Waarom ben ik nooit tevreden met wat ik bereik?

Je hebt een moeilijke opdracht afgerond. Je krijgt complimenten. Iedereen is tevreden.

Behalve jij.

Want jij denkt alweer aan wat beter had gekund.

Waarom doen we dat toch? En hoe komt het dat sommige mensen hun fouten blijven onthouden, maar hun successen bijna onmiddellijk vergeten?

In mijn nieuwe artikel ontdek je wat hierachter zit en hoe je kunt leren om tevreden te zijn met wat je bereikt, zonder je ambitie te verliezen.

Wil je ook vaker zulke inzichten over perfectionisme, zelfvertrouwen en mentale rust?

Download mijn gratis e-book en ontvang mijn wekelijkse tips: https://eepurl.com/cYIuQ

Wanneer was je voor het laatst echt tevreden over jezelf?

Zonder er meteen aan toe te voegen wat beter had gekund. Zonder je prestatie kleiner te maken. Zonder alweer aan het volgende doel te denken.

Je hebt een moeilijke opdracht afgerond. Je leidinggevende is tevreden. Toch denk jij vooral aan dat ene onderdeel dat beter kon. En morgen begin je opnieuw met dezelfde hoge eisen.

Handgetekende illustratie van een vrouw die door perfectionisme vooral kijkt naar één onafgewerkte taak, terwijl de rest van haar takenlijst afgevinkt is. Perfectionismecoach

Waarom ben je nooit tevreden met wat je bereikt? Soms raak je snel gewend aan succes. Maar bij perfectionisme speelt vaak iets anders: je laat je eigen prestaties nauwelijks meetellen. Wat mislukt, zie je als bewijs dat je beter je best moet doen. Wat lukt, vind je al snel vanzelfsprekend. Zo blijft de lat verschuiven.

Waarom is het nooit genoeg, hoeveel je ook bereikt?

Wanneer je je eigen prestaties voortdurend kleiner maakt, wordt tevreden zijn moeilijk. Je kunt veel bereiken en toch blijven denken dat je achterloopt. Het probleem zit dan vooral in de manier waarop je beoordeelt wat je hebt gedaan.

Neem een presentatie op het werk.

Je hebt ze grondig voorbereid. Tijdens de vergadering luisteren je collega’s aandachtig. Na afloop krijg je verschillende positieve reacties.

Eén collega merkt op dat je een bepaald onderdeel nog iets duidelijker had kunnen uitleggen.

’s Avonds denk je vooral aan die opmerking.

Je gaat de presentatie opnieuw af in je hoofd. Waarom had je dat niet beter uitgelegd? Had je die vraag niet kunnen voorzien? Wat zullen de anderen gedacht hebben?

De complimenten schuif je opzij. ‘Ze waren gewoon vriendelijk.’ Of: ‘Zo bijzonder was die presentatie nu ook weer niet.’

Die ene opmerking krijgt intussen alle aandacht.

Dit is een patroon dat ik bij perfectionisme belangrijk vind om te onderzoeken. Mensen stellen hoge eisen aan zichzelf en leveren vaak goed werk. Maar wat ze bereiken, krijgt opvallend weinig gewicht in hun eigen beoordeling.

Er gebeurt iets merkwaardigs.

Als het tegenvalt, telt het zwaar. Als het goed gaat, telt het nauwelijks.

Je kunt moeilijk tevreden zijn over je prestaties wanneer je telkens de bewijzen van je eigen succes wegstreept.

Waarom voelt een succes zo snel weer gewoon?

Mensen wennen aan positieve veranderingen. Een nieuwe job of een langverwacht diploma kan eerst veel voldoening geven. Na verloop van tijd wordt het onderdeel van je gewone leven. Dat is normaal en betekent niet dat het succes waardeloos was.

Psychologen noemen dit hedonische adaptatie. Dat is een moeilijk woord voor iets wat je waarschijnlijk al hebt meegemaakt.

Denk aan je eerste weken in een nieuwe woning. Je keek met plezier rond. Je genoot van de ruimte, het licht of de tuin.

Een jaar later zie je vooral dat de ramen dringend gepoetst moeten worden.

Onderzoek van Ed Diener en zijn collega’s laat zien dat mensen zich vaak aanpassen aan veranderingen. Die gewenning verloopt niet voor iedereen gelijk. Sommige gebeurtenissen blijven langdurig invloed hebben op hoe tevreden je bent met je leven.

We overschatten soms ook hoeveel een toekomstige verandering voor ons zal betekenen.

Wanneer je droomt van promotie, denk je aan de erkenning en de nieuwe mogelijkheden. Je stelt je veel minder voor hoe een gewone dinsdag er zes maanden later uitziet. Dan wachten er opnieuw mails, vergaderingen en lastige beslissingen.

Dat verklaart waarom een succes minder lang bijzonder kan aanvoelen dan je vooraf dacht.

Maar bij mensen die nooit tevreden zijn, komt er vaak nog iets bovenop.

Zodra het succes gewoon voelt, besluiten ze dat het blijkbaar niet bijzonder genoeg was.

‘Die promotie? Dat was toch een logische volgende stap.’

‘Dat diploma? Anderen hebben het ook gehaald.’

Wat je vroeger graag wilde, gebruik je nu als bewijs dat je nog ambitieuzer moet zijn.

En zo schuift de lat opnieuw op.

Waarom zie ik vooral wat nog beter kan?

Wie bang is om fouten te maken, kan zichzelf aanleren om voortdurend naar tekortkomingen te zoeken. Dat lijkt nuttig, want je ontdekt wat beter kan. Maar als je die kritische blik ook op jezelf blijft richten, krijgt je zelfvertrouwen weinig ruimte.

Roz Shafran, Zafra Cooper en Christopher Fairburn beschreven een vorm van perfectionisme waarbij mensen hun eigenwaarde sterk laten afhangen van hun prestaties.

Wat hun beschrijving bijzonder interessant maakt, is dat zowel mislukking als succes hetzelfde patroon kunnen versterken.

Stel dat je een belangrijk rapport schrijft.

Je werkt er uren aan. Je leest het verschillende keren na en past telkens nog iets aan.

Wanneer je leidinggevende opmerkingen heeft, denk je: ‘Zie je wel, ik had grondiger moeten werken.’

Maar wanneer je leidinggevende tevreden is, denk je: ‘Het was blijkbaar niet zo moeilijk. De volgende keer kan ik beter nog iets extra doen.’

In beide gevallen blijft de conclusie dezelfde: je moet meer je best doen.

Dat is een vermoeiende manier van leven.

Je leert steeds beter waar de fouten kunnen zitten, maar nauwelijks wanneer iets voldoende is.

En als je na iedere geslaagde opdracht de eisen verhoogt, wordt het almaar moeilijker om dat punt te bereiken.

Er is natuurlijk niets mis met zorgvuldig werken. Hoge eisen kunnen je helpen om goed werk te leveren.

De vraag is hoeveel vrijheid je nog hebt.

Kun je een taak afronden terwijl je weet dat iemand er nog een opmerking over zou kunnen maken? Kun je tevreden zijn over een prestatie waarin ook een fout zat? Kun je een compliment aannemen zonder het onmiddellijk te relativeren?

Als dat moeilijk is, loont het om te onderzoeken hoeveel je eigenwaarde van je prestaties is gaan afhangen.

Wie zich hierin herkent, kan ook mijn artikel Waarom één opmerking je hele dag kan verpesten lezen.

Waarom voel ik me soms leeg nadat ik een doel heb bereikt?

Een leeg gevoel na een succes kan verschillende redenen hebben. De spanning van het streven valt weg, je mist plots een duidelijk doel of het resultaat geeft minder voldoening dan verwacht. Soms ontdek je ook dat je vooral iets wilde bereiken om waardering te krijgen.

Je hebt bijvoorbeeld jarenlang gewerkt om leidinggevende te worden.

Na de promotie voel je vooral opluchting. Je hebt bewezen dat je het kunt.

Maar enkele maanden later merk je dat je je vroegere werk mist. Je hield ervan om moeilijke problemen op te lossen en je vakkennis te gebruiken. Nu besteed je een groot deel van je tijd aan vergaderingen en personeelszaken.

Je hebt bereikt wat je wilde. Alleen blijkt het dagelijkse werk minder goed bij je te passen dan verwacht.

Onderzoek van Kennon Sheldon en Andrew Elliot laat zien dat doelen meer voldoening kunnen geven wanneer ze passen bij je eigen interesses en waarden.

Daarom is er bij loopbaancoaching een vraag die veel duidelijk kan maken:

‘Voor wie wil ik dit eigenlijk?’

Wil je die functie omdat het werk je aanspreekt? Omdat je graag verantwoordelijkheid neemt? Of omdat je vindt dat je op jouw leeftijd al verder zou moeten staan?

Dat zijn verschillende redenen om hetzelfde doel na te streven.

En ze kunnen verklaren waarom de ene promotie veel voldoening geeft en de andere vooral opluchting.

Een tijdelijk leeg gevoel na een groot project hoeft geen probleem te zijn. Heb je daarentegen al maanden weinig plezier in dingen die je vroeger graag deed, of voel je je voortdurend uitgeput? Bespreek dat dan met je huisarts. Er kan meer aan de hand zijn dan hoge verwachtingen.

Word ik niet lui als ik tevreden ben met mezelf?

Tevreden zijn over jezelf betekent niet dat je stopt met groeien. Je kunt erkennen wat goed ging en tegelijk zien wat je nog wil verbeteren. Onderzoek naar zelfcompassie laat zelfs zien dat vriendelijker omgaan met jezelf na een fout de motivatie om bij te leren kan versterken.

Dit is een belangrijk punt. Want sommige mensen durven nauwelijks tevreden te zijn.

Ze hebben zichzelf jarenlang vooruitgeholpen met strenge gedachten.

‘Komaan, je kunt beter.’

‘Niet te vroeg tevreden zijn.’

‘Je mag nu niet verslappen.’

En die aanpak heeft vaak iets opgeleverd. Ze hebben diploma’s gehaald, carrière gemaakt of moeilijke projecten tot een goed einde gebracht.

Dan voelt het riskant om minder streng te worden.

Wat als je daardoor minder presteert?

Die bezorgdheid begrijp ik. Zelfkritiek kan je op korte termijn aan het werk zetten. Alleen is het de vraag welke prijs je ervoor betaalt.

Misschien blijf je veel te lang aan taken werken. Of stel je nieuwe uitdagingen uit omdat je bang bent om niet meteen goed te zijn. Misschien lukt het je zelfs tijdens je vakantie nauwelijks om te ontspannen.

Onderzoekers Juliana Breines en Serena Chen onderzochten in vier experimenten wat er gebeurt wanneer mensen na een fout met meer begrip naar zichzelf kijken.

