer je gewend bent veel van jezelf te eisen.
Wat je oude gedrag je oplevert
Waarom blijf je eigenlijk doorwerken als je vroeger wil stoppen?
Het voor de hand liggende antwoord is dat je nog werk hebt. Maar dat verklaart niet altijd waarom je zo moeilijk kunt afronden.
Misschien wil je een collega niet teleurstellen. Misschien vind je het lastig om een taak onafgewerkt achter te laten. Of je wil nog één keer controleren of die mail wel duidelijk genoeg is.
Om half zes stoppen betekent dan dat je iets moet verdragen wat je liever vermijdt.
Een onafgewerkt dossier. De mogelijkheid dat iemand moet wachten. Of die vervelende gedachte dat je vandaag niet genoeg hebt gedaan.
Dus werk je nog even door.
Je verstuurt de mail, werkt de laatste opmerkingen weg en schrapt nog een taak van je lijst. Dat geeft opluchting.
Die opluchting is belangrijk. Je hebt even minder last van het gevoel dat je iets onafgewerkt achterlaat. Daardoor wordt langer doorwerken aantrekkelijk, ook al weet je dat je er later moe en gefrustreerd van wordt.
Bij uitstelgedrag zie je iets vergelijkbaars. Je ziet op tegen een moeilijke opdracht. Misschien omdat je bang bent om fouten te maken of omdat je niet weet hoe je moet beginnen. Door iets anders te doen, verdwijnt die spanning even.
Je leert dus onbedoeld dat vermijden helpt om je op korte termijn beter te voelen.
Zo kunnen gewoontes zichzelf in stand houden.
Daarom stel ik bij het begeleiden van perfectionisme en uitstelgedrag graag een vraag die verder gaat dan ‘Waarom doe je dit toch altijd?’:
Wat levert dit gedrag je op, ook al heb je er achteraf last van?
Dat kan een ongemakkelijke vraag zijn. Want het gedrag waar je vanaf wil, heeft vaak ook een functie. Het beschermt je bijvoorbeeld tegen kritiek, teleurstelling of onzekerheid.
Als je die functie niet begrijpt, blijf je oplossingen zoeken op het verkeerde niveau.
Een extra alarm om half zes kan handig zijn. Maar wanneer je vooral bang bent dat collega’s je minder betrokken vinden als je vroeger stopt, zal dat alarm weinig veranderen.
Dan moet je leren omgaan met die angst en onderzoeken welke verwachtingen er werkelijk zijn.
En als je werkpakket structureel niet binnen je uren past, vraagt dat ook een gesprek over prioriteiten en werkdruk. Niet nog meer zelfdiscipline.
Je maakt een planning voor je ideale week. Maar leef je die ook?
Een cliënt legde me onlangs een planning voor waarin hij tijd had voorzien voor sport, bijleren, administratie en een creatief project.
Hij had goed nagedacht over wat hij allemaal wilde doen. Het probleem was dat hij zoveel uren had ingepland dat er nauwelijks ruimte overbleef voor onverwachte gebeurtenissen.
Toen hij zijn planning opnieuw bekeek, besefte hij zelf dat het vooral zijn ideale week was. Niet de week die hij in de praktijk gemakkelijk kon volhouden.
We werkten verder met een haalbaardere versie.
Ik vind dat een belangrijke vaststelling. Mensen maken soms een planning voor de persoon die ze graag willen zijn, en rekenen zichzelf vervolgens af op het verschil met hun echte leven.
Dat is een vermoeiende manier om aan jezelf te werken.
Je wil beter worden in plannen, maar verwacht dat je meteen een planning kunt volgen waarin nauwelijks iets fout mag lopen.
Terwijl plannen net betekent dat je rekening houdt met wat er fout kan lopen.
Ook bij het ontwikkelen van gewoontes is dat van belang.
In een onderzoek uit 2010 volgden wetenschappers mensen die een nieuwe dagelijkse gewoonte wilden aanleren, zoals fruit eten, water drinken of bewegen.
Bij de deelnemers voor wie de ontwikkeling goed te meten was, bedroeg de middelste geschatte tijd ongeveer 66 dagen voordat het gedrag grotendeels automatisch werd. Bij sommigen ging dat sneller, bij anderen duurde het maanden.
Er bestaat dus geen magische termijn waarbinnen je een nieuwe gewoonte moet beheersen.
Nog belangrijker voor ons verhaal: één keer overslaan had in die studie geen merkbare invloed op het proces van gewoontevorming.
Je eerdere inspanningen verdwijnen dus niet zomaar omdat je een keer van je plan afwijkt.
Een kleine gewoonte die bij je gewone leven past, geeft je meer kansen om te oefenen dan een groot plan waarvoor alles moet meezitten.
En juist dat oefenen heb je nodig.
Maak twee afspraken met jezelf in plaats van één
De meeste mensen maken alleen een afspraak voor wanneer het goed gaat.
Ik stop elke dag om half zes.
Ik ga drie keer per week sporten.
Ik begin elke ochtend meteen aan mijn belangrijkste taak.
Dat zijn duidelijke voornemens. Maar wat doe je als het tegenzit?
Daarover wordt vaak niet nagedacht.
Een bruikbare techniek uit de gedragspsychologie is het als-dan-plan. Je bepaalt vooraf wat je in een bepaalde situatie gaat doen.
Onderzoek laat zien dat zulke concrete afspraken mensen helpen om hun voornemens vaker uit te voeren.
Voor ons voorbeeld zou dat kunnen zijn:
Als het 17.15 uur is, begin ik mijn werk af te ronden. Ik noteer wat nog moet gebeuren en om 17.30 uur sluit ik mijn laptop.
Daarmee maak je je voornemen concreet.
Maar ik zou nog een tweede afspraak toevoegen. Eentje voor de dagen waarop het niet lukt.
Als ik toch langer werk, probeer ik bij de volgende werkdag opnieuw op tijd te stoppen. Ik hoef niets in te halen of te bewijzen.
Dat tweede plan is minstens zo belangrijk als het eerste.
Want op een drukke woensdag zul je vroeg of laat voor een keuze staan. Je kunt besluiten dat je tekortgeschoten bent en vanaf maandag een nieuw regime invoeren. Of je kunt kijken wat er misliep en bij de volgende gelegenheid je afspraak hervatten.
Je hoeft niet op een nieuwe week te wachten om ander gedrag te oefenen.
Durf te stoppen terwijl het werk nog niet af is
Voor iemand die erg perfectionistisch is, blijft vroeger stoppen moeilijk, zelfs met een goed plan.
Daarom zou ik de oefening nog een stap verder brengen.
Stel dat het half zes is. Je hebt je werk afgerond, op één mail na. Je weet dat die mail best tot morgen kan wachten. Toch voel je de neiging om hem nog te versturen.
Blijf eens bij dat moment stilstaan.
Wat gaat er door je hoofd?
Misschien denk je dat je collega anders teleurgesteld zal zijn. Of dat je morgen achterstand zult hebben. Misschien voel je je gewoon ongemakkelijk bij het idee dat iets niet afgewerkt is.
Probeer dat gevoel niet meteen weg te krijgen door toch nog verder te werken.
Sluit je laptop en kijk wat er gebeurt.
Dat is een kleine gedragsoefening die ik vanuit mijn werk als coach waardevol vind. Je ontdekt dat je iets onafgewerkt kunt laten, ook wanneer je hoofd daartegen protesteert.
Als meer tijd voor je gezin belangrijk is, kun je ervoor kiezen om op tijd te stoppen terwijl je nog onzekerheid of schuldgevoel voelt.
Dat gevoel hoeft niet eerst opgelost te zijn.
Voor veel mensen met perfectionisme is dat lastiger dan nóg een planning maken.
Ze proberen hun gedrag pas te veranderen wanneer ze zich voldoende zeker voelen. Maar door voortdurend te wachten op die zekerheid, blijven ze hetzelfde doen.
Soms leer je pas dat je iets kunt loslaten door het daadwerkelijk los te laten.
Begin met iets kleins. Laat één niet-dringende taak bewust liggen. Kijk de volgende dag wat er werkelijk is gebeurd.
Misschien blijkt je bezorgdheid overdreven. Misschien moet je iets beter afspreken met je collega. In beide gevallen leer je iets wat je met nog langer nadenken waarschijnlijk niet had ontdekt.
Zelfkritiek helpt je minder dan je denkt
Er is nog een reden waarom mensen met perfectionisme zo gemakkelijk opnieuw beginnen.
Ze zijn streng voor zichzelf wanneer iets niet lukt.
Ze denken dat die strengheid nodig is om gemotiveerd te blijven. Zonder die innerlijke druk zouden ze gemakzuchtig worden of minder goed presteren.
Ik betwijfel of dat voor veel mensen de beste manier is om vooruit te komen.
Neem deze twee gedachten:
Ik ben vandaag niet op tijd gestopt met werken.
Ik heb blijkbaar geen discipline.
De eerste beschrijft iets wat gebeurd is. De tweede maakt er een oordeel over jezelf van.
