Haar vinger hangt boven “Nieuwe afspraak”.
“Ik heb herinneringen aan vroeger,” zegt ze. “Mijn studentenjaren. Mijn eerste job. En nu? Nu is het vooral… door.”
Ik vraag wat ze bedoelt met “door”.
Ze denkt na. “Alsof ik elke week in dezelfde tunnel zit. Ik kom er aan de andere kant weer uit, maar ik kan me niet herinneren wat ik onderweg zag.”
Dat is het gemene aan routine. Ze voelt veilig. En achteraf voelt ze als verdamping.
Ons brein slaat herhaling compact op. Nieuwheid krijgt ruimte. Daarom voelen drie maanden kantoor aan als één dag, en één weekend weg als een week.
Lotte knikt. “Dus ik moet iets speciaals doen.”
“Misschien,” zeg ik. “Maar wat gebeurt er als je dat probeert?”
Ze lacht schamper. “Dan moet het wel echt goed zijn.”
Daar zit het. Ze plant. Vergelijkt. Wacht op het juiste moment, het juiste weer, de juiste energie. Ze opent een tabblad voor “ideetjes”, nog één voor “restaurants”, nog één voor “cadeau”.
En dan laat ze het liggen.
“Want als ik iets probeer en het valt tegen,” zegt ze zacht, “dan ligt het aan mij.”
Daar is de echte angst. Niet luiheid. Niet ondankbaarheid.
Perfectionisme. De pijn van een poging die zichtbaar wordt.
Dus doet ze liever geen poging. Dan kan het ook niet mislukken.
Intussen krijgt ze een soort opluchting die eigenlijk geen opluchting is. De opluchting van “niet moeten kiezen”. Van “nu even niets hoeven regelen”.
Maar die rust is gehuurd.
Een maand later zit ze weer op dezelfde plek, met hetzelfde gevoel.
“Waar ben je banger voor,” vraag ik, “een gewone avond… of een bijzondere avond die meh is?”
Ze antwoordt zonder aarzelen: “Die tweede.”
“Oké,” zeg ik. “Dan bouwen we geen bijzondere avond.”
Ze fronst. “Wat dan?”
“Een moment. Eén moment. Klein genoeg om niet te breken.”
Tien minuten
Ze wil het “goed doen”. Natuurlijk.
Dus vraag ik: “Wat is een moment dat je al hebt, maar dat altijd verdwijnt?”
Ze denkt. “Vrijdagavond. Dan zijn we kapot. Kids in bed. We ploffen in de zetel. En dan is het zondag.”
“Goed. We blijven op vrijdagavond.”
“Maar dan gebeurt er niets.”
“Net daarom. Je verandert geen avond. Je verandert één scène. De eerste tien minuten.”
Ze pakt haar telefoon. Duim boven WhatsApp.
“Wat moet ik sturen?”
“Zet één ding vast. Met tijd.”
Ze typt, wist, typt opnieuw. Stuurt uiteindelijk: Vrijdag 19:30. Geen tv. Ik heb iets.
Legt de telefoon neer alsof hij kan ontploffen.
“En nu?”
“Nu voeg je één hefboom toe. Iets dat het net anders maakt.”
Ze kiest voor geur en smaak. Geen groot diner. Gewoon een klein kaasplankje met warme broodjes, olijfolie, zout. En één kaars die ze anders nooit aansteekt.
Vrijdag staat ze in haar keuken. Als haar partner binnenkomt, zegt hij: “Wat is dit?”
Ze haalt haar schouders op. “Gewoon.”
Maar haar ogen zeggen: Niet gewoon.
Later die avond voelt iets anders. De tijd lijkt… aanwezig. Alsof vrijdag niet gewoon verdween in de zetel.
Bepaalde ervaringen blijven buitensporig hangen, niet omdat ze groot zijn, maar omdat ze slim in elkaar zitten: een verrassing, een moment van connectie. Je wacht niet op magie. Je maakt ruimte waar magie kán landen.
De reflex
Maandag krijg ik een bericht.
Het werkte. Niet spectaculair. Wel echt.
Dinsdag zie ik haar weer.
“Wat gebeurde er?” vraag ik.
“Het voelde… langer. Alsof vrijdag niet gewoon verdween.”
Dan komt het moeilijke stuk. Altijd.
“En toen dacht ik: nu moet ik dit elke week doen.”
Ik lach. “Voel je ‘t?”
Ze knikt. “Daar gaat het weer. Als het werkt, moet het perfect worden.”
“Wat is je plan?”
“Het klein houden.”
Een paar dagen later krijgt ze feedback op het werk. Een mail. Eén zin die verkeerd kan landen als je hoofd al moe is.
Ze leest hem drie keer. Hartslag omhoog. De oude reflex: antwoorden uitstellen, nog eens herlezen, nog eens herschrijven.
Ze voelt de paniek: Straks denken ze dat ik het niet kan. Straks zien ze mij.
Ze schrijft me: Ik ga het weer uitstellen.
Ik antwoord: Welke tien minuten kies je?
Ze staart naar het scherm. Zet een timer. Tien minuten. Schrijft een antwoord dat helder genoeg is. Niet perfect. Wel eerlijk. Drukt op “verzenden” met dezelfde spanning als vrijdag.
Geen opluchting. Geen extase.
Wel beweging.
Markeringen
“Ik wil dit ook op mijn werk,” zegt ze de week erna.
Ze bedoelt niet “meer fun”. Ze bedoelt: minder verdamping.
We praten over trots. Niet als complimentjes. Als markeringen.