In een van die experimenten besteedden deelnemers na een tegenvallende test meer tijd aan studeren wanneer ze waren aangemoedigd om vriendelijker met zichzelf om te gaan.

Dat bewijst niet dat zelfcompassie altijd tot betere prestaties leidt. Het laat wel zien dat jezelf hard aanpakken geen noodzakelijke voorwaarde is om gemotiveerd te blijven.

Ik zou de vraag daarom omdraaien.

Niet: ‘Hoe zorg ik dat ik mezelf nooit te gemakkelijk behandel?’

Wel: ‘Kan ik even goed werk leveren met minder druk op mezelf?’

Dat kun je onderzoeken. Je hoeft het niet zomaar te geloven.

Hoe leer ik herkennen wanneer iets goed genoeg is?

Je leert tevreden zijn door je prestaties eerlijker te beoordelen. Dat betekent ook aandacht geven aan wat gelukt is en vooraf bepalen wanneer een taak voldoende afgewerkt is. De volgende drie oefeningen helpen om dat in het dagelijks leven uit te proberen.

1. De eerlijke balans: laat je successen meetellen

Wanneer: na een opdracht waarover je blijft twijfelen.

Tijd: vijf minuten.

Neem een blad papier en maak twee kolommen.

Schrijf links wat niet goed ging of beter kon. Rechts schrijf je wat wél gelukt is.

Bijvoorbeeld:

Links: ‘Ik kon die ene vraag tijdens de presentatie niet meteen beantwoorden.’

Rechts: ‘Ik had mijn verhaal goed voorbereid, hield de aandacht vast en kon de belangrijkste vragen beantwoorden.’

Kijk vervolgens of je beide kanten even eerlijk beoordeelt.

Tel je één fout als bewijs dat de hele presentatie niet goed was? Vind je positieve reacties minder waard omdat ze van vriendelijke collega’s komen?

De bedoeling is niet om jezelf wijs te maken dat alles fantastisch was.

Je wilt een eerlijk oordeel vormen, waarin een fout een fout mag zijn en een goed resultaat ook gewoon meetelt.

Wat als je niets positiefs kunt bedenken?

Begin dan met de feiten. Wat heb je concreet afgewerkt? Wat is gelukt, ook al kostte het moeite? Welk deel voldeed aan de verwachtingen?

Je hoeft er niet onmiddellijk trots op te zijn. Het is al een stap vooruit wanneer je stopt met alles wat goed ging als vanzelfsprekend weg te zetten.

2. De gewone-dinsdagtest: kijk voorbij het grote succes

Wanneer: wanneer je denkt dat een volgend doel eindelijk alles zal veranderen.

Tijd: drie minuten.

Stel je voor dat je je doel zes maanden geleden hebt bereikt.

Je hebt die promotie. Je woont in dat nieuwe huis. Of je hebt je opleiding afgerond.

Het is nu dinsdag. Een gewone werkdag.

Wat doe je? Waar ben je tevreden over? En waar erger je je nog altijd aan?

Schrijf twee veranderingen op die het nieuwe doel waarschijnlijk zal brengen. Noteer daarnaast één probleem dat waarschijnlijk zal blijven bestaan.

Dat helpt om realistischer te kijken naar wat je van een doel verwacht.

En stel jezelf nog één vraag: ‘Wat hoop ik dankzij dit doel eindelijk over mezelf te kunnen denken?’

Als je antwoord luidt ‘dat ik goed genoeg ben’, verdient die gedachte extra aandacht.

3. Het goed-genoeg-experiment: test je angst om te verslappen

Wanneer: bij een taak waarin je gemakkelijk blijft verbeteren en controleren.

Tijd: één gewone werktaak, bijvoorbeeld een mail of een kort verslag.

Bepaal vooraf wat de taak moet opleveren.

Bij een mail kan dat eenvoudig zijn: de informatie is juist, de vraag is duidelijk en de toon is vriendelijk.

Spreek met jezelf af dat je één keer naleest en daarna verstuurt.

Merk je dat je toch een vierde keer wil controleren? Vraag dan wat die extra controle nog zou opleveren.

Vind je werkelijk nieuwe fouten? Of probeer je vooral het vervelende gevoel kwijt te raken dat iemand kritiek zou kunnen geven?

Rond de taak af wanneer ze aan je vooraf bepaalde eisen voldoet.

Kijk achteraf naar het resultaat. Was de kwaliteit werkelijk minder? Hoeveel tijd heb je uitgespaard? En hoe voelde het om eerder te stoppen?

Gebruik dit experiment bij een taak met weinig risico. Niet bij werk waar een kleine fout ernstige gevolgen kan hebben.

Het doel is te ontdekken of je hoge kwaliteit kunt leveren zonder jezelf telkens uit te putten.

Veelgestelde vragen over nooit tevreden zijn

Waarom vind ik wat ik doe nooit goed genoeg?

Omdat je mogelijk meer aandacht geeft aan fouten dan aan wat gelukt is. Bij perfectionisme kan je eigenwaarde sterk verbonden raken met prestaties. Daardoor vind je een goed resultaat al snel vanzelfsprekend en blijft een kleine fout lang hangen. Het helpt om beide kanten van je prestatie eerlijk te beoordelen.

Waarom voel ik me na een succes niet zo blij als verwacht?

Mensen wennen vaak aan positieve veranderingen. Bovendien stellen we ons het moment van succes levendiger voor dan het gewone leven dat erop volgt. Een leeg gevoel kan ook ontstaan doordat een lang nagestreefd doel plots wegvalt. Dat betekent niet automatisch dat je het verkeerde doel gekozen hebt.

Kan ik ambitieus blijven zonder perfectionistisch te zijn?

Ja. Je kunt hoge doelen nastreven zonder je eigenwaarde ervan afhankelijk te maken. Gezonde ambitie laat ruimte om te leren, fouten te maken en tevreden te zijn over vooruitgang. Perfectionisme wordt lastig wanneer je alleen tevreden kunt zijn met een resultaat dat steeds weer beter moet.

Hoe weet ik of mijn ontevredenheid door perfectionisme komt?

Let op wat er gebeurt wanneer je iets bereikt. Kun je van je resultaat genieten? Of zie je meteen nieuwe fouten en eisen? Word je onrustig als je een taak niet perfect kunt afronden? Zulke patronen kunnen wijzen op perfectionisme. Ontevredenheid kan ook andere oorzaken hebben, zoals stress, een job die niet bij je past of aanhoudende somberheid.

Wanneer was het voor jou genoeg?

Kijk vandaag eens naar iets wat je goed hebt gedaan.

Een taak die af is. Een moeilijk gesprek dat je hebt gevoerd. Een beslissing die je eindelijk genomen hebt.

En let op wat je er meteen achteraan denkt.

Komt er een ‘ja, maar …’? Dan heb je je patroon gevonden.

Je mag zien wat beter kan. Geef wat gelukt is ondertussen ook een eerlijke plaats in je beoordeling.

Want als je elk succes onmiddellijk wegstreept, blijf je werken voor een tevredenheid die je jezelf nooit gunt.

Merk je dat je al jaren streng voor jezelf bent en moeilijk kunt stoppen met verbeteren? In mijn perfectionismecoaching onderzoeken we waarom je jezelf zo onder druk zet. Je leert zorgvuldiger omgaan met die innerlijke kritiek en ontdekken wanneer iets werkelijk goed genoeg is. Zo kun je je ambities blijven nastreven zonder jezelf voortdurend te moeten bewijzen.

Bekijk perfectionismecoaching →

In mijn wekelijkse tip deel ik concrete inzichten over perfectionisme, zelfvertrouwen, piekeren en mentale rust.

Je ontvangt meteen ook mijn gratis e-book:

Stuur me tips

Wil je leren om met minder zelfkritiek naar jezelf te kijken? Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief met herkenbare inzichten en praktische coachingtips. Je krijgt het gratis e-book Coach jezelf als welkom.

Stuur mij het gratis e-book

Je ontvangt mijn nieuwsbrief. Uitschrijven kan onderaan elke mail.

Lees ook:
Onbeperkte relaxatietherapie bij je thuis
Perfectionisme maakt je net minder perfect
Gun jij jezelf een loopbaancoach?

P.S. Vond je dit waardevol? Deel het gerust.

Waarom je goede voornemens niet volhoudt (en hoe perfectionisme meespeelt)

Waarom lukt het vaak even om een goed voornemen vol te houden, tot het één keer misgaat? En waarom maken zoveel mensen het zichzelf daarna nog moeilijker?

In dit artikel lees je hoe perfectionisme ervoor kan zorgen dat één gemiste dag meteen aanvoelt als een mislukking. Je ontdekt ook wat wél helpt als je minder streng en tegelijk consequenter met jezelf wilt omgaan.

Wil je vaker dit soort inzichten ontvangen? Download hier ook mijn gratis e-book:
https://eepurl.com/cYIuQ

Je wil ’s avonds vroeger stoppen met werken. Minder uitstellen. Meer bewegen. Je neemt het je serieus voor en de eerste dagen lukt het.

Tot het een keer misgaat.

Op dat moment gebeurt er iets opvallends. In plaats van de volgende dag verder te doen, besluit je dat je het voortaan strenger moet aanpakken. Je maakt een nieuw plan, met betere afspraken en minder ruimte voor uitzonderingen.

Dat geeft even een goed gevoel. Je hebt weer controle.

Alleen verandert er aan je oude gewoonte nauwelijks iets. En voor je het weet, zit je opnieuw in hetzelfde patroon.

In mijn coaching zie ik dat vooral bij mensen die hoge eisen aan zichzelf stellen. Ze hebben doorgaans geen gebrek aan goede voornemens. Ze maken er alleen bijzonder strenge regels van.

En zodra ze zo’n regel overtreden, lijkt alles wat ze eerder hebben bereikt plots niet meer mee te tellen.

Misschien heb je geen strenger plan nodig. Misschien moet je vooral leren wat je doet wanneer je plan niet lukt.

Handgetekende illustratie van iemand die ’s avonds nog aan het werk is en worstelt met perfectionisme en het volhouden van goede voornemens

De fout die van één slechte dag een slechte week maakt

Stel dat je hebt besloten om voortaan elke werkdag om half zes te stoppen.

Maandag lukt het. Dinsdag ook. Woensdag loopt een vergadering uit en zit je om zeven uur nog achter je laptop.

Je bent teleurgesteld in jezelf. Donderdag gebeurt ongeveer hetzelfde. Vrijdag denk je: Deze week is toch al mislukt. Vanaf maandag pak ik het opnieuw serieus aan.

Er is iets merkwaardigs gebeurd. Je had twee dagen je doel bereikt, maar je kijkt vooral naar de dagen waarop het niet lukte.