Met de eerste kun je aan de slag. Je kunt onderzoeken waarom het niet lukte, of je te veel werk had aangenomen en wat je morgen anders wil doen.
De tweede gedachte levert weinig bruikbare informatie op. Ze zorgt er vooral voor dat je jezelf nog meer onder druk zet.
Onderzoek naar zelfcompassie ondersteunt het idee dat mildheid tegenover jezelf niet hetzelfde is als je fouten negeren.
In een reeks experimenten kregen mensen bijvoorbeeld de kans om zich voor te bereiden op een nieuwe test nadat ze eerder slecht hadden gepresteerd. De deelnemers die werden aangemoedigd om met meer begrip naar hun mislukking te kijken, besteedden meer tijd aan de voorbereiding.
Mildheid stond verbetering dus niet in de weg. In dat experiment ging ze juist samen met meer inzet.
Dat vind ik een nuttige boodschap voor mensen die denken dat ze zichzelf voortdurend streng moeten toespreken.
Zelfcompassie betekent niet dat alles goed is zoals het is. Je mag best teleurgesteld zijn wanneer je een afspraak niet nakomt.
De vraag is wat je met die teleurstelling doet.
Gebruik je ze om jezelf opnieuw te veroordelen?
Of probeer je te begrijpen wat er gebeurde en wat je ervan kunt leren?
Zelfkritiek is geen plan van aanpak.
Verantwoordelijkheid nemen betekent dat je kijkt naar wat je kunt beïnvloeden. Je gedrag, je keuzes, je voorbereiding en de afspraken die je met anderen maakt.
Of alles precies verloopt zoals je wilt, heb je nooit volledig in handen.
Wat je morgen anders kunt doen
Wanneer je jezelf herkent in dat telkens opnieuw beginnen, wil ik je uitnodigen tot een kleine oefening.
Kies één voornemen dat je al verschillende keren hebt gemaakt. Iets wat je belangrijk vindt, maar moeilijk kunt volhouden.
Bijvoorbeeld op tijd stoppen met werken.
Doe vervolgens drie dingen.
1. Maak je voornemen kleiner en concreter.
Spreek af dat je de komende twee weken op twee vaste dagen om half zes stopt. Bepaal wanneer je begint af te ronden en wat je doet met onafgewerkt werk.
Het doel is niet om die twee dagen perfect te laten verlopen. Het doel is om bewust te oefenen met stoppen.
2. Onderzoek wat het moeilijk maakt.
Wanneer je merkt dat je toch wil doorgaan, stel jezelf dan de vraag:
Wat vind ik zo moeilijk aan stoppen terwijl dit nog niet af is?
Misschien merk je dat je vooral bezig bent met wat anderen zullen denken. Misschien wil je koste wat het kost het gevoel vermijden dat je iets niet goed hebt gedaan.
Dat inzicht vertelt je waar je werkelijk mee moet oefenen.
3. Bereid je reactie op een misser voor.
Schrijf deze afspraak ergens op waar je ze gemakkelijk terugvindt:
Als mijn voornemen vandaag niet lukt, hervat ik het bij de volgende gelegenheid. Ik hoef mijn eerdere inspanningen niet goed te maken.
Bekijk na twee weken wat je hebt ervaren. Niet alleen hoe vaak het gelukt is, maar ook wanneer het moeilijk werd en hoe je daarmee omging.
Heb je twee keer kunnen stoppen terwijl er nog werk lag? Dan heb je iets geoefend wat je voordien moeilijk vond.
Is het nauwelijks gelukt? Onderzoek dan of je afspraak haalbaar was, welke gedachten je tegenhielden en welke omstandigheden je moet veranderen.
Die informatie helpt je verder dan jezelf vertellen dat je nu eindelijk meer discipline moet hebben.
Je hoeft niet telkens opnieuw te beginnen
Het is vrijdagavond. Je had je voorgenomen om om half zes te stoppen, maar het is bijna zeven uur.
Vroeger zou je nu misschien denken: Volgende week moet ik echt strenger zijn voor mezelf.
Probeer het eens anders.
Kijk wat je vandaag heeft tegengehouden. Noteer wat je maandag wilt aanpassen en sluit je laptop.
Je bent niet geslaagd in je voornemen van vandaag. Dat kun je gewoon erkennen.
Maar waarom zou je daardoor ook de volgende kans laten voorbijgaan?
Misschien begint volhouden wel op het moment dat je ophoudt om van elke misstap een nieuwe start te maken.
Blijf je vastzitten in dezelfde patronen?
Merk je dat je voortdurend hoge eisen aan jezelf stelt, moeilijk kunt stoppen, blijft piekeren of je eigen goede voornemens telkens onderuit haalt?
Bij perfectionismecoaching kijken we verder dan je planning of je discipline. We onderzoeken wat je gedrag in stand houdt, welke gedachten en gevoelens je moeilijk kunt loslaten en hoe je daar anders mee kunt omgaan.
Dat doen we met concrete oefeningen, afgestemd op jouw situatie.
Wordt elk goed voornemen een nieuwe strenge regel? In perfectionismecoaching onderzoeken we de druk achter je gewoontes en oefenen we met haalbare keuzes.
In mijn wekelijkse tip deel ik concrete inzichten over perfectionisme, zelfvertrouwen, piekeren en mentale rust.
Je ontvangt meteen ook mijn gratis e-book:
Wil je vaker doen wat je je voorneemt, zonder jezelf op te jagen? Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief met herkenbare inzichten en praktische coachingtips. Je krijgt het gratis e-book Coach jezelf als welkom.
Niet omdat er nog een fout in zit, maar omdat versturen betekent dat je daarna geen controle meer hebt.
Misschien herken je dat ook op andere momenten.
Je wil nee zeggen, maar zegt toch ja.
Je hebt genoeg informatie om te beslissen, maar vraagt nog één mening.
Je weet dat een lastig gesprek nodig is, maar morgen lijkt plots een beter moment.
Op het eerste gezicht gaat het over uitstelgedrag, perfectionisme, piekeren of pleasen.
Maar vaak zit daar iets anders onder.
Je probeert niet alleen de taak of de keuze te vermijden. Je probeert vooral te vermijden wat je erbij zou voelen.
Spanning. Twijfel. Schuldgevoel. De kans op kritiek. De mogelijkheid dat iemand teleurgesteld is.
En dat verklaart waarom weten wat je zou moeten doen soms verrassend weinig helpt.
Screenshot
Waarom vermijden zo verleidelijk is
Stel dat je een lastig gesprek moet voeren.
Je denkt:
Straks reageert hij geïrriteerd.
Je voelt spanning.
Dus stel je het gesprek uit.
En de spanning zakt.
Dat is precies wat vermijden zo aantrekkelijk maakt. Het probleem is niet opgelost, maar jij voelt je even beter.
Onderzoek naar uitstelgedrag laat zien dat dit een belangrijk deel van het mechanisme kan zijn. We stellen niet alleen uit omdat we slecht plannen. Soms stellen we uit om onaangename gevoelens op korte termijn te verminderen.
Morgen ligt hetzelfde gesprek er nog.
Misschien zelfs wat zwaarder, omdat je er ondertussen al uren over hebt nagedacht.
Uitstellen geeft dus vaak iets waardevols: onmiddellijke opluchting.
Precies daardoor kan het een gewoonte worden.
Wanneer nadenken uitstel wordt
“Ik moet er nog even over nadenken.”
Dat kan heel verstandig zijn.
Soms ontbreekt er informatie. Soms heeft een beslissing tijd nodig.
Maar soms betekent die zin eigenlijk:
Ik hoop dat ik me morgen zekerder voel.
Dus lees je nog iets.
Je vergelijkt nog eens.
Je vraagt iemand wat die ervan denkt.
Je maakt opnieuw een lijstje met voor- en nadelen.
Dat voelt grondig. En soms is het dat ook.
Maar nadenken kan ook een slimme manier worden om nog niet te hoeven kiezen.
Je ziet dat vaak bij perfectionisme.
Een mail was na twee controles al goed genoeg. Toch lees je hem opnieuw.
Niet omdat hij wezenlijk beter wordt.
Wel omdat versturen betekent dat jij de controle loslaat.
De vraag is daarom niet alleen:
Heb ik hier voldoende over nagedacht?
Maar ook:
Levert extra nadenken mij nog nieuwe informatie op, of stel ik vooral het ongemak van kiezen uit?
Je hoeft je niet eerst zeker te voelen
We maken gemakkelijk een afspraak met onszelf:
Ik doe het zodra ik me er beter bij voel.
Zodra ik zeker genoeg ben.
Rustig genoeg.
Moedig genoeg.
Gemotiveerd genoeg.
Alleen komt dat moment niet altijd.
Ongemak betekent namelijk niet automatisch dat iets verkeerd is.
Je kunt zenuwachtig zijn én goed voorbereid.
Je kunt twijfelen én voldoende weten om te beslissen.
Je kunt schuldgevoel voelen wanneer je nee zegt, zonder dat je iets verkeerd doet.