Mensen presteren beter als hun werk gezien wordt. Niet geprezen tot in het absurde, maar herkend in het concrete. Leidinggevenden denken vaak dat ze dat al doen. Medewerkers ervaren het anders. Die kloof is groter dan je denkt.
“Ik doe dat te weinig,” zegt Lotte.
“Voor jezelf ook.”
Ze kijkt weg.
“Wat heb jij het afgelopen jaar gedaan,” vraag ik, “dat niemand gevierd heeft?”
Ze antwoordt te snel: “Niks bijzonders.”
Stilte.
Dan zachter: “Ik heb een project gered. Twee keer.”
“Dat is niet niks.”
Ze lacht ongemakkelijk, alsof trots verboden is.
“Maak er één markering van. Niet groot. Wel echt.”
Op vrijdag stuurt ze één bericht naar haar team. Eén zin per persoon. Concreet. Geen stroop.
Niet “goed bezig”, maar: Die ene tabel redde onze deadline. En: Jouw telefoontje maakte het verschil.
De maandag erop zegt een collega: “Dat deed deugd.”
Lotte kijkt alsof ze plots begrijpt dat waardering ook een moment is. Een moment dat blijft hangen omdat iemand zich gezien voelt.
Samen
“Alles is nog altijd… apart,” zegt ze. “Ik en mijn leven. Alsof we elkaar passeren.”
We komen bij connectie.
Onderzoek laat zien dat gedeelde inspanning verbondenheid versterkt. Niet alleen grote uitdagingen. Ook kleine. Iets dat net genoeg schuurt om een verhaal te worden.
“Je hoeft geen berg te beklimmen. Je hebt één kleine gezamenlijke moeite nodig.”
Ze denkt aan thuis. Aan haar partner. Aan twee kinderen die “geen goesting” hebben.
Vrijdag 19:30. Geen schermen. En dan: samen een gerecht maken dat ze nog nooit maakten.
Niet om indruk te maken. Om te prutsen. Om te lachen. Om iets te hebben waar je handen vuil van worden.
De saus mislukt een beetje. Iemand laat iets vallen. Er is gemopper. En dan, ergens tussen het snijden en het roeren, beginnen de kinderen te vertellen. Niet over school. Over zichzelf.
Later zegt ze: “Het was rommelig.”
Ze glimlacht.
“Het bleef hangen. Omdat we erin zaten.”
Het protocol
Een maand later probeert ze het “moment” te groot te maken. Te bijzonder. Ze wordt moe nog voor het begint.
“Kleiner,” zeg ik.
Ze zucht.
“Nog kleiner.”
Dan schrijven we het op. Vijf stappen. Niks heroïsch.
1. Kies één bestaand moment.
Niet een nieuw plan. Een moment dat er toch al is. Een lunch, een meeting-start, een vrijdagavond.
2. Verander één scène van tien minuten.
De start werkt het best. Daar zet je de toon. De rest volgt vanzelf of niet – beide is oké.
3. Voeg één hefboom toe.
Een zintuig (geur, smaak, licht). Een inzet (iets te winnen of ontdekken). Een script (één verrassende afwijking van het verwachte).
4. Maak één markering.
Voor jezelf of iemand anders. Eén concrete zin van waardering of trots. Geen lange verhalen.
5. Voeg één mini-moeite toe.
Iets dat net genoeg schuurt. Samen iets maken, proberen, of oplossen. Klein genoeg om niet af te zien. Groot genoeg om te onthouden.
Nog vier dingen, voor als je brein begint te onderhandelen:
Als je te groot plant: halveer het tot het bijna belachelijk wordt. Dan lukt het.
Als je wacht op “zin”: zet eerst de timer. Zin volgt vaak na de start, niet ervoor.
Als je het spannend vindt: maak de inzet klein en sociaal. “Ik stuur je om 19:30 een foto.” Spanning verdwijnt door getuigen.
Als je denkt “dit stelt niks voor”: herinneringen beginnen vaak klein, en worden groot in terugblik.
Weken later
Op een donderdagavond krijg ik een voicebericht. Achtergrondgeluid. Bestek. Gelach.
“Het is raar,” zegt Lotte. “Het leven is nog altijd druk. Maar het loopt niet meer gewoon door.”
Pauze.
“Ik heb niet méér tijd. Ik heb… meer plekken in mijn week.”
Alsof haar dagen eindelijk haakjes hebben.
Twee vragen:
Waar verdwijnt jouw tijd het hardst, zonder sporen?
En welke tien minuten geef je vandaag een rand?
Ik werk met professionals die veel willen maar vastlopen in overweldiging, perfectionisme of de angst om verkeerd te kiezen. We gebruiken bewezen technieken uit neuropsychologie, maar vooral: we nemen kleine, concrete stappen. Geen grote theorieën. Wel beweging.
Meer inzichten en tips deel ik graag met jou in een wekelijkse mail. Dus wanneer je je realiseert dat je meer uit het leven wil halen, meld je dan nu aan in via deze link omdat je dan elke week een tip krijgt toegestuurd:

Lees verder:
Onbeperkte relaxatietherapie bij je thuis
Perfectionisme maakt je net minder perfect
Gun jij jezelf een loopbaancoach
P.S. Wanneer je dit artikel waardevol vindt, klik dan nu op een van de knoppen hieronder omdat je zo ook anderen inspireert met deze tips en inzichten. Of stuur het door naar één iemand die deze inzichten kan gebruiken. Want zo draag je bij aan een betere wereld. Dankjewel!