Bovendien heb je besloten dat die ene afwijking betekent dat je plan niet deugt.

In onderzoek naar eetgedrag werd een vergelijkbare reactie beschreven bij mensen die bstrenge dieetregels volgen. Nadat ze een regel hadden overtreden, lieten sommige deelnemers hun dieet verder varen. Onderzoekers spreken van het what-the-hell-effect: nu het toch al misgelopen is, maakt de rest blijkbaar ook niet meer uit.

Dat onderzoek ging over eten, maar de gedachte is ook herkenbaar bij andere goede voornemens.

Je mist één sportsessie en slaat de rest van de week over. Je stelt een moeilijke taak uit en besluit dat je morgen met een volledig nieuwe planning begint. Je bent één avond langer aan het werk en laat je afspraak om vroeger te stoppen voorlopig varen.

Vooral als je perfectionistisch bent, kan die reactie sterk zijn. Je ziet een afwijking niet alleen als iets wat niet lukte, maar ook als bewijs dat je onvoldoende discipline hebt.

En dus moet het de volgende keer nóg beter.

Ik zou je iets anders willen voorstellen.

Als je een dag mist, hervat je je afspraak bij de volgende gelegenheid. Je probeert niets in te halen en maakt geen strenger schema om het goed te maken.

Dat klinkt bijna te eenvoudig. Toch is het de moeite waard om ermee te oefenen, juist wanneer je gewend bent veel van jezelf te eisen.

Wat je oude gedrag je oplevert

Waarom blijf je eigenlijk doorwerken als je vroeger wil stoppen?

Het voor de hand liggende antwoord is dat je nog werk hebt. Maar dat verklaart niet altijd waarom je zo moeilijk kunt afronden.

Misschien wil je een collega niet teleurstellen.
Misschien vind je het lastig om een taak onafgewerkt achter te laten.
Of je wil nog één keer controleren of die mail wel duidelijk genoeg is.

Om half zes stoppen betekent dan dat je iets moet verdragen wat je liever vermijdt.

Een onafgewerkt dossier.
De mogelijkheid dat iemand moet wachten.
Of die vervelende gedachte dat je vandaag niet genoeg hebt gedaan.

Dus werk je nog even door.

Je verstuurt de mail, werkt de laatste opmerkingen weg en schrapt nog een taak van je lijst. Dat geeft opluchting.

Die opluchting is belangrijk. Je hebt even minder last van het gevoel dat je iets onafgewerkt achterlaat. Daardoor wordt langer doorwerken aantrekkelijk, ook al weet je dat je er later moe en gefrustreerd van wordt.

Bij uitstelgedrag zie je iets vergelijkbaars. Je ziet op tegen een moeilijke opdracht. Misschien omdat je bang bent om fouten te maken of omdat je niet weet hoe je moet beginnen. Door iets anders te doen, verdwijnt die spanning even.

Je leert dus onbedoeld dat vermijden helpt om je op korte termijn beter te voelen.

Zo kunnen gewoontes zichzelf in stand houden.

Daarom stel ik bij het begeleiden van perfectionisme en uitstelgedrag graag een vraag die verder gaat dan ‘Waarom doe je dit toch altijd?’:

Wat levert dit gedrag je op, ook al heb je er achteraf last van?

Dat kan een ongemakkelijke vraag zijn. Want het gedrag waar je vanaf wil, heeft vaak ook een functie. Het beschermt je bijvoorbeeld tegen kritiek, teleurstelling of onzekerheid.

Als je die functie niet begrijpt, blijf je oplossingen zoeken op het verkeerde niveau.

Een extra alarm om half zes kan handig zijn. Maar wanneer je vooral bang bent dat collega’s je minder betrokken vinden als je vroeger stopt, zal dat alarm weinig veranderen.

Dan moet je leren omgaan met die angst en onderzoeken welke verwachtingen er werkelijk zijn.

En als je werkpakket structureel niet binnen je uren past, vraagt dat ook een gesprek over prioriteiten en werkdruk. Niet nog meer zelfdiscipline.

Je maakt een planning voor je ideale week. Maar leef je die ook?

Een cliënt legde me onlangs een planning voor waarin hij tijd had voorzien voor sport, bijleren, administratie en een creatief project.

Hij had goed nagedacht over wat hij allemaal wilde doen. Het probleem was dat hij zoveel uren had ingepland dat er nauwelijks ruimte overbleef voor onverwachte gebeurtenissen.

Toen hij zijn planning opnieuw bekeek, besefte hij zelf dat het vooral zijn ideale week was. Niet de week die hij in de praktijk gemakkelijk kon volhouden.

We werkten verder met een haalbaardere versie.

Ik vind dat een belangrijke vaststelling. Mensen maken soms een planning voor de persoon die ze graag willen zijn, en rekenen zichzelf vervolgens af op het verschil met hun echte leven.

Dat is een vermoeiende manier om aan jezelf te werken.

Je wil beter worden in plannen, maar verwacht dat je meteen een planning kunt volgen waarin nauwelijks iets fout mag lopen.

Terwijl plannen net betekent dat je rekening houdt met wat er fout kan lopen.

Ook bij het ontwikkelen van gewoontes is dat van belang.

In een onderzoek uit 2010 volgden wetenschappers mensen die een nieuwe dagelijkse gewoonte wilden aanleren, zoals fruit eten, water drinken of bewegen.

Bij de deelnemers voor wie de ontwikkeling goed te meten was, bedroeg de middelste geschatte tijd ongeveer 66 dagen voordat het gedrag grotendeels automatisch werd. Bij sommigen ging dat sneller, bij anderen duurde het maanden.

Er bestaat dus geen magische termijn waarbinnen je een nieuwe gewoonte moet beheersen.

Nog belangrijker voor ons verhaal: één keer overslaan had in die studie geen merkbare invloed op het proces van gewoontevorming.

Je eerdere inspanningen verdwijnen dus niet zomaar omdat je een keer van je plan afwijkt.

Een kleine gewoonte die bij je gewone leven past, geeft je meer kansen om te oefenen dan een groot plan waarvoor alles moet meezitten.

En juist dat oefenen heb je nodig.

Maak twee afspraken met jezelf in plaats van één

De meeste mensen maken alleen een afspraak voor wanneer het goed gaat.

Ik stop elke dag om half zes.

Ik ga drie keer per week sporten.

Ik begin elke ochtend meteen aan mijn belangrijkste taak.

Dat zijn duidelijke voornemens. Maar wat doe je als het tegenzit?

Daarover wordt vaak niet nagedacht.

Een bruikbare techniek uit de gedragspsychologie is het als-dan-plan. Je bepaalt vooraf wat je in een bepaalde situatie gaat doen.

Onderzoek laat zien dat zulke concrete afspraken mensen helpen om hun voornemens vaker uit te voeren.

Voor ons voorbeeld zou dat kunnen zijn:

Als het 17.15 uur is, begin ik mijn werk af te ronden. Ik noteer wat nog moet gebeuren en om 17.30 uur sluit ik mijn laptop.

Daarmee maak je je voornemen concreet.

Maar ik zou nog een tweede afspraak toevoegen. Eentje voor de dagen waarop het niet lukt.

Als ik toch langer werk, probeer ik bij de volgende werkdag opnieuw op tijd te stoppen. Ik hoef niets in te halen of te bewijzen.

Dat tweede plan is minstens zo belangrijk als het eerste.

Want op een drukke woensdag zul je vroeg of laat voor een keuze staan. Je kunt besluiten dat je tekortgeschoten bent en vanaf maandag een nieuw regime invoeren. Of je kunt kijken wat er misliep en bij de volgende gelegenheid je afspraak hervatten.

Je hoeft niet op een nieuwe week te wachten om ander gedrag te oefenen.

Durf te stoppen terwijl het werk nog niet af is

Voor iemand die erg perfectionistisch is, blijft vroeger stoppen moeilijk, zelfs met een goed plan.

Daarom zou ik de oefening nog een stap verder brengen.

Stel dat het half zes is. Je hebt je werk afgerond, op één mail na. Je weet dat die mail best tot morgen kan wachten. Toch voel je de neiging om hem nog te versturen.

Blijf eens bij dat moment stilstaan.

Wat gaat er door je hoofd?

Misschien denk je dat je collega anders teleurgesteld zal zijn.
Of dat je morgen achterstand zult hebben.
Misschien voel je je gewoon ongemakkelijk bij het idee dat iets niet afgewerkt is.

Probeer dat gevoel niet meteen weg te krijgen door toch nog verder te werken.

Sluit je laptop en kijk wat er gebeurt.

Dat is een kleine gedragsoefening die ik vanuit mijn werk als coach waardevol vind. Je ontdekt dat je iets onafgewerkt kunt laten, ook wanneer je hoofd daartegen protesteert.

Als meer tijd voor je gezin belangrijk is, kun je ervoor kiezen om op tijd te stoppen terwijl je nog onzekerheid of schuldgevoel voelt.

Dat gevoel hoeft niet eerst opgelost te zijn.

Voor veel mensen met perfectionisme is dat lastiger dan nóg een planning maken.

Ze proberen hun gedrag pas te veranderen wanneer ze zich voldoende zeker voelen. Maar door voortdurend te wachten op die zekerheid, blijven ze hetzelfde doen.

Soms leer je pas dat je iets kunt loslaten door het daadwerkelijk los te laten.

Begin met iets kleins. Laat één niet-dringende taak bewust liggen. Kijk de volgende dag wat er werkelijk is gebeurd.

Misschien blijkt je bezorgdheid overdreven. Misschien moet je iets beter afspreken met je collega. In beide gevallen leer je iets wat je met nog langer nadenken waarschijnlijk niet had ontdekt.

Zelfkritiek helpt je minder dan je denkt

Er is nog een reden waarom mensen met perfectionisme zo gemakkelijk opnieuw beginnen.

Ze zijn streng voor zichzelf wanneer iets niet lukt.

Ze denken dat die strengheid nodig is om gemotiveerd te blijven. Zonder die innerlijke druk zouden ze gemakzuchtig worden of minder goed presteren.

Ik betwijfel of dat voor veel mensen de beste manier is om vooruit te komen.

Neem deze twee gedachten:

Ik ben vandaag niet op tijd gestopt met werken.

Ik heb blijkbaar geen discipline.

De eerste beschrijft iets wat gebeurd is. De tweede maakt er een oordeel over jezelf van.

Met de eerste kun je aan de slag. Je kunt onderzoeken waarom het niet lukte, of je te veel werk had aangenomen en wat je morgen anders wil doen.

De tweede gedachte levert weinig bruikbare informatie op. Ze zorgt er vooral voor dat je jezelf nog meer onder druk zet.