Je kunt bang zijn voor kritiek én toch iets waardevols zeggen.
Dat betekent niet dat je elk gevoel moet negeren. Gevoelens kunnen belangrijke informatie bevatten.
Maar ze hoeven niet automatisch te bepalen wat je doet.
Je gevoel mag mee aan tafel. Het hoeft niet achter het stuur.
Een bruikbare vraag is daarom:
Wat wil ik doen als dit gevoel voorlopig niet verdwijnt?
Wat perfectionisme probeert te voorkomen
Perfectionisme gaat niet alleen over hoge standaarden.
Soms probeert perfectionistisch gedrag iets anders te voorkomen:
een fout maken, kritiek krijgen, iemand teleurstellen, controle verliezen of het gevoel hebben dat je niet voldoet.
Daarom kun je blijven voorbereiden terwijl je eigenlijk klaar bent.
Daarom kan een beslissing zoveel energie kosten.
En daarom wordt beginnen soms moeilijker naarmate iets belangrijker voor je wordt.
Er staat meer op het spel.
Dus probeer je zekerheid te krijgen die niet bestaat.
Nog iets nalezen.
Nog iets aanpassen.
Nog iemand raadplegen.
Voorbereiding is dan niet langer alleen voorbereiding.
Ze wordt een schuilplaats.
Waarom nee zeggen zo veel ongemak kan geven
Hetzelfde mechanisme speelt vaak bij people-pleasing.
Iemand vraagt:
“Kan jij dit nog even doen?”
Je agenda zit vol.
Je eerste reactie is:
Nee, eigenlijk niet.
Maar dan denk je:
Wat als hij teleurgesteld is?
En je zegt:
“Geen probleem.”
Vijf seconden ongemak vermeden.
Twee uur extra werk gekocht.
Daarom helpt alleen leren hoe je beleefd nee kunt zeggen niet altijd.
De woorden zijn vaak niet het moeilijkste deel.
De echte oefening komt daarna.
Kan je verdragen dat iemand teleurgesteld reageert?
Dat er even stilte valt?
Dat iemand nog eens probeert?
Dat jij je een beetje schuldig voelt zonder je beslissing meteen terug te draaien?
Grenzen stellen gaat dus niet alleen over communicatie.
Ook over wat je bereid bent te voelen nadat je die grens hebt uitgesproken.
Zelfvertrouwen komt vaak achteraf
We denken gemakkelijk:
Als ik wat meer zelfvertrouwen had, zou ik dit wel doen.
Maar zelfvertrouwen groeit vaak juist uit ervaringen waarin je merkt dat je iets aankunt.
Je stelt tijdens een vergadering toch die vraag.
Je stuurt die sollicitatie.
Je zegt tegen een klant:
“Dat lukt, maar niet binnen deze afspraak.”
Je neemt een beslissing zonder nog drie mensen om bevestiging te vragen.
Je voelde je vooraf misschien helemaal niet zeker.
Maar achteraf heb je iets geleerd:
Ik vond dit moeilijk en ik kon het aan.
Dat is concreter dan jezelf proberen overtuigen dat je zelfverzekerder zou moeten zijn.
Je hoeft je niet eerst anders te voelen om anders te handelen.
Soms volgt het vertrouwen pas daarna.
Maak de stap kleiner
Dit betekent niet dat je morgen meteen je grootste angst moet aanpakken.
Maak de stap kleiner.
Niet:
Vanaf nu zeg ik altijd wat ik denk.
Wel:
Vandaag geef ik één keer mijn mening voordat iemand ernaar vraagt.
Niet:
Ik stop met perfectionisme.
Wel:
Deze mail verstuur ik na twee controles.
Niet:
Ik moet eindelijk weten wat ik met mijn loopbaan wil.
Wel:
Ik plan één gesprek met iemand die werk doet waar ik nieuwsgierig naar ben.
Niet:
Vanaf nu zeg ik vaker nee.
Wel:
Ik antwoord niet meteen, maar zeg: “Ik kijk even of dat lukt.”
Zo merk je iets belangrijks:
dit is ongemakkelijk, maar ik kan het wel.
Vijf vragen als je vastloopt
Merk je dat je opnieuw begint te piekeren, controleren, uitstellen of pleasen?
Stel jezelf dan deze vijf vragen:
Wat voel ik nu?
Wat wil ik vermijden?
Welke opluchting krijg ik als ik dat vermijd?
Wat kost die opluchting mij later?
Welke kleine stap kan ik toch zetten?
Die laatste vraag verschuift de aandacht.
Niet:
Hoe krijg ik dit vervelende gevoel weg?
Wel:
Wat kan ik doen terwijl het er nog is?
Je gaat jezelf ook anders zien
Als je jarenlang conflicten vermijdt, kan gemakkelijk het verhaal ontstaan:
Ik ben nu eenmaal niet assertief.
Logisch.
Je hebt jezelf vaak zien zwijgen, toegeven of terugkrabbelen.
Maar nieuw gedrag geeft ook nieuwe informatie.
Je stelt één grens.
Je voert één lastig gesprek.
Je neemt één beslissing zonder eindeloos bevestiging te zoeken.
Eén keer verandert niet veel.
Maar als je jezelf vaker anders ziet handelen, kan ook je beeld van jezelf verschuiven.
Blijkbaar kan ik dit.
Je hoeft je dus niet eerst een ander mens te voelen om anders te handelen.
Soms ga je jezelf pas anders zien nadat je jezelf anders hebt zien handelen.
Waarom blijf ik bevestiging zoeken?
Omdat bevestiging onzekerheid tijdelijk kan verminderen.
Iemand zegt dat je keuze verstandig is en je voelt opluchting.
Maar als je bij elke twijfel opnieuw iemand nodig hebt om je gerust te stellen, wordt het moeilijk om vertrouwen op te bouwen in je eigen beslissingen.
Vraag jezelf daarom vóór je advies vraagt:
Heb ik echt nieuwe informatie nodig, of hoop ik dat iemand mijn onzekerheid wegneemt?
Advies vragen is niet verkeerd.
Maar niet elke twijfel heeft een extra mening nodig.
Hoe weet ik of ik pieker of echt nadenk?
Kijk of je denken nog iets oplevert.
Krijg je nieuwe informatie?
Zie je nieuwe mogelijkheden?
Wordt je beslissing duidelijker?
Dan ben je waarschijnlijk nog aan het nadenken.
Herhaal je vooral dezelfde scenario’s en argumenten?
Dan ben je mogelijk aan het piekeren.
Een eenvoudige test:
Denk ik anders dan een halfuur geleden, of alleen nog meer?
Wanneer wordt perfectionisme ongezond?
Hoge standaarden zijn op zichzelf geen probleem.
Het wordt lastiger wanneer je nauwelijks nog kunt stoppen, fouten buiten verhouding zwaar opneemt, voortdurend bevestiging nodig hebt of zoveel tijd en energie in iets stopt dat andere delen van je leven eronder lijden.
De betere vraag is daarom niet:
Ben ik perfectionistisch?
Maar:
Hoeveel vrijheid hou ik wanneer iets niet perfect kan zijn?
Kan perfectionisme bijdragen aan burn-out?
Perfectionisme veroorzaakt niet automatisch een burn-out.
Maar bepaalde patronen kunnen langdurig veel energie vragen: voortdurend controleren, moeilijk delegeren, geen fouten willen maken, weinig grenzen stellen en nooit echt tevreden zijn met het resultaat.
Zeker wanneer rust nemen voelt als tijdverlies en “goed genoeg” telkens opschuift, kan de belasting hoog worden.
Misschien is dit de betere vraag
Denk aan iets wat je al een tijdje uitstelt.
Een gesprek.
Een beslissing.
Een grens.
Vraag jezelf niet alleen:
Waarom doe ik dit niet?
Vraag:
Wat zou ik moeten voelen als ik dit wél doe?
Misschien spanning.
Misschien onzekerheid.
Misschien schuldgevoel.
Misschien de kans dat iemand teleurgesteld is.
Dan zit het echte obstakel mogelijk niet in de taak zelf.
En dat gevoel hoeft niet eerst weg.
Je kunt leren:
ik kan dit voelen en toch kiezen wat ik wil doen.
Blijf je uitstellen, piekeren of aanpassen terwijl je eigenlijk weet wat je wilt?
Dan zit het probleem misschien niet in wat je moet doen, maar in wat je probeert niet te voelen.
In coaching onderzoeken we precies dat patroon: wat houdt je tegen, welke automatische reactie neemt het over en hoe kun je weer meer keuze krijgen in wat je doet?
Weet je wat je wilt doen, maar blijven twijfel, schuldgevoel of angst voor kritiek je tegenhouden? Bekijk hoe perfectionismecoaching je kan helpen dat patroon te onderzoeken.
In mijn wekelijkse tip deel ik concrete inzichten over perfectionisme, zelfvertrouwen, piekeren en mentale rust.
Je ontvangt meteen ook mijn gratis e-book.
Wil je beter begrijpen waarom je blijft uitstellen, piekeren of pleasen? Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief met herkenbare inzichten en praktische coachingtips. Je krijgt het gratis e-book Coach jezelf als welkom.