Onderzoek naar zelfcompassie ondersteunt het idee dat mildheid tegenover jezelf niet hetzelfde is als je fouten negeren.

In een reeks experimenten kregen mensen bijvoorbeeld de kans om zich voor te bereiden op een nieuwe test nadat ze eerder slecht hadden gepresteerd. De deelnemers die werden aangemoedigd om met meer begrip naar hun mislukking te kijken, besteedden meer tijd aan de voorbereiding.

Mildheid stond verbetering dus niet in de weg. In dat experiment ging ze juist samen met meer inzet.

Dat vind ik een nuttige boodschap voor mensen die denken dat ze zichzelf voortdurend streng moeten toespreken.

Zelfcompassie betekent niet dat alles goed is zoals het is. Je mag best teleurgesteld zijn wanneer je een afspraak niet nakomt.

De vraag is wat je met die teleurstelling doet.

Gebruik je ze om jezelf opnieuw te veroordelen?

Of probeer je te begrijpen wat er gebeurde en wat je ervan kunt leren?

Zelfkritiek is geen plan van aanpak.

Verantwoordelijkheid nemen betekent dat je kijkt naar wat je kunt beïnvloeden. Je gedrag, je keuzes, je voorbereiding en de afspraken die je met anderen maakt.

Of alles precies verloopt zoals je wilt, heb je nooit volledig in handen.

Wat je morgen anders kunt doen

Wanneer je jezelf herkent in dat telkens opnieuw beginnen, wil ik je uitnodigen tot een kleine oefening.

Kies één voornemen dat je al verschillende keren hebt gemaakt. Iets wat je belangrijk vindt, maar moeilijk kunt volhouden.

Bijvoorbeeld op tijd stoppen met werken.

Doe vervolgens drie dingen.

1. Maak je voornemen kleiner en concreter.

Spreek af dat je de komende twee weken op twee vaste dagen om half zes stopt. Bepaal wanneer je begint af te ronden en wat je doet met onafgewerkt werk.

Het doel is niet om die twee dagen perfect te laten verlopen. Het doel is om bewust te oefenen met stoppen.

2. Onderzoek wat het moeilijk maakt.

Wanneer je merkt dat je toch wil doorgaan, stel jezelf dan de vraag:

Wat vind ik zo moeilijk aan stoppen terwijl dit nog niet af is?

Misschien merk je dat je vooral bezig bent met wat anderen zullen denken. Misschien wil je koste wat het kost het gevoel vermijden dat je iets niet goed hebt gedaan.

Dat inzicht vertelt je waar je werkelijk mee moet oefenen.

3. Bereid je reactie op een misser voor.

Schrijf deze afspraak ergens op waar je ze gemakkelijk terugvindt:

Als mijn voornemen vandaag niet lukt, hervat ik het bij de volgende gelegenheid. Ik hoef mijn eerdere inspanningen niet goed te maken.

Bekijk na twee weken wat je hebt ervaren. Niet alleen hoe vaak het gelukt is, maar ook wanneer het moeilijk werd en hoe je daarmee omging.

Heb je twee keer kunnen stoppen terwijl er nog werk lag? Dan heb je iets geoefend wat je voordien moeilijk vond.

Is het nauwelijks gelukt? Onderzoek dan of je afspraak haalbaar was, welke gedachten je tegenhielden en welke omstandigheden je moet veranderen.

Die informatie helpt je verder dan jezelf vertellen dat je nu eindelijk meer discipline moet hebben.

Je hoeft niet telkens opnieuw te beginnen

Het is vrijdagavond. Je had je voorgenomen om om half zes te stoppen, maar het is bijna zeven uur.

Vroeger zou je nu misschien denken: Volgende week moet ik echt strenger zijn voor mezelf.

Probeer het eens anders.

Kijk wat je vandaag heeft tegengehouden. Noteer wat je maandag wilt aanpassen en sluit je laptop.

Je bent niet geslaagd in je voornemen van vandaag. Dat kun je gewoon erkennen.

Maar waarom zou je daardoor ook de volgende kans laten voorbijgaan?

Misschien begint volhouden wel op het moment dat je ophoudt om van elke misstap een nieuwe start te maken.


Blijf je vastzitten in dezelfde patronen?

Merk je dat je voortdurend hoge eisen aan jezelf stelt, moeilijk kunt stoppen, blijft piekeren of je eigen goede voornemens telkens onderuit haalt?

Bij perfectionismecoaching kijken we verder dan je planning of je discipline. We onderzoeken wat je gedrag in stand houdt, welke gedachten en gevoelens je moeilijk kunt loslaten en hoe je daar anders mee kunt omgaan.

Dat doen we met concrete oefeningen, afgestemd op jouw situatie.

Wil je bekijken of coaching je kan helpen? Neem vrijblijvend contact met me op en vertel me waar je telkens opnieuw op vastloopt.

Wordt elk goed voornemen een nieuwe strenge regel? In perfectionismecoaching onderzoeken we de druk achter je gewoontes en oefenen we met haalbare keuzes.

Bekijk perfectionismecoaching

In mijn wekelijkse tip deel ik concrete inzichten over perfectionisme, zelfvertrouwen, piekeren en mentale rust.

Je ontvangt meteen ook mijn gratis e-book:

Stuur me tips

Wil je vaker doen wat je je voorneemt, zonder jezelf op te jagen? Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief met herkenbare inzichten en praktische coachingtips. Je krijgt het gratis e-book Coach jezelf als welkom.

Stuur mij het gratis e-book

Je ontvangt mijn nieuwsbrief. Uitschrijven kan onderaan elke mail.

Lees ook:
Onbeperkte relaxatietherapie bij je thuis
Perfectionisme maakt je net minder perfect
Gun jij jezelf een loopbaancoach?

P.S. Vond je dit waardevol? Deel het gerust.

De 2-minuten oefening die je zelfbeeld versterkt (zonder affirmaties)

Je brein houdt een vals dossier over jou bij.
Fouten tellen dubbel. Vooruitgang telt niet. Inspanning? Irrelevant. En affirmaties voelen aan als een leugen die je tegen jezelf vertelt.
Anne kende dat systeem. Moeder, professional, intelligent genoeg om te weten dat ze te streng was voor zichzelf. Maar het wéten helpt niet als je brein blijft tellen op een weegschaal die scheef hangt.
Totdat ze één oefening leerde. Geen dagboek van 12 pagina’s. Geen meditatie. Twee minuten.
Wat ze ontdekte, was niet hoe ze positiever moest denken. Maar hoe haar brein eindelijk eerlijk begon te tellen.
Lees hoe een 2-minuten oefening je zelfbeeld herstelt – zonder dat je brein in protest gaat.

Ze was er zeker van dat ze tekortschoot

Anne stond in de keuken, telefoon in haar hand, en scrollde door Instagram.

Finn sliep eindelijk. Dat had anderhalf uur geduurd. Hij had gehuild, ze had gezucht – één keer, maar ze hoorde het nog – en toen had ze zichzelf gecorrigeerd. Rustig gebleven. Gezongen. Over zijn rug gewreven tot zijn ademhaling zacht werd.

Nu, twee verdiepingen lager, zag ze foto’s van andere moeders.

Uitgerust. Glimlachend. Met kinderen die blijkbaar gewoon… sliepen.

Ze klikte haar scherm uit.

“Ik ben hier gewoon niet goed in,” dacht ze.

En ze geloofde het.

Mental coach en perfectionismecoach over zelfbeeld en vergelijken via instagram

Het oneerlijke brein

Als je naar Anne zou kijken van buitenaf, zou je zien:

Een vrouw die functioneert. Werkt part-time, goed in haar vak, lieve moeder, stabiel huwelijk. Niets aan de hand.

Maar van binnen draait er iets anders.

Elke dag verzamelt haar brein bewijs.

Niet bewijs van wat ze doet. Bewijs van wat ze niet doet.

Finn huilde lang → “Ik kan hem niet troosten”
Ze was geïrriteerd → “Ik ben geen warme moeder”
De afwas stond er nog → “Ik krijg niks voor elkaar”
Ze vergat een mail → “Ik ben slordig geworden”

De goede momenten?

Die tellen niet.

Want die zijn “normaal”. Of “toevallig”. Of “niet bijzonder genoeg”.

En dat is het rare.

Anne weet dat dit niet klopt. Ze is intelligent genoeg om te zien dat ze oneerlijk is tegen zichzelf.

Maar als ze ’s avonds in bed ligt, voelt ze het toch: die zware, stoffige zekerheid dat ze tekortschiet.

Ze had het geprobeerd met affirmaties.

“Ik ben een goede moeder.” “Ik doe mijn best.” “Ik ben genoeg.”

Maar haar brein reageerde zoals een fraudedetector reageert op een vals biljet.

“Leuk geprobeerd. Maar nee.”

Waar het echt over gaat

“Wat zou je zeggen,” vroeg ik haar tijdens onze eerste sessie, “als een vriendin je vertelde wat jij mij net vertelde?”

Anne keek me aan.

“Dat ze onzin praat.”

“En waarom geloof je het dan bij jezelf wel?”

Ze dacht na. Lang.

“Omdat het bij mij… waar voelt.”

En daar zat het.

Haar zelfbeeld was geen mening. Het was een conclusie die haar brein had getrokken op basis van verzameld bewijs.

Alleen: het bestand was corrupt.

Baumeister en collega’s toonden in 2001 aan dat negatieve ervaringen ongeveer drie tot vijf keer zoveel cognitieve impact hebben als positieve. Niet omdat we pessimistisch zijn, maar omdat een gemiste kans evolutionair minder gevaarlijk is dan een gemiste bedreiging.

Als je voorouder vergat waar de mooie bloemen stonden: jammer. Als je voorouder vergat waar de tijger zat: dood.

Ons brein is daarom gebouwd om het negatieve zwaarder te laten wegen.

Maar bij Anne was het uit balans.

Haar interne rechtbank liet alleen bepaalde bewijsstukken toe:

Fouten? Die telden dubbel.

Vooruitgang? Te klein.

Inspanning? Irrelevant.

Succes? Toeval.

Dat is geen objectieve evaluatie. Dat is een weegschaal die scheef hangt.

En je kunt een scheve weegschaal niet overtuigen met positieve gedachten.

Je moet de weegschaal zelf rechtzetten.

Het moment

“Oké,” zei ik. “Geen affirmaties. Die werken niet voor jou.”

Anne knikte opgelucht.

“We gaan je brein niet proberen te overtuigen. We gaan het laten zien.”

“Zien wat?”

“Bewijs. Echt bewijs. Van wie je al bent.”

Ze keek sceptisch. Ik zag de schaamte in haar ogen – dat gevoel van ‘als je echt wist hoe ik ben, zou je dit niet zeggen’.

“Vertel me eens. Wat heb je vandaag gedaan… dat klopt?”

“Vandaag?”

“Ja. Eén ding. Mag klein zijn. Moet wel echt gebeurd zijn.”

Ze dacht na. Ik zag de aarzeling. Het zoeken. Het afwijzen van antwoorden die al kwamen.

“Ik… ik ben rustig gebleven toen Finn huilde. Gisteravond.”

“Vertel.”

“Hij wilde niet slapen. Hij huilde. En ik voelde die irritatie komen, maar ik bleef rustig. Ik zong voor hem. Wreef zijn rug. En na een tijdje sliep hij.”

“Mooi. En wat zegt dat over jou?”

Ze fronste. “Niets bijzonders. Dat hoort toch bij moeder zijn?”

“Ik vroeg niet of het bijzonder was. Ik vroeg wat het over jou zegt.”

Stilte.

“Ik… ik denk… dat ik kan doorademen als het moeilijk is?”

“Ja. En?”

“Dat ik… kan kiezen om rustig te blijven, ook al voel ik me moe.”

Ik knikte.

“Dus als ik het goed begrijp: jij bent iemand die kan volhouden. Die kan zorgen. Die kan kiezen voor rust, ook onder druk.”

Ze keek naar haar handen.

“Zo had ik het nog niet… gezien.”

“Nee. Want je brein slaat dit niet op als bewijs. Het ziet alleen dat je daarvoor gezucht hebt. Maar wat je daarna deed – dat volhouden, dat kiezen voor rust – dat telt ook. Dat is wie je bent.”

Ik gaf haar een opdracht.

Elke dag, twee minuten.

Geen dagboek van tien pagina’s. Geen meditatie. Gewoon dit:

Zoek één mini-moment van de afgelopen 24 uur. Een moment waarop je iets deed dat klopt. Niet indrukwekkend. Wel waar.

Drie stappen:

  1. Benoem het moment (30 seconden)
  2. Vraag: wat zegt dit over mij? (60 seconden)
  3. Voeg toe: en dat is niet toevallig, want… (30 seconden)

“En als ik niks kan bedenken?” vroeg ze.

“Dan zoek je waarschijnlijk te groot. Heb je adem gehaald? Heb je iemand niet meteen teruggeschreven, maar wel binnen een dag? Dat telt ook.”

Ze knikte. Maar ik zag de twijfel.

De val

Vijf dagen later stuurde ze een bericht.

“Het werkte de eerste dagen. Ik vond best makkelijk momenten. Maar vandaag… ik weet het niet. Ik zie alleen maar wat ik fout deed.”

Toen ze de volgende week binnenkwam, zag ik het aan haar lichaamshouding.

“Vertel,” zei ik.

“Ik heb Finn boos toegesproken. Ik heb een deadline gemist. Ik heb de hele middag op de bank gelegen terwijl de was nog in de machine zat. En toen ik ’s avonds in bed lag en aan die oefening dacht…”

Ze zweeg.

“Toen dacht je: vandaag niks.”

“Ja.”

“En wat gebeurde er toen?”

“Ik… schaamde me. Ik dacht: ik kan zelfs deze simpele oefening niet. Ik ben zo negatief dat ik zelfs niks positiefs kan vinden als ik ernaar zoek.”

Daar was het.

De schaamte. Die stem die zegt: het probleem ben jij.

Gilbert beschrijft dit in zijn werk over compassion-focused therapy: bij mensen met chronische zelfkritiek triggert elke mislukking – ook bij een oefening – een threat response. Je brein gaat in gevaar-modus. En in die modus is geen ruimte voor bewijs verzamelen. Alleen voor overleven.

“Oké,” zei ik. “Dus gisterenavond: niks?”

“Niks dat telt.”

“Heb je adem gehaald toen je boos was?”

Ze keek me aan alsof ik gek was.

“Heb je Finn vastgehouden, ook al was je gefrustreerd?”

“Ja maar dat is…”

“Heb je jezelf toegestaan om te voelen wat je voelde? Om op de bank te liggen toen je moe was?”

Stilte.

“Ik… denk het?”

“Vertel me wat je dacht op die bank.”

“Ik dacht: ik zou nu moeten bewegen. Ik zou nu dingen moeten doen. Maar ik kan niet. Ik ben leeg.”

“En toen?”

“Toen bleef ik liggen. En ik voelde me schuldig. Maar ik bleef liggen.”

“Ja. En wat zegt dat over jou?”

Ze keek verbaasd.

“Dat ik lui ben?”

“Of dat je een mens bent die signalen voelt. Die weet wanneer het genoeg is. Die kiest om niet door te gaan als je tank leeg is. Ook al voel je je schuldig. Ook al zegt je brein dat je moet.”

Haar ogen werden vochtig.

“Maar het voelt als opgeven.”

“Nee. Opgeven is doorrennen tot je crasht. Dit is zorgen.”

“Dus dit… telt ook?”

“Ja. Dit telt ook.”

De verschuiving

Wat Anne die dag leerde, was subtieler dan de oefening zelf.

Ze leerde dat haar brein niet alleen vals telde. Het filterde ook.

Het zag “ik was boos op Finn” maar niet “ik hield hem daarna vast”. Het zag “ik lag op de bank” maar niet “ik stopte voordat ik crashte”. Het zag “ik miste een deadline” maar niet “ik heb daarna de mail gestuurd”.

“Vanaf nu,” zei ik, “als je de oefening doet en je denkt ‘vandaag niks’… dan is dat je signaal.”

“Signaal waarvoor?”

“Dat je brein weer filtert. Dat de schaamte weer aan het stuur zit. En dan doe je dit: je zoekt expres het moment dat je het meest wilt afwijzen. En je vraagt: wat zegt dit, als ik eerlijk ben?”

Ze probeerde het die avond.

Het moment dat ze wilde afwijzen: ze had Finn boos toegesproken.

Maar ze dwong zichzelf verder te kijken.

“Wat gebeurde er daarna?” vroeg ze zichzelf.

Daarna had ze zich gecorrigeerd. Had ze tegen hem gezegd: “Sorry, mama is moe.” Had ze hem vastgehouden.

En dat telde ook.

Niet als bewijs dat ze perfect was. Maar als bewijs dat ze kon herstellen.

Hoe het werkt

Toen Anne een maand later terugkwam, zag ik het verschil.

Niet dat ze ineens “zelfzeker” was. Maar de kritische stem was minder luid.

“Ik merk dat ik sneller denk: dit is oké,” zei ze. “Niet geweldig. Gewoon… oké. En dat voelt als genoeg.”

“Hoe doe je de oefening nu?” vroeg ik.

“Kort. Letterlijk twee minuten. Soms in de auto. Soms als Finn slaapt. En soms, als ik vastloop… dan dwing ik mezelf om het moment te vinden dat ik het liefst wil afwijzen.”

“Bijvoorbeeld?”

“Gisteren. Ik scrollde weer op Instagram. En ik voelde die vergelijking komen. Maar toen dacht ik: wacht. Wat deed ik net voordat ik scrollde?”

“En?”

“Ik had Finn in bed gelegd. Ik had hem voorgelezen, ook al was ik moe. Ik had voor hem gekozen, ook al wilde een deel van mij gewoon op de bank ploffen.”

“En toen?”

“Toen besefte ik: ik scroll door andermans highlights. Maar ik tel mijn eigen highlights niet eens mee. Dat is niet eerlijk.”

Ze keek me aan.

“Ik gebruik Instagram nu als reminder. Elke keer als ik begin te vergelijken, denk ik: oké, wat heb ik vandaag gedaan dat ik niet meetel?”

“Dat is slim.”

“Soms vind ik nog steeds niks.”

“En dan?”

“Dan weet ik: ik filter weer. En dan zoek ik naar het moment dat ik wil afwijzen.”

Precies.

Infographic van mental coach en perfectionismecoach Wim over de 2-minuten oefening om je zelfbeeld te versterken zonder affirmaties. Bevat een stappenplan voor perfectionisten om negatieve denkpatronen en de schaamte-filter te doorbreken.

De oefening: bewijs van waarde

Hier is wat je vanaf vandaag kunt doen.

Stap 1: Kies één moment (30 seconden)

Denk aan de afgelopen 24 uur.

Zoek één mini-moment waarop je iets deed dat klopt:

Je stuurde een mail die je uitstelde. Je zei nee tegen iets. Je ging toch wandelen. Je bleef rustig in een gesprek. Je maakte iets af. Je liet iets los. Je herstelde na een fout. Je stopte voordat je crashte.

Belangrijk: het moet echt gebeurd zijn.

Niet indrukwekkend.
Wel waar.

Stap 2: Benoem de kwaliteit (60 seconden)

Vraag jezelf: “Wat zegt dit over mij, als mens?”

Voorbeelden:

“Ik ben iemand die verantwoordelijkheid neemt.”

“Ik ben iemand die kan herstellen.”

“Ik ben iemand die voor zichzelf kan zorgen.”

“Ik ben iemand die kan volhouden.”

“Ik ben iemand die leert.”

Maak het klein.
Maak het waar.

Stap 3: Maak het concreter (30 seconden)

Voeg één zin toe:

“En dat is niet toevallig, want…”

Bijvoorbeeld:

“…ik heb dit al vaker gedaan, ook al vergeet ik dat.”
“…ik kies steeds vaker voor wat klopt, ook al voelt het eng.”
“…ik ben iemand die groeit, ook onder druk.”

Klaar.

Als je vastloopt:

Als je brein zegt “vandaag niks” – dat is je signaal dat je weer filtert.

Zoek dan expres het moment dat je wilt afwijzen. Het moment waarop je boos was, moe was, faalde, stopte, opgaf.

En vraag: wat gebeurde er daarna? Of: wat deed ik ondanks dat gevoel?

Meestal vind je daar het bewijs dat je overzag.

De grenzen (belangrijk)

Deze oefening werkt als je brein bewijs verzamelt maar vals telt.

Maar als je brein helemaal geen bewijs meer binnenlaat – als alles grijs is, als je niks meer voelt, als elke gedachte automatisch wordt afgewezen – dan is dit niet genoeg.

Dan heb je meer nodig dan een oefening.

Dat is geen zwakte. Dat is een signaal dat je systeem overbelast is. Depressie, trauma en chronische stress kunnen je waarnemingssysteem zo verstoren dat bewijs verzamelen niet meer werkt.

In die gevallen: zoek professionele hulp. Deze oefening kan een aanvulling zijn, maar geen vervanging.

Drie maanden later

Anne stuurde me vorige week een berichtje.

“Finn had een driftbui in de supermarkt. Lag gillend op de grond. Vroeger had ik me geschaamd, had ik mezelf afgerekend op mijn ‘falende opvoeding’. Nu dacht ik: ik ben hier. Ik blijf rustig. Ik help hem erdoorheen.”