Een nieuwe functie lonkt. Het werk lijkt boeiender, maar thuis wordt de week lastiger.
Je hebt de feiten bijna op een rij en toch wil je nog één keer advies vragen.
Waar zoek je dan eigenlijk nog naar? In mijn nieuwe artikel volg je die keuze tot het moment waarop er een antwoord moet komen.
Wil je vaker zulke inzichten? Download mijn gratis e-book via https://eepurl.com/cYIuQ en ontvang mijn wekelijkse tip.
Donderdag moet je antwoorden op een jobaanbod.
Het loon blijft gelijk. Het werk lijkt je boeiender dan wat je nu doet.
Alleen: je zou veel vaker naar kantoor moeten. Vandaag werk je drie dagen thuis.
Je leest de functiebeschrijving weer. Wat je zoekt, staat er niet: of je over zes maanden blij zult zijn dat je ja zei.
“Je hebt het hier toch goed?”, zei een collega. Thuis speelt iets anders: wie haalt jullie kind op wanneer je minder kunt thuiswerken?
Dat is het lastige aan keuzestress. Beide mogelijkheden hebben iets wat je wilt houden. En welke keuze je ook maakt, de andere verdwijnt voorlopig uit beeld.
Bang om spijt te krijgen? Zoek uit welke feiten je keuze nog kunnen veranderen. Kijk ook naar wat er gebeurt als je blijft waar je bent. Daarna beslis je met de kennis van vandaag. Je hoeft niet te wachten tot de twijfel verdwijnt; ook na een zorgvuldige keuze kun je die nog voelen.
Waarom blijf je twijfelen als je de feiten al kent?
Soms blijf je twijfelen omdat je nog iets belangrijks moet weten. Soms ken je de feiten en doet het kiezen zelf pijn. Je wilt interessanter werk, maar ook een week die thuis haalbaar blijft. Geen functiebeschrijving kan bepalen wat voor jou op dit moment zwaarder weegt.
Toch lees je ze opnieuw. Even voel je rust. Daarna: wat als ik spijt krijg?
“Hoeveel dagen moet ik op kantoor zijn?” kan iemand beantwoorden. “Ga ik graag in dat team werken?” weet niemand vooraf.
Als je merkt dat je opnieuw aan het zoeken bent, vraag dan: “Wat wil ik nog weten? En van wie kan ik het horen?” Heb je daar een concreet antwoord op, ga het na. Zo niet, dan is meer zoeken misschien een manier om het besluit nog even uit te stellen.
Waar ben je bang voor als je verkeerd kiest?
“Spijt” is een groot woord. Er kunnen heel verschillende zorgen onder zitten. Misschien wordt de week thuis te zwaar. Misschien baal je van extra opvangkosten. Of misschien zie je vooral het gezicht van die collega voor je als je na enkele maanden wilt terugkeren. Elke zorg vraagt een ander gesprek.
Probeer dit eens op papier. Maak één zin af: “Als ik verkeerd kies, ben ik vooral bang dat…” Schrijf op wat er als eerste komt.
“Ons kind moet te vaak naar de opvang” kun je thuis bespreken. Bij “mijn collega zal me dom vinden” helpt nóg een gesprek over de functie niet. Dan gaat het over het gewicht dat zijn oordeel krijgt.
Mogelijke spijt kan je helpen risico’s te onderzoeken, maar je ook aan het vergelijken houden.
Onderzoek laat zien dat mensen die steeds de beste optie zoeken vaker vergelijken en over sommige keuzes minder tevreden zijn. Dat beslist niets over jouw job. Het verklaart wel waarom nóg een mening weinig rust kan brengen.
Wanneer weet je genoeg om te kiezen?
Je weet genoeg zodra de antwoorden die je keuze kunnen veranderen op tafel liggen. Helemaal zeker word je daarmee niet. Je kunt navragen wat het loon en de uren zijn, en hoe thuiswerk geregeld is. Hoe het op een drukke dinsdag in het nieuwe team voelt, ontdek je pas als je er werkt.
Dus vraag je of twee vaste thuiswerkdagen mogelijk zijn. Het antwoord valt tegen. Eén dag kan; een tweede hangt af van het werk. Ook enkele overlegmomenten liggen vast.
Je partner kan één extra keer jullie kind ophalen. Voor de andere dag is opvang nodig. De week wordt voller en je loon stijgt niet.
Je had liever een ander antwoord gekregen. Nu weet je wat ja zeggen thuis betekent.
Voor je nog iemand belt, stel jezelf deze toetsvraag: “Welk antwoord zou mijn keuze veranderen?” Soms wil je gewoon hardop denken. Prima. Verwacht dan alleen niet dat dat gesprek de ontbrekende zekerheid zal leveren.
En als je gewoon blijft?
Blijven heeft voordelen. Je kent je collega’s, kunt je kind ophalen en weet hoe je werkweek loopt. Neem die voordelen serieus. Kijk tegelijk eerlijk naar wat blijven je kost. Anders vergelijk je de nieuwe functie met een huidige job waarvan je alleen de goede kanten meetelt.
Je doet al een jaar ongeveer hetzelfde werk. Je neemt minder initiatief. Op zondag zie je niet op tegen maandag, maar je kijkt er ook niet naar uit.
Vraag: “Wat ga ik veranderen als ik hier nog zes maanden werk?” Je kunt andere taken vragen. Je kunt ook je huidige ritme verkiezen. Met “ik zie wel” schiet je weinig op.
Onderzoek naar spijt toont een patroon: van een stap die slecht afloopt kun je eerst sterk balen, terwijl een gemiste kans langer kan blijven knagen. Dat is geen voorspelling voor jouw loopbaan. Het is een reden om ook de gevolgen van blijven mee te wegen.
Hoe neem je donderdag een besluit?
Je zult twee dingen tegelijk moeten erkennen. De andere functie spreekt je meer aan. En de regeling thuis wordt er moeilijker door. Een zorgvuldige keuze maakt die spanning niet weg. Ze laat zien wat voor jou nu het zwaarst weegt en welke prijs je daarmee aanvaardt.
Schrijf drie zinnen op. Kort, alsof je ze aan een vriend uitlegt:
Wat weegt zwaar? Ik wil inhoudelijk groeien én de zorg thuis eerlijk verdelen.
Wat weet ik? Het loon blijft gelijk, één thuiswerkdag is zeker en we hebben meer opvang nodig.
Wat weet ik nog niet? Hoe ik me in dat team zal voelen en of ik in mijn huidige job nieuwe kansen kan krijgen.
Maak er dan een vierde zin van: “Ik kies voor … en aanvaard daarmee …”
Donderdag mail je dat je het aanbod niet aanneemt. Je wilt die functie graag, maar twee extra kantoordagen vragen thuis nu te veel. Of blijven beter uitpakt, weet je niet. Dit is de grens die je nu trekt.
Je vraagt je leidinggevende om een gesprek over ander werk. Over drie maanden kijk je opnieuw. Zo blijf je zonder je neer te leggen bij hetzelfde werk.
Op vrijdag denk je misschien: Had ik toch maar ja gezegd.Je kunt een kans missen en toch zorgvuldig hebben gekozen.
Wat doe je als de spijt later terugkomt?
Vraag eerst waar je precies spijt van hebt. Mis je iets wat je bewust hebt opgegeven? Is er nieuwe informatie? Of wil je werkelijk op je besluit terugkomen? Dat zijn verschillende situaties. Ze vragen ook verschillende stappen. Een naar gevoel alleen bewijst nog niet dat je verkeerd koos.
Een week later hoor je over een boeiend project op die afdeling. Dat steekt. De opvang blijft even moeilijk te regelen.
Vertel je leidinggevende welk werk je zoekt. Verandert de situatie thuis, dan kun je een volgend aanbod opnieuw bekijken.
Een vraag die helpt: “Wat wist ik toen ik koos, wat weet ik nu en wat kan ik nog doen?” Zo houd je rekening met de informatie die je pas achteraf kreeg.
Blijft het besluit je dagen bezighouden zonder nieuw inzicht, neem dat serieus. Onderzoek vindt een verband tussen herhaald piekeren over spijt en psychische klachten, zonder de oorzaak bij één persoon te verklaren. Als je bij loopbaankeuzes steeds anderen om geruststelling vraagt, kunnen we in loopbaancoaching onderzoeken wat kiezen voor jou zo zwaar maakt.
Veelgestelde vragen over keuzestress en spijt
Na een besluit kan de andere mogelijkheid aantrekkelijk blijven. Kijk eerst of er iets veranderd is waarop je kunt handelen. Deze vragen komen op wanneer je gekozen hebt, maar nog blijft vergelijken.
Hoe kies ik tussen twee banen die allebei voordelen hebben?
Schrijf op welke gevolgen voor jou zwaar wegen, zoals tijd thuis, loon of inhoudelijk werk. Vraag de ontbrekende feiten na. Kies dan welke voordelen én kosten je op dit moment kunt dragen. Iemand anders kan met dezelfde opties anders kiezen.