“Toen ik thuiskwam, scrollde ik even door Instagram. Ik zag een moeder met een perfect aangeklede peuter bij de Albert Heijn. En voor het eerst dacht ik: zij post haar highlights. Ik ken mijn hele verhaal. Dat is niet te vergelijken.”

“Geen transformatie. Wel beweging.”

Precies.

Als je dit herkent

Als je merkt dat je zelfbeeld je klein houdt, terwijl je rationeel weet dat je meer kan…

Dan is dat vaak geen motivatieprobleem.
Dat is een oud patroon van druk, bewijsdrang of perfectionisme.

En patronen kun je niet overtuigen.
Maar je kunt ze wel corrigeren.

Niet met grote affirmaties.
Met kleine bewijsstukken.

Twee minuten per dag.

Twee vragen voor jezelf:

Wat heb ik vandaag gedaan dat klopt?
En wat zegt dat over wie ik ben?

En als je brein zegt “niks” – zoek dan het moment dat je wilt afwijzen.

Daar zit meestal het bewijs dat je het hardst nodig hebt.


En als je merkt dat je vastloopt in patronen die groter zijn dan een oefening kan oplossen – patronen van perfectionisme, zelftwijfel, uitstel of bewijsdrang – dan hoef je niet te wachten tot het echt misgaat.

In mijn coaching werk ik daar dagelijks mee: praktisch, helder en zonder omwegen. Met bewezen technieken, kleine stappen en veel herkenning.

Je kunt ook bijsturen terwijl je nog functioneert.

Wil je aftoetsen of coaching (eventueel via loopbaancheques) iets voor jou is?
Stuur me gerust een berichtje.


Bronnen

Baumeister, R. F., Bratslavsky, E., Finkenauer, C., & Vohs, K. D. (2001). Bad is stronger than good. Review of General Psychology, 5(4), 323–370.

Gilbert, P. (2010). Compassion Focused Therapy. Routledge.

Neff, K. D. (2003). Self-compassion: An alternative conceptualization of a healthy attitude toward oneself. Self and Identity, 2(2), 85–101.

Wood, W., & Rünger, D. (2016). Psychology of habit. Annual Review of Psychology, 67, 289–314.

Meer inzichten en tips deel ik graag met jou in een wekelijkse mail. Dus wanneer je je realiseert dat je meer uit het leven wil halen, meld je dan nu aan in via deze link omdat je dan elke week een tip krijgt toegestuurd:

Stuur me tips

Ja, stuur me wekelijks tips

Lees verder:
Onbeperkte relaxatietherapie bij je thuis
Perfectionisme maakt je net minder perfect
Gun jij jezelf een loopbaancoach

P.S. Wanneer je dit artikel waardevol vindt, klik dan nu op een van de knoppen hieronder omdat je zo ook anderen inspireert met deze tips en inzichten. Of stuur het door naar één iemand die deze inzichten kan gebruiken. Want zo draag je bij aan een betere wereld. Dankjewel!

Dit is de mini-taaltruc die je innerlijke criticus plots een maatje kleiner maakt

Weet je nog hoe vaak je tegen jezelf zegt: “Ik moet dit kunnen”? In deze blog ontdek je een veel zachtere én effectievere manier om met jezelf te praten, precies op de momenten dat je stress het hoogst is. Aan de hand van een verhaal over Ellen en recente psychologische inzichten leer je hoe één kleine taalshift je innerlijke criticus een maatje kleiner maakt. Je krijgt concrete zinnen en mini-rituelen mee die je meteen kan testen in je volgende spannende gesprek, meeting of keuze.

“Serieus, Ellen. Nog één zo’n stuntelmeeting en ze hebben door dat je geen idee hebt wat je doet.”

Ellen staart naar haar scherm.

Binnen twee minuten moet ze haar voorstel verdedigen voor het directieteam. Haar hart bonst, haar handen zijn klam. De gedachte draait in rondjes: ik ga door de mand vallen.

Dan duikt een tweede stem op.

“Komaan, ik kan dit. Ik heb mij voorbereid. Ik heb dit al gedaan.”

Maar die ik-stem klinkt flinterdun. Alsof een kleuter het moet opnemen tegen een volle tribune vol kritische supporters.

Innerlijke criticus overwinnen met tips van perfectionismecoach

En dan gebeurt er iets onverwachts. Er komt een andere gedachte, bijna alsof iemand naast haar staat.

“Ellen heeft dit al zwaarder gehad. Ze heeft lastige gesprekken overleefd. Nu heeft ze voorbereiding, ervaring en een glas water. Ze mag zenuwachtig zijn én toch spreken.”

Haar adem zakt een beetje. Het lawaai in haar hoofd wordt minder scherp. Alsof iemand de volumeknop van haar angst één stand lager draait.

De meeting start. Haar stem trilt, maar ze blijft staan. En die derde persoon, “Ellen”, blijkt verrassend goed in pep talks.

Misschien ben jij geen Ellen, maar herken je wel dit detail: zodra het spannend wordt, verandert de toon in je hoofd.

Je innerlijke stem zegt dingen die je nooit tegen iemand anders zou zeggen. Zeker niet tegen iemand die je graag ziet.

We leren dat we “positiever moeten denken”. Dat je jezelf gewoon moet toespreken met “Ik kan dit, komaan”. Alleen voelt dat vaak hol op de momenten dat je brein in alarm gaat.

De voorbije jaren hebben onderzoekers iets fascinerends beschreven. Een kleine taalshift . jezelf aanspreken met je eigen naam, in de derde persoon . kan je brein helpen om sneller te kalmeren en helderder te reageren.

In wat volgt, verken je die techniek stap voor stap. Met Ellen als gids. En met oefeningen die je vandaag al kan testen.

1. Je innerlijke commentator ontmaskeren

Of je nu in een vergadering zit, aan de schoolpoort staat of ’s nachts ligt te piekeren: er is bijna altijd een commentator actief.

Soms klinkt die als een supporter:

  • “Je hebt dit al vaker gedaan, het komt goed.”
  • “Je mag dit spannend vinden, en toch proberen.”

Op andere dagen lijkt het eerder op een harde sportcommentator die elke misstap uitvergroot.

Onderzoek toont dat deze innerlijke monoloog niet neutraal is. Hoe je met jezelf praat, beïnvloedt rechtstreeks hoe sterk je stress ervaart, hoe je recupereert én hoe je beslissingen neemt.

Die stem is zelden uit het niets ontstaan. Vaak was ze ooit een poging van je brein om je te beschermen: beter jezelf scherp toespreken dan onverwachte kritiek krijgen van iemand anders.

Mini-stap voor jou

  • Schrijf één zin op die je vaak denkt als het spannend wordt, bijvoorbeeld voor een mail, een meeting of een gesprek.
  • Vraag je luidop af: “Zou ik dit zó zeggen tegen iemand die ik graag zie?”

Die ene vraag breekt al een stukje van de vanzelfsprekendheid van je innerlijke criticus open.

Perfectionismecoach geeft tips om beter om te gaan met innerlijke interne criticus foto vrouw achter computer op het werk

2. Waarom je naam gebruiken meer doet dan “ik kan dit” herhalen

Onderzoekers zoals Jason Moser, Ethan Kross en collega’s lieten mensen nadenken over pijnlijke of stressvolle situaties, terwijl ze hersenactiviteit maten met EEG en fMRI.

Deelnemers gebruikten twee soorten innerlijke self-talk:

  • ik-versie: “Ik vind dit beeld echt heftig.”
  • naam-versie: “Sanjay vindt dit beeld echt heftig.”

Wat bleek:

  • Mensen die hun eigen naam gebruikten, toonden minder sterke emotionele reactiviteit in hersengebieden die gelinkt zijn aan zelfgericht piekeren.
  • Ze hadden geen extra “denk-energie” nodig. Het kostte niet meer moeite dan gewone self-talk.
  • De naam-versie hielp hen om iets afstand te nemen en rationeler te reageren, zelfs bij intense herinneringen.

Door jezelf bij je naam te noemen, schuif je als het ware één stoel naar achter. Je kijkt niet alleen vanuit je emoties, maar ook naar je emoties.

Bij Ellen klinkt dat zo:

“Ellen is bang dat ze door de mand valt. Ze denkt dat één slechte slide bewijst dat ze waardeloos is. Geen wonder dat haar hart zo snel slaat.”

De situatie verandert niet. De positie van waaruit ze kijkt, wél.

Mini-stap voor jou

  • Kies een moment dat vandaag waarschijnlijk wat spanning zal geven (een telefoontje, een overleg, iets kleins).
  • Spreek net voor dat moment één zin in jezelf uit met je eigen naam. Bijvoorbeeld: “___ (jouw naam) mag zenuwachtig zijn en hoeft niet perfect te zijn.”

Let achteraf eens op: voelt het verschil tussen die zin en je klassieke “ik moet dit kunnen”?

3. Ik-stem en naam-stem: geen wedstrijd, wel een duet

Distanced self-talk betekent niet dat je voortaan verplicht in de derde persoon “moet” denken.

Zelfspraak in de ik-vorm blijft waardevol, zeker als je al min of meer rustig bent. In therapie en coaching gebruiken veel programma’s – zoals cognitieve gedragstherapie en mindful self-compassion – ik-zinnen om gedachten te onderzoeken en te verzachten.

Je kan het zien als een duet in je hoofd:

  • De ik-stem klinkt als een vriend naast je: “Ik ben moe. Ik heb rust nodig.”
  • De naam-stem klinkt als een vriendelijke regisseur op de achterste rij: “Tom heeft een zware week achter de rug. Hij mag weigeren, ook al is hij bang om iemand teleur te stellen.”

Voorbeeld: avondspits bij het slapengaan

Stel je een ouder voor die elke avond uitbarst bij het slapengaan.

  • Automatische ik-stem: “Ik ben weer een slechte ouder. Ik kan dit niet.”
  • Nieuwe naam-stem: “Dit is zijn frustratie die graag het stuur grijpt. Ze wil dat hij roept. Maar hij hoeft niet mee. Hij loopt even rond en ademt drie keer diep in.”

Deze manier van praten creëert ruimte tussen emotie en reactie. Dat sluit aan bij wat we weten uit onderzoek: psychologische afstand helpt om irrationele gedachten te bekijken zonder ze meteen te volgen.

Mini-stap voor jou

  • Schrijf twee zinnen over dezelfde lastige situatie: één in de ik-vorm, één met je naam.
  • Lees ze luidop. Welke zin helpt je nu het meest om rustiger te worden?

4. Twee mini-rituelen voor een eerlijke, milde pep talk

Hier wordt het concreet. Dit zijn twee eenvoudige rituelen die je vandaag nog kan proberen.

4.1. De “naam + emotie + kleine stap”-zin

Maak een korte zin met drie ingrediënten:

  1. je naam
  2. erkenning van wat je voelt
  3. één kleine, haalbare actie

Voorbeelden:

  • “Bram is overprikkeld na die meeting. Hij hoeft nu niet alles op te lossen. Hij mag eerst vijf minuten buiten gaan staan.”
  • “Sarah schaamt zich voor die fout. Dat mag prikken. Ze kan straks één heldere herstelmail sturen.”

Onderzoek naar distanced self-talk en zelfcompassie suggereert dat net deze combinatie . afstand, mildheid en een concrete stap . stress verlaagt en veerkracht versterkt.

Mini-stap voor jou

  • Schrijf nu meteen één “naam + emotie + kleine stap”-zin over iets dat je vandaag bezighoudt.
  • Leg die zin zichtbaar neer: op je bureau, in je agenda of als startscherm op je telefoon.
Oefening voor zelfcompassie van perfectionismecoach foto vrouw met hand op borst voor zelfcompassie

4.2. De hand-op-je-borst routine

Zelfcompassie is geen soft extraatje. Studies tonen dat mensen die vriendelijker met zichzelf leren spreken, minder stress en mentale klachten ervaren, zowel in het dagelijkse leven als op het werk.

Probeer dit kleine ritueel:

  1. Leg je hand even op je borst of buik.
  2. Adem drie keer rustig in en uit.
  3. Gebruik dan één zin in de derde persoon, op de toon van een goede vriend.

Bijvoorbeeld:

  • “Lien heeft veel gedragen de laatste tijd. Het is logisch dat ze moe is. Ze mag een pauze nemen.”
  • “Karim schaamt zich voor die misser. Hij mag balen. En hij mag er ook uit leren zonder zichzelf af te breken.”

Mini-stap voor jou

  • Kies één moment vanavond waarop je bewust deze hand-op-je-borst routine probeert.
  • Geef jezelf nadien een score van 0 tot 10: hoe gespannen voelt je lichaam nu?

Welke woorden gun jij jezelf vandaag?

Ellen zal nog vaak stress voelen. Jij ook. Dat is geen fout in het systeem.

Het verschil zit in de woorden die je dan kiest.

Je kan blijven luisteren naar de automatische commentator die alles afbreekt. Of stap voor stap een andere stem versterken. Een stem die je bij je naam noemt, je emoties serieus neemt en je helpt om één kleine stap te zetten die nu haalbaar is.

Misschien is de echte vraag niet “Hoe word ik eindelijk zelfverzekerd?” maar:

“Welke woorden heeft ___ (jouw naam) vandaag nodig om met iets meer mildheid en moed verder te gaan?”

Doe dit

Kies één situatie van vandaag waarvan je nu al weet dat ze spanning geeft.

Schrijf één zin in de derde persoon met je naam, je emotie en een kleine stap.

Lees die zin luidop op het moment zelf. En kijk dan, heel eerlijk: welke stem wil je de komende weken vaker horen in je hoofd?

Als loopbaancoach, perfectionismecoach en personal breintrainer help ik mensen zoals jij om hun mindset en zelfvertrouwen te ontwikkelen en via kleine stappen naar een groots en gelukkig leven te gaan.

Met bewezen mentale technieken creëren we de gewoontes die jij wil en leer je goede beslissingen te nemen en los te breken van een belemmerend verleden.

Dus neem contact op wanneer je meer wil weten over hoe ik je kan helpen je problemen op te lossen en je doelen te bereiken.

Meer inzichten en tips deel ik graag met jou in een wekelijkse mail. Dus wanneer je je realiseert dat je meer uit het leven wil halen, meld je dan nu aan in via deze link omdat je dan elke week een tip krijgt toegestuurd:

Stuur me tips

Ja, stuur me wekelijks tips

Lees verder:
Onbeperkte relaxatietherapie bij je thuis
Perfectionisme maakt je net minder perfect
Gun jij jezelf een loopbaancoach

P.S. Wanneer je dit artikel waardevol vindt, klik dan nu op een van de knoppen hieronder omdat je zo ook anderen inspireert met deze tips en inzichten. Of stuur het door naar één iemand die deze inzichten kan gebruiken. Want zo draag je bij aan een betere wereld. Dankjewel!

De psychologie van spijt in het leven: hoe deze emotie ons vormt

Het was een zachte lenteavond toen ik een oude vriend ontmoette op een terras. Terwijl we praatten over ons leven, zag ik een schaduw over zijn gezicht vallen. “Ik wou dat ik meer tijd had doorgebracht met mijn kinderen toen ze jong waren,” bekende hij, zijn stem vol spijt. Deze simpele, maar diepe bekentenis zette me aan het denken over hoe vaak spijt ons leven vormgeeft.

Spijt is een van de krachtigste en meest langdurige emoties. Psychologen hebben ontdekt dat zelfcompassie ons kan helpen deze verontrustende emotie te begrijpen en los te laten.

Spijt behoort vaak niet tot de lijst van de meest besproken emoties. We denken eerder aan emoties als woede, vreugde, jaloezie, verdriet en schaamte. We beschouwen spijt vaak als een terugblikkende emotie.

We hebben spijt van dingen uit het verleden, zoals niet hard genoeg werken op school, hoe we een vriend hebben behandeld, of de dingen die we tijdens een ruzie tegen onze partner hebben gezegd.

spijt hebben en zelfcompassie tips van loopbaancoach en mental coach

De top 10 spijtgebieden

Onderzoek toont aan dat romantische spijt het meest voorkomt (Morrison & Roese, 2011). Voor vrouwen komen romantische spijtgevallen twee keer zo vaak voor als bij mannen. Voor mannen zijn werkgerelateerde spijtgevallen het meest wijdverbreid. Andere veelvoorkomende spijtgebieden zijn financiële beslissingen, fouten als ouder, gemiste onderwijskansen en familieruzies.

Welke spijt duurt het langst?

Spijt over dingen die mensen niet hebben gedaan, duurt het langst.

Hier is de volledige lijst van meest voorkomende spijtgebieden:

  1. Romantiek, verloren liefde – 18.1%
  2. Familie – 15.9%
  3. Onderwijs – 13.1%
  4. Carrière – 12.2%
  5. Financiën – 9.9%
  6. Ouderschap – 9.0%
  7. Gezondheid – 6.3%
  8. Overig – 5.6%
  9. Vrienden – 3.6%
  10. Spiritualiteit – 2.3%

Het blijkt dat opleidingsniveau een significante rol speelt bij carrièregerelateerde spijt. Hoe hoger het opleidingsniveau, des te scherper de gevoeligheid voor ambitie en vervulling.

Is spijt zinloos?

In zekere zin is spijt nutteloos, omdat spijt gaat over iets dat je niet kunt veranderen.

Maar spijt is niet alleen een terugblikkende emotie; het kijkt ook vooruit en kan een enorm krachtige emotie zijn die ons gedrag in het hier en nu beïnvloedt.

We kunnen op toekomstige spijt anticiperen en vermijden.

Voorbeeld: loterijtickets en pennen

Stel je voor, je staat in de rij voor de kassa en hebt net een loterijticket gekocht. Je hart klopt sneller bij de gedachte aan de mogelijke winst. Plots biedt de persoon naast je aan om van ticket te ruilen, met de belofte dat zijn ticket ‘meer geluk’ brengt. Een kleine glimlach speelt om zijn lippen, en hij biedt je zelfs een heerlijke praline aan als extra motivatie.

Een onderzoek naar loterijtickets en pennen toont aan hoe geanticipeerde spijt onze dagelijkse beslissingen beïnvloedt. Deelnemers kregen loterijtickets en werd gevraagd of ze bereid waren deze te ruilen voor een andere met een identieke winkans (Bar-Hillel & Neter, 1996). Ondanks dat er geen verschil was tussen de tickets en er een traktatie als prikkel werd aangeboden, stemde minder dan 50 procent van de deelnemers toe. Toen het experiment werd herhaald met pennen in plaats van loterijtickets, stemde 90 procent van de deelnemers in met de ruil.

Wat gebeurt er hier?

Een pen is slechts een pen, maar een loterijticket is meer dan dat. We kunnen onszelf vooruit in de tijd verplaatsen en nadenken over mogelijke gevolgen en spijt. Wat als we ons loterijticket ruilen en het winnende ticket blijkt te zijn? Het is deze anticipatie van spijt die mensen tegenhoudt hun tickets te ruilen.

Geanticipeerde spijt

Het vreemde is dat sommige psychologen beweren dat geanticipeerde spijt sterker kan zijn dan de werkelijke spijt die we zouden voelen als onze keuzes niet goed uitpakken.

Geanticipeerde spijt is zo’n krachtige emotie dat het ons kan doen vermijden risico’s te nemen, onze verwachtingen te verlagen, ons te sturen naar het vertrouwde en weg van nieuwe, interessante ervaringen.

We voorzien dat we meer spijt krijgen wanneer we tegen de stroom in gaan, wanneer we positieve beslissingen zelf nemen, in plaats van het lot zijn gang te laten gaan.

Hebben mensen echt geen spijt?

Mensen zeggen soms dat ze geen spijt hebben, maar dat vind ik moeilijk te geloven. Als iemand zou zeggen dat ze geen spijt van toekomstige beslissingen verwachten, zou dat echt bijzonder zijn. Want hoewel het verleden voorbij is, kunnen we met zelfcompassie nog steeds onze toekomst actief vormgeven.

spijt en zelfcompassie tips van  mental coach

Beweeg verder met Zelfcompassie

Uit onderzoek van Zhang en Chen (2016) blijkt dat zelfcompassie mensen helpt verder te gaan na hun spijt.

Vriendelijk zijn voor jezelf is een uitstekende manier om teleurstellingen, schaamte en mislukkingen uit het verleden los te laten.

Met zelfcompassie is het mogelijk om sterker te worden na de onvermijdelijke hobbels in het leven.

Zelfcompassie en persoonlijke groei

De auteurs van het onderzoek concluderen dat zelfcompassie werkt door acceptatie te vergroten: “…zelfcompassie leidde tot grotere persoonlijke verbetering, deels door verhoogde acceptatie. Bovendien waren de effecten van zelfcompassie op persoonlijke verbetering verschillend van zelfrespect en werden ze niet verklaard door adaptieve emotionele reacties. Over het algemeen suggereren de resultaten dat zelfcompassie positieve aanpassing bevordert in het licht van spijt.”

Praktische stappen voor zelfcompassie

Hier is hoe het onderzoek mensen instrueerde om meer zelfcompassievol te denken en spijt te verminderen:

Stap 1: Stel je voor dat je met jezelf praat over deze spijt vanuit een medelevend en begrijpend perspectief. Wat zou je zeggen?