Wat als mijn partner mijn loopbaankeuze niet ziet zitten?
Vraag waar je partner zich zorgen over maakt. Gaat het om inkomen, tijd samen of de zorg thuis? Bespreek eerst die gevolgen en mogelijke afspraken. Dan voeren jullie een gesprek over wat de keuze in jullie leven verandert, in plaats van alleen over ja of nee.
Hoe stop ik met twijfelen nadat ik besloten heb?
Kijk of er een nieuw feit is dat om actie vraagt. Zo niet, laat de vergelijking dan even rusten. De andere mogelijkheid mag aantrekkelijk blijven; je hoeft niet telkens opnieuw te kiezen wanneer je eraan denkt.
Kan ik spijt voorkomen door langer na te denken?
Je kunt belangrijke feiten controleren en gevolgen bespreken. Dat verkleint de kans dat je iets wezenlijks over het hoofd ziet. Het garandeert niet dat je nooit spijt voelt. Bij bijna elke keuze geef je ook iets op.
Blijf je bij een loopbaankeuze telkens terugkomen op dezelfde twijfel?
In loopbaanbegeleiding bekijken we welke feiten nog ontbreken, wat voor jou zwaar weegt en waar je bang voor bent als het tegenvalt. Lees hoe ik je kan begeleiden.
Blijf je bij een loopbaankeuze dezelfde opties afwegen? In loopbaanbegeleiding maken we concreet wat voor jou telt en welke volgende stap je kunt zetten.
In mijn wekelijkse tip deel ik concrete inzichten over perfectionisme, zelfvertrouwen, piekeren en mentale rust.
Je ontvangt meteen ook mijn gratis e-book.
Wil je met meer rust keuzes leren maken? Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief met herkenbare inzichten en praktische coachingtips. Je krijgt het gratis e-book Coach jezelf als welkom.
Je hebt de hele dag hard gewerkt. Toch staat die ene belangrijke taak nog altijd onaangeroerd op je scherm.
Is dat gebrek aan discipline? Of geven al die kleinere taken je iets wat de moeilijke taak niet geeft?
In mijn nieuwe artikel lees je waarom oude gewoontes juist onder stress zo aantrekkelijk worden en welke vraag je helpt om het patroon eerder te herkennen.
Lees het artikel over slechte gewoontes doorbreken:.
Wil je vaker zulke mentale patronen herkennen? Download dan ook mijn gratis e-book: https://eepurl.com/cYIuQ
Je hebt de hele dag gewerkt. Zelfs hard.
Je inbox is leeg, twee collega’s zijn geholpen en enkele kleine problemen zijn opgelost. Alleen het voorstel waaraan je wilde beginnen, staat nog altijd onaangeroerd op je scherm.
Het is verleidelijk om dat luiheid of gebrek aan discipline te noemen. Maar de andere taken hadden één belangrijk voordeel: ze vroegen niet of jouw idee goed genoeg was.
De mailbox gaf je geen vooruitgang. Ze gaf je even rust van de twijfel.
Daarom is het zo moeilijk om slechte gewoontes te doorbreken. Gedrag dat je later tijd, rust of zelfvertrouwen kost, kan je op het moment zelf iets nuttigs geven. Je voelt minder spanning. Je hoeft nog niet te kiezen. Je vermijdt even de kans op kritiek.
Je valt terug in oude gewoontes omdat ze snel verlichting, zekerheid of afleiding bieden. Doorbreken begint bij het moment vlak vóór het gedrag. Onderzoek wat je probeert te krijgen of te vermijden en kies een kleine andere reactie die ook op een moeilijke dag haalbaar blijft.
Waarom val ik steeds terug in oude gewoontes?
Een oude gewoonte wordt vaak door een vaste situatie opgeroepen. Je hoeft er steeds minder bewust voor te kiezen. Als het gedrag ook nog snel spanning vermindert, krijgt het twee keer voordeel: het is vertrouwd én het voelt op korte termijn nuttig.
Een lege pagina kan de neiging oproepen om je mail te openen. Een kritische blik van je manager kan ervoor zorgen dat je een presentatie voor de zesde keer nakijkt. Een verzoek van een collega kan automatisch een ja uitlokken, nog voor je aan je eigen planning denkt.
Die patronen lijken op elkaar, maar zijn niet identiek. Een gewoonte is gedrag dat door herhaling steeds automatischer wordt. Piekeren is een manier van denken die tijdelijk een gevoel van controle kan geven. Perfectionisme kan een strategie zijn om fouten, kritiek of onzekerheid te beperken. Altijd proberen anderen tevreden te houden kan helpen om spanning of afwijzing te vermijden.
Dit zijn geen bewuste trucs. Vaak merk je pas achteraf wat er gebeurde.
De nuttigste vraag is daarom zelden: Wat is er mis met mijn discipline?
Vraag liever: Wat probeert dit gedrag mij nu te geven of te besparen?
Waarom wordt het patroon sterker onder stress?
Onder stress grijpen mensen vaak sneller terug naar bekende reacties. Je aandacht wordt smaller en snelle verlichting krijgt meer gewicht. Daardoor kan oud gedrag het winnen van een keuze die verstandiger is, maar pas later iets oplevert.
In laboratoriumonderzoek van Schwabe en Wolf vertrouwden deelnemers onder acute stress vaker op eerder aangeleerd gedrag. Dat onderzoek verklaart niet elke dagelijkse gewoonte. Het past wel bij wat veel mensen ervaren: wanneer de druk stijgt, wordt het lastiger om rustig af te wegen.
Uitstelgedrag laat dat goed zien. Onderzoekers Sirois en Pychyl beschrijven uitstellen als een manier om een onaangenaam gevoel op korte termijn te regelen. De taak roept twijfel, verveling of spanning op. Door iets anders te doen, daalt dat gevoel even.
Daarom lost een betere planning het probleem niet altijd op. Je moet ook leren omgaan met wat er gebeurt zodra de taak ongemakkelijk wordt.
Voel je op zo’n moment veel spanning? Vertraag eerst. Adem enkele keren wat langer uit, kom recht of wandel kort rond. Daarmee verdwijnt de taak niet. Je creëert wel een korte pauze tussen de neiging en je reactie.
Je hoeft de neiging niet kwijt te zijn om anders te handelen.
Hoe ontdek je wat jouw gedrag in stand houdt?
Kijk drie dagen naar één concreet patroon. Noteer wat eraan voorafging, wat je voelde, wat je deed en wat dat onmiddellijk opleverde. Voeg ook de latere prijs toe. Zo wordt zichtbaar waarom het gedrag aantrekkelijk blijft en waar je kunt ingrijpen.
Gebruik deze zes vragen:
Wat gebeurde er vlak voordien?
Welke gedachte schoot door mijn hoofd?
Wat voelde ik in mijn lichaam?
Wat deed ik vervolgens?
Wat gaf of bespaarde mij dat onmiddellijk?
Welke prijs betaalde ik later?
Bij het uitgestelde voorstel kan dat er zo uitzien:
Aanleiding: het lege document.
Gedachte: “Ik moet meteen met iets sterks komen.”
Spanning: onrust en opgetrokken schouders.
Reactie: de mailbox openen.
Snelle winst: duidelijke taken en minder twijfel.
Latere prijs: tijdsdruk, frustratie en minder vertrouwen in jezelf.
Je verzamelt informatie, geen bewijzen tegen jezelf. Het doel is niet jezelf betrappen. Je zoekt het kantelpunt waarop een andere reactie mogelijk wordt.
Voeg daarna één vraag toe die vooruitkijkt:
Hoe wil ik in zo’n situatie handelen?
Misschien wil je betrouwbaar werken, eerlijk grenzen stellen of ’s avonds nog energie overhouden. Een nieuwe reactie houdt beter stand wanneer ze past bij iets wat je belangrijk vindt.
Hoe doorbreek je een slechte gewoonte in de praktijk?
Kies één zichtbaar moment en verbind daar vooraf een kleine reactie aan. Zo’n als-danplan voorkomt dat je onder stress nog een volledige beslissing moet nemen. Maak vervolgens je omgeving zo dat het nieuwe gedrag eenvoudiger wordt en de oude route iets meer moeite vraagt.
Voor het voorstel kan het plan zo klinken:
Als ik tijdens het schrijven mijn mailbox wil openen, adem ik eerst drie keer rustig uit en schrijf ik drie ruwe zinnen.
Een groot overzicht van onderzoek door Gollwitzer en Sheeran laat zien dat zulke concrete plannen mensen kunnen helpen om hun voornemen uit te voeren.
Kies een alternatief dat past bij wat je nodig hebt:
Patroon
Wat het je snel geeft
Kleine andere reactie
Een moeilijke taak uitstellen
Minder spanning
Drie minuten ruw beginnen en daarna bewust kiezen of je doorgaat
Blijven nakijken
Meer zekerheid
Vooraf drie kwaliteitscriteria en een eindmoment bepalen
Meteen ja zeggen
Goedkeuring en minder spanning
“Ik bekijk mijn planning en geef je morgen antwoord”
Pas ook je omgeving aan. Sluit je mailbox tijdens geconcentreerd werk. Leg je telefoon buiten bereik. Zet je standaardantwoord in je notities. Zulke ingrepen lijken klein, maar ze zorgen ervoor dat je op het moeilijke moment minder zelfbeheersing nodig hebt.
Wat doe je wanneer je toch terugvalt?
Een terugval laat zien waar je plan nog te veel inspanning vroeg. Misschien zag je de aanleiding te laat, was je uitgeput of koos je een te grote vervangende stap. Onderzoek dat ene moment, pas één onderdeel aan en hervat bij de volgende kans.
Onderzoek van Lally en haar collega’s laat vooral zien dat de vorming van nieuwe gewoontes sterk verschilt per persoon, gedrag en omgeving. Eén gemiste herhaling maakte het proces niet meteen ongedaan.
Vraag na een terugval:
Wat maakte het oude gedrag vandaag zo aantrekkelijk?
Welke stap was te groot of te vaag?
Wat kan ik de volgende keer eenvoudiger maken?
Maak van een moeilijke dag geen oordeel over je karakter. Hervatten is belangrijker dan een foutloze reeks.
Veelgestelde vragen over slechte gewoontes doorbreken
Kun je een slechte gewoonte volledig afleren?
Een oude reactie kan lang beschikbaar blijven en onder stress opnieuw opduiken. Je maakt vooral een andere reactie sterker en makkelijker bereikbaar. Door die nieuwe reactie vaak in dezelfde situatie toe te passen, wordt het oude gedrag minder vanzelfsprekend.
Waarom weet ik wat ik moet doen, maar doe ik het toch niet?
Inzicht alleen verandert je automatische reactie niet. Het oude gedrag is bekend, snel en geeft vaak eerder verlichting. Vertaal je inzicht daarom naar één zichtbare aanleiding, één kleine reactie en een omgeving die die reactie ondersteunt.
Is perfectionisme een slechte gewoonte?
Perfectionisme is ruimer dan een gewoonte. Het kan bestaan uit hoge eisen, angst voor fouten en gedrag zoals blijven controleren of uitstellen. Die gedragingen kunnen wel gewoonten worden. Bepaal daarom vooraf wat een taak moet bereiken en welke fouten werkelijk belangrijk zijn.
Wanneer is coaching niet voldoende?
Coaching kan helpen bij dagelijkse gedragspatronen, perfectionisme en werkvragen. Wanneer angst, somberheid, dwang, trauma, verslaving of aandachtsproblemen je leven sterk ontregelen, is begeleiding door een psycholoog of arts aangewezen.
De volgende keer dat je terugvalt, hoef je jezelf niet strenger toe te spreken. Stel één vraag:
Wat probeert dit gedrag mij nu te geven of te besparen?
Daar begint verandering: bij het moment waarop je het oude patroon herkent en een kleine andere keuze mogelijk wordt. Blijf je telkens op datzelfde kantelpunt vastlopen, dan kan coaching helpen om precies daar een haalbaar alternatief te oefenen.
Blijven controleren, uitstellen of pleasen kan hardnekkig zijn. In perfectionismecoaching onderzoeken we wat dat gedrag je oplevert en oefenen we met andere reacties.
Je hoeft niet te wachten tot je opnieuw vastloopt. In mijn wekelijkse tip deel ik concrete inzichten over perfectionisme, zelfvertrouwen, piekeren en mentale rust.
Je ontvangt meteen ook mijn gratis e-book.
Wil je stap voor stap anders omgaan met hardnekkige gewoontes? Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief met herkenbare inzichten en praktische coachingtips. Je krijgt het gratis e-book Coach jezelf als welkom.
Je hebt waarschijnlijk iemand in je telefoon staan die ooit een van je beste vrienden was.
Geen ruzie. Geen breuk. Jullie begonnen elkaar gewoon minder te zien.
Waarom gebeurt dat zo vaak als we ouder worden? En wanneer is het de moeite waard om zelf opnieuw contact te zoeken?
In dit artikel ontdek je waarom vriendschap het zo makkelijk verliest van alles wat dringend lijkt – en een eenvoudige regel die je vandaag al kunt toepassen.
Wil je daarnaast vaker praktische inzichten over perfectionisme, zelftwijfel en mentale patronen? Download mijn gratis e-book en ontvang mijn wekelijkse inzichten: https://eepurl.com/cYIuQ
Je hebt waarschijnlijk iemand in je telefoon staan die ooit een van je beste vrienden was.
Geen ruzie. Geen breuk.
Jullie begonnen elkaar gewoon minder te zien.
Eerst een paar weken. Daarna een paar maanden. Tot je plots via sociale media ontdekt dat hij een nieuwe job heeft. Of je elkaar na lange tijd weer eens ziet en merkt dat je een halfuur nodig hebt om bij te praten over alles wat intussen gebeurd is.
Dat is het vreemde aan volwassen vriendschappen: ze kunnen verdwijnen zonder dat iemand beslist ermee te stoppen.
Een deadline protesteert wanneer je haar negeert. Een vriend meestal niet.
En precies daarom verliest vriendschap zo makkelijk terrein.
Waarom verwateren vriendschappen als je ouder wordt?
Als kind, student of jonge collega hoefde je vriendschappen nauwelijks te organiseren. Je zag elkaar op school, op het werk, tijdens het sporten of in dezelfde vriendengroep.
Het leven regelde het contact voor jou.
Later verandert dat.
Andere jobs. Een gezin. Mantelzorg. Een verbouwing. Vermoeidheid. Een agenda waarin een vrije avond plots zeldzamer wordt dan een parkeerplaats in het centrum van Gent.
En dan verschijnt die beroemde zin:
“We moeten echt nog eens afspreken.”
Iedereen meent het.
Niemand opent zijn agenda.
Onderzoek van Jeffrey Hall naar het ontstaan van vriendschappen laat iets bijna beledigend eenvoudigs zien: tijd samen doet ertoe. Hoe meer tijd mensen met elkaar doorbrachten, hoe groter de kans dat hun band hechter werd.
Dat lijkt vanzelfsprekend. Toch gedragen we ons er vaak niet naar.
We denken dat een goede vriendschap tegen een stootje kan. En dat is meestal ook zo.
Maar “we kunnen elkaar zes maanden niet zien en het voelt meteen weer goed” betekent niet automatisch dat zes maanden geen verschil maken.
Je kunt iemand al twintig jaar kennen en toch nauwelijks nog weten waar hij vandaag van wakker ligt.
Belangrijk, maar nooit dringend
Daar zit volgens mij de echte val.
De meeste dingen die onze agenda vullen, laten van zich horen.
Een klant stuurt een reminder.
Je mailbox toont 38 ongelezen berichten.
De school verwacht een antwoord.
De tandarts stuurt een sms.
Een vriend bij wie je al drie maanden denkt “ik moet hem dringend eens bellen” doet meestal niets.
Vriendschap fluistert.
Daarom moet je haar soms bewust beschermen tegen zaken die harder roepen.
Voor sommige mensen met perfectionisme wordt dat nog sterker. Eerst moet het werk klaar zijn. Eerst die achterstand weg. Eerst de administratie. Daarna mag er tijd zijn voor ontspanning en vrienden.
Alleen is werk zelden klaar.
Als sociaal contact altijd pas aan bod komt wanneer al het andere afgewerkt is, komt het uiteindelijk weinig aan bod.
Wanneer wordt een goede vriend stilaan een oude vriend?
Meestal merk je het niet aan één groot moment.
Het zit in kleine dingen.
Jullie sturen vooral nog verjaardagswensen.
Je ontdekt belangrijk nieuws via Instagram of iemand anders.
Als jullie elkaar zien, is het nog steeds gezellig, maar bijna het hele gesprek gaat naar updates: werk, kinderen, vakantie, huis.
Je kent de feiten uit elkaars leven nog. Minder de binnenkant.
En misschien denk je geregeld aan die persoon zonder iets te sturen.
Dat betekent niet dat de vriendschap voorbij is.
Wel dat warme gevoelens alleen een relatie niet onderhouden.
Daar zit ook een ongemakkelijk onderscheid.
Sommige vrienden missen we echt.
Bij andere mensen missen we vooral hoe de vriendschap vroeger was.
Dat is niet hetzelfde.
Niet elke vriendschap hoeft gered te worden
Volwassen worden betekent ook dat relaties veranderen.
Soms groeien mensen uit elkaar. Soms merk je dat jij bijna altijd degene bent die vraagt, luistert, plant en belangstelling toont. Soms voelt een ontmoeting vooral als het onderhouden van een geschiedenis.
Dan hoef je niet elke oude vriendschap te redden.
Een betere vraag is:
Met wie zou ik het oprecht jammer vinden als ik over vijf jaar nauwelijks nog contact heb?
Niet: wie ken ik al het langst?
Niet: met wie hoor ik eigenlijk bevriend te blijven?
Wie wil je echt nog kennen?