Ik herinner me een cliënt van jaren geleden, Sarah, die worstelde met diepe spijt over een gebroken relatie. Ze beschreef hoe ze nachtenlang wakker lag, vol zichzelf pijnigende gedachten. Toen vroeg ik haar: “Wat zou je tegen je beste vriendin zeggen als zij hierdoor ging?” Dat moment van zelfcompassie veranderde haar kijk op de situatie.

Stap 2: Schrijf een brief aan jezelf waarin je de situatie vanuit een meelevend en begripvol standpunt beschrijft. Benoem de omstandigheden en gevoelens, en geef jezelf de erkenning en empathie die je een goede vriend zou geven.

Stap 3: Herinner jezelf eraan dat iedereen fouten maakt en dat falen een onderdeel is van het menselijk zijn. Dit kan helpen gevoelens van schaamte en schuld te verzachten door jezelf met vriendelijkheid en begrip te benaderen.

Zelfcompassie in actie

Mensen die zelfcompassievol schrijven, voelen meer zelfvergeving, persoonlijke verbetering en zelfacceptatie, zo blijkt uit onderzoek. Zelfcompassie helpt spijt te verminderen door acceptatie te vergroten, zelfvergeving te bevorderen en ons te helpen situaties in perspectief te plaatsen. Niet alleen stelt het ons beter in staat om onze spijt onder ogen te zien, het stelt ons ook in staat om ze in hun ware licht te zien. Want we zijn allemaal slechts menselijk.

Spijt omarmen

Spijt is een krachtige emotie die ons kan verlammen, maar het kan ons ook motiveren om positieve veranderingen in ons leven aan te brengen.

Door zelfcompassie te cultiveren, kunnen we leren om onze spijt te omarmen en ze te gebruiken als een bron van persoonlijke groei.

Dus de volgende keer dat je spijt hebt, neem een moment om vriendelijk voor jezelf te zijn, en herinner jezelf eraan dat je altijd de kans hebt om je toekomst vorm te geven.

Als loopbaancoach en personal breintrainer help ik mijn cliënten om zelfcompassie en zelfvertrouwen te ontwikkelen en via kleine stappen naar een groots leven te gaan. Met de nieuwste mentale technieken kunnen we de gewoontes creëren die jij wil en je leren goede beslissingen te nemen. Dus neem contact op wanneer je meer wil weten over hoe ik je kan helpen je problemen op te lossen en je doelen te bereiken.

Meer inzichten en tips deel ik graag met jou in een wekelijkse mail. Dus wanneer je je realiseert dat je meer uit het leven wil halen, meld je dan nu aan in via deze link omdat je dan elke week een tip krijgt toegestuurd:

Stuur me tips

Ja, stuur me wekelijks tips

Lees verder:
Onbeperkte relaxatietherapie bij je thuis
Perfectionisme maakt je net minder perfect
Gun jij jezelf een loopbaancoach?

P.S. Wanneer je dit artikel waardevol vindt, klik dan nu op een van de knoppen hieronder omdat je zo ook anderen inspireert met deze tips en inzichten. Of stuur het door naar één iemand die deze inzichten kan gebruiken. Want zo draag je bij aan een betere wereld. Dankjewel!

De mythe van zelfkritiek ontmaskerd

Ben je gestopt met het najagen van je dromen?

Onderzoek zegt dat je minder hard voor jezelf moet zijn en best een accepterende houding aanneemt om tegenslagen te overwinnen.

Het blijkt namelijk dat hoe groter het doel, hoe minder kritisch je op jezelf moet zijn.

Ik merk het vaak bij mijn coachingcliënten: ze zijn hun eigen ergste criticus. Ze stellen onrealistisch hoge eisen aan zichzelf en zijn strenger voor zichzelf dan voor anderen. Ze denken dat dit de weg is naar succes en zelfverbetering.

Maar is dat echt zo?

zelfkritiek foto spiegel perfectionismecoach

Als je kijkt naar deze twee mensen met verschillende perspectieven, wie denk je dat zijn doelen zal bereiken?

Persoon 1 is hard voor zichzelf en perfectionistisch en zegt: “Als ik een fout maak of niet presteer zoals ik denk dat ik zou moeten, ben ik mijn eigen ergste criticus. Ik zou beter moeten zijn dan dat.“

Persoon 2 heeft een meer accepterende houding en zegt: “Als ik een fout maak of niet presteer zoals ik denk dat ik zou moeten, ben ik niet te streng voor mezelf. Niemand is perfect, vooral ik niet.“

Je zou denken dat persoon 1 succesvoller zal zijn, maar dat blijkt niet het geval te zijn. Volgens een studie van de Universiteit van Californië, gepubliceerd in de Personality and Social Psychology Bulletin, motiveert zelfcompassie je meer (dan kritisch op jezelf zijn) om je zwaktes te compenseren en je prestaties te verbeteren.

Zelfcompassie is vriendelijk en begripvol zijn tegenover jezelf als je faalt, in plaats van hard op jezelf te zijn. Het gaat erom dat je zwaktes, tegenslagen en fouten als een natuurlijk onderdeel van het leven beschouwt.

Dit betekent niet dat je je doelen niet hoog moet stellen en dat je niet moet proberen te verbeteren. Integendeel, het betekent dat je accepteert dat falen een natuurlijk onderdeel is van het proces naar succes en dat risico’s, vooral risico’s voor je zelfvertrouwen, niet vermeden moeten worden.

Denk jij nog steeds dat je hard voor jezelf moet zijn om te slagen? Het blijkt dat dit niet het geval is. Sterker nog, door zelfkritiek krijg je meer stress en dat kan leiden tot uitstelgedrag en nog meer stress. Een studie gepubliceerd in Self and Identity toont een directe correlatie tussen lage zelfcompassie en uitstelgedrag en stress.

zelfkritiek foto natuur perfectionismecoaching

Hoe kun je dan wel mentale weerbaarheid opbouwen?

Het begint met een groeimindset. De theorie van Stanford onderzoekster Carol Dweck laat zien dat mensen twee mentale benaderingen hebben: een vaste mindset en een groeimindset.

De vaste mindset gaat uit van de gedachte dat intelligentie, vaardigheden en talenten aangeboren zijn en dat we moeten werken met wat we hebben. Mensen met een groeimindset denken dat intelligentie, vaardigheden en talenten ontwikkeld kunnen worden door inspanning en hard werken. Dit betekent niet dat je moet ontkennen dat je bepaalde talenten hebt, maar het betekent wel dat je erkent dat je deze talenten kunt ontwikkelen en verbeteren met inzet en hard werken.

Mensen met een groeimindset hebben de neiging om milder te zijn voor zichzelf en tegelijkertijd te blijven proberen om te verbeteren en te bereiken. Ze denken niet “ik zou beter moeten zijn dan dit”, maar eerder “oké, dat ging niet zo goed. Maar ik heb een paar dingen geleerd en weet wat ik anders kan doen. De volgende keer zal het beter gaan.”

Het lijkt misschien contra-intuïtief, maar een accepterende houding tegenover jezelf en je fouten kan juist leiden tot meer motivatie en groei. Het betekent niet dat je je doelen lager moet stellen of minder hard moet werken. Het betekent wel dat je jezelf toestaat om fouten te maken en dat je ze gebruikt als leermomenten om te groeien en te verbeteren.

Maar hoe pas je dit toe in de praktijk?

Hier zijn een paar tips:

  1. Wees je bewust van je innerlijke dialoog: Luister naar de dingen die je tegen jezelf zegt. Ben je hard voor jezelf als je een fout maakt of niet aan je eigen verwachtingen voldoet? Probeer in plaats daarvan te denken “oké, dat was niet zo goed, maar ik zal het de volgende keer anders aanpakken.”
  1. Accepteer dat falen een onderdeel van het proces is: Als je geen fouten maakt, betekent dat waarschijnlijk dat je geen risico’s neemt of nieuwe dingen probeert. Fouten maken is een natuurlijk onderdeel van het leerproces en kan je helpen om beter te worden.

  2. Verander je houding ten opzichte van falen: In plaats van het te zien als een teken van zwakte, zie het als een kans om te leren en te groeien. Fouten maken is normaal en iedereen maakt ze. Het gaat erom hoe je ermee omgaat en wat je ervan leert.

  3. Wees vriendelijk en begripvol tegenover jezelf: Net zoals je vriendelijk en begripvol zou zijn tegenover een goede vriend die een fout heeft gemaakt, neem je dezelfde houding aan tegenover jezelf. Praat tegen jezelf alsof je tegen een vriend zou praten en wees niet te streng.

  4. Geef jezelf een schouderklopje voor je inspanningen: Het gaat niet alleen om het resultaat, maar ook om de inspanning die je hebt geleverd. Wees trots op jezelf voor de stappen die je hebt gezet en de inzet die je hebt getoond.

Conclusie

Een accepterende houding tegenover jezelf en je fouten kan juist leiden tot meer motivatie en groei. Door jezelf toestemming te geven om fouten te maken en deze te zien als leermomenten, kun je jezelf toestaan om te groeien en te verbeteren. Het betekent niet dat je je doelen lager moet stellen of minder hard moet werken, maar dat je jezelf toestaat om mens te zijn en om fouten te maken.

Zelfkritiek is een van de voornaamste kenmerken van perfectionisme. Gelukkig kan je je bevrijden van dit ziekmakend patroon. Lees hier verder over perfectionisme.

Ik herken het perfectionismepatroon en wil mezelf ervan bevrijden, wat doe ik best?

–      Wil je er eerst meer over lezen, lees dan het boek Zeg me dat ik oké ben
–      Wil je graag meer praktische info over een coachingtraject om jezelf te bevrijden van het perfectionismepatroon, neem dan contact op met mij.
–      Wil je voor jouw organisatie een gesprek, een workshop of lezing over perfectionisme, neem dan contact op.

Als gecertificeerd perfectionismecoach help ik jou om jezelf te bevrijden van perfectionisme, om met minder zelfkritiek en met meer vertrouwen in het leven te staan, op te komen voor wat jij zelf wil, te genieten van alle mooie dingen die je doet en meer innerlijke rust te vinden. Want het leven is te kort om niét te gaan voor het leven dat je wil en dat je verdient! Neem gerust eens contact op voor meer info over coaching.

Inzichten en tips deel ik graag met jou in een wekelijkse mail. Schrijf je daarom nu in via deze link:

Stuur me tips

Lees verder:
Ga voor de job/loopbaan die je echt wil
Zo leef je meer in het nu (9 tips)
Leef meer als jouw toekomstige zelf

P.S. Verspreid deze info over zelfkritiek en perfectionisme bij jouw kennissen en deel dit artikel gerust omdat je zo helpt mensen bewust te maken.