Denk daar even over na. Waarschijnlijk verschijnen er niet twintig namen.
Dat hoeft ook niet.
Veel praten is nog geen echte nabijheid
Tijd samen is nodig. Tijd alleen is niet genoeg.
Je kunt twee uur met iemand op restaurant zitten en achteraf amper dichter bij elkaar staan.
Je hebt gepraat over de verbouwing, die nieuwe collega, vakantieplannen en de prijs van elektriciteit.
Gezellig? Zeker.
Persoonlijk? Nauwelijks.
Onderzoek naar intimiteit wijst erop dat mensen zich dichter bij elkaar voelen wanneer ze iets persoonlijks delen en merken dat de ander daar echt op ingaat.
Dat hoeft geen zwaar gesprek te worden.
Het verschil zit soms in één extra zin.
“Eigenlijk twijfel ik veel meer over die nieuwe job dan ik laat zien.”
“Ik merk dat ik de laatste tijd weinig zin heb om mensen te zien.”
“Ik vind het moeilijker dan verwacht dat de kinderen mij minder nodig hebben.”
En vervolgens gebeurt iets belangrijks.
De ander kan luisteren.
Of meteen repareren.
“Je moet gewoon…”
“Waarom doe je niet…”
“Als ik jou was…”
Wie graag helpt, springt makkelijk te snel naar oplossingen.
Terwijl een vraag als:
“Wat maakt dat vooral moeilijk voor je?”
soms veel meer nabijheid creëert.
Goed luisteren herken je niet aan hoeveel advies je hebt gegeven. Je merkt het aan de ander: die voelt zich beter begrepen.
Waarom stuurt niemand dat bericht?
Er speelt nog iets.
We nemen weinig contact op en geven daar vervolgens betekenis aan.
“Als zij mij wilde zien, zou ze wel iets laten horen.”
Misschien denkt zij exact hetzelfde.
Zo kunnen twee mensen elkaar missen terwijl allebei hun telefoon zwijgt.
Daar hoeft geen hechtingsprobleem, trauma of ingewikkeld psychologisch patroon achter te zitten.
Soms is het gewoon woensdagavond, ben je moe en denk je: ik stuur morgen wel.
En drie weken later denk je opnieuw hetzelfde.
Daarom werkt concreet gedrag beter dan goede bedoelingen.
Niet:
“We moeten eens iets gaan drinken.”
Wel:
“Heb je donderdag 24 september of vrijdag 2 oktober tijd voor een koffie?”
Maak van ‘ooit’ een datum.
De één-persoonsregel
Maak hier geen nieuw zelfverbeteringsproject van.
Denk aan één persoon.
Aan wie dacht je tijdens dit artikel?
Vraag jezelf drie dingen:
Zou ik het jammer vinden als wij over vijf jaar nauwelijks nog contact hebben?
Wil ik deze persoon kennen zoals hij vandaag is, en niet alleen zoals ik hem vroeger kende?
Ben ik bereid zelf de eerste beweging te maken?
Drie keer ja?
Stuur dan vandaag één bericht met twee concrete momenten.
Dat is alles.
Geen analyse van wie de vorige keer initiatief nam.
Geen perfecte formulering.
Geen voornemen om voortaan “beter mijn sociale contacten te onderhouden”.
Eén persoon. Eén bericht. Eén afspraak.
Hoe herstel je een verwaterde vriendschap?
Begin kleiner dan je denkt.
Je hoeft niet te openen met:
“We moeten eens praten over wat er met onze vriendschap gebeurd is.”
Dat kan de afstand zelfs groter maken.
Probeer:
“Het is echt lang geleden. Ik zou je graag nog eens zien. Ik kan donderdag of zaterdag. Past een van beide?”
Als er vroeger veel nabijheid was, mag het persoonlijker:
“Ik merk dat ik onze gesprekken mis.”
Daarmee leg je iets op tafel zonder meteen een schuldige te zoeken.
Daarna is vooral herhaling nodig.
Eén etentje maakt van een verwaterde vriendschap niet opnieuw een hechte band.
Maar zonder dat eerste etentje gebeurt er meestal helemaal niets.
Veelgestelde vragen over verwaterende vriendschappen
Waarom verwateren vriendschappen als je ouder wordt?
Omdat je elkaar minder vanzelfsprekend ontmoet. Werk, gezin, afstand en andere verplichtingen nemen ruimte in. Als niemand bewust contact organiseert, kan een goede band langzaam dunner worden zonder dat er ruzie of een bewuste breuk is.
Is het normaal dat je minder vrienden hebt als je ouder wordt?
Dat kan heel normaal zijn. Je beschikbare tijd verandert en sommige relaties verdwijnen terwijl andere hechter worden. Het aantal vrienden zegt bovendien weinig over hoeveel verbondenheid je ervaart. Een kleine kring kan sociaal rijker zijn dan een grote groep oppervlakkige contacten.
Hoe weet je of een vriendschap voorbij is?
Kijk minder naar hoe vaak jullie elkaar zien en meer naar wederzijdse belangstelling. Wil je elkaar nog kennen? Is er warmte? Doet de ander ook moeite wanneer jij contact zoekt? Een relatie die lange tijd vrijwel volledig van één kant komt, hoef je niet eindeloos gaande te houden.
Hoe herstel je een verwaterde vriendschap?
Neem zelf contact op en maak het concreet. Benoem eventueel dat je het jammer vindt dat jullie elkaar weinig zien, zonder meteen de hele relatie te analyseren. Stel een eenvoudige afspraak voor en kijk daarna of de belangstelling wederzijds is.
Hoe vaak moet je vrienden zien om bevriend te blijven?
Er bestaat geen ideale frequentie. Sommige vrienden hebben weinig contact en blijven erg hecht. Belangrijker is of je genoeg contact hebt om te weten wat er werkelijk in elkaars leven speelt en of beide mensen de relatie blijven voeden.
Misschien dacht je al aan iemand
Iemand tegen wie je al maanden zegt:
“We moeten echt nog eens afspreken.”
Maak het niet groter dan het is.
Open je agenda.
Kies twee momenten.
Stuur het bericht.
Eén bericht herstelt geen vriendschap.
Maar zonder dat eerste bericht gebeurt er meestal helemaal niets.
Krijgt wat belangrijk is bij jou ook pas aandacht als het dringend wordt?
Misschien herken je dit patroon niet alleen in je vriendschappen. Werk afmaken, niemand teleurstellen, alles onder controle houden: het krijgt makkelijk voorrang op wat je eigenlijk belangrijk vindt.
In coaching onderzoeken we welke automatische patronen jouw keuzes sturen en hoe je daar concreet meer ruimte in krijgt.
Je hebt alles al bekeken. De voor- en nadelen afgewogen. Misschien zelfs advies gevraagd.
En toch blijft je hoofd verder zoeken.
Dat komt niet altijd doordat je nog informatie mist. Soms probeer je vooral zekerheid te krijgen over iets wat nog niet zeker kán zijn.
In mijn nieuwe artikel laat ik zien hoe je dat verschil herkent – en welke vragen helpen wanneer je merkt dat je opnieuw dezelfde denkronde begint.
Lees het artikel en ontdek wanneer nadenken stopt met helpen.
Wil je daarnaast meer praktische inzichten om minder te piekeren en met meer rust keuzes te maken? Download dan hier mijn gratis e-book: https://eepurl.com/cYIuQ
Wil je piekeren stoppen, dan helpt nóg meer nadenken niet altijd. Soms ontbreekt er inderdaad informatie. Maar soms weet je eigenlijk al genoeg en blijf je denken omdat je zekerheid wilt over iets wat nog onzeker is. Dat verschil herkennen kan veel veranderen.
Je hebt gisteren beslist dat je gaat solliciteren.
Vanavond controleer je alles opnieuw. De vacature. De reistijd. Je lijstje met voor- en nadelen. Even LinkedIn bekijken wie er werkt.
Twintig minuten later weet je niets nieuws.
Toch voelt stoppen onverantwoord.
Misschien heb je iets gemist. Misschien moet je er gewoon nog één nacht over slapen. Misschien komt morgen eindelijk dat gevoel:
Nu weet ik het zeker.
Dat gevoel komt vaak niet.
En dus begin je opnieuw.
Bij veel piekeren gebeurt precies dat: je hoofd behandelt onzekerheid alsof er ergens nog informatie ontbreekt.
Soms is dat ook zo.
Maar soms is er gewoon iets wat je vandaag nog niet kunt weten.
Heb je nog informatie nodig, of wil je zekerheid?
Hoe weet je dat je niet meer aan het oplossen bent?
Een lastig gesprek op het werk.
Je leidinggevende reageerde kort op een voorstel van jou. Op weg naar huis denk je:
Had ik dat anders moeten formuleren?
Daar kun je iets mee. Misschien besef je dat je te snel ging. Of te veel uitleg gaf.
Een paar uur later ziet het er anders uit.
Waarom reageerde hij zo?
Vindt hij mijn voorstel slecht?
Had ik beter gezwegen?
Waarom trek ik mij dit nu weer zo aan?
Je ligt in bed. Schouders gespannen. Het gesprek speelt voor de zoveelste keer opnieuw.
Intussen gaat het nauwelijks nog over dat voorstel.
Eén korte reactie is een verhaal geworden over wat je leidinggevende van jou denkt, hoe goed je bent in je werk en of je misschien “te gevoelig” bent.
Daar zit voor mij een bruikbaar verschil.
Als nadenken helpt, wordt het probleem meestal preciezer.
Bij piekeren gebeurt vaak het omgekeerde. Eén concrete gebeurtenis trekt steeds meer vragen mee.
Psycholoog Edward Watkins deed onderzoek naar dat verschil. Heel algemene vragen als “Waarom gebeurt dit altijd met mij?” houden mensen makkelijker in hetzelfde denkspoor dan concrete vragen als:
Wat gebeurde er precies?
Wat kan ik daaruit meenemen?
Moet ik nu iets doen?
Minder diepzinnig misschien.
Wel bruikbaarder.
Heb je nog informatie nodig, of wil je zekerheid?
Stel dat je overweegt van job te veranderen.
Er zijn dingen die je nog niet weet.
Hoe stuurt de leidinggevende het team aan? Waarom is de vacature vrijgekomen? Hoeveel ruimte krijg je om zelf beslissingen te nemen?
Dat kun je uitzoeken.
Maar dan zijn er vragen als:
Ga ik mij daar binnen zes maanden beter voelen?
Zal ik geen spijt krijgen?
Wat als ik de verkeerde keuze maak?
Daar bestaat vooraf geen sluitend antwoord op.
Toch kan je hoofd er uren aan werken.
Nog een review lezen. Nog iemand om advies vragen. Nog eens beide opties vergelijken.
Niet omdat je niets weet.
Je probeert zekerheid te krijgen over een toekomst die nog niet bestaat.
En dat is een slechte opdracht voor je denkvermogen.
Waarom voelt nóg eens nadenken zo verstandig?
Omdat piekeren niet noodzakelijk voelt als piekeren.
Het kan heel verantwoordelijk aanvoelen.
Je wilt niets over het hoofd zien. Geen domme fout maken. Later niet denken: ik had beter moeten weten.
Maar je hebt jezelf ondertussen wel al “onzeker” genoemd.
Vergelijk dat met:
Wat maakt mij in deze situatie onzeker?
Of:
Waarom doe ik altijd zo moeilijk?
tegenover:
Waarover twijfel ik precies?
En deze hoor ik ook vaak:
Waarom kan ik dit niet loslaten?
Misschien is een betere vraag:
Wat probeer ik nog op te lossen?
Het verschil lijkt klein. Toch verandert er iets.
Je onderzoekt geen karaktertrek meer. Je kijkt naar wat er hier, in deze situatie, aan de hand is.
Warren Berger schrijft veel over de kwaliteit van vragen. Een idee uit zijn werk vind ik bijzonder bruikbaar: een echte vraag vertrekt vanuit nieuwsgierigheid. Het antwoord ligt nog open.
Veel vragen die we aan onszelf stellen zijn minder open dan ze lijken.
Waarom doe ik het altijd fout?
Waarom ben ik nooit tevreden?
Waarom kan ik dit nu nog altijd niet?
Er staat een vraagteken achter.
Maar de beschuldiging is al binnen.
Wat doe je om 23.17 uur als je opnieuw begint?
Een artikel begrijpen is één ding.
Om 23.17 uur voor de derde keer dezelfde WhatsApp-conversatie openen is iets anders.
Daarom kan een simpele afspraak helpen.
Bijvoorbeeld:
Als ik merk dat ik dezelfde beslissing opnieuw analyseer, schrijf ik eerst op welke nieuwe informatie ik nog zoek.
Kun je niets noemen?
Dan valt er waarschijnlijk weinig meer uit te zoeken.
Of:
Als ik een mail opnieuw lees zonder nog iets inhoudelijks te veranderen, vraag ik: wat moet hier nog echt beter?
Geen concreet antwoord?
Versturen.
Psycholoog Peter Gollwitzer onderzocht zulke als-dan-afspraken. Het idee is eenvoudig: je bepaalt vooraf wat je doet wanneer je in een bekend patroon terechtkomt.
Dat scheelt één onderhandeling met jezelf op het moment dat je hoofd al op volle toeren draait.
Moet je dan minder nadenken?
Nee.
Sommige beslissingen verdienen tijd.
Een jobaanbod met meer loon, andere verantwoordelijkheden en een leidinggevende die je nog niet kent, zou ik zelf ook liever niet in zeven minuten afhandelen.
De vraag is wat je denken nog oplevert.
Komt er nieuwe informatie bij? Prima.
Moet je nog iets navragen? Doe dat.
Maar als je voor de vierde keer dezelfde argumenten verschuift en vooral hoopt dat de twijfel eindelijk verdwijnt, zit je waarschijnlijk op een ander spoor.
Sommige onzekerheid verdwijnt pas ná de keuze.
En soms zelfs dan niet helemaal.
Dat hoort ook bij beslissen.
Probeer dit eens met één piekergedachte
Neem iets waar je de voorbije dagen telkens op terugkwam.
Schrijf de vraag letterlijk op.
Bijvoorbeeld:
Wat als ik de verkeerde beslissing neem?
Vraag dan:
Kan ik vandaag iets te weten komen dat deze vraag echt beantwoordt?
Zo ja: zoek dat uit.
Zo nee: probeer een vraag waarop wél iets te antwoorden valt.
Bijvoorbeeld:
Welke informatie heb ik nog nodig om verantwoord te beslissen?
Of:
Wat zou ik doen als mijn keuze achteraf minder goed blijkt dan gehoopt?
Die laatste vraag voorspelt de toekomst niet.
Ze helpt je wel zien dat een minder goede afloop niet automatisch een ramp is.
Misschien is dat een onderschat deel van besluitvaardigheid.
Je hoeft niet eerst alle twijfel kwijt te zijn.
Je kunt twijfelen en toch kiezen.
Veelgestelde vragen over piekeren
Waarom blijf ik steeds over hetzelfde piekeren?
Omdat opnieuw nadenken tijdelijk het gevoel kan geven dat je iets aan het probleem doet. Zolang je hoopt dat de volgende gedachte eindelijk zekerheid geeft, blijft je hoofd zoeken. Vraag jezelf af: ontdek ik nog iets nieuws? Als het antwoord nee is, helpt een nieuwe denkronde waarschijnlijk weinig.
Hoe stop ik met overdenken?
Maak concreet wat je probeert op te lossen. Wat weet je al? Welke informatie ontbreekt echt? En waar probeer je zekerheid over te krijgen die niemand je kan geven? Kies daarna één volgende stap of spreek een moment af waarop je beslist.
Waarom pieker ik vooral ’s avonds?
Overdag krijgt je aandacht weinig rust. Werk, gesprekken, verkeer en praktische zaken houden je bezig. Wanneer het stil wordt, komen onafgewerkte vragen makkelijker boven. Vermoeidheid maakt afstand nemen bovendien lastiger. Het kan helpen om eerder op de avond kort op te schrijven wat nog actie vraagt en wat vandaag niet meer oplosbaar is.
Waarom maakt perfectionisme kiezen zo moeilijk?
Omdat “een goede keuze” ongemerkt kan veranderen in “een keuze waar ik later geen spijt van mag krijgen”. Dan blijf je controleren, vergelijken en advies zoeken. Op een bepaald moment levert dat geen betere beslissing meer op. Je probeert vooral het risico op zelfverwijt weg te krijgen.
Hoe stop ik met piekeren over iets waar ik niets aan kan doen?
Vraag jezelf heel concreet wat je nog kunt beïnvloeden. Is er een actie mogelijk, doe die dan. Is die er niet, dan verandert verder nadenken de situatie niet. De gedachte hoeft daarom niet meteen te verdwijnen. Je hoeft alleen niet elke keer opnieuw op haar uitnodiging in te gaan.
Misschien weet je al genoeg
De volgende keer dat je opnieuw dezelfde beslissing uitpluist, vraag jezelf:
Ontbreekt er nog informatie, of wil ik vooral zekerheid die niemand mij kan geven?
In het eerste geval valt er nog iets uit te zoeken.
In het tweede helpt een vijfde ronde denken waarschijnlijk niet.
Soms weet je al genoeg.
Dan moet je kiezen terwijl er nog twijfel is.
Blijf je ondanks al dat nadenken telkens in dezelfde twijfel belanden? Dan is het interessanter om te onderzoeken wat je met dat denken probeert te voorkomen. Dat is precies het soort patroon waar ik in coaching mee werk.
Blijf je zekerheid zoeken terwijl je steeds dezelfde gedachten herhaalt? Bekijk hoe we in perfectionismecoaching werken met twijfel, controle en de druk die je jezelf oplegt.
Wil je meer rust in je hoofd? Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief met herkenbare inzichten en praktische coachingtips. Je krijgt het gratis e-book Coach jezelf als welkom